Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 30/04/2001
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen van de werkgevers "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen van de werkgevers Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen van de werkgevers
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
30 APRIL 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 30 APRIL 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 gesloten verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 gesloten
in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de
toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en
vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen
van de werkgevers (1) van de werkgevers (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 1990, Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 1990,
gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, houdende gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, houdende
coördinatie van de statuten van het "Sociaal Fonds voor de coördinatie van de statuten van het "Sociaal Fonds voor de
baksteenindustrie", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk baksteenindustrie", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk
besluit van 21 mei 1991, inzonderheid op de artikelen 6 en 12; besluit van 21 mei 1991, inzonderheid op de artikelen 6 en 12;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de steenbakkerij; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de steenbakkerij;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999, gesloten
in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende de
toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en
vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen
van de werkgevers. van de werkgevers.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

van dit besluit. van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 30 april 2001. Gegeven te Brussel, 30 april 2001.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Koninklijk besluit van 21 mei 1991, Belgisch Staatsblad van 4 oktober Koninklijk besluit van 21 mei 1991, Belgisch Staatsblad van 4 oktober
1991. 1991.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de steenbakkerij Paritair Comité voor de steenbakkerij
Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999 Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999
Toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en Toekenning en wijze van uitkering van aanvullende sociale voordelen en
vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen vaststelling van het bedrag en de wijze van inning van de bijdragen
van de werkgevers van de werkgevers
(Overeenkomst geregistreerd op 8 oktober 1999 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 8 oktober 1999 onder het nummer
52490/CO/114) 52490/CO/114)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de werklieden en werksters, hierna werklieden de werkgevers en op de werklieden en werksters, hierna werklieden
genoemd, van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair genoemd, van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair
Comité voor de steenbakkerij. Comité voor de steenbakkerij.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de N.V. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de N.V.
Scheerders-Van Kerchove's, Verenigde Fabrieken te Sint-Niklaas, en de Scheerders-Van Kerchove's, Verenigde Fabrieken te Sint-Niklaas, en de
werklieden die er zijn tewerkgesteld. werklieden die er zijn tewerkgesteld.
HOOFDSTUK II. - Aanvullende sociale voordelen HOOFDSTUK II. - Aanvullende sociale voordelen

Art. 2.In uitvoering van de statuten van het "Sociaal Fonds voor de

Art. 2.In uitvoering van de statuten van het "Sociaal Fonds voor de

baksteenindustrie", worden volgende sociale voordelen, door baksteenindustrie", worden volgende sociale voordelen, door
bemiddeling van het Sociaal Fonds toegekend. bemiddeling van het Sociaal Fonds toegekend.
Afdeling 1. - Sociale premie. Afdeling 1. - Sociale premie.
a) Toekenningsmodaliteiten. a) Toekenningsmodaliteiten.

Art. 3.Aan de werklieden, tewerkgesteld door een werkgever bedoeld in

Art. 3.Aan de werklieden, tewerkgesteld door een werkgever bedoeld in

artikel 1, wordt ten laste van voornoemd Sociaal Fonds en onder de artikel 1, wordt ten laste van voornoemd Sociaal Fonds en onder de
hieronder bepaalde voorwaarden een sociale premie toegekend. hieronder bepaalde voorwaarden een sociale premie toegekend.

Art. 4.1. De sociale premie bedraagt voor alle werklieden met

Art. 4.1. De sociale premie bedraagt voor alle werklieden met

uitzondering van de bruggepensioneerden maximum 4 300 BEF in 1999 en 4 uitzondering van de bruggepensioneerden maximum 4 300 BEF in 1999 en 4
700 BEF in 2000. Zij wordt berekend door het aantal maanden en 700 BEF in 2000. Zij wordt berekend door het aantal maanden en
begonnen maanden inschrijving in het personeelsregister tijdens het in begonnen maanden inschrijving in het personeelsregister tijdens het in
artikel 5, § 1, b) bepaalde dienstjaar, te vermenigvuldigen met 358,33 artikel 5, § 1, b) bepaalde dienstjaar, te vermenigvuldigen met 358,33
BEF in 1999 en met 391,67 BEF in 2000 voor de berekening van de premie BEF in 1999 en met 391,67 BEF in 2000 voor de berekening van de premie
van de jaren 1999 en 2000. van de jaren 1999 en 2000.
In toepassing van dit artikel 4.1 wordt de sociale premie als volgt In toepassing van dit artikel 4.1 wordt de sociale premie als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
2. De sociale premie bedraagt voor de bruggepensioneerden 3 500 BEF in 2. De sociale premie bedraagt voor de bruggepensioneerden 3 500 BEF in
1999 en 2000. Zij wordt berekend door het aantal maanden recht tijdens 1999 en 2000. Zij wordt berekend door het aantal maanden recht tijdens
het in artikel 5 bepaalde dienstjaar te vermenigvuldigen met 291,66 het in artikel 5 bepaalde dienstjaar te vermenigvuldigen met 291,66
BEF voor de berekening van de premie van de jaren 1999 en 2000. BEF voor de berekening van de premie van de jaren 1999 en 2000.
In toepassing van dit artikel 4.2 wordt de sociale premie als volgt In toepassing van dit artikel 4.2 wordt de sociale premie als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 5.§ 1. De werklieden, zonder onderscheid van leeftijd, hebben

