Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 29/04/2009
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende vaststelling van het vakantiegeld van het personeel van de politiediensten "
Koninklijk besluit houdende vaststelling van het vakantiegeld van het personeel van de politiediensten Koninklijk besluit houdende vaststelling van het vakantiegeld van het personeel van de politiediensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST
BINNENLANDSE ZAKEN BINNENLANDSE ZAKEN
29 APRIL 2009. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het 29 APRIL 2009. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het
vakantiegeld van het personeel van de politiediensten vakantiegeld van het personeel van de politiediensten
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening
voor te leggen, strekt er voornamelijk toe om het vakantiegeld a rato voor te leggen, strekt er voornamelijk toe om het vakantiegeld a rato
van 92 % van een twaalfde van de jaarwedde, geleidelijk aan uit te van 92 % van een twaalfde van de jaarwedde, geleidelijk aan uit te
breiden naar de personeelsleden van het operationeel kader van de breiden naar de personeelsleden van het operationeel kader van de
politiediensten. De huidige budgettaire context noopt er immers toe om politiediensten. De huidige budgettaire context noopt er immers toe om
de kostprijs van een dergelijke statutaire maatregel te spreiden in de de kostprijs van een dergelijke statutaire maatregel te spreiden in de
tijd. tijd.
De personeelsleden van de politiediensten genoten tot op heden, De personeelsleden van de politiediensten genoten tot op heden,
overeenkomstig artikel XI.III.4, eerste lid, 3°, van het koninklijk overeenkomstig artikel XI.III.4, eerste lid, 3°, van het koninklijk
besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het
personeel van de politiediensten (RPPol), een vakantiegeld volgens de personeel van de politiediensten (RPPol), een vakantiegeld volgens de
bedragen en voorwaarden vastgesteld voor de toekenning ervan aan de bedragen en voorwaarden vastgesteld voor de toekenning ervan aan de
personeelsleden van de federale ministeries. personeelsleden van de federale ministeries.
Aanvullend aan dit vakantiegeld, genoten de personeelsleden van het Aanvullend aan dit vakantiegeld, genoten de personeelsleden van het
administratief en logistiek kader een premie, en dit overeenkomstig administratief en logistiek kader een premie, en dit overeenkomstig
het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van een het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van een
Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het administratief Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het administratief
en logistiek kader van de geïntegreerde politie, gestructureerd op en logistiek kader van de geïntegreerde politie, gestructureerd op
twee niveaus. Die Copernicuspremie stemde overeen met het verschil twee niveaus. Die Copernicuspremie stemde overeen met het verschil
tussen het brutobedrag van het vakantiegeld en een bedrag gelijk aan tussen het brutobedrag van het vakantiegeld en een bedrag gelijk aan
92 % van één twaalfde van de jaarwedde. 92 % van één twaalfde van de jaarwedde.
De progressieve toekenning van dit verhoogde vakantiegeld aan de De progressieve toekenning van dit verhoogde vakantiegeld aan de
personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten
wordt als volgt gespreid in de tijd. wordt als volgt gespreid in de tijd.
Vanaf het jaar 2009 is het percentage van 92 % van toepassing op de Vanaf het jaar 2009 is het percentage van 92 % van toepassing op de
agenten van politie en enkel op de inspecteurs en de hoofdinspecteurs agenten van politie en enkel op de inspecteurs en de hoofdinspecteurs
die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt, die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt,
terwijl een percentage van 65 % van toepassing is op de andere terwijl een percentage van 65 % van toepassing is op de andere
personeelsleden van het operationeel kader. personeelsleden van het operationeel kader.
Vanaf het jaar 2010 is het percentage van 92 % van toepassing op de Vanaf het jaar 2010 is het percentage van 92 % van toepassing op de
agenten van politie, op de inspecteurs en enkel op de hoofdinspecteurs agenten van politie, op de inspecteurs en enkel op de hoofdinspecteurs
die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt, die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt,
terwijl een percentage van 65 % van toepassing is op de andere terwijl een percentage van 65 % van toepassing is op de andere
personeelsleden van het operationeel kader. personeelsleden van het operationeel kader.
Vanaf het jaar 2011 zal het percentage van 92 % van toepassing zijn op Vanaf het jaar 2011 zal het percentage van 92 % van toepassing zijn op
alle personeelsleden van het operationeel kader. alle personeelsleden van het operationeel kader.
De personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de De personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de
politiediensten beschikten reeds over de Copernicuspremie die hun politiediensten beschikten reeds over de Copernicuspremie die hun
vakantiegeld aanvulde tot 92 % van hun maandwedde. Door het vakantiegeld aanvulde tot 92 % van hun maandwedde. Door het
vaststellen van het vakantiegeld op 92 % van de maandwedde voor alle vaststellen van het vakantiegeld op 92 % van de maandwedde voor alle
personeelsleden van de politiediensten is die premie zonder voorwerp personeelsleden van de politiediensten is die premie zonder voorwerp
