Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde |
---|---|
MINISTERIE VAN FINANCIEN | MINISTERIE VAN FINANCIEN |
30 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 30 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de | koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de |
regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde | regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde |
waarde | waarde |
VERSLAG | VERSLAG |
Sire, | Sire, |
De communautaire en nationale wetgevingen die de belasting over de | De communautaire en nationale wetgevingen die de belasting over de |
toegevoegde waarde regelen, maken van het begin af een onderscheid | toegevoegde waarde regelen, maken van het begin af een onderscheid |
tussen goud voor industrieel gebruik en goud voor | tussen goud voor industrieel gebruik en goud voor |
beleggingsdoeleinden. | beleggingsdoeleinden. |
- Industrieel goud wordt er steeds beschouwd als een roerend goed uit | - Industrieel goud wordt er steeds beschouwd als een roerend goed uit |
zijn aard, onderworpen aan de BTW tegen het tarief dat hierop van | zijn aard, onderworpen aan de BTW tegen het tarief dat hierop van |
toepassing is. | toepassing is. |
- Voor beleggingsgoud werden daarentegen oplossingen toegepast die | - Voor beleggingsgoud werden daarentegen oplossingen toegepast die |
verschillend waren van de ene lidstaat tot de andere. | verschillend waren van de ene lidstaat tot de andere. |
Zo heeft België het beleggingsgoud - onder de vorm van monetair goud - | Zo heeft België het beleggingsgoud - onder de vorm van monetair goud - |
kunnen beschouwen als een onlichamelijk roerend goed tot 31 augustus | kunnen beschouwen als een onlichamelijk roerend goed tot 31 augustus |
1981. Tussen 1 september 1981 en 28 februari 1982 heeft België | 1981. Tussen 1 september 1981 en 28 februari 1982 heeft België |
vervolgens goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, | vervolgens goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, |
onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. Uit bezorgdheid om | onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. Uit bezorgdheid om |
een verplaatsing van de goudmarkt naar naburige landen en naar meer | een verplaatsing van de goudmarkt naar naburige landen en naar meer |
aantrekkelijke financiële plaatsen te voorkomen, diende België | aantrekkelijke financiële plaatsen te voorkomen, diende België |
uiteindelijk vanaf 1 maart 1982 het beleggingsgoud aan het BTW-tarief | uiteindelijk vanaf 1 maart 1982 het beleggingsgoud aan het BTW-tarief |
van 1 pct. te onderwerpen waarin vandaag nog is voorzien in artikel | van 1 pct. te onderwerpen waarin vandaag nog is voorzien in artikel |
1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot | 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot |
vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde | vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde |
waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven | waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven |
(Belgisch Staatsblad van 31 juli 1970). | (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1970). |
Overwegende de harmonie die moet leiden tot de vooruitgang van de | Overwegende de harmonie die moet leiden tot de vooruitgang van de |
grote Europese interne markt, hebben de instellingen van de Europese | grote Europese interne markt, hebben de instellingen van de Europese |
Unie onlangs de richtlijn nr. 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998 | Unie onlangs de richtlijn nr. 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998 |
tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de | tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de |
toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn nr. 77/388/EEG - | toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn nr. 77/388/EEG - |
bijzondere regeling voor beleggingsgoud (PBEG nr. L 281 van 17 oktober | bijzondere regeling voor beleggingsgoud (PBEG nr. L 281 van 17 oktober |
1998) aangenomen. | 1998) aangenomen. |
- Die richtlijn nr. 98/80/EG voegt hoofdzakelijk in de richtlijn nr. | - Die richtlijn nr. 98/80/EG voegt hoofdzakelijk in de richtlijn nr. |
77/388/EEG een artikel 26ter in. | 77/388/EEG een artikel 26ter in. |
- Dit wijzigt geenszins de BTW-regeling van toepassing op het | - Dit wijzigt geenszins de BTW-regeling van toepassing op het |
industrieel goud. Onbewerkt goud, goud als halffabrikaat of goud onder | industrieel goud. Onbewerkt goud, goud als halffabrikaat of goud onder |
de vorm van een eindproduct, bestemd voor industriële of commerciële | de vorm van een eindproduct, bestemd voor industriële of commerciële |
doeleinden, sieraden en verzamelobjecten die een numismatisch belang | doeleinden, sieraden en verzamelobjecten die een numismatisch belang |
hebben, blijven dus onderworpen aan het normaal BTW-tarief, dat thans | hebben, blijven dus onderworpen aan het normaal BTW-tarief, dat thans |
21 pct. bedraagt. | 21 pct. bedraagt. |
- De nieuwe richtlijn spitst daarentegen haar bepalingen toe op het | - De nieuwe richtlijn spitst daarentegen haar bepalingen toe op het |
beleggingsgoud, waarvoor zij in een bijzondere regeling voorziet welke | beleggingsgoud, waarvoor zij in een bijzondere regeling voorziet welke |
primeert boven elke andere regeling. | primeert boven elke andere regeling. |
Inleidende definitie | Inleidende definitie |
Te dien einde definieert de richtlijn nr. 98/80/EG in de eerste plaats | Te dien einde definieert de richtlijn nr. 98/80/EG in de eerste plaats |
wat moet worden verstaan onder beleggingsgoud. Wordt voortaan als | wat moet worden verstaan onder beleggingsgoud. Wordt voortaan als |
dusdanig verstaan : | dusdanig verstaan : |
- goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten | - goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten |
aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, | aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, |
al dan niet belichaamd in certificaten. De lidstaten kunnen kleine | al dan niet belichaamd in certificaten. De lidstaten kunnen kleine |
staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram uitsluiten | staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram uitsluiten |
van de regeling; | van de regeling; |
- gouden munten die : | - gouden munten die : |
* een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben, | * een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben, |
* na 1800 zijn geslagen, | * na 1800 zijn geslagen, |
* in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben | * in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben |
gefungeerd, | gefungeerd, |
en | en |
* normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van | * normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van |
het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80% overschrijdt. | het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80% overschrijdt. |
Dergelijke munten worden geacht niet verkocht te zijn wegens hun | Dergelijke munten worden geacht niet verkocht te zijn wegens hun |