Art. 5.§ 1. De werklieden, zonder onderscheid van leeftijd, hebben

recht op de sociale premie indien zij beantwoorden aan de volgende recht op de sociale premie indien zij beantwoorden aan de volgende
voorwaarden : voorwaarden :
a) lid zijn van één van de representatieve interprofessionele a) lid zijn van één van de representatieve interprofessionele
werknemersorganisaties welke op nationaal vlak verbonden zijn; werknemersorganisaties welke op nationaal vlak verbonden zijn;
b) tijdens het dienstjaar, dat ingaat op 1 juli van het vorig jaar en b) tijdens het dienstjaar, dat ingaat op 1 juli van het vorig jaar en
eindigt op 30 juni van het lopend jaar, ingeschreven zijn geweest in eindigt op 30 juni van het lopend jaar, ingeschreven zijn geweest in
het personeelsregister van een in artikel 1 bedoelde onderneming; het personeelsregister van een in artikel 1 bedoelde onderneming;
c) niet ontslagen zijn wegens dringende redenen. c) niet ontslagen zijn wegens dringende redenen.
Voldoen eveneens aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, b), de Voldoen eveneens aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, b), de
werklieden : werklieden :
1° waarvan de arbeidsovereenkomst is geschorst wegens 1° waarvan de arbeidsovereenkomst is geschorst wegens
arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of arbeidsongeval en arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of arbeidsongeval en
die tijdens voormeld dienstjaar werkelijke of daarmede gelijkgestelde die tijdens voormeld dienstjaar werkelijke of daarmede gelijkgestelde
arbeidsprestaties hebben geleverd; arbeidsprestaties hebben geleverd;
2° De bruggepensioneerden. Zij ontvangen voor de laatste maal de 2° De bruggepensioneerden. Zij ontvangen voor de laatste maal de
sociale premie zoals voorzien in artikel 4.1 voor het dienstjaar sociale premie zoals voorzien in artikel 4.1 voor het dienstjaar
tijdens hetwelk zij op brugpensioen worden gesteld. Zij ontvangen voor tijdens hetwelk zij op brugpensioen worden gesteld. Zij ontvangen voor
de laatste maal de sociale premie zoals voorzien in artikel 4.2 in het de laatste maal de sociale premie zoals voorzien in artikel 4.2 in het
dienstjaar tijdens hetwelk zij op pensioen worden gesteld. Zoals dienstjaar tijdens hetwelk zij op pensioen worden gesteld. Zoals
voorzien in 3° worden de werklieden die op pensioen worden gesteld voorzien in 3° worden de werklieden die op pensioen worden gesteld
tijdens de periode die ingaat op 1 januari en eindigt op 30 juni, tijdens de periode die ingaat op 1 januari en eindigt op 30 juni,
eveneens beschouwd als zijnde ingeschreven in het personeelsregister eveneens beschouwd als zijnde ingeschreven in het personeelsregister
tot 30 juni; tot 30 juni;
3° die op pensioen zijn gesteld, overeenkomstig de wettelijke of bij 3° die op pensioen zijn gesteld, overeenkomstig de wettelijke of bij
overeenkomst vastgestelde bepalingen betreffende de rust- en overeenkomst vastgestelde bepalingen betreffende de rust- en
overlevings-pensioenen, tijdens de periode die ingaat op 1 januari en overlevings-pensioenen, tijdens de periode die ingaat op 1 januari en
eindigt op 30 juni, aangezien zij worden beschouwd als zijnde eindigt op 30 juni, aangezien zij worden beschouwd als zijnde
ingeschreven in het personeelsregister tot 30 juni. Zij ontvangen de ingeschreven in het personeelsregister tot 30 juni. Zij ontvangen de
sociale premie zoals voorzien in het artikel 4.2. sociale premie zoals voorzien in het artikel 4.2.
§ 2. De werklieden waarvan de arbeidsovereenkomst werd geschorst § 2. De werklieden waarvan de arbeidsovereenkomst werd geschorst
wegens arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of wegens arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of
arbeidsongeval en tijdens voornoemd dienstjaar geen werkelijke of arbeidsongeval en tijdens voornoemd dienstjaar geen werkelijke of
daarmede gelijkgestelde arbeidsprestaties hebben geleverd, hebben daarmede gelijkgestelde arbeidsprestaties hebben geleverd, hebben
recht op de sociale premie. Deze is vastgesteld in verhouding tot de recht op de sociale premie. Deze is vastgesteld in verhouding tot de
anciënniteit welke zij hebben bereikt bij dezelfde werkgever bedoeld anciënniteit welke zij hebben bereikt bij dezelfde werkgever bedoeld
in artikel 1 op de laatste dag van hun tewerkstelling en is bepaald in artikel 1 op de laatste dag van hun tewerkstelling en is bepaald
als volgt : als volgt :
Anciënniteit : de sociale premie wordt nog voor de volgende termijn Anciënniteit : de sociale premie wordt nog voor de volgende termijn
toegekend na de uitkering voorzien in §1, 1° : toegekend na de uitkering voorzien in §1, 1° :
van 10 tot minder dan 15 jaar : 2 dienstjaren; van 10 tot minder dan 15 jaar : 2 dienstjaren;
van 15 tot minder dan 20 jaar : 3 dienstjaren; van 15 tot minder dan 20 jaar : 3 dienstjaren;
van 20 tot minder dan 25 jaar : 4 dienstjaren; van 20 tot minder dan 25 jaar : 4 dienstjaren;
van 25 jaar en meer : 5 dienstjaren. van 25 jaar en meer : 5 dienstjaren.
De voorwaarden voorzien in § 1, a) en b), zijn van toepassing op de De voorwaarden voorzien in § 1, a) en b), zijn van toepassing op de
gevallen voorzien in onderhavige paragraaf. gevallen voorzien in onderhavige paragraaf.

Art. 6.De begonnen maand waarvan sprake in artikel 4, wordt als volgt

Art. 6.De begonnen maand waarvan sprake in artikel 4, wordt als volgt

bepaald : de werklieden die voor de 16e van de maand in dienst zijn bepaald : de werklieden die voor de 16e van de maand in dienst zijn
getreden en de werklieden die na de 15e van de maand uit dienst zijn getreden en de werklieden die na de 15e van de maand uit dienst zijn
getreden, worden beschouwd als hebbende een maand inschrijving in het getreden, worden beschouwd als hebbende een maand inschrijving in het
personeelsregister. personeelsregister.