geworden. Het artikel XI.III.4, eerste lid, 3°, RPPol alsook het geworden. Het artikel XI.III.4, eerste lid, 3°, RPPol alsook het
koninklijk besluit van 16 januari tot toekenning van een koninklijk besluit van 16 januari tot toekenning van een
Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden 2003 van het Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden 2003 van het
administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie, administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie,
gestructureerd op twee niveaus, worden dan ook meteen opgeheven. gestructureerd op twee niveaus, worden dan ook meteen opgeheven.
In zijn advies stelt de Raad van State zich evenwel vragen omtrent het In zijn advies stelt de Raad van State zich evenwel vragen omtrent het
onderscheid op grond van leeftijd en de conformiteit ervan met de onderscheid op grond van leeftijd en de conformiteit ervan met de
principes van gelijkheid en non-discriminatie. principes van gelijkheid en non-discriminatie.
Overeenkomstig artikel 12, § 1, van de wet van 10 mei 2007 ter Overeenkomstig artikel 12, § 1, van de wet van 10 mei 2007 ter
bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, vormt een bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, vormt een
onderscheid op grond van leeftijd op het vlak van de onderscheid op grond van leeftijd op het vlak van de
arbeidsbetrekkingen geen discriminatie wanneer het objectief en arbeidsbetrekkingen geen discriminatie wanneer het objectief en
redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel, in het redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel, in het
bijzonder door legitieme doelstellingen in het raam van het bijzonder door legitieme doelstellingen in het raam van het
tewerkstellingsbeleid, de arbeidsmarkt of elk ander vergelijkbaar tewerkstellingsbeleid, de arbeidsmarkt of elk ander vergelijkbaar
legitiem doel, en wanneer de middelen voor het bereiken van dat doel legitiem doel, en wanneer de middelen voor het bereiken van dat doel
passend en nodig zijn. passend en nodig zijn.
Het in het voorliggende ontwerpbesluit vervatte leeftijdsonderscheid Het in het voorliggende ontwerpbesluit vervatte leeftijdsonderscheid
bestaat er in dat, vanaf het jaar 2009, het percentage van 92 % reeds bestaat er in dat, vanaf het jaar 2009, het percentage van 92 % reeds
wordt toegekend aan de inspecteurs en de hoofdinspecteurs die op 1 wordt toegekend aan de inspecteurs en de hoofdinspecteurs die op 1
oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt. oktober 2008 de volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt.
Dit onderscheid strekt er toe om de personeelsleden op korte termijn Dit onderscheid strekt er toe om de personeelsleden op korte termijn
ertoe aan te zetten langer aan het werk te blijven. Deze maatregel ertoe aan te zetten langer aan het werk te blijven. Deze maatregel
strookt dan ook volledig met de betrachting van het « Generatiepact » strookt dan ook volledig met de betrachting van het « Generatiepact »
om oudere werknemers langer actief te houden op de arbeidsmarkt. In om oudere werknemers langer actief te houden op de arbeidsmarkt. In
dat verband kan trouwens eveneens verwezen worden naar de maatregel dat verband kan trouwens eveneens verwezen worden naar de maatregel
van het pensioencomplement wegens leeftijd bedoeld in de wet van 12 van het pensioencomplement wegens leeftijd bedoeld in de wet van 12
augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, die augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, die
eveneens is ingegeven vanuit diezelfde bekommernis. Men kan derhalve eveneens is ingegeven vanuit diezelfde bekommernis. Men kan derhalve
stellen dat het onderscheid niet discriminatoir is vermits het stellen dat het onderscheid niet discriminatoir is vermits het
objectief en redelijk is gerechtvaardigd door een legitiem doel in het objectief en redelijk is gerechtvaardigd door een legitiem doel in het
raam van het tewerkstellingsbeleid. raam van het tewerkstellingsbeleid.
Wij hebben de eer te zijn, Wij hebben de eer te zijn,
Sire, Sire,
van Uwe Majesteit, van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaars, en zeer getrouwe dienaars,
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT G. DE PADT
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 23 maart 2009 De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 23 maart 2009
door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht hem, binnen een door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht hem, binnen een
termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van
koninklijk besluit « houdende vaststelling van het vakantiegeld van koninklijk besluit « houdende vaststelling van het vakantiegeld van
het personeel van de politiediensten », heeft het volgende advies het personeel van de politiediensten », heeft het volgende advies
gegeven : gegeven :
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1,
eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,
zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de
afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde
gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het
ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te
vervullen voorafgaande vormvereisten. vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de
volgende opmerkingen. volgende opmerkingen.
De artikelen 3 en 4 van het ontwerp voeren een verschil in behandeling De artikelen 3 en 4 van het ontwerp voeren een verschil in behandeling
in tussen bepaalde leden van het personeel van het operationeel kader. in tussen bepaalde leden van het personeel van het operationeel kader.