numismatisch belang. | numismatisch belang. |
Elke lidstaat deelt de Commissie vanaf 1999 elk jaar vóór 1 juli mee | Elke lidstaat deelt de Commissie vanaf 1999 elk jaar vóór 1 juli mee |
welke munten die aan deze criteria voldoen, in die lidstaat worden | welke munten die aan deze criteria voldoen, in die lidstaat worden |
verhandeld. Vóór 1 december van elk jaar publiceert de Commissie in de | verhandeld. Vóór 1 december van elk jaar publiceert de Commissie in de |
C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de | C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de |
volledige lijst van deze munten. In de gepubliceerde lijst opgenomen | volledige lijst van deze munten. In de gepubliceerde lijst opgenomen |
munten worden geacht aan deze criteria te voldoen gedurende het hele | munten worden geacht aan deze criteria te voldoen gedurende het hele |
jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd. De eerste dergelijke lijst | jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd. De eerste dergelijke lijst |
is gepubliceerd in het P.B.E.G. nr. C 342 van 30 november 1999. | is gepubliceerd in het P.B.E.G. nr. C 342 van 30 november 1999. |
Algemene werkwijze | Algemene werkwijze |
De bijzondere regeling ingesteld door de richtlijn steunt zich op die | De bijzondere regeling ingesteld door de richtlijn steunt zich op die |
definitie en op die lijst. Zij bevat benevens verplichte bepalingen, | definitie en op die lijst. Zij bevat benevens verplichte bepalingen, |
meerdere optiemogelijkheden die de lidstaten, in voorkomend geval, al | meerdere optiemogelijkheden die de lidstaten, in voorkomend geval, al |
dan niet kunnen omzetten in hun nationale wetgeving. Het komt | dan niet kunnen omzetten in hun nationale wetgeving. Het komt |
vervolgens aan de betrokken operatoren toe om, in de vrije uitoefening | vervolgens aan de betrokken operatoren toe om, in de vrije uitoefening |
van hun economische activiteit, de in de wetgeving opgenomen opties te | van hun economische activiteit, de in de wetgeving opgenomen opties te |
lichten of er geen rekening mee te houden. | lichten of er geen rekening mee te houden. |
- De regel die in die regeling overheerst, bestaat uit een | - De regel die in die regeling overheerst, bestaat uit een |
vrijstelling voor transacties betreffende beleggingsgoud, die gepaard | vrijstelling voor transacties betreffende beleggingsgoud, die gepaard |
gaat met een bijzonder - en beperkt - recht op aftrek van de | gaat met een bijzonder - en beperkt - recht op aftrek van de |
voorbelasting. | voorbelasting. |
- De mogelijkheid te opteren voor de normale regeling van | - De mogelijkheid te opteren voor de normale regeling van |
belastingheffing is evenwel voorzien onder bepaalde voorwaarden. | belastingheffing is evenwel voorzien onder bepaalde voorwaarden. |
- Het lichten van die optie heeft een terugkeer naar de normale regels | - Het lichten van die optie heeft een terugkeer naar de normale regels |
inzake aftrek tot gevolg. | inzake aftrek tot gevolg. |
In aanmerking genomen de risico's tot belastingontduiking of | In aanmerking genomen de risico's tot belastingontduiking of |
belastingontwijking dat het verschillend gebruik van goud zou kunnen | belastingontwijking dat het verschillend gebruik van goud zou kunnen |
doen ontstaan, worden overigens minimumverplichtingen inzake het | doen ontstaan, worden overigens minimumverplichtingen inzake het |
voeren van de boekhouding en het bewaren van stukken voorgeschreven | voeren van de boekhouding en het bewaren van stukken voorgeschreven |
aan de handelaars in goud. Een regeling van verlegging van de heffing | aan de handelaars in goud. Een regeling van verlegging van de heffing |
van de belasting in hoofde van de koper, kan, in voorkomend geval, | van de belasting in hoofde van de koper, kan, in voorkomend geval, |
bovendien door de lidstaten worden voorzien. Tenslotte hebben de | bovendien door de lidstaten worden voorzien. Tenslotte hebben de |
lidstaten de mogelijkheid om de vrijstelling niet toe te passen op | lidstaten de mogelijkheid om de vrijstelling niet toe te passen op |
bepaalde handelingen verricht op de gereglementeerde goudmarkt. | bepaalde handelingen verricht op de gereglementeerde goudmarkt. |
Bijzondere vrijstelling | Bijzondere vrijstelling |
Het voornaamste doel van de richtlijn bestaat in het expliciet | Het voornaamste doel van de richtlijn bestaat in het expliciet |
vrijstellen van de belasting van de levering, de intracommunautaire | vrijstellen van de belasting van de levering, de intracommunautaire |
verwerving en de invoer van beleggingsgoud, waaronder beleggingsgoud | verwerving en de invoer van beleggingsgoud, waaronder beleggingsgoud |
dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet- toegewezen | dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet- toegewezen |
goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het | goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het |
bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of | bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of |
vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen | vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen |
betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten | betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten |
die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met | die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met |
betrekking tot beleggingsgoud. De « swaps », de « futures » en de « | betrekking tot beleggingsgoud. De « swaps », de « futures » en de « |
forward rate agreements » maken de drie voornaamste bronnen uit van | forward rate agreements » maken de drie voornaamste bronnen uit van |
handelingen op termijn gekenmerkt door de verplichting om een zeker | handelingen op termijn gekenmerkt door de verplichting om een zeker |
vooraf vastgestelde hoeveelheid goud te verkopen of te kopen op een | vooraf vastgestelde hoeveelheid goud te verkopen of te kopen op een |
vaste datum maar tegen een variabele koers. | vaste datum maar tegen een variabele koers. |
De richtlijn verleent eveneens vrijstelling voor de diensten van | De richtlijn verleent eveneens vrijstelling voor de diensten van |
tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, | tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, |
§ 2, van het Belgisch Wetboek van de BTW, indien zij bemiddelen voor | § 2, van het Belgisch Wetboek van de BTW, indien zij bemiddelen voor |
hun opdrachtgever bij de levering van beleggingsgoud. | hun opdrachtgever bij de levering van beleggingsgoud. |
Optie voor de belastingheffing | Optie voor de belastingheffing |
Onverminderd andere communautaire bepalingen betreffende een latere | Onverminderd andere communautaire bepalingen betreffende een latere |
vrijstelling van de belasting, opent de richtlijn tot driemaal toe de | vrijstelling van de belasting, opent de richtlijn tot driemaal toe de |
mogelijkheid afzonderlijk te opteren voor de belastingheffing van | mogelijkheid afzonderlijk te opteren voor de belastingheffing van |
handelingen met betrekking tot beleggingsgoud. Twee van die opties | handelingen met betrekking tot beleggingsgoud. Twee van die opties |
moeten verplicht worden omgezet in intern recht. Het omzetten van de | moeten verplicht worden omgezet in intern recht. Het omzetten van de |
derde optie blijft facultatief. | derde optie blijft facultatief. |
- Belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud omzetten | - Belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud omzetten |
in beleggingsgoud, kunnen opteren voor de belastingheffing van hun | in beleggingsgoud, kunnen opteren voor de belastingheffing van hun |
leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige. Deze | leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige. Deze |
eerste optie dient verplicht te worden omgezet in intern recht. | eerste optie dient verplicht te worden omgezet in intern recht. |
- Belastingplichtigen die in het kader van hun economische activiteit, | - Belastingplichtigen die in het kader van hun economische activiteit, |
gewoonlijk goud leveren voor industriële doeleinden, kunnen eveneens | gewoonlijk goud leveren voor industriële doeleinden, kunnen eveneens |
opteren voor de belastingheffing van de leveringen van beleggingsgoud, | opteren voor de belastingheffing van de leveringen van beleggingsgoud, |
onder de vorm van staven of plaatjes, aan een andere | onder de vorm van staven of plaatjes, aan een andere |
belastingplichtige. Deze bepaling is facultatief. De lidstaten kunnen | belastingplichtige. Deze bepaling is facultatief. De lidstaten kunnen |
dit keuzerecht als dusdanig overnemen, het toepassingsgebied ervan | dit keuzerecht als dusdanig overnemen, het toepassingsgebied ervan |
beperken of afzien van de omzetting ervan. | beperken of afzien van de omzetting ervan. |
- Indien de leverancier geopteerd heeft voor de belastingheffing van | - Indien de leverancier geopteerd heeft voor de belastingheffing van |
zijn leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige, | zijn leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige, |
kunnen de tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van | kunnen de tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van |
artikel 13, § 2, van het Belgisch Wetboek van de BTW, en die | artikel 13, § 2, van het Belgisch Wetboek van de BTW, en die |
tussenkomen bij deze leveringen van beleggingsgoud voor hun | tussenkomen bij deze leveringen van beleggingsgoud voor hun |
opdrachtgever, op hun beurt opteren voor de belastingheffing van de | opdrachtgever, op hun beurt opteren voor de belastingheffing van de |
diensten die zij verrichten. Deze derde optie dient verplicht te | diensten die zij verrichten. Deze derde optie dient verplicht te |
worden omgezet in intern recht. | worden omgezet in intern recht. |
Dat de omzetting voor de ene optie verplicht is en voor de andere | Dat de omzetting voor de ene optie verplicht is en voor de andere |
facultatief, staat niet in de weg dat de eerste en de tweede optie een | facultatief, staat niet in de weg dat de eerste en de tweede optie een |
gemeenschappelijke houding aannemen en enkel slaan op de leveringen | gemeenschappelijke houding aannemen en enkel slaan op de leveringen |
van beleggingsgoud. | van beleggingsgoud. |
- Die twee opties betreffen in andere woorden noch de | - Die twee opties betreffen in andere woorden noch de |
intracommunautaire verwerving noch de invoer van beleggingsgoud. De | intracommunautaire verwerving noch de invoer van beleggingsgoud. De |
verwerving en de invoer blijven daarentegen in alle gevallen genieten | verwerving en de invoer blijven daarentegen in alle gevallen genieten |
van de bijzondere vrijstelling die de richtlijn hun toestaat. | van de bijzondere vrijstelling die de richtlijn hun toestaat. |
- Eenmaal gelicht hebben de twee opties bovendien niet tot gevolg de | - Eenmaal gelicht hebben de twee opties bovendien niet tot gevolg de |
vrijstelling van de intracommunautaire levering zoals geregeld in de | vrijstelling van de intracommunautaire levering zoals geregeld in de |
overgangsregeling van de BTW, opzij te schuiven. | overgangsregeling van de BTW, opzij te schuiven. |
- Evenzeer doen zij geen afbreuk aan de vrijstelling waarvan de | - Evenzeer doen zij geen afbreuk aan de vrijstelling waarvan de |
levering bestemd voor uitvoer geniet krachtens de principes zelf van | levering bestemd voor uitvoer geniet krachtens de principes zelf van |
het gemeenschappelijk stelsel van de belasting. | het gemeenschappelijk stelsel van de belasting. |
De lidstaten stellen in dat geval de toepassingsmodaliteiten vast van | De lidstaten stellen in dat geval de toepassingsmodaliteiten vast van |
de verplichte of facultatieve opties die in hun intern recht worden | de verplichte of facultatieve opties die in hun intern recht worden |
omgezet en stellen de Commissie ervan in kennis. | omgezet en stellen de Commissie ervan in kennis. |
Recht op aftrek | Recht op aftrek |
Voor zover de latere leveringen van dit goud krachtens de bijzondere | Voor zover de latere leveringen van dit goud krachtens de bijzondere |
regeling zijn vrijgesteld, kunnen de belastingplichtigen van de | regeling zijn vrijgesteld, kunnen de belastingplichtigen van de |
belasting waarvan zij schuldenaar zijn in aftrek brengen : | belasting waarvan zij schuldenaar zijn in aftrek brengen : |
- de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot | - de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot |
beleggingsgoud dat hun geleverd is door een persoon die het keuzerecht | beleggingsgoud dat hun geleverd is door een persoon die het keuzerecht |
voor de belastingheffing terzake heeft uitgeoefend; | voor de belastingheffing terzake heeft uitgeoefend; |
- de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot de | - de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot de |
door hen verrichte aankoop, intracommunautaire verwerving of invoer | door hen verrichte aankoop, intracommunautaire verwerving of invoer |
van ander goud dan beleggingsgoud in de mate dat dit goud vervolgens | van ander goud dan beleggingsgoud in de mate dat dit goud vervolgens |
door hen of namens hen wordt omgezet in beleggingsgoud; | door hen of namens hen wordt omgezet in beleggingsgoud; |
- de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot aan | - de belasting die verschuldigd of betaald is met betrekking tot aan |
hen verstrekte diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het | hen verstrekte diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het |
gewicht of de zuiverheid van het goud. | gewicht of de zuiverheid van het goud. |
Belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud in | Belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud in |
beleggingsgoud omzetten, hebben eveneens een recht op aftrek van de | beleggingsgoud omzetten, hebben eveneens een recht op aftrek van de |
belasting die verschuldigd of betaald is op hun aankopen, | belasting die verschuldigd of betaald is op hun aankopen, |
intracommunautaire verwervingen of invoeren van goederen of diensten | intracommunautaire verwervingen of invoeren van goederen of diensten |
die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden, | die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden, |