Art. 7.Voor de toepassing van artikel 5, § 1, 1°, worden met

Art. 7.Voor de toepassing van artikel 5, § 1, 1°, worden met

arbeidsprestaties gelijkgesteld : arbeidsprestaties gelijkgesteld :
1° de dagen waarop werkelijk arbeid wordt verricht wanneer de duur van 1° de dagen waarop werkelijk arbeid wordt verricht wanneer de duur van
de dagelijkse prestaties acht uren overschrijdt en het aantal dezer de dagelijkse prestaties acht uren overschrijdt en het aantal dezer
dagen wekelijks minder dan 5 beloopt, wordt het aantal effectief dagen wekelijks minder dan 5 beloopt, wordt het aantal effectief
gewerkte dagen verkregen door het aantal uren werkelijke arbeid gewerkte dagen verkregen door het aantal uren werkelijke arbeid
tijdens het kwartaal door 8 te delen, indien dit quotiënt een breuk tijdens het kwartaal door 8 te delen, indien dit quotiënt een breuk
bevat, dan wordt het tot de hogere eenheid afgerond; bevat, dan wordt het tot de hogere eenheid afgerond;
2° de dagen waarop geen arbeid wordt verricht, maar waarvoor de 2° de dagen waarop geen arbeid wordt verricht, maar waarvoor de
werkgever aan de werknemer een loon moet betalen, dat aanleiding geeft werkgever aan de werknemer een loon moet betalen, dat aanleiding geeft
tot berekening van bijdragen. Het zijn inzonderheid de wettelijke tot berekening van bijdragen. Het zijn inzonderheid de wettelijke
feestdagen, de dagen klein verlet, de dagen verlof om dwingende feestdagen, de dagen klein verlet, de dagen verlof om dwingende
redenen, de dagen tijdens welke de arbeid is geschorst met behoud van redenen, de dagen tijdens welke de arbeid is geschorst met behoud van
het recht op het volledig of gedeeltelijk loon, enz.; het recht op het volledig of gedeeltelijk loon, enz.;
3° de inhaalrustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de 3° de inhaalrustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de
arbeidsduur en bestemd om de wekelijkse arbeidsduur op een gemiddelde arbeidsduur en bestemd om de wekelijkse arbeidsduur op een gemiddelde
van 40 uren of minder te brengen; van 40 uren of minder te brengen;
4° de wettelijke en bijkomende vakantiedagen tot beloop van de dagen 4° de wettelijke en bijkomende vakantiedagen tot beloop van de dagen
van gewone activiteit; van gewone activiteit;
5° de dag waarop geen arbeid wordt verricht of die niet betaald is 5° de dag waarop geen arbeid wordt verricht of die niet betaald is
tijdens elk van de weken die vijf arbeidsdagen bevatten, behorende tot tijdens elk van de weken die vijf arbeidsdagen bevatten, behorende tot
bovenvermelde categorieën 1° tot 4° wanneer de wekelijkse arbeid van bovenvermelde categorieën 1° tot 4° wanneer de wekelijkse arbeid van
de werknemer nu eens over 5 dagen, dan weer over meer dan vijf dagen de werknemer nu eens over 5 dagen, dan weer over meer dan vijf dagen
in de loop van het kwartaal is verdeeld; in de loop van het kwartaal is verdeeld;
Elk daggedeelte, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties of het Elk daggedeelte, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties of het
bedrag van het loon dat hierop betrekking heeft, moet als een bedrag van het loon dat hierop betrekking heeft, moet als een
volledige dag worden aangezien. volledige dag worden aangezien.
b) Uitkeringsmodaliteiten. b) Uitkeringsmodaliteiten.

Art. 8.1° Het Fonds zendt aan alle werkgevers bedoeld in artikel 1

Art. 8.1° Het Fonds zendt aan alle werkgevers bedoeld in artikel 1

een "eerste lijst", in tweevoud, waarop reeds de namen, adressen, een "eerste lijst", in tweevoud, waarop reeds de namen, adressen,
bankrekeningnummer en geboortedatum voorkomen van de werklieden die bankrekeningnummer en geboortedatum voorkomen van de werklieden die
voorkwamen op de lijsten van het vorig jaar. voorkwamen op de lijsten van het vorig jaar.
De werkgever zal op deze lijst : De werkgever zal op deze lijst :
1. de nodige wijzigingen aanbrengen aan de vermelde namen en adressen; 1. de nodige wijzigingen aanbrengen aan de vermelde namen en adressen;
2. de werklieden schrappen die geen recht meer hebben op sociale 2. de werklieden schrappen die geen recht meer hebben op sociale
premie; premie;
3. de namen en adressen bijvoegen van de werklieden die in dienst zijn 3. de namen en adressen bijvoegen van de werklieden die in dienst zijn
gekomen tijdens het dienstjaar en die bijgevolg tijdens de gehele gekomen tijdens het dienstjaar en die bijgevolg tijdens de gehele
periode of een gedeelte ervan ingeschreven waren in het periode of een gedeelte ervan ingeschreven waren in het
personeelsregister; personeelsregister;
4. voor alle werklieden nagaan of de geboortedatum juist is en deze 4. voor alle werklieden nagaan of de geboortedatum juist is en deze
aanvullen waar nodig; aanvullen waar nodig;
5. voor alle werklieden het aantal, in de loop van het dienstjaar, 5. voor alle werklieden het aantal, in de loop van het dienstjaar,
gewerkte en gelijkgestelde maanden, opgeven zoals deze worden bepaald gewerkte en gelijkgestelde maanden, opgeven zoals deze worden bepaald
in de artikelen 4, 5, 6 en 7 van onderhavige overeenkomst; in de artikelen 4, 5, 6 en 7 van onderhavige overeenkomst;
6. het banknummer van de werklieden verifiëren en indien nodig 6. het banknummer van de werklieden verifiëren en indien nodig
aanvullen of verbeteren. aanvullen of verbeteren.
Eén exemplaar van de aldus verbeterde en aangevulde lijst wordt Eén exemplaar van de aldus verbeterde en aangevulde lijst wordt
teruggezonden aan het secretariaat van het Sociaal Fonds voor de teruggezonden aan het secretariaat van het Sociaal Fonds voor de
datum, vermeld op de lijst. Het tweede exemplaar blijft in het bezit datum, vermeld op de lijst. Het tweede exemplaar blijft in het bezit
van de werkgever. van de werkgever.
2° Na de verwerking van deze gegevens zendt het Fonds aan alle 2° Na de verwerking van deze gegevens zendt het Fonds aan alle
werkgevers een definitieve lijst in tweevoud, met vermelding per werkgevers een definitieve lijst in tweevoud, met vermelding per
werkman van : het brutobedrag van de verschuldigde bijdrage aan het werkman van : het brutobedrag van de verschuldigde bijdrage aan het
Sociaal Fonds zoals deze werd vastgesteld in artikel 20, het netto Sociaal Fonds zoals deze werd vastgesteld in artikel 20, het netto
bedrag van de sociale premie waarop de werkman recht heeft, en ten bedrag van de sociale premie waarop de werkman recht heeft, en ten
slotte het bedrag van de verhoging van de nettobijdrage. slotte het bedrag van de verhoging van de nettobijdrage.
Onderaan deze lijst worden de totalen gemaakt van deze bedragen. Onderaan deze lijst worden de totalen gemaakt van deze bedragen.
3° Het Fonds zendt, in bijlage aan deze definitieve lijsten, eveneens 3° Het Fonds zendt, in bijlage aan deze definitieve lijsten, eveneens
de voorgedrukte kaarten van rechthebbende. Deze kaarten van de voorgedrukte kaarten van rechthebbende. Deze kaarten van
rechthebbende worden door de werkgever onmiddellijk na ontvangst aan rechthebbende worden door de werkgever onmiddellijk na ontvangst aan
de werklieden overhandigd. de werklieden overhandigd.