De grondwettelijke regels van gelijkheid en van niet-discriminatie De grondwettelijke regels van gelijkheid en van niet-discriminatie
sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde
categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover voor het categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover voor het
criterium van onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording criterium van onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording
bestaat. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden bestaat. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden
beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de
desbetreffende norm; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer desbetreffende norm; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer
vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen
de aangewende middelen en het beoogde doel. de aangewende middelen en het beoogde doel.
Omtrent het onderscheid onder de leden van het personeel van het Omtrent het onderscheid onder de leden van het personeel van het
operationeel kader op basis van de leeftijd moet tevens rekening operationeel kader op basis van de leeftijd moet tevens rekening
worden gehouden met de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van worden gehouden met de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van
bepaalde vormen van discriminatie. Op het vlak van de bepaalde vormen van discriminatie. Op het vlak van de
arbeidsbetrekkingen vormt een direct onderscheid op grond van leeftijd arbeidsbetrekkingen vormt een direct onderscheid op grond van leeftijd
geen discriminatie wanneer het objectief en redelijk wordt geen discriminatie wanneer het objectief en redelijk wordt
gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme
doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid,
de arbeidsmarkt of elk ander vergelijkbaar legitiem doel, en de de arbeidsmarkt of elk ander vergelijkbaar legitiem doel, en de
middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn
(artikel 12, § 1, van deze wet). (artikel 12, § 1, van deze wet).
De in het ontwerp gemaakte onderscheiden kunnen alleen worden De in het ontwerp gemaakte onderscheiden kunnen alleen worden
beschouwd als zijnde in overeenstemming met de beginselen van beschouwd als zijnde in overeenstemming met de beginselen van
gelijkheid en non-discriminatie indien ze voldoen aan de voornoemde gelijkheid en non-discriminatie indien ze voldoen aan de voornoemde
voorwaarden, wat niet het geval lijkt te zijn met het onderscheid voorwaarden, wat niet het geval lijkt te zijn met het onderscheid
gebaseerd op de leeftijd. gebaseerd op de leeftijd.
De kamer was samengesteld uit : De kamer was samengesteld uit :
De heer Y. Kreins, kamervoorzitter; De heer Y. Kreins, kamervoorzitter;
De heer P. Vandernoot en Mevr. M. Baguet, staatsraden; De heer P. Vandernoot en Mevr. M. Baguet, staatsraden;
De heren G. Keutgen en G. de Leval, assessoren van de afdeling De heren G. Keutgen en G. de Leval, assessoren van de afdeling
wetgeving; wetgeving;
Mevr. B. Vigneron, griffier. Mevr. B. Vigneron, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer R. Wimmer, auditeur. Het verslag werd uitgebracht door de heer R. Wimmer, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd
nagezien onder toezicht van de heer P. Vandernoot. nagezien onder toezicht van de heer P. Vandernoot.
De griffier, De griffier,
B. Vigneron. B. Vigneron.
De voorzitter, De voorzitter,
Y. Kreins. Y. Kreins.
29 APRIL 2009. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het 29 APRIL 2009. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het
vakantiegeld van het personeel van de politiediensten vakantiegeld van het personeel van de politiediensten
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel
121, vervangen bij de wet van 26 april 2002; 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de
rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol);
Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van
een Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het een Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het
administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie, administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie,
gestructureerd op twee niveaus; gestructureerd op twee niveaus;
Gelet op het protocol van onderhandelingen Nr 235bis van het Gelet op het protocol van onderhandelingen Nr 235bis van het
Onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 25 Onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 25
september 2008; september 2008;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17
november 2008; november 2008;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken,
gegeven op 15 januari 2009; gegeven op 15 januari 2009;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting,
gegeven op 11 maart 2009; gegeven op 11 maart 2009;
Gelet op het advies van de Adviesraad van burgemeesters, gegeven op 4 Gelet op het advies van de Adviesraad van burgemeesters, gegeven op 4
februari 2009; februari 2009;
Gelet op het advies 46.290/2 van de Raad van State, gegeven op 20 Gelet op het advies 46.290/2 van de Raad van State, gegeven op 20
april 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de april 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Justitie en de Minister van Op de voordracht van de Minister van Justitie en de Minister van
Binnenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.In titel III van deel XI van het RPPol wordt een hoofdstuk

