Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
29 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 29 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel | gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel |
in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de | in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de |
toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen (1) | bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 | Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 |
december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een | december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een |
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde | regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard | werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard |
bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; | bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervaardigen van | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervaardigen van |
en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; | en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel | gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel |
in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de | in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de |
toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen, met uitzondering van | bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen, met uitzondering van |
de bepalingen in strijd met artikel 4, § 2, van de collectieve | de bepalingen in strijd met artikel 4, § 2, van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een | arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een |
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde | regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
werknemers indien zij worden ontslagen. | werknemers indien zij worden ontslagen. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 29 januari 2002. | Gegeven te Brussel, 29 januari 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31 | Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31 |
januari 1975. | januari 1975. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in | Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in |
jute of in vervangingsmaterialen | jute of in vervangingsmaterialen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999 |
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen (Overeenkomst | bejaarde werklieden indien zij worden ontslagen (Overeenkomst |
geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer 51083/CO/138) | geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer 51083/CO/138) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair | alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair |
Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in | Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in |
vervangingsmaterialen en op de werklieden die zij tewerkstellen. | vervangingsmaterialen en op de werklieden die zij tewerkstellen. |
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst | HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van |
een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden | een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden |
indien zij worden ontslagen. | indien zij worden ontslagen. |
Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, vierde en |
Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, vierde en |
vijfde lid, van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende | vijfde lid, van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende |
de toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel | de toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel |
brugpensioen, wordt de minimumleeftijd, om te kunnen genieten van deze | brugpensioen, wordt de minimumleeftijd, om te kunnen genieten van deze |
regeling van aanvullende vergoeding, vastgesteld op 58 jaar voor de | regeling van aanvullende vergoeding, vastgesteld op 58 jaar voor de |
werklieden en de werksters. | werklieden en de werksters. |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 8 van de statuten, |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 8 van de statuten, |
vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 maart en 8 | vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 maart en 8 |
juni 1989, gesloten in het bovengenoemd paritair comité tot oprichting | juni 1989, gesloten in het bovengenoemd paritair comité tot oprichting |
van een fonds voor bestaanszekerheid voor de sector en tot | van een fonds voor bestaanszekerheid voor de sector en tot |
vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij | vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij |
koninklijk besluit van 29 januari 1990 (Belgisch Staatsblad van 10 | koninklijk besluit van 29 januari 1990 (Belgisch Staatsblad van 10 |
maart 1990), wordt aan de werklieden bedoeld in de artikelen 2 en 3 | maart 1990), wordt aan de werklieden bedoeld in de artikelen 2 en 3 |
een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het fonds, waarvan | een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het fonds, waarvan |
het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn | het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn |
vastgesteld. | vastgesteld. |
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de | Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de |
artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 en door | artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 en door |
artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale | artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale |
bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen door het | bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen door het |
fonds. | fonds. |
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve | toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 | arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 |
december 1974, aan alle werklieden die ongewild werkloos worden | december 1974, aan alle werklieden die ongewild werkloos worden |
gesteld en die gedurende de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 | gesteld en die gedurende de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 |
december 2000 recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding | december 2000 recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding |
en op de eerste dag die recht geeft op deze vergoeding de leeftijd | en op de eerste dag die recht geeft op deze vergoeding de leeftijd |
hebben bereikt zoals aangeduid in artikel 3 hierboven. | hebben bereikt zoals aangeduid in artikel 3 hierboven. |
Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan | Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan |
sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van | sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van |
onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die | onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die |
recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 31 | recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 31 |
december 2000 indien dit te wijten is aan de verlenging van de | december 2000 indien dit te wijten is aan de verlenging van de |
opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2 en | opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2 en |
38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
Art. 6.Naast de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld |
Art. 6.Naast de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld |
koninklijk besluit van 7 december 1992 dienen de werklieden, om te | koninklijk besluit van 7 december 1992 dienen de werklieden, om te |
kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen, bovendien te | kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen, bovendien te |
voldoen aan één van de volgende anciënniteitsvoorwaarden : | voldoen aan één van de volgende anciënniteitsvoorwaarden : |
- ofwel 15 jaar loondienst in een of meerdere ondernemingen die onder | - ofwel 15 jaar loondienst in een of meerdere ondernemingen die onder |
de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het vervaardigen | de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het vervaardigen |
van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; | van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; |
- ofwel 5 jaar loondienst in een of meerdere ondernemingen die onder | - ofwel 5 jaar loondienst in een of meerdere ondernemingen die onder |
de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het vervaardigen | de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het vervaardigen |
van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, | van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, |
tijdens de laatste 10 jaren waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 | tijdens de laatste 10 jaren waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 |
jaren. | jaren. |
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt tevens verwezen | Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt tevens verwezen |
naar artikel 2, § 3, van voormeld koninklijk besluit. | naar artikel 2, § 3, van voormeld koninklijk besluit. |
Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voor zover zij de |
Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voor zover zij de |
wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende | wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende |
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij | vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij |
wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door | wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door |
deze pensioenreglementering vastgesteld. | deze pensioenreglementering vastgesteld. |
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het | De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het |
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling | stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling |
wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke | wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoeding ontvangen. | werkloosheidsvergoeding ontvangen. |
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de | helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 9.Het nettoreferteloon is gelijk aan het bruto-maandloon |
Art. 9.Het nettoreferteloon is gelijk aan het bruto-maandloon |
begrensd tot 103 250 BEF en verminderd met de persoonlijke sociale | begrensd tot 103 250 BEF en verminderd met de persoonlijke sociale |
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. | zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. |
De grens van 103 250 BEF is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 | De grens van 103 250 BEF is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 |
= 100) en bedraagt dus op 1 januari 1999 103 250 BEF. Zij is gebonden | = 100) en bedraagt dus op 1 januari 1999 103 250 BEF. Zij is gebonden |
aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, | aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende | overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende |
inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der | inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der |
consumptieprijzen. Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk | consumptieprijzen. Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk |
jaar herzien in functie der regelingslonen overeenkomstig de | jaar herzien in functie der regelingslonen overeenkomstig de |
beslissing van de Nationale Arbeidsraad. | beslissing van de Nationale Arbeidsraad. |
Het nettoreferteloon wordt tot het hogere honderdtal afgerond. | Het nettoreferteloon wordt tot het hogere honderdtal afgerond. |
Art. 10.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 10.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman (werkster) verrichte | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman (werkster) verrichte |
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en | prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. |
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. | zekerheid onderworpen zijn. |
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van | Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van |
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. | werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. |
§ 2. Voor de per maand betaalde werkman (werkster) wordt als brutoloon | § 2. Voor de per maand betaalde werkman (werkster) wordt als brutoloon |
beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 6 | beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 6 |
bepaalde refertemaand heeft verdiend. | bepaalde refertemaand heeft verdiend. |
§ 3. Voor de werkman (werkster) die niet per maand wordt betaald, | § 3. Voor de werkman (werkster) die niet per maand wordt betaald, |
wordt het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. | wordt het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. |
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale | Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale |
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die | prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die |
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt | periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt |
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse | vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse |
arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met | arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met |
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. | 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. |
§ 4. Het brutoloon van een werkman (werkster) die gedurende de ganse | § 4. Het brutoloon van een werkman (werkster) die gedurende de ganse |
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) | refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) |
aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand | aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand |
vallen. | vallen. |
Indien een werkman (werkster), krachtens de bepalingen van zijn (haar) | Indien een werkman (werkster), krachtens de bepalingen van zijn (haar) |
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de | arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de |
refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, | refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, |
wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal | wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal |
arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
§ 5. Het door de werkman (werkster) verdiende brutoloon, ongeacht of | § 5. Het door de werkman (werkster) verdiende brutoloon, ongeacht of |
het per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een | het per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een |
twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de | twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de |
veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen | veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen |
maand overschrijdt en door die arbeider(ster) in de loop van de twaalf | maand overschrijdt en door die arbeider(ster) in de loop van de twaalf |
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
§ 6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in | § 6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in |