Art. 9.De werklieden bieden hun kaart in dubbel exemplaar aan, om te

Art. 9.De werklieden bieden hun kaart in dubbel exemplaar aan, om te

worden gestempeld bij één van de in artikel 5, § 1 a) beoogde, worden gestempeld bij één van de in artikel 5, § 1 a) beoogde,
werknemersorganisaties, overeenkomstig de onderrichtingen welke hen werknemersorganisaties, overeenkomstig de onderrichtingen welke hen
door deze organisaties worden gegeven. De stempel geldt als bewijs van door deze organisaties worden gegeven. De stempel geldt als bewijs van
rechthebbende ten laste van het Fonds. De niet of ongeldig gestempelde rechthebbende ten laste van het Fonds. De niet of ongeldig gestempelde
kaarten geven geen recht op uitkering. kaarten geven geen recht op uitkering.
De afgestempelde kaarten van rechthebbende worden onmiddellijk na De afgestempelde kaarten van rechthebbende worden onmiddellijk na
afstempeling door bedoelde werknemersorganisaties aan het Fonds afstempeling door bedoelde werknemersorganisaties aan het Fonds
gezonden. Het dubbel van deze kaarten blijft in het bezit van gezonden. Het dubbel van deze kaarten blijft in het bezit van
voormelde werknemersorganisaties. voormelde werknemersorganisaties.

Art. 10.Na ontvangst van de door de representatieve

Art. 10.Na ontvangst van de door de representatieve

werknemersorganisaties gestempelde kaarten van rechthebbende gaat het werknemersorganisaties gestempelde kaarten van rechthebbende gaat het
Fonds over tot de uitbetaling van de op de kaart vermelde sociale Fonds over tot de uitbetaling van de op de kaart vermelde sociale
premie, door overschrijving op het bankrekeningnummer van de werkman, premie, door overschrijving op het bankrekeningnummer van de werkman,
of bij gebreke aan een bankrekeningnummer, door uitschrijving van een of bij gebreke aan een bankrekeningnummer, door uitschrijving van een
betalingsorder, uiterlijk één maand volgend op de datum van ontvangst betalingsorder, uiterlijk één maand volgend op de datum van ontvangst
van de kaart van rechthebbende. van de kaart van rechthebbende.
Afdeling 2. - Afscheidspremie aan georganiseerde werklieden Afdeling 2. - Afscheidspremie aan georganiseerde werklieden

Art. 11.Aan de werklieden bedoeld in artikel 1 wordt een éénmalige

Art. 11.Aan de werklieden bedoeld in artikel 1 wordt een éénmalige

afscheidspremie toegekend ten laste van het Sociaal Fonds, waarvan het afscheidspremie toegekend ten laste van het Sociaal Fonds, waarvan het
bedrag en de toekenningsvoorwaarden hierna zijn vastgesteld. bedrag en de toekenningsvoorwaarden hierna zijn vastgesteld.
a) Bedrag van de afscheidspremie - Berekening. a) Bedrag van de afscheidspremie - Berekening.

Art. 12.De afscheidspremie wordt verworven op basis van 550 BEF per

Art. 12.De afscheidspremie wordt verworven op basis van 550 BEF per

jaar tewerkstelling in een onderneming bedoeld in artikel 1 tijdens de jaar tewerkstelling in een onderneming bedoeld in artikel 1 tijdens de
laatste twintig jaar voor de pensionering, overeenkomstig de laatste twintig jaar voor de pensionering, overeenkomstig de
wettelijke of bij overeenkomst vastgestelde bepalingen betreffende de wettelijke of bij overeenkomst vastgestelde bepalingen betreffende de
rust- en overlevingspensioenen en op voorwaarde dat de betrokkene rust- en overlevingspensioenen en op voorwaarde dat de betrokkene
gelijktijdig lid is van één van de representatieve interprofessionele gelijktijdig lid is van één van de representatieve interprofessionele
werknemersorganisaties welke op nationaal vlak zijn verbonden. werknemersorganisaties welke op nationaal vlak zijn verbonden.
De afscheidspremie bedraagt aldus ten hoogste 11 000 BEF. De afscheidspremie bedraagt aldus ten hoogste 11 000 BEF.

