Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 29/10/2008
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende de samenstelling en de werking van het Technisch comité voor de pensioenen van de overheidssector "
Koninklijk besluit houdende de samenstelling en de werking van het Technisch comité voor de pensioenen van de overheidssector Koninklijk besluit houdende de samenstelling en de werking van het Technisch comité voor de pensioenen van de overheidssector
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
29 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit houdende de samenstelling en de 29 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit houdende de samenstelling en de
werking van het Technisch comité voor de pensioenen van de werking van het Technisch comité voor de pensioenen van de
overheidssector overheidssector
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 12 januari 2006 tot oprichting van de « Gelet op de wet van 12 januari 2006 tot oprichting van de «
Pensioendienst voor de overheidssector », inzonderheid op artikel 16; Pensioendienst voor de overheidssector », inzonderheid op artikel 16;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24
april 2008; april 2008;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris van Begroting, gegeven op Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris van Begroting, gegeven op
28 mei 2008; 28 mei 2008;
Gelet op het advies nr. 47 van het Comité Overheidsbedrijven, gegeven Gelet op het advies nr. 47 van het Comité Overheidsbedrijven, gegeven
op 1 juli 2008; op 1 juli 2008;
Gelet op het protocol nr. 162/5 van 3 juli 2008 van het Gelet op het protocol nr. 162/5 van 3 juli 2008 van het
Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten; Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten;
Gelet op het protocol N-274 van het Onderhandelingscomité van het Gelet op het protocol N-274 van het Onderhandelingscomité van het
militair personeel van de krijgsmacht, op 28 juli 2008; militair personeel van de krijgsmacht, op 28 juli 2008;
Gelet op het advies nr. 45.198/2 van de Raad van State, gegeven op 13 Gelet op het advies nr. 45.198/2 van de Raad van State, gegeven op 13
oktober 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van oktober 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973; de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;
Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integratie, Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden en op het advies van Onze in Raad Pensioenen en Grote Steden en op het advies van Onze in Raad
vergaderde Ministers, vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan

onder : onder :
1° het Comité : het Technisch comité voor de pensioenen van de 1° het Comité : het Technisch comité voor de pensioenen van de
overheidssector ingesteld door artikel 15 van de wet van 12 januari overheidssector ingesteld door artikel 15 van de wet van 12 januari
2006 tot oprichting van de « Pensioendienst voor de Overheidssector »; 2006 tot oprichting van de « Pensioendienst voor de Overheidssector »;
2° de Minister : de Minister die de pensioenen van de overheidssector 2° de Minister : de Minister die de pensioenen van de overheidssector
onder zijn bevoegdheid heeft; onder zijn bevoegdheid heeft;
3° de Dienst : de Pensioendienst voor de Overheidssector opgericht 3° de Dienst : de Pensioendienst voor de Overheidssector opgericht
door artikel 3 van voormelde wet van 12 januari 2006; door artikel 3 van voormelde wet van 12 januari 2006;
4° de administrateur-generaal : de administrateur-generaal van de 4° de administrateur-generaal : de administrateur-generaal van de
Dienst; Dienst;
5° de adjunct-administrateur-generaal : de 5° de adjunct-administrateur-generaal : de
adjunct-administrateur-generaal van de Dienst. adjunct-administrateur-generaal van de Dienst.

Art. 2.§ 1. Het Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger

Art. 2.§ 1. Het Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger

van de Minister. van de Minister.
§ 2. Het Comité bestaat uit : § 2. Het Comité bestaat uit :
1° een afvaardiging die de federale overheid vertegenwoordigt; 1° een afvaardiging die de federale overheid vertegenwoordigt;
2° een afvaardiging die de gefederaliseerde overheden 2° een afvaardiging die de gefederaliseerde overheden
vertegenwoordigt; vertegenwoordigt;
3° een afvaardiging die de Dienst vertegenwoordigt; 3° een afvaardiging die de Dienst vertegenwoordigt;
4° een afvaardiging die de vakorganisaties vertegenwoordigt die als 4° een afvaardiging die de vakorganisaties vertegenwoordigt die als
representatief beschouwd worden in de zin van artikel 7 van de wet van representatief beschouwd worden in de zin van artikel 7 van de wet van
19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid
en de vakbonden van haar personeel. en de vakbonden van haar personeel.