alsof de latere levering van dat goud belast was. | alsof de latere levering van dat goud belast was. |
Bijzondere bepalingen van toepassing op de handel in beleggingsgoud | Bijzondere bepalingen van toepassing op de handel in beleggingsgoud |
De richtlijn verplicht overigens de handelaars in beleggingsgoud een | De richtlijn verplicht overigens de handelaars in beleggingsgoud een |
boekhouding te voeren van alle belangrijke handelingen en de stukken | boekhouding te voeren van alle belangrijke handelingen en de stukken |
te bewaren aan de hand waarvan de identiteit kan worden vastgesteld | te bewaren aan de hand waarvan de identiteit kan worden vastgesteld |
van hun cliënten die genieten van deze belangrijke handelingen. De | van hun cliënten die genieten van deze belangrijke handelingen. De |
terzake bedoelde informatie dient gedurende ten minste vijf jaar te | terzake bedoelde informatie dient gedurende ten minste vijf jaar te |
worden bewaard. De lidstaten kunnen eveneens strengere verplichtingen | worden bewaard. De lidstaten kunnen eveneens strengere verplichtingen |
vaststellen of speciale boekhoudingsvereisten uitdenken, die onder | vaststellen of speciale boekhoudingsvereisten uitdenken, die onder |
andere aanleiding kunnen geven tot het houden van bijzondere | andere aanleiding kunnen geven tot het houden van bijzondere |
registers. | registers. |
Teneinde, in voorkomend geval, de belastingontduiking en de | Teneinde, in voorkomend geval, de belastingontduiking en de |
belastingontwijking te bestrijden, wordt in de richtlijn bovendien | belastingontwijking te bestrijden, wordt in de richtlijn bovendien |
voorzien in een verleggingsregeling waarvan de eigenschap erin bestaat | voorzien in een verleggingsregeling waarvan de eigenschap erin bestaat |
de koper aan te duiden als schuldenaar van de belasting indien hijzelf | de koper aan te duiden als schuldenaar van de belasting indien hijzelf |
een belastingplichtige is gehouden tot het indienen van periodieke | een belastingplichtige is gehouden tot het indienen van periodieke |
BTW-aangiften. Die verleggingsregeling kan in hoofdzaak slechts worden | BTW-aangiften. Die verleggingsregeling kan in hoofdzaak slechts worden |
ingeroepen voor : | ingeroepen voor : |
- de leveringen van goud of halffabrikaten met een zuiverheid van ten | - de leveringen van goud of halffabrikaten met een zuiverheid van ten |
minste 325 duizendsten; | minste 325 duizendsten; |
- de leveringen van beleggingsgoud verricht door een | - de leveringen van beleggingsgoud verricht door een |
belastingplichtige die, met naleving van de bijzondere regeling voor | belastingplichtige die, met naleving van de bijzondere regeling voor |
beleggingsgoud, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die | beleggingsgoud, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die |
handelingen. | handelingen. |
Tenslotte staat de richtlijn de toepassing toe van een afwijkende | Tenslotte staat de richtlijn de toepassing toe van een afwijkende |
regeling voor de handel in beleggingsgoud verricht op de | regeling voor de handel in beleggingsgoud verricht op de |
gereglementeerde goudmarkt. Die afwijkende regeling staat aan de | gereglementeerde goudmarkt. Die afwijkende regeling staat aan de |
belastingplichtigen die tussenkomen op die macht toe, de specifieke | belastingplichtigen die tussenkomen op die macht toe, de specifieke |
vrijstelling niet toe te passen op de leveringen van beleggingsgoud | vrijstelling niet toe te passen op de leveringen van beleggingsgoud |
die door hen worden verricht. Indien dit het geval is, is over die | die door hen worden verricht. Indien dit het geval is, is over die |
leveringen van beleggingsgoud in principe de belasting verschuldigd. | leveringen van beleggingsgoud in principe de belasting verschuldigd. |
Dit principe kan niettemin worden gematigd door een opschorting van de | Dit principe kan niettemin worden gematigd door een opschorting van de |
in te vorderen belasting alsook door een ontheffing van de | in te vorderen belasting alsook door een ontheffing van de |
boekhoudingsvereisten. Die afwijkende regeling beantwoordt niettemin | boekhoudingsvereisten. Die afwijkende regeling beantwoordt niettemin |
aan een in het bijzonder door het Verenigd Koninkrijk uitgedrukt | aan een in het bijzonder door het Verenigd Koninkrijk uitgedrukt |
verzoek uit bezorgdheid de Beurs van Londen te beschermen. Diezelfde | verzoek uit bezorgdheid de Beurs van Londen te beschermen. Diezelfde |
afwijkende regeling heeft dus geen onmiddellijk belang voor België. | afwijkende regeling heeft dus geen onmiddellijk belang voor België. |
Belgisch standpunt | Belgisch standpunt |
Naar het voorbeeld van door bepaalde lidstaten waaronder Frankrijk en | Naar het voorbeeld van door bepaalde lidstaten waaronder Frankrijk en |
Nederland, terzake aangenomen oplossing, lijkt het daarentegen voor | Nederland, terzake aangenomen oplossing, lijkt het daarentegen voor |
België aangewezen om : | België aangewezen om : |
- de kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram | - de kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram |
uit te sluiten van de definitie van beleggingsgoud; | uit te sluiten van de definitie van beleggingsgoud; |
- het geheel van de verplichte of facultatieve opties voor de | - het geheel van de verplichte of facultatieve opties voor de |
belastingheffing van de handelingen met betrekking tot de bewegingen | belastingheffing van de handelingen met betrekking tot de bewegingen |
van beleggingsgoud om te zetten; | van beleggingsgoud om te zetten; |
- de toepassingsmodaliteiten van die opties te bepalen in een | - de toepassingsmodaliteiten van die opties te bepalen in een |
administratieve aanschrijving waarvan de inhoud naar behoren zal | administratieve aanschrijving waarvan de inhoud naar behoren zal |
worden meegedeeld aan de Europese Commissie. | worden meegedeeld aan de Europese Commissie. |
Daar het om boekhoudverplichtingen en administratieve verplichtingen | Daar het om boekhoudverplichtingen en administratieve verplichtingen |
gaat, welke door de richtlijn aan de handelaars in beleggingsgoud | gaat, welke door de richtlijn aan de handelaars in beleggingsgoud |
worden opgelegd, wordt in het Belgisch Wetboek van de BTW en in de ter | worden opgelegd, wordt in het Belgisch Wetboek van de BTW en in de ter |
uitvoering ervan genomen besluiten, reeds bepaald dat de | uitvoering ervan genomen besluiten, reeds bepaald dat de |
belastingplichtigen met een, zij het gedeeltelijk, recht op aftrek van | belastingplichtigen met een, zij het gedeeltelijk, recht op aftrek van |
de voorbelasting gehouden zijn : | de voorbelasting gehouden zijn : |
- een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de | - een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de |
stopzetting van hun werkzaamheid (Wetboek van de BTW, artikel 53, | stopzetting van hun werkzaamheid (Wetboek van de BTW, artikel 53, |
eerste lid, 1°); | eerste lid, 1°); |
- een factuur of een als zodanig geldend stuk uit te reiken voor de | - een factuur of een als zodanig geldend stuk uit te reiken voor de |
door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen | door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen |
verstrekte diensten (Wetboek van de BTW, artikel 53, eerste lid, 2°); | verstrekte diensten (Wetboek van de BTW, artikel 53, eerste lid, 2°); |
- periodiek aangifte te doen van het bedrag van de te verrichten | - periodiek aangifte te doen van het bedrag van de te verrichten |
aftrek (Wetboek van de BTW, artikel 53, eerste lid, 3°); | aftrek (Wetboek van de BTW, artikel 53, eerste lid, 3°); |
- de boeken en stukken nodig om de juiste heffing van de belasting te | - de boeken en stukken nodig om de juiste heffing van de belasting te |
controleren, te houden, te bewaren en voor te leggen (Wetboek van de | controleren, te houden, te bewaren en voor te leggen (Wetboek van de |
BTW, artikel 54, eerste lid, artikel 60 en artikel 61). De | BTW, artikel 54, eerste lid, artikel 60 en artikel 61). De |
verplichting tot het bewaren is van toepassing gedurende tien jaar te | verplichting tot het bewaren is van toepassing gedurende tien jaar te |
rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op hun sluiting | rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op hun sluiting |
wat boeken betreft, of op hun datum wat andere stukken betreft | wat boeken betreft, of op hun datum wat andere stukken betreft |
(Wetboek van de BTW, artikel 60, § 1, eerste lid). | (Wetboek van de BTW, artikel 60, § 1, eerste lid). |
Ook al zijn de hiervoor in herinnering gebrachte verplichtingen | Ook al zijn de hiervoor in herinnering gebrachte verplichtingen |
vooruitgelopen op de bekommernissen van de richtlijn, vertonen zij | vooruitgelopen op de bekommernissen van de richtlijn, vertonen zij |
niettemin een gebrek. Uit bezorgdheid de verplichting tot het | niettemin een gebrek. Uit bezorgdheid de verplichting tot het |
uitreiken van een factuur uit te breiden tot de leveringen van | uitreiken van een factuur uit te breiden tot de leveringen van |
beleggingsgoud verworven door natuurlijke personen voor hun | beleggingsgoud verworven door natuurlijke personen voor hun |
privé-gebruik, zou het inderdaad aangewezen zijn een 13° toe te voegen | privé-gebruik, zou het inderdaad aangewezen zijn een 13° toe te voegen |
aan artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van | aan artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van |
29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van | 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van |
de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 31 | de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 31 |
december 1992, vierde uitgave) waarin wordt bepaald dat de ontheffing | december 1992, vierde uitgave) waarin wordt bepaald dat de ontheffing |
tot uitreiking van een factuur in casu niet van toepassing is wanneer | tot uitreiking van een factuur in casu niet van toepassing is wanneer |
de levering van beleggingsgoud een bedrag van 100 000 BEF overtreft. | de levering van beleggingsgoud een bedrag van 100 000 BEF overtreft. |
De verleggingsregeling voorzien in de richtlijn, reproduceert | De verleggingsregeling voorzien in de richtlijn, reproduceert |
overigens de regeling van de verlegging van de heffing waarvan artikel | overigens de regeling van de verlegging van de heffing waarvan artikel |
20 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 thans gebruik maakt in | 20 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 thans gebruik maakt in |
de onroerende sector. De doelstelling van de richtlijn zou bijgevolg | de onroerende sector. De doelstelling van de richtlijn zou bijgevolg |
op dat punt kunnen worden bereikt door het invoegen van een artikel | op dat punt kunnen worden bereikt door het invoegen van een artikel |
20bis in het koninklijk besluit nr. 1. | 20bis in het koninklijk besluit nr. 1. |
De bijzondere vrijstelling bepaald in de richtlijn heeft tenslotte tot | De bijzondere vrijstelling bepaald in de richtlijn heeft tenslotte tot |
gevolg dat het verlaagd tarief van 1 pct. dat artikel 1bis van het | gevolg dat het verlaagd tarief van 1 pct. dat artikel 1bis van het |
koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de | koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de |
tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling | tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling |
van de goederen en de diensten bij die tarieven (Belgisch Staatsblad | van de goederen en de diensten bij die tarieven (Belgisch Staatsblad |
van 31 juli 1970) voorziet voor goud dat normaal als beleggingsobject | van 31 juli 1970) voorziet voor goud dat normaal als beleggingsobject |
wordt gebruikt, achterhaald is. Het opheffen van dit artikel 1bis zou | wordt gebruikt, achterhaald is. Het opheffen van dit artikel 1bis zou |
op budgettair vlak geen aanzienlijk verschil tot gevolg hebben. De BTW | op budgettair vlak geen aanzienlijk verschil tot gevolg hebben. De BTW |
wordt thans geheven tegen het tarief van 1 pct. op de handelingen met | wordt thans geheven tegen het tarief van 1 pct. op de handelingen met |
betrekking tot goud dat als beleggingsobject wordt gebruikt, met | betrekking tot goud dat als beleggingsobject wordt gebruikt, met |
volledige uitoefening van het recht of aftrek van de voorbelasting. De | volledige uitoefening van het recht of aftrek van de voorbelasting. De |
leveringen van beleggingsgoud zullen voortaan worden vrijgesteld met | leveringen van beleggingsgoud zullen voortaan worden vrijgesteld met |
een bijzonder en beperkt recht op aftrek van de voorbelasting. | een bijzonder en beperkt recht op aftrek van de voorbelasting. |
Drie koninklijke besluiten blijken tenslotte noodzakelijk voor het | Drie koninklijke besluiten blijken tenslotte noodzakelijk voor het |
verwezenlijken van die maatregelen : | verwezenlijken van die maatregelen : |
- een koninklijk besluit genomen op grond van artikel 105 van het | - een koninklijk besluit genomen op grond van artikel 105 van het |
Wetboek van de BTW teneinde in de eerste plaats dit Wetboek aan te | Wetboek van de BTW teneinde in de eerste plaats dit Wetboek aan te |
passen aan de bepalingen van de richtlijn; | passen aan de bepalingen van de richtlijn; |
- een koninklijk besluit bestemd om volgens de normale procedure het | - een koninklijk besluit bestemd om volgens de normale procedure het |
reeds vermeld koninklijk besluit nr. 1 te vervolledigen; | reeds vermeld koninklijk besluit nr. 1 te vervolledigen; |
- een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 37 van het | - een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 37 van het |
Wetboek van de BTW teneinde een bepaling in het koninklijk besluit nr. | Wetboek van de BTW teneinde een bepaling in het koninklijk besluit nr. |
20 inzake tarieven in de vermelde zin weg te laten. | 20 inzake tarieven in de vermelde zin weg te laten. |
Eerste en derde koninklijke besluiten | Eerste en derde koninklijke besluiten |
De eerste en derde koninklijke besluiten maken elk het voorwerp uit | De eerste en derde koninklijke besluiten maken elk het voorwerp uit |
van een specifiek verslag. | van een specifiek verslag. |