Art. 13.Door "per jaar tewerkstelling" moet worden begrepen een

Art. 13.Door "per jaar tewerkstelling" moet worden begrepen een

dienstverband dat ten minste honderd tweeëndertig effectieve of dienstverband dat ten minste honderd tweeëndertig effectieve of
gelijkgestelde arbeidsdagen telt per kalenderjaar. gelijkgestelde arbeidsdagen telt per kalenderjaar.
§ 1. De gelijkgestelde arbeidsdagen zijn : § 1. De gelijkgestelde arbeidsdagen zijn :
a) de dagen waarop werkelijk arbeid wordt verricht, wanneer de duur a) de dagen waarop werkelijk arbeid wordt verricht, wanneer de duur
van de dagelijkse prestaties 8 uren overschrijdt en het aantal dezer van de dagelijkse prestaties 8 uren overschrijdt en het aantal dezer
dagen wekelijks minder dan 5 beloopt wordt het aantal effectief dagen wekelijks minder dan 5 beloopt wordt het aantal effectief
gewerkte dagen verkregen door het aantal uren werkelijke arbeid gewerkte dagen verkregen door het aantal uren werkelijke arbeid
tijdens het kwartaal door 8 te delen, indien dit quotiënt een breuk tijdens het kwartaal door 8 te delen, indien dit quotiënt een breuk
bevat, dan wordt het tot de hogere eenheid afgerond; bevat, dan wordt het tot de hogere eenheid afgerond;
b) de dagen waarop geen arbeid wordt verricht, maar waarvoor de b) de dagen waarop geen arbeid wordt verricht, maar waarvoor de
werkgever aan de werknemer een loon moet betalen, dat aanleiding geeft werkgever aan de werknemer een loon moet betalen, dat aanleiding geeft
tot berekening van bijdragen. Het zijn inzonderheid de wettelijke tot berekening van bijdragen. Het zijn inzonderheid de wettelijke
feestdagen, de dagen van klein verlet, de dagen verlof om dwingende feestdagen, de dagen van klein verlet, de dagen verlof om dwingende
redenen, de dagen tijdens welke de arbeid is geschorst met behoud van redenen, de dagen tijdens welke de arbeid is geschorst met behoud van
het recht op het volledig of gedeeltelijk loon, enz.; het recht op het volledig of gedeeltelijk loon, enz.;
c) de inhaalrustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de c) de inhaalrustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de
arbeidsduur en bestemd om de wekelijkse arbeidsduur op een gemiddelde arbeidsduur en bestemd om de wekelijkse arbeidsduur op een gemiddelde
van 40 uren of minder te brengen; van 40 uren of minder te brengen;
d) de wettelijke en bijkomende vakantiedagen tot beloop van de dagen d) de wettelijke en bijkomende vakantiedagen tot beloop van de dagen
van gewone activiteit; van gewone activiteit;
e) de dag waarop geen arbeid wordt verricht of die niet betaald is e) de dag waarop geen arbeid wordt verricht of die niet betaald is
tijdens elk van de weken die vijf arbeidsdagen bevatten, behorende tot tijdens elk van de weken die vijf arbeidsdagen bevatten, behorende tot
bovenvermelde categorieën a) tot d), wanneer de wekelijkse arbeid van bovenvermelde categorieën a) tot d), wanneer de wekelijkse arbeid van
de werknemer nu eens over 5 dagen dan weer over meer dan 5 dagen in de de werknemer nu eens over 5 dagen dan weer over meer dan 5 dagen in de
loop van het kwartaal is verdeeld. loop van het kwartaal is verdeeld.
Elk daggedeelte, ongeacht de duur van de arbeidsprestatie of het Elk daggedeelte, ongeacht de duur van de arbeidsprestatie of het
bedrag van het loon dat hierop betrekking heeft, moet als een bedrag van het loon dat hierop betrekking heeft, moet als een
volledige dag worden aangezien. volledige dag worden aangezien.
§ 2. De dagen tijdens welke de arbeidsovereenkomst werd geschorst § 2. De dagen tijdens welke de arbeidsovereenkomst werd geschorst
wegens economische redenen, slecht weer of technische stoornis, worden wegens economische redenen, slecht weer of technische stoornis, worden
met effectief gepresteerde arbeidsdagen gelijkgesteld voor het met effectief gepresteerde arbeidsdagen gelijkgesteld voor het
vaststellen van het aantal effectieve of gelijkgestelde dagen voorzien vaststellen van het aantal effectieve of gelijkgestelde dagen voorzien
in dit artikel. in dit artikel.
§ 3. De volgende gelijkstellingen gelden voor de rechthebbenden die § 3. De volgende gelijkstellingen gelden voor de rechthebbenden die
hun recht hebben verworven in een onderneming gelegen in het gewest hun recht hebben verworven in een onderneming gelegen in het gewest
Rupel, omvattende de gemeenten, Boom, Niel en Rumst : Rupel, omvattende de gemeenten, Boom, Niel en Rumst :
a) voor de werklieden die op 31 maart 1975 arbeidsongeschikt zijn a) voor de werklieden die op 31 maart 1975 arbeidsongeschikt zijn
wegens ziekte, ongeval of arbeidsongeval wordt de volledige periode wegens ziekte, ongeval of arbeidsongeval wordt de volledige periode
van arbeidsongeschiktheid gelijkgesteld met arbeidsprestaties; van arbeidsongeschiktheid gelijkgesteld met arbeidsprestaties;
b) de werklieden die arbeidsongeschikt worden na 31 maart 1975 hebben, b) de werklieden die arbeidsongeschikt worden na 31 maart 1975 hebben,
in afwijking op artikel 12 de bewijsmogelijkheid om de jaren van in afwijking op artikel 12 de bewijsmogelijkheid om de jaren van
tewerkstelling bepaald in dit artikel 12 te doen gelden over hun tewerkstelling bepaald in dit artikel 12 te doen gelden over hun
gehele beroepsloopbaan in de ondernemingen bedoeld in artikel 1; gehele beroepsloopbaan in de ondernemingen bedoeld in artikel 1;
c) voor de werklieden die minder dan 20 jaar tewerkstelling zoals c) voor de werklieden die minder dan 20 jaar tewerkstelling zoals
bepaald in artikel 12 kan doen gelden in een onderneming bedoeld in bepaald in artikel 12 kan doen gelden in een onderneming bedoeld in
artikel 1, wordt elk jaar van arbeidsongeschiktheid tijdens hun artikel 1, wordt elk jaar van arbeidsongeschiktheid tijdens hun
beroepsloopbaan in zulke onderneming wegens ziekte, ongeval of beroepsloopbaan in zulke onderneming wegens ziekte, ongeval of
arbeidsongeval gelijkgesteld met één jaar arbeidsprestaties. arbeidsongeval gelijkgesteld met één jaar arbeidsprestaties.
De bepalingen van § 3 gelden tot beloop van het maximum aantal jaren De bepalingen van § 3 gelden tot beloop van het maximum aantal jaren
waarvoor de afscheidspremie kan worden verworven bij toepassing van waarvoor de afscheidspremie kan worden verworven bij toepassing van
artikelen 12 en 13, paragrafen 1 en 2. artikelen 12 en 13, paragrafen 1 en 2.
b) Toekenningsvoorwaarden. b) Toekenningsvoorwaarden.

Art. 14.Hebben recht op uitkering van de in artikel 12 bedoelde

Art. 14.Hebben recht op uitkering van de in artikel 12 bedoelde

afscheidspremie, de werklieden die : afscheidspremie, de werklieden die :
1° op pensioen, of op brugpensioen gaan; 1° op pensioen, of op brugpensioen gaan;
2° aantonen dat de onderneming, waarbij zij in het personeelsregister 2° aantonen dat de onderneming, waarbij zij in het personeelsregister
zijn ingeschreven op het ogenblik van de pensionering of brugpensioen, zijn ingeschreven op het ogenblik van de pensionering of brugpensioen,
ressorteert onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij; ressorteert onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij;
3° lid zijn van één van de representatieve werknemersorganisaties. 3° lid zijn van één van de representatieve werknemersorganisaties.