Art. 3.§ 1. De in artikel 2, § 2, 1°, bedoelde afvaardiging bestaat

Art. 3.§ 1. De in artikel 2, § 2, 1°, bedoelde afvaardiging bestaat

uit : uit :
a) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die het federaal a) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die het federaal
Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid heeft; Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid heeft;
b) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister van b) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister van
Landsverdediging; Landsverdediging;
c) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister van Binnenlandse c) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister van Binnenlandse
Zaken; Zaken;
d) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de d) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de
Overheidsbedrijven onder zijn bevoegdheid heeft; Overheidsbedrijven onder zijn bevoegdheid heeft;
e) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de Begroting e) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de Begroting
onder zijn bevoegdheid heeft. onder zijn bevoegdheid heeft.
f) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de Financiën f) een vertegenwoordiger aangeduid door de Minister die de Financiën
onder zijn bevoegdheid heeft. onder zijn bevoegdheid heeft.
§ 2. De in artikel 2, § 2, 2°, bedoelde afvaardiging bestaat uit : § 2. De in artikel 2, § 2, 2°, bedoelde afvaardiging bestaat uit :
a) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Vlaamse Gemeenschap; a) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Vlaamse Gemeenschap;
b) een vertegenwoordiger aangeduid door de Franse Gemeenschap; b) een vertegenwoordiger aangeduid door de Franse Gemeenschap;
c) een vertegenwoordiger aangeduid door de Duitstalige Gemeenschap; c) een vertegenwoordiger aangeduid door de Duitstalige Gemeenschap;
d) een vertegenwoordiger aangeduid door het Waals Gewest; d) een vertegenwoordiger aangeduid door het Waals Gewest;
e) een vertegenwoordiger aangeduid door het Brussels Hoofdstedelijk e) een vertegenwoordiger aangeduid door het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest; Gewest;
f) een vertegenwoordiger aangeduid door de Gemeenschappelijke f) een vertegenwoordiger aangeduid door de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie; Gemeenschapscommissie;
g) een vertegenwoordiger aangeduid door de Franse g) een vertegenwoordiger aangeduid door de Franse
Gemeenschapscommissie; Gemeenschapscommissie;
§ 3. De in artikel 2, § 2, 3°, bedoelde afvaardiging bestaat uit : § 3. De in artikel 2, § 2, 3°, bedoelde afvaardiging bestaat uit :
a) de administrateur-generaal; a) de administrateur-generaal;
b) de adjunct-administrateur-generaal. b) de adjunct-administrateur-generaal.
§ 4. De in artikel 2, § 2, 4°, bedoelde afvaardiging bestaat uit : § 4. De in artikel 2, § 2, 4°, bedoelde afvaardiging bestaat uit :
a) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Algemene Centrale der a) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Algemene Centrale der
Openbare Diensten; Openbare Diensten;
b) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Federatie van de b) drie vertegenwoordigers aangeduid door de Federatie van de
Christelijke Syndicaten der Openbare Diensten; Christelijke Syndicaten der Openbare Diensten;
c) drie vertegenwoordigers aangeduid door het Vrij Syndicaat voor het c) drie vertegenwoordigers aangeduid door het Vrij Syndicaat voor het
Openbaar Ambt. Openbaar Ambt.

Art. 4.§ 1. De Voorzitter, de leden van de afvaardiging bedoeld in

Art. 4.§ 1. De Voorzitter, de leden van de afvaardiging bedoeld in

artikel 3, § 3, en de leden aangeduid krachtens artikel 3, §§ 1, 2 en artikel 3, § 3, en de leden aangeduid krachtens artikel 3, §§ 1, 2 en
4, worden door de Minister benoemd voor een hernieuwbare periode van 4, worden door de Minister benoemd voor een hernieuwbare periode van
zes jaar. zes jaar.
§ 2. De Minister benoemt voor ieder effectief lid een vervangend lid § 2. De Minister benoemt voor ieder effectief lid een vervangend lid
volgens dezelfde regels als die bepaald in § 1. volgens dezelfde regels als die bepaald in § 1.
§ 3. Het effectieve of het vervangende lid dat vóór het einde van zijn § 3. Het effectieve of het vervangende lid dat vóór het einde van zijn
mandaat ophoudt deel uit te maken van het Comité, wordt binnen de drie mandaat ophoudt deel uit te maken van het Comité, wordt binnen de drie
maanden vervangen. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat maanden vervangen. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat
hij vervangt. hij vervangt.
Het lid dat de Minister of de organisatie die hem aangeduid heeft niet Het lid dat de Minister of de organisatie die hem aangeduid heeft niet
meer vertegenwoordigt, wordt als ontslagnemend beschouwd. meer vertegenwoordigt, wordt als ontslagnemend beschouwd.