Artikel 1.In titel III van deel XI van het RPPol wordt een hoofdstuk

IIbis ingevoegd dat het artikel XI.III.4bis bevat, luidende : IIbis ingevoegd dat het artikel XI.III.4bis bevat, luidende :
« HOOFDSTUK IIbis - Het vakantiegeld « HOOFDSTUK IIbis - Het vakantiegeld
Art. XI.III.4bis. De personeelsleden genieten jaarlijks een Art. XI.III.4bis. De personeelsleden genieten jaarlijks een
vakantiegeld waarvan het bedrag voor volledige prestaties gedurende vakantiegeld waarvan het bedrag voor volledige prestaties gedurende
het gehele referentiejaar wordt vastgesteld op 92 % van een twaalfde het gehele referentiejaar wordt vastgesteld op 92 % van een twaalfde
van de jaarwedde, gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen, die van de jaarwedde, gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen, die
verschuldigd is voor de maand maart van het kalenderjaar. Voor het verschuldigd is voor de maand maart van het kalenderjaar. Voor het
overige wordt het berekend en toegekend volgens de nadere regels die overige wordt het berekend en toegekend volgens de nadere regels die
gelden voor het personeel van de federale overheidsdiensten. gelden voor het personeel van de federale overheidsdiensten.
De personeelsleden genieten evenwel het vakantiegeld berekend volgens De personeelsleden genieten evenwel het vakantiegeld berekend volgens
de regels van vaststelling voor het personeel van de federale de regels van vaststelling voor het personeel van de federale
overheidsdiensten indien dat voor hen gunstiger is. » overheidsdiensten indien dat voor hen gunstiger is. »

Art. 2.In artikel XI.III.4, eerste lid, RPPol, wordt de bepaling

Art. 2.In artikel XI.III.4, eerste lid, RPPol, wordt de bepaling

onder 3° opgeheven. onder 3° opgeheven.

Art. 3.Voor de leden van het operationeel kader, met uitzondering van

Art. 3.Voor de leden van het operationeel kader, met uitzondering van

de leden van het basis- en het middenkader die op 1 oktober 2008 de de leden van het basis- en het middenkader die op 1 oktober 2008 de
volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt alsook van de agenten van volle leeftijd van 57 jaar hebben bereikt alsook van de agenten van
politie, wordt, in het uitbetalingsjaar 2009, "92 %" in het artikel politie, wordt, in het uitbetalingsjaar 2009, "92 %" in het artikel
XI.III.4bis, eerste lid, RPPol, evenwel gelezen als "65 %". XI.III.4bis, eerste lid, RPPol, evenwel gelezen als "65 %".

Art. 4.Voor de leden van het operationeel kader, met uitzondering van

Art. 4.Voor de leden van het operationeel kader, met uitzondering van

de leden van het middenkader die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd de leden van het middenkader die op 1 oktober 2008 de volle leeftijd
van 57 jaar hebben bereikt, alsook van de agenten en de inspecteurs van 57 jaar hebben bereikt, alsook van de agenten en de inspecteurs
van politie, wordt, in het uitbetalingsjaar 2010, "92 %" in het van politie, wordt, in het uitbetalingsjaar 2010, "92 %" in het
artikel XI.III.4bis, eerste lid, RPPol, evenwel gelezen als "65 %". artikel XI.III.4bis, eerste lid, RPPol, evenwel gelezen als "65 %".

Art. 5.Het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van

Art. 5.Het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van

een Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het een Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het
administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie, administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie,
gestructureerd op twee niveaus, wordt opgeheven. gestructureerd op twee niveaus, wordt opgeheven.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

Art. 7.De Minister bevoegd voor Justitie en de Minister bevoegd voor

Art. 7.De Minister bevoegd voor Justitie en de Minister bevoegd voor

Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 29 april 2009. Gegeven te Brussel, 29 april 2009.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK S. DE CLERCK
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT G. DE PADT
^