Art. 15.Worden gelijkgesteld met rechthebbenden op de uitkering van

Art. 15.Worden gelijkgesteld met rechthebbenden op de uitkering van

de afscheidspremie : de afscheidspremie :
1° de werklieden die, in afwijking van artikel 14, 2°, op het ogenblik 1° de werklieden die, in afwijking van artikel 14, 2°, op het ogenblik
van de pensionering volledig uitkeringsgerechtigde werkloze zijn, van de pensionering volledig uitkeringsgerechtigde werkloze zijn,
ingevolge een beslissing getroffen door een werkgever van een ingevolge een beslissing getroffen door een werkgever van een
onderneming bedoeld in artikel 1; onderneming bedoeld in artikel 1;
2° de werklieden die, in afwijking van artikel 14, 2°, op het ogenblik 2° de werklieden die, in afwijking van artikel 14, 2°, op het ogenblik
van de pensionering arbeidsongeschikt zijn, hetzij ingevolge ziekte of van de pensionering arbeidsongeschikt zijn, hetzij ingevolge ziekte of
ongeval, hetzij ingevolge arbeidsongeval en laatst waren tewerkgesteld ongeval, hetzij ingevolge arbeidsongeval en laatst waren tewerkgesteld
in een onderneming bedoeld in artikel 1; in een onderneming bedoeld in artikel 1;
3° de werklieden die, op het ogenblik van de pensionering niet zijn 3° de werklieden die, op het ogenblik van de pensionering niet zijn
tewerkgesteld in een onderneming bedoeld in artikel 1, omdat hun tewerkgesteld in een onderneming bedoeld in artikel 1, omdat hun
arbeidsovereenkomst in zulke onderneming werd verbroken, hetzij door arbeidsovereenkomst in zulke onderneming werd verbroken, hetzij door
de werkgever om andere dan dringende redenen welke de onmiddellijke de werkgever om andere dan dringende redenen welke de onmiddellijke
verbreking van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen, hetzij door de verbreking van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen, hetzij door de
werkman zelf in een periode van tijdelijke schorsing van de werkman zelf in een periode van tijdelijke schorsing van de
arbeidsovereenkomst wegens economische oorzaken of wegens arbeidsovereenkomst wegens economische oorzaken of wegens
weersomstandigheden, hetzij omdat de arbeidsovereenkomst ingevolge een weersomstandigheden, hetzij omdat de arbeidsovereenkomst ingevolge een
geval van overmacht een einde nam. Deze afwijking is slechts van geval van overmacht een einde nam. Deze afwijking is slechts van
toepassing voor zover de aanspraakmakende werklieden bewijzen vijftien toepassing voor zover de aanspraakmakende werklieden bewijzen vijftien
jaar te hebben gewerkt in een onderneming bedoeld in artikel 1 tijdens jaar te hebben gewerkt in een onderneming bedoeld in artikel 1 tijdens
de laatste twintig jaar voor de pensionering. de laatste twintig jaar voor de pensionering.
Indien de werklieden een afscheidspremie genieten in de sector waar Indien de werklieden een afscheidspremie genieten in de sector waar
zij laatst werden tewerkgesteld voor het ogenblik van de pensionering, zij laatst werden tewerkgesteld voor het ogenblik van de pensionering,
wordt het bedrag van de toe te kennen afscheidspremie echter beperkt wordt het bedrag van de toe te kennen afscheidspremie echter beperkt
tot beloop van het maximumbedrag voorzien door deze collectieve tot beloop van het maximumbedrag voorzien door deze collectieve
arbeidsovereenkomst, rekening houdend met het eventueel toegekend arbeidsovereenkomst, rekening houdend met het eventueel toegekend
bedrag in de sector waar de betrokkene laatst werd tewerkgesteld. bedrag in de sector waar de betrokkene laatst werd tewerkgesteld.
4° de samenwonende echtgenote of echtgenoot van de rechthebbende die 4° de samenwonende echtgenote of echtgenoot van de rechthebbende die
overleden is in dienst van een onderneming bedoeld in artikel 1 en nà overleden is in dienst van een onderneming bedoeld in artikel 1 en nà
de leeftijd van 55 jaar voor de mannen en 50 jaar voor de vrouwen te de leeftijd van 55 jaar voor de mannen en 50 jaar voor de vrouwen te
hebben bereikt, voor zover de overleden rechthebbende ten minste tien hebben bereikt, voor zover de overleden rechthebbende ten minste tien
jaar dienst telt in een onderneming bedoeld in artikel 1. jaar dienst telt in een onderneming bedoeld in artikel 1.
c) Uitkeringsmodaliteiten. c) Uitkeringsmodaliteiten.

Art. 16.De aanvraag tot uitkering van de in artikel 11 bedoelde

Art. 16.De aanvraag tot uitkering van de in artikel 11 bedoelde

afscheidspremie aan de werklieden bedoeld in artikel 14 en 15, wordt afscheidspremie aan de werklieden bedoeld in artikel 14 en 15, wordt
ingediend door één van de representatieve werknemersorganisaties, bij ingediend door één van de representatieve werknemersorganisaties, bij
het Sociaal Fonds op een daartoe bestemd formulier. het Sociaal Fonds op een daartoe bestemd formulier.
De aanvraag geschiedt op het ogenblik waarop de werklieden een van de De aanvraag geschiedt op het ogenblik waarop de werklieden een van de
in artikel 14 vermelde stelsels genieten. in artikel 14 vermelde stelsels genieten.
Voor de toepassing van artikel 15, 4°geschiedt de aanvraag bij het Voor de toepassing van artikel 15, 4°geschiedt de aanvraag bij het
overlijden van de rechthebbende. overlijden van de rechthebbende.
De aanvragen welke niet worden ingediend binnen de periode van één De aanvragen welke niet worden ingediend binnen de periode van één
jaar volgend op de datum vanaf welke de werklieden een van de in jaar volgend op de datum vanaf welke de werklieden een van de in
artikel 14 vermelde stelsels genieten of van overlijden, zijn niet artikel 14 vermelde stelsels genieten of van overlijden, zijn niet
meer ontvankelijk. meer ontvankelijk.

Art. 17.De uitbetaling van de in artikel 11 bedoelde afscheidspremie

Art. 17.De uitbetaling van de in artikel 11 bedoelde afscheidspremie

geschiedt ten laste van het Sociaal Fonds door bemiddeling van de geschiedt ten laste van het Sociaal Fonds door bemiddeling van de
betrokken syndicale organisatie, binnen de drie maanden na het betrokken syndicale organisatie, binnen de drie maanden na het
indienen van de aanvraag. indienen van de aanvraag.

Art. 18.Alle bijzondere gevallen welke voortspruiten uit de

Art. 18.Alle bijzondere gevallen welke voortspruiten uit de

toepassing van deze afdeling worden aan de raad van bestuur van het toepassing van deze afdeling worden aan de raad van bestuur van het
Sociaal Fonds voorgelegd. Sociaal Fonds voorgelegd.
HOOFDSTUK III. - Inning van de bijdragen HOOFDSTUK III. - Inning van de bijdragen

Art. 19.In uitvoering van de bepalingen van onderhavige collectieve

Art. 19.In uitvoering van de bepalingen van onderhavige collectieve

arbeidsovereenkomst, worden het bedrag en de wijze van inning van de arbeidsovereenkomst, worden het bedrag en de wijze van inning van de
bijdragen van de werkgevers, voor de uitkering van aanvullende sociale bijdragen van de werkgevers, voor de uitkering van aanvullende sociale
voordelen door bemiddeling van het "Sociaal Fonds voor de voordelen door bemiddeling van het "Sociaal Fonds voor de
Baksteenindustrie", voor de dienstjaren 1999 en 2000 als volgt Baksteenindustrie", voor de dienstjaren 1999 en 2000 als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
Afdeling 1. - Sociale premie Afdeling 1. - Sociale premie