Tweede koninklijk besluit | Tweede koninklijk besluit |
Het tweede koninklijk besluit wijzigt vanaf 1 januari 2000 het | Het tweede koninklijk besluit wijzigt vanaf 1 januari 2000 het |
koninklijk besluit nr. 1 inzake BTW, teneinde er in te voegen : | koninklijk besluit nr. 1 inzake BTW, teneinde er in te voegen : |
- artikel 1, § 2, tweede lid, 13°, nieuw, bedoeld om de verplichting | - artikel 1, § 2, tweede lid, 13°, nieuw, bedoeld om de verplichting |
tot het uitreiken van een factuur uit te breiden tot natuurlijke | tot het uitreiken van een factuur uit te breiden tot natuurlijke |
personen die voor hun privé-gebruik beleggingsgoud verwerven waarvan | personen die voor hun privé-gebruik beleggingsgoud verwerven waarvan |
de levering een bedrag van 100 000 BEF overtreft; | de levering een bedrag van 100 000 BEF overtreft; |
- artikel 20bis dat, naar het model van de regeling van de verlegging | - artikel 20bis dat, naar het model van de regeling van de verlegging |
van de heffing van kracht in de onroerende sector, een | van de heffing van kracht in de onroerende sector, een |
verleggingsregeling zoals bepaald in de richtlijn, regelt. | verleggingsregeling zoals bepaald in de richtlijn, regelt. |
Respectievelijk genomen in uitvoering van artikel 105, eerste lid en | Respectievelijk genomen in uitvoering van artikel 105, eerste lid en |
artikel 37, § 1, van het Wetboek van de BTW, hebben enkel het eerste | artikel 37, § 1, van het Wetboek van de BTW, hebben enkel het eerste |
en het derde van die koninklijke besluiten het overleg in de | en het derde van die koninklijke besluiten het overleg in de |
Ministerraad van 16 december 1999, vereist. | Ministerraad van 16 december 1999, vereist. |
Het advies van de Raad van State van 23 december 1999, werd voor de | Het advies van de Raad van State van 23 december 1999, werd voor de |
drie ontwerpen gegeven binnen de termijn bepaald door artikel 84, | drie ontwerpen gegeven binnen de termijn bepaald door artikel 84, |
eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op dit Hoog | eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op dit Hoog |
Rechtscollege. Er werd met dit advies rekening gehouden. | Rechtscollege. Er werd met dit advies rekening gehouden. |
Ik heb de eer te zijn, | Ik heb de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
van Uwe Majesteit, | van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige, | de zeer eerbiedige, |
en zeer getrouwe dienaar, | en zeer getrouwe dienaar, |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE | ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE |
De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 17 december | De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 17 december |
1999 door de Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn | 1999 door de Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn |
van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van | van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van |
koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van | koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van |
29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van | 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van |
de belasting over de toegevoegde waarde", heeft op 23 december 1999 | de belasting over de toegevoegde waarde", heeft op 23 december 1999 |
het volgende advies gegeven : | het volgende advies gegeven : |
Overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde | Overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996, | wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996, |
moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden | moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden |
aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. | aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. |
De motivering van het verzoek om spoedbehandeling is in de brief en in | De motivering van het verzoek om spoedbehandeling is in de brief en in |
de aanhef in nagenoeg dezelfde bewoordingen gesteld. | de aanhef in nagenoeg dezelfde bewoordingen gesteld. |
In het onderhavige geval luidt de motivering in de aanhef als volgt : | In het onderhavige geval luidt de motivering in de aanhef als volgt : |
« Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit | « Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit |
: | : |
- dat de richtlijn 98/80/EG in werking is getreden op 17 oktober 1998; | - dat de richtlijn 98/80/EG in werking is getreden op 17 oktober 1998; |
- dat artikel 3, 1, eerste lid, van die richtlijn de lidstaten ertoe | - dat artikel 3, 1, eerste lid, van die richtlijn de lidstaten ertoe |
verplicht ten laatste op 1 januari 2000 aan deze richtlijn te voldoen; | verplicht ten laatste op 1 januari 2000 aan deze richtlijn te voldoen; |
- dat het met andere woorden absoluut noodzakelijk is dat de Belgische | - dat het met andere woorden absoluut noodzakelijk is dat de Belgische |
reglementering naar behoren op die datum wordt aangepast; | reglementering naar behoren op die datum wordt aangepast; |
- dat de bepalingen van onderhavig besluit, dat juist dit als voorwerp | - dat de bepalingen van onderhavig besluit, dat juist dit als voorwerp |
heeft, bijgevolg vereisen om op 1 januari 2000 van kracht te gaan; | heeft, bijgevolg vereisen om op 1 januari 2000 van kracht te gaan; |
- dat dit besluit dus dringend moet genomen worden; ». | - dat dit besluit dus dringend moet genomen worden; ». |
Overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op | Overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op |
de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich bepaald tot het | de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich bepaald tot het |
maken van de volgende opmerkingen. | maken van de volgende opmerkingen. |
1. Het zevende en achtste lid van de aanhef moeten worden aangevuld | 1. Het zevende en achtste lid van de aanhef moeten worden aangevuld |
met de datum van het advies van de inspecteur van Financiën en van de | met de datum van het advies van de inspecteur van Financiën en van de |
akkoordbevinding van de minister van Begroting, te weten | akkoordbevinding van de minister van Begroting, te weten |
respectievelijk 14 en 16 december 1999. | respectievelijk 14 en 16 december 1999. |
2. In het ontworpen artikel 1, § 2, tweede lid, 13°, behoort bij de | 2. In het ontworpen artikel 1, § 2, tweede lid, 13°, behoort bij de |
woorden "toegewezen of niet-toegewezen goud" en "termijncontracten" | woorden "toegewezen of niet-toegewezen goud" en "termijncontracten" |
dezelfde opmerking te worden gemaakt als die welke is gemaakt in | dezelfde opmerking te worden gemaakt als die welke is gemaakt in |
advies nr. L. 29.741/2, dat heden is uitgebracht over een ontwerp van | advies nr. L. 29.741/2, dat heden is uitgebracht over een ontwerp van |
koninklijk besluit tot wijziging van het Wetboek van de belasting over | koninklijk besluit tot wijziging van het Wetboek van de belasting over |
de toegevoegde waarde. | de toegevoegde waarde. |
De kamer was samengesteld uit : | De kamer was samengesteld uit : |