Art. 5.Indien alle leden rechtstreeks betrokken zijn bij het in de

Art. 5.Indien alle leden rechtstreeks betrokken zijn bij het in de

dagorde ingeschreven onderwerp komt het Comité bijeen in algemene dagorde ingeschreven onderwerp komt het Comité bijeen in algemene
vergadering. vergadering.
Indien slechts bepaalde leden rechtstreeks betrokken zijn bij het in Indien slechts bepaalde leden rechtstreeks betrokken zijn bij het in
de dagorde ingeschreven onderwerp komt het Comité bijeen in beperkte de dagorde ingeschreven onderwerp komt het Comité bijeen in beperkte
commissie. commissie.
De algemene vergadering bestaat uit alle effectieve leden. In geval De algemene vergadering bestaat uit alle effectieve leden. In geval
van verhindering wordt het verhinderde effectieve lid vervangen door van verhindering wordt het verhinderde effectieve lid vervangen door
zijn vervanger. zijn vervanger.
In beperkte commissie nemen aan de werkzaamheden deel : In beperkte commissie nemen aan de werkzaamheden deel :
1° De Voorzitter; 1° De Voorzitter;
2° De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal; 2° De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal;
3° Twee leden van elk van de in artikel 3, § 4, bedoelde 3° Twee leden van elk van de in artikel 3, § 4, bedoelde
representatieve vakorganisaties van de overheidssector; representatieve vakorganisaties van de overheidssector;
4° De in artikel 3, §§ 1 en 2, bedoelde leden die rechtstreeks 4° De in artikel 3, §§ 1 en 2, bedoelde leden die rechtstreeks
betrokken zijn bij de in de dagorde ingeschreven punten. betrokken zijn bij de in de dagorde ingeschreven punten.
De in beperkte commissie genomen beslissingen worden meegedeeld aan de De in beperkte commissie genomen beslissingen worden meegedeeld aan de
algemene vergadering. algemene vergadering.

Art. 6.Behoudens de gevallen waarin het Comité door de wet belast

Art. 6.Behoudens de gevallen waarin het Comité door de wet belast

wordt met het uitbrengen van een advies, formuleert het Comité wordt met het uitbrengen van een advies, formuleert het Comité
aanbevelingen over elk onderwerp dat haar door de Voorzitter wordt aanbevelingen over elk onderwerp dat haar door de Voorzitter wordt
voorgelegd. voorgelegd.

Art. 7.De Voorzitter roept het Comité bijeen telkens als daartoe

Art. 7.De Voorzitter roept het Comité bijeen telkens als daartoe

aanleiding bestaat en ten minste eenmaal per trimester. aanleiding bestaat en ten minste eenmaal per trimester.
De Voorzitter dient eveneens het Comité bijeen te roepen indien ten De Voorzitter dient eveneens het Comité bijeen te roepen indien ten
minste vijf effectieve leden erom verzoeken. Het verzoek bepaalt het minste vijf effectieve leden erom verzoeken. Het verzoek bepaalt het
onderwerp dat deze leden door de Voorzitter aan het Comité wensen te onderwerp dat deze leden door de Voorzitter aan het Comité wensen te
laten voorleggen. laten voorleggen.

Art. 8.§ 1. De Voorzitter stelt de dagorde vast.

Art. 8.§ 1. De Voorzitter stelt de dagorde vast.

In het in artikel 7, tweede lid bepaalde geval wordt het onderwerp In het in artikel 7, tweede lid bepaalde geval wordt het onderwerp
door de Voorzitter ingeschreven als punt in de dagorde. door de Voorzitter ingeschreven als punt in de dagorde.
§ 2. De uitnodigingen en de documenten die betrekking hebben op de in § 2. De uitnodigingen en de documenten die betrekking hebben op de in
de dagorde ingeschreven punten worden door de Dienst aan de effectieve de dagorde ingeschreven punten worden door de Dienst aan de effectieve
leden verstuurd uiterlijk zeven werkdagen vóór de vergadering. leden verstuurd uiterlijk zeven werkdagen vóór de vergadering.
§ 3. Het lid dat de vergadering niet kan bijwonen laat zich vervangen § 3. Het lid dat de vergadering niet kan bijwonen laat zich vervangen
door zijn vervanger en deelt dit aan de Voorzitter mee. door zijn vervanger en deelt dit aan de Voorzitter mee.
§ 4. Het lid dat, na ontvangst van de uitnodiging, een punt aan de § 4. Het lid dat, na ontvangst van de uitnodiging, een punt aan de
dagorde wenst toe te voegen, dient daartoe een verzoek in bij de dagorde wenst toe te voegen, dient daartoe een verzoek in bij de
Voorzitter en overhandigt hem de nodige documenten. Indien de Voorzitter en overhandigt hem de nodige documenten. Indien de
Voorzitter dit aanvaardt, worden dit verzoek en de noodzakelijke Voorzitter dit aanvaardt, worden dit verzoek en de noodzakelijke
documenten uiterlijk drie werkdagen vóór de vergadering verstuurd. documenten uiterlijk drie werkdagen vóór de vergadering verstuurd.
§ 5. Tijdens de vergadering kunnen nieuwe punten enkel aan de dagorde § 5. Tijdens de vergadering kunnen nieuwe punten enkel aan de dagorde
worden toegevoegd mits een consensus van de aanwezige leden en voor worden toegevoegd mits een consensus van de aanwezige leden en voor
zover deze nieuwe punten niet rechtstreeks betrekking hebben op leden zover deze nieuwe punten niet rechtstreeks betrekking hebben op leden
die niet werden uitgenodigd. die niet werden uitgenodigd.
§ 6. Op gemotiveerde aanvraag van een lid, kan de Voorzitter, na § 6. Op gemotiveerde aanvraag van een lid, kan de Voorzitter, na
raadpleging van de aanwezige leden, beslissen één of meerdere punten raadpleging van de aanwezige leden, beslissen één of meerdere punten
van de dagorde te verdagen. van de dagorde te verdagen.