Art. 20.1. De bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds voor

Art. 20.1. De bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds voor

de Baksteenindustrie wordt, wat betreft de sociale premie voor het de Baksteenindustrie wordt, wat betreft de sociale premie voor het
dienstjaar 1999 vastgesteld op maximum 4 300 BEF en voor het dienstjaar 1999 vastgesteld op maximum 4 300 BEF en voor het
dienstjaar 2000 vastgesteld op maximum 4 700 BEF per werkman, dienstjaar 2000 vastgesteld op maximum 4 700 BEF per werkman,
ingeschreven in het personeelsregister. ingeschreven in het personeelsregister.
Voor de bruggepensioneerden wordt de bijdrage vanaf het dienstjaar dat Voor de bruggepensioneerden wordt de bijdrage vanaf het dienstjaar dat
volgt op datgene tijdens hetwelk zij op brugpensioen zijn gegaan volgt op datgene tijdens hetwelk zij op brugpensioen zijn gegaan
vastgesteld op maximum 3 500 BEF voor de dienstjaren 1999 en 2000. vastgesteld op maximum 3 500 BEF voor de dienstjaren 1999 en 2000.
Deze bijdrage wordt verhoogd met 200 BEF per werkman. Deze bijdrage wordt verhoogd met 200 BEF per werkman.
Ingeval de werklieden niet gedurende de gehele periode van het Ingeval de werklieden niet gedurende de gehele periode van het
dienstjaar ingeschreven zijn geweest in het personeelsregister, wordt dienstjaar ingeschreven zijn geweest in het personeelsregister, wordt
de bijdrage voor de sociale premie, voor de betrokken werkman met de bijdrage voor de sociale premie, voor de betrokken werkman met
uitzondering van de bruggepensioneerden, berekend door het aantal uitzondering van de bruggepensioneerden, berekend door het aantal
maanden of begonnen maanden inschrijving in het personeelsregister maanden of begonnen maanden inschrijving in het personeelsregister
tijdens het dienstjaar te vermenigvuldigen met 358,33 BEF per werkman tijdens het dienstjaar te vermenigvuldigen met 358,33 BEF per werkman
in 1999 en met 391,67 BEF in 2000. in 1999 en met 391,67 BEF in 2000.
In toepassing hiervan is de afgeronde bijdrage voor de sociale premie In toepassing hiervan is de afgeronde bijdrage voor de sociale premie
als volgt vastgesteld : als volgt vastgesteld :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de bruggepensioneerden waaraan de sociale premie wordt toegekend Voor de bruggepensioneerden waaraan de sociale premie wordt toegekend
zoals voorzien in artikel 4.2. wordt de sociale premie voor de zoals voorzien in artikel 4.2. wordt de sociale premie voor de
betrokken bruggepensioneerde berekend door het aantal maanden recht betrokken bruggepensioneerde berekend door het aantal maanden recht
tijdens het dienstjaar te vermenigvuldigen met 291,67 BEF in 1999 en tijdens het dienstjaar te vermenigvuldigen met 291,67 BEF in 1999 en
2000. In toepassing hiervan is de afgeronde bijdrage voor de sociale 2000. In toepassing hiervan is de afgeronde bijdrage voor de sociale
premie van de bruggepensioneerden als volgt vastgesteld : premie van de bruggepensioneerden als volgt vastgesteld :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
2. De bijdrage voor de sociale premie ten gunste van werklieden 2. De bijdrage voor de sociale premie ten gunste van werklieden
bedoeld in artikel 5, 2 is niet verschuldigd indien de bedoeld in artikel 5, 2 is niet verschuldigd indien de
arbeidsovereenkomst van deze werklieden sinds meer dan twee jaar is arbeidsovereenkomst van deze werklieden sinds meer dan twee jaar is
geschorst wegens arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of geschorst wegens arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte, ongeval of
arbeidsongeval en indien een bijdrage werd gestort tijdens elk van de arbeidsongeval en indien een bijdrage werd gestort tijdens elk van de
eerste twee jaren volgend op het dienstjaar in de loop waarvan eerste twee jaren volgend op het dienstjaar in de loop waarvan
genoemde arbeidsongeschiktheid is ontstaan. genoemde arbeidsongeschiktheid is ontstaan.

Art. 21.De storting van de bijdrage voor de sociale premie heeft

Art. 21.De storting van de bijdrage voor de sociale premie heeft

plaats op : plaats op :
1° de eerste betaaldag volgend op 1 juli door de werkgevers van de 1° de eerste betaaldag volgend op 1 juli door de werkgevers van de
ondernemingen van het gewest Rupel, omvattende de gemeenten Boom, Niel ondernemingen van het gewest Rupel, omvattende de gemeenten Boom, Niel
en Rumst; en Rumst;
2° 15 november door de werkgevers van de ondernemingen van het gewest 2° 15 november door de werkgevers van de ondernemingen van het gewest
Kempen, omvattende de gemeenten Beerse, Brecht, Essen, Hoogstraten, Kempen, omvattende de gemeenten Beerse, Brecht, Essen, Hoogstraten,
Malle, Merksplas, Oud-Turnhout en Rijkevorsel; Malle, Merksplas, Oud-Turnhout en Rijkevorsel;
3° 1 september door de werkgevers van de ondernemingen niet vermeld 3° 1 september door de werkgevers van de ondernemingen niet vermeld
onder 1° en 2° van onderhavig artikel, zijnde telkens uiterlijk een onder 1° en 2° van onderhavig artikel, zijnde telkens uiterlijk een
maand na de ontvangst van de formulieren bedoeld in artikel 8 die aan maand na de ontvangst van de formulieren bedoeld in artikel 8 die aan
de genoemde ondernemingen worden toegezonden door het Sociaal Fonds. de genoemde ondernemingen worden toegezonden door het Sociaal Fonds.
Uiterlijk één maand na ontvangst van de definitieve lijst dient de Uiterlijk één maand na ontvangst van de definitieve lijst dient de
werkgever één exemplaar van de definitieve lijst aan het Fonds terug werkgever één exemplaar van de definitieve lijst aan het Fonds terug
te zenden. te zenden.
De werkgever behoudt één exemplaar als boekhoudkundig document tot De werkgever behoudt één exemplaar als boekhoudkundig document tot
staving van zijn betaling. staving van zijn betaling.
De werkgever stort op de bankrekening van het "Sociaal Fonds voor de De werkgever stort op de bankrekening van het "Sociaal Fonds voor de
Baksteenindustrie", het totaal bedrag van de verschuldigde bijdrage Baksteenindustrie", het totaal bedrag van de verschuldigde bijdrage
zoals voorzien in artikel 8 en zoals vastgesteld op de definitieve zoals voorzien in artikel 8 en zoals vastgesteld op de definitieve
lijst vermeld in artikel 8, 2°, totaal van de kolom "bedrag der lijst vermeld in artikel 8, 2°, totaal van de kolom "bedrag der
verschuldigde bijdrage". verschuldigde bijdrage".
Afdeling 2. - Afscheidspremie aan georganiseerde werklieden Afdeling 2. - Afscheidspremie aan georganiseerde werklieden