De heren : | De heren : |
J.-J. Stryckmans, eerste voorzitter; | J.-J. Stryckmans, eerste voorzitter; |
Y. Kreins, P. Quertainmont, staatsraden; | Y. Kreins, P. Quertainmont, staatsraden; |
Mevr. J. Gielissen, toegevoegd griffier. | Mevr. J. Gielissen, toegevoegd griffier. |
De heer G. Piquet, ere-eerste auditeur bij de Raad van State, is bij | De heer G. Piquet, ere-eerste auditeur bij de Raad van State, is bij |
toepassing van artikel 82 van de gecoördineerde wetten op de Raad van | toepassing van artikel 82 van de gecoördineerde wetten op de Raad van |
State van 12 januari 1973 ter raadpleging opgeroepen. | State van 12 januari 1973 ter raadpleging opgeroepen. |
Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur | Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur |
afdelingshoofd. De nota van het coördinatiebureau werd opgesteld en | afdelingshoofd. De nota van het coördinatiebureau werd opgesteld en |
toegelicht door de heer P. Brouwers, referendaris. | toegelicht door de heer P. Brouwers, referendaris. |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd |
nagezien onder toezicht van de heer J.-J. Stryckmans. | nagezien onder toezicht van de heer J.-J. Stryckmans. |
De griffier, | De griffier, |
J. Gielissen. | J. Gielissen. |
De eerste voorzitter, | De eerste voorzitter, |
J.-J. Stryckmans. | J.-J. Stryckmans. |
30 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 30 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de | koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de |
regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde | regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde |
waarde (1) | waarde (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese | Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese |
Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, | Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, |
inzonderheid op artikel 93; | inzonderheid op artikel 93; |
Gelet op de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 | Gelet op de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 |
betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake | betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake |
omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de | omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de |
toegevoegde waarde : uniforme grondslag, inzonderheid op artikel 22, | toegevoegde waarde : uniforme grondslag, inzonderheid op artikel 22, |
vervangen bij de richtlijn 91/680/EEG van 16 december 1991 en | vervangen bij de richtlijn 91/680/EEG van 16 december 1991 en |
gewijzigd bij de richtlijn 92/111/EEG van 14 december 1992 en bij de | gewijzigd bij de richtlijn 92/111/EEG van 14 december 1992 en bij de |
richtlijn 95/7/EG van 10 april 1995, op artikel 23, op artikel 28, lid | richtlijn 95/7/EG van 10 april 1995, op artikel 23, op artikel 28, lid |
3, b, en op artikel 28nonies, ingevoegd bij de richtlijn 91/680/EEG | 3, b, en op artikel 28nonies, ingevoegd bij de richtlijn 91/680/EEG |
van 16 december 1991 en gewijzigd bij de richtlijn 92/111/EEG van 14 | van 16 december 1991 en gewijzigd bij de richtlijn 92/111/EEG van 14 |
december 1992 en bij de richtlijn 95/7/EG van 10 avril 1995; | december 1992 en bij de richtlijn 95/7/EG van 10 avril 1995; |
Gelet op de Achttiende richtlijn 89/465/EEG van de Raad van 18 juli | Gelet op de Achttiende richtlijn 89/465/EEG van de Raad van 18 juli |
1989 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten | 1989 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten |
inzake omzetbelasting - intrekking van een aantal afwijkingen bedoeld | inzake omzetbelasting - intrekking van een aantal afwijkingen bedoeld |
in artikel 28, lid 3, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG, inzonderheid | in artikel 28, lid 3, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG, inzonderheid |
op artikel 3; | op artikel 3; |
Gelet op de richtlijn 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998 tot | Gelet op de richtlijn 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998 tot |
aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de | aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de |
toegevoegde waarde en tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG - | toegevoegde waarde en tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG - |
bijzondere regeling voor beleggingsgoud; | bijzondere regeling voor beleggingsgoud; |
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, | Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, |
inzonderheid op artikel 51, vervangen bij de wet van 28 december 1992 | inzonderheid op artikel 51, vervangen bij de wet van 28 december 1992 |
en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992 en bij | en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992 en bij |
het koninklijk besluit van 22 december 1995, op artikel 53, vervangen | het koninklijk besluit van 22 december 1995, op artikel 53, vervangen |
bij de wet van 28 december 1992, op artikel 53octies, ingevoegd bij de | bij de wet van 28 december 1992, op artikel 53octies, ingevoegd bij de |
wet van 28 december 1992 en op artikel 54, vervangen bij de wet van 28 | wet van 28 december 1992 en op artikel 54, vervangen bij de wet van 28 |
december 1992; | december 1992; |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met | Gelet op het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met |
betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de | betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de |
toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 1, § 2, tweede lid, | toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 1, § 2, tweede lid, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 februari 1996; | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 februari 1996; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 14 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 14 |
december 1999; | december 1999; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 16 | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 16 |
december 1999; | december 1999; |
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit : | Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit : |
- dat de richtlijn 98/80/EG in werking is getreden op 17 oktober 1998; | - dat de richtlijn 98/80/EG in werking is getreden op 17 oktober 1998; |
- dat artikel 3, 1, eerste lid, van die richtlijn de lidstaten ertoe | - dat artikel 3, 1, eerste lid, van die richtlijn de lidstaten ertoe |
verplicht ten laatste op 1 januari 2000 aan deze richtlijn te voldoen; | verplicht ten laatste op 1 januari 2000 aan deze richtlijn te voldoen; |
- dat het met andere woorden absoluut noodzakelijk is dat de Belgische | - dat het met andere woorden absoluut noodzakelijk is dat de Belgische |
reglementering naar behoren op die datum wordt aangepast; | reglementering naar behoren op die datum wordt aangepast; |
- dat de bepalingen van onderhavig besluit, dat juist dit als voorwerp | - dat de bepalingen van onderhavig besluit, dat juist dit als voorwerp |