Art. 9.Elke afvaardiging mag zich laten bijstaan door maximum twee

Art. 9.Elke afvaardiging mag zich laten bijstaan door maximum twee

technici per punt dat in de dagorde is ingeschreven. technici per punt dat in de dagorde is ingeschreven.

Art. 10.Het secretariaat van het Comité wordt verzekerd door

Art. 10.Het secretariaat van het Comité wordt verzekerd door

personeelsleden van de Dienst. personeelsleden van de Dienst.

Art. 11.§ 1. Het Comité kan slechts geldig beraadslagen wanneer ten

Art. 11.§ 1. Het Comité kan slechts geldig beraadslagen wanneer ten

minste de helft van de opgeroepen leden aanwezig is. minste de helft van de opgeroepen leden aanwezig is.
Indien dit quorum niet wordt bereikt, kan het Comité, na een tweede Indien dit quorum niet wordt bereikt, kan het Comité, na een tweede
oproeping, geldig beraadslagen over dezelfde dagorde, ongeacht het oproeping, geldig beraadslagen over dezelfde dagorde, ongeacht het
aantal aanwezige leden. aantal aanwezige leden.
§ 2. De beslissingen worden bij consensus genomen en worden opgenomen § 2. De beslissingen worden bij consensus genomen en worden opgenomen
in een verslag van het Secretariaat van het Comité. in een verslag van het Secretariaat van het Comité.
Indien er geen consensus is, vermeldt het opgestelde verslag de Indien er geen consensus is, vermeldt het opgestelde verslag de
verschillende geuite meningen. verschillende geuite meningen.
Het feit dat een gefedereerde entiteit geen vertegenwoordiger heeft Het feit dat een gefedereerde entiteit geen vertegenwoordiger heeft
aangeduid of de afwezigheid van een door een gefedereerde entiteit aangeduid of de afwezigheid van een door een gefedereerde entiteit
aangeduide vertegenwoordiger heeft geen invloed op de beslissingen die aangeduide vertegenwoordiger heeft geen invloed op de beslissingen die
door het Comité worden genomen. door het Comité worden genomen.

Art. 12.Het Comité kan werkgroepen oprichten om bepaalde specifieke

Art. 12.Het Comité kan werkgroepen oprichten om bepaalde specifieke

problemen te bestuderen. De deelnemers aan deze werkgroepen, die leden problemen te bestuderen. De deelnemers aan deze werkgroepen, die leden
van het Comité kunnen zijn of buitenstaanders, worden door het Comité van het Comité kunnen zijn of buitenstaanders, worden door het Comité
aangeduid. aangeduid.
Het Comité kan zich laten bijstaan door personeelsleden van de Dienst Het Comité kan zich laten bijstaan door personeelsleden van de Dienst
of andere experten. of andere experten.

Art. 13.De werkgevers van de overheidssector en de

Art. 13.De werkgevers van de overheidssector en de

beheersinstellingen van pensioenen van de overheidssector zijn beheersinstellingen van pensioenen van de overheidssector zijn
verplicht aan het Comité alle in hun gegevensbank opgeslagen gegevens verplicht aan het Comité alle in hun gegevensbank opgeslagen gegevens
mee te delen die nodig zijn voor het uitvoeren van de studies die het mee te delen die nodig zijn voor het uitvoeren van de studies die het
Comité wil uitvoeren. De meegedeelde gegevens kunnen enkel collectieve Comité wil uitvoeren. De meegedeelde gegevens kunnen enkel collectieve
gegevens zijn en geen identificeerbare persoonsgegevens. gegevens zijn en geen identificeerbare persoonsgegevens.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 15.Onze Minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en

Art. 15.Onze Minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en

Grote Steden is belast met de uitvoering van dit besluit. Grote Steden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 29 oktober 2008. Gegeven te Brussel, 29 oktober 2008.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Maatschappelijke Integratie, De Minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden, Pensioenen en Grote Steden,
Mevr. M. ARENA Mevr. M. ARENA
^