Art. 22.De financiële lasten van de bij artikel 12 bedoelde

Art. 22.De financiële lasten van de bij artikel 12 bedoelde

afscheidspremie worden gedragen door het Sociaal Fonds, dat hiervoor afscheidspremie worden gedragen door het Sociaal Fonds, dat hiervoor
bijdragen int, waarvan het bedrag en de inningsmodaliteiten ieder jaar bijdragen int, waarvan het bedrag en de inningsmodaliteiten ieder jaar
worden vastgesteld bij beslissing van de raad van bestuur van het worden vastgesteld bij beslissing van de raad van bestuur van het
Sociaal Fonds, per werkman in dienst van de ondernemingen bedoeld in Sociaal Fonds, per werkman in dienst van de ondernemingen bedoeld in
artikel 1 en volgens de modaliteiten welke zijn voorzien voor het artikel 1 en volgens de modaliteiten welke zijn voorzien voor het
vaststellen van het bedrag van de sociale premie. vaststellen van het bedrag van de sociale premie.
Afdeling 3. - Sectorieel conventioneel brugpensioen Afdeling 3. - Sectorieel conventioneel brugpensioen

Art. 23.1. De bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds voor

Art. 23.1. De bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds voor

de Baksteenindustrie, voor de jaren 1999 en 2000 wordt als volgt de Baksteenindustrie, voor de jaren 1999 en 2000 wordt als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
1° voor de "seizonaal" werkende bedrijven, op 88 BEF, vermenigvuldigd 1° voor de "seizonaal" werkende bedrijven, op 88 BEF, vermenigvuldigd
met het aantal "dagen-werklieden-arbeid" dat in de ondernemingen werd met het aantal "dagen-werklieden-arbeid" dat in de ondernemingen werd
getotaliseerd gedurende de periode respectievelijk : getotaliseerd gedurende de periode respectievelijk :
- ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999; - ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999;
- ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000; - ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000;
met een maximum van 19 800 BEF per werkman. met een maximum van 19 800 BEF per werkman.
Door "seizonaal" werkende bedrijven dient verstaan de bedrijven waar Door "seizonaal" werkende bedrijven dient verstaan de bedrijven waar
de bakstenen met natuurlijke middelen worden gedroogd. de bakstenen met natuurlijke middelen worden gedroogd.
2° voor de bedrijven bedoeld in de beslissing van 5 maart 1962 van het 2° voor de bedrijven bedoeld in de beslissing van 5 maart 1962 van het
Nationaal Paritair Comité voor de steenbakkerij, tot vaststelling van Nationaal Paritair Comité voor de steenbakkerij, tot vaststelling van
de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen waar bakstenen worden de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen waar bakstenen worden
gemaakt aan de tafel of met de motorpers en/of gebakken in veldovens, gemaakt aan de tafel of met de motorpers en/of gebakken in veldovens,
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 28 augustus algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 28 augustus
1962, verlengd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 september 1962, verlengd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 september
1970, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 1970, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4
november 1970 : november 1970 :
a) voor de werklieden verbonden door een voor onbepaalde tijd gesloten a) voor de werklieden verbonden door een voor onbepaalde tijd gesloten
arbeidsovereenkomst, op 88 BEF vermenigvuldigd zoals voorzien in 1°; arbeidsovereenkomst, op 88 BEF vermenigvuldigd zoals voorzien in 1°;
b) voor de werklieden verbonden door een voor een bepaald werk of voor b) voor de werklieden verbonden door een voor een bepaald werk of voor
een bepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst, op 88 BEF per dag een bepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst, op 88 BEF per dag
vermenigvuldigd met een aantal werkelijk aan de arbeid bestede dagen vermenigvuldigd met een aantal werkelijk aan de arbeid bestede dagen
per werkman gedurende de periode respectievelijk : per werkman gedurende de periode respectievelijk :
- ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999; - ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999;
- ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000; - ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000;
3° voor de andere bedrijven, op 88 BEF vermenigvuldigd met het aantal 3° voor de andere bedrijven, op 88 BEF vermenigvuldigd met het aantal
"dagen-werklieden-arbeid" dat in de ondernemingen werd getotaliseerd "dagen-werklieden-arbeid" dat in de ondernemingen werd getotaliseerd
gedurende de periode respectievelijk : gedurende de periode respectievelijk :
- ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999; - ingaande van 1 oktober 1998 tot 30 september 1999;
- ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000; - ingaande van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000;
met een maximum van 19 800 BEF per werkman en een minimum van 9 900 met een maximum van 19 800 BEF per werkman en een minimum van 9 900
BEF per werkman. BEF per werkman.
2. De in § 1 vermelde bijdrage dient aan het Sociaal Fonds voor de 2. De in § 1 vermelde bijdrage dient aan het Sociaal Fonds voor de
Baksteenindustrie te worden gestort voor 31 oktober van de in § 1 Baksteenindustrie te worden gestort voor 31 oktober van de in § 1
vermelde jaren. vermelde jaren.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur

Art. 24.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 24.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari ingang van 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari
2001, met uitzondering van de artikelen betreffende de 2001, met uitzondering van de artikelen betreffende de
"afscheidspremie" die voor onbepaalde tijd worden gesloten. "afscheidspremie" die voor onbepaalde tijd worden gesloten.
Bovengenoemde artikelen betreffende de afscheidspremie die voor Bovengenoemde artikelen betreffende de afscheidspremie die voor
onbepaalde tijd werden gesloten kunnen worden opgezegd door een van de onbepaalde tijd werden gesloten kunnen worden opgezegd door een van de
partijen mits een opzeggingstermijn van één jaar te rekenen vanaf 1 partijen mits een opzeggingstermijn van één jaar te rekenen vanaf 1
januari van het jaar dat volgt op de betekening van de opzegging. Deze januari van het jaar dat volgt op de betekening van de opzegging. Deze
opzegging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de voorzitter opzegging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de voorzitter
van het Paritair Comité voor de steenbakkerij en aan elk van de van het Paritair Comité voor de steenbakkerij en aan elk van de
ondertekenende partijen betekend. ondertekenende partijen betekend.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 april Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 april
2001 2001
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
^