heeft, bijgevolg vereisen om op 1 januari 2000 van kracht te gaan; | heeft, bijgevolg vereisen om op 1 januari 2000 van kracht te gaan; |
- dat dit besluit dus dringend moet genomen worden; | - dat dit besluit dus dringend moet genomen worden; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 23 december | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 23 december |
1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de | 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, | Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit |
Artikel 1.In artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit |
nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de | nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de |
voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij | voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 25 februari 1996, worden de volgende | het koninklijk besluit van 25 februari 1996, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° op het einde van 12°, wordt het punt vervangen door een puntkomma; | 1° op het einde van 12°, wordt het punt vervangen door een puntkomma; |
2° de bepaling wordt aangevuld met een 13°, luidend : | 2° de bepaling wordt aangevuld met een 13°, luidend : |
« 13° leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in artikel 1, § 8, | « 13° leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in artikel 1, § 8, |
van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan 100 000 BEF bedraagt, | van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan 100 000 BEF bedraagt, |
waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor | waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor |
toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op | toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op |
goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, | goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, |
die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, | die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, |
evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in | evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in |
future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een | future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een |
eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud. ». | eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud. ». |
Art. 2.In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 20bis |
Art. 2.In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 20bis |
ingevoegd, luidend : | ingevoegd, luidend : |
« Artikel 20bis.§ 1. In afwijking van artikel 51, § 1, 1°, van het |
« Artikel 20bis.§ 1. In afwijking van artikel 51, § 1, 1°, van het |
Wetboek moet de medecontractant van de belastingplichtige die een in § | Wetboek moet de medecontractant van de belastingplichtige die een in § |
2 hierna beoogde levering verricht, de verschuldigde belasting over | 2 hierna beoogde levering verricht, de verschuldigde belasting over |
die levering voldoen, indien hij zelf een belastingplichtige is | die levering voldoen, indien hij zelf een belastingplichtige is |
gehouden tot het indienen van een in artikel 53, eerste lid, 3°, van | gehouden tot het indienen van een in artikel 53, eerste lid, 3°, van |
het Wetboek bedoelde aangifte. Hij moet deze belasting voldoen op de | het Wetboek bedoelde aangifte. Hij moet deze belasting voldoen op de |
in § 4 hierna voorgeschreven wijze. | in § 4 hierna voorgeschreven wijze. |
§ 2. Worden beoogd in dit artikel : | § 2. Worden beoogd in dit artikel : |
1° de leveringen van goud of halffabrikaten met een zuiverheid van ten | 1° de leveringen van goud of halffabrikaten met een zuiverheid van ten |
minste 325 duizendsten; | minste 325 duizendsten; |
2° de leveringen van beleggingsgoud bedoeld in artikel 1, § 2, tweede | 2° de leveringen van beleggingsgoud bedoeld in artikel 1, § 2, tweede |
lid, 13°, van dit besluit, verricht door een belastingplichtige die | lid, 13°, van dit besluit, verricht door een belastingplichtige die |
overeenkomstig artikel 44bis, § 1, tweede of derde lid, van het | overeenkomstig artikel 44bis, § 1, tweede of derde lid, van het |
Wetboek, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die leveringen. | Wetboek, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die leveringen. |
§ 3. De belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in § 2 | § 3. De belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in § 2 |
hiervoor, vermeldt op de facturen die hij voor die handelingen | hiervoor, vermeldt op de facturen die hij voor die handelingen |
uitreikt, noch het tarief, noch het bedrag van de verschuldigde | uitreikt, noch het tarief, noch het bedrag van de verschuldigde |
belasting, maar brengt er de vermelding op aan « Belasting te voldoen | belasting, maar brengt er de vermelding op aan « Belasting te voldoen |
door de medecontractant, koninklijk besluit nr. 1, art. 20bis ». | door de medecontractant, koninklijk besluit nr. 1, art. 20bis ». |
§ 4. De in § 1 hiervoor bedoelde medecontractant moet de ter zake van | § 4. De in § 1 hiervoor bedoelde medecontractant moet de ter zake van |
zijn in § 2 opgesomde handelingen verschuldigde belasting, opnemen in | zijn in § 2 opgesomde handelingen verschuldigde belasting, opnemen in |
de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting wordt | de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting wordt |
verschuldigd. ». | verschuldigd. ». |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000. |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000. |
Art. 4.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van |
Art. 4.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Ciergnon, 30 december 1999. | Gegeven te Ciergnon, 30 december 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1969, Belgisch Staatsblad van 17 juli 1969; | Wet van 3 juli 1969, Belgisch Staatsblad van 17 juli 1969; |
Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, | Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, |
1ste editie; | 1ste editie; |
Koninklijk besluit van 29 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 | Koninklijk besluit van 29 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 |
december 1992, 4de editie; | december 1992, 4de editie; |
Koninklijk besluit van 22 december 1995, Belgisch Staatsblad van 30 | Koninklijk besluit van 22 december 1995, Belgisch Staatsblad van 30 |
december 1995; | december 1995; |
Koninklijk besluit van 25 februari 1996, Belgisch Staatsblad van 5 | Koninklijk besluit van 25 februari 1996, Belgisch Staatsblad van 5 |
maart 1996; | maart 1996; |
Gecoördineerde wetten op de Raad van State, koninklijk besluit van 12 | Gecoördineerde wetten op de Raad van State, koninklijk besluit van 12 |
januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973; | januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973; |
Wet van 4 juli 1989, Belgisch Staatsblad van 25 juli 1989; | Wet van 4 juli 1989, Belgisch Staatsblad van 25 juli 1989; |
Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1996. | Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1996. |