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet | gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet |
worden gehouden. | worden gehouden. |
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die | Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die |
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. | de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. |
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, | gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake | volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake |
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van | werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van |
2 augustus 1971. | 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 | Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 |
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen | januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren door de desbetreffende werkgever en zal op 30 | kalendermaand gebeuren door de desbetreffende werkgever en zal op 30 |
januari van elk jaar terugbetaald worden door het Fonds voor | januari van elk jaar terugbetaald worden door het Fonds voor |
bestaanszekerheid voor het vervaardigen van en de handel in zakken in | bestaanszekerheid voor het vervaardigen van en de handel in zakken in |
jute of in vervangingsmaterialen. | jute of in vervangingsmaterialen. |
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere | HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere |
voordelen | voordelen |
Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, | andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, |
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. | die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. |
De werkman (werkster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde | De werkman (werkster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde |
ontslagen wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende | ontslagen wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende |
rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in | rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in |
artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. | artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. |
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure | HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure |
Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden (werksters) bedoeld bij |
Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden (werksters) bedoeld bij |
artikel 5 te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de | artikel 5 te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de |
vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij | vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij |
ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de | ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de |
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart | bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart |
1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel | 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel |
in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming | in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming |
van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden (werksters) die aan | van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden (werksters) die aan |
het in artikel 3 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang | het in artikel 3 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang |
kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende | kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende |
regeling kunnen genieten. | regeling kunnen genieten. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
werklieden van de onderneming. | werklieden van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken werkman (werkster) bij aangetekende brief uit | daarenboven de betrokken werkman (werkster) bij aangetekende brief uit |
tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. | tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. |
Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman (werkster) de gelegenheid | Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman (werkster) de gelegenheid |
te geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen | te geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen |
ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve | ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972 inzonderheid artikel 7, kan de | arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972 inzonderheid artikel 7, kan de |
werkman (werkster) zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de | werkman (werkster) zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de |
syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste geschieden de | syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste geschieden de |
tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit | tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit |
onderhoud voorzien was. | onderhoud voorzien was. |
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling | De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling |
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de | te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de |
arbeidsreserve. | arbeidsreserve. |
HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding |
Art. 15.De uitgaven waarvan sprake in hierboven vermeld hoofdstuk IV |
Art. 15.De uitgaven waarvan sprake in hierboven vermeld hoofdstuk IV |
worden gefinancierd door het fonds voor bestaanszekerheid, bij middel | worden gefinancierd door het fonds voor bestaanszekerheid, bij middel |
van een werkgeversbijdrage van 0,40 pct. berekend op grond van het | van een werkgeversbijdrage van 0,40 pct. berekend op grond van het |
volledig loon van hun werklieden. | volledig loon van hun werklieden. |
De modaliteiten hiervan worden in een afzonderlijke collectieve | De modaliteiten hiervan worden in een afzonderlijke collectieve |
arbeidsovereenkomst geregeld. | arbeidsovereenkomst geregeld. |
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen | HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen |
Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
deze overeenkomst worden door de raad van bestuur van het bedoelde | deze overeenkomst worden door de raad van bestuur van het bedoelde |
fonds vastgesteld. | fonds vastgesteld. |
Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst worden door de raad van bestuur van het bedoelde | arbeidsovereenkomst worden door de raad van bestuur van het bedoelde |
fonds voor bestaanszekerheid beslecht in de geest van en refererend | fonds voor bestaanszekerheid beslecht in de geest van en refererend |
naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale | naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Art. 18.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf |
Art. 18.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf |
1 januari 1999 tot en met 31 december 2000, behalve voor artikel 15 | 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000, behalve voor artikel 15 |
dat voor onbepaalde duur gesloten is. | dat voor onbepaalde duur gesloten is. |
Artikel 15 kan worden opgezegd door de meest gerede partij mits | Artikel 15 kan worden opgezegd door de meest gerede partij mits |
inachtname van een opzeggingsperiode van drie maanden bij een ter post | inachtname van een opzeggingsperiode van drie maanden bij een ter post |
aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het paritair comité. | aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het paritair comité. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari |
2002. | 2002. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |