Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst |
---|---|
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING | MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING |
28 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 28 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de | besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de |
beroepsofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de | beroepsofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de |
medische dienst | medische dienst |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de | Gelet op de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de |
beroepsofficieren en de reserveofficieren van de krijgsmacht, | beroepsofficieren en de reserveofficieren van de krijgsmacht, |
inzonderheid op artikel 41, vervangen bij de wet van 28 december 1990 | inzonderheid op artikel 41, vervangen bij de wet van 28 december 1990 |
en gewijzigd bij de wet van 22 maart 2001; | en gewijzigd bij de wet van 22 maart 2001; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand | Gelet op het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand |
en de bevordering van de beroepsofficieren van de land-, de lucht- en | en de bevordering van de beroepsofficieren van de land-, de lucht- en |
de zeemacht en van de medische dienst, inzonderheid op artikel 6, | de zeemacht en van de medische dienst, inzonderheid op artikel 6, |
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 november 1964, 27 oktober | gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 november 1964, 27 oktober |
1976, 25 september 1985 en 25 juni 1991, en op artikel 7, gewijzigd | 1976, 25 september 1985 en 25 juni 1991, en op artikel 7, gewijzigd |
bij het koninklijk besluit van 25 juni 1991; | bij het koninklijk besluit van 25 juni 1991; |
Gelet op het protocol van het Onderhandelingscomité van het militair | Gelet op het protocol van het Onderhandelingscomité van het militair |
personeel van de krijgsmacht, afgesloten op 1 juni 2001; | personeel van de krijgsmacht, afgesloten op 1 juni 2001; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat in 2001 de krijgsmacht essentieel geherstructureerd | Overwegende dat in 2001 de krijgsmacht essentieel geherstructureerd |
zal worden; | zal worden; |
Overwegende dat, voor de opperofficieren, de vrijwillige | Overwegende dat, voor de opperofficieren, de vrijwillige |
indisponibiliteitsstelling is heringevoerd om de nieuwe structuur van | indisponibiliteitsstelling is heringevoerd om de nieuwe structuur van |
de krijgsmacht te realiseren; | de krijgsmacht te realiseren; |
Overwegende dat de benoeming van opperofficieren in vervanging van | Overwegende dat de benoeming van opperofficieren in vervanging van |
deze die in disponibiliteit vertrekken, een onmisbare aanvulling vormt | deze die in disponibiliteit vertrekken, een onmisbare aanvulling vormt |
bij de invoering van de nieuwe structuur en dat elke discontinuïteit | bij de invoering van de nieuwe structuur en dat elke discontinuïteit |
in de benoeming van opperofficieren de operationaliteit van de | in de benoeming van opperofficieren de operationaliteit van de |
krijgsmacht zou kunnen aantasten; | krijgsmacht zou kunnen aantasten; |
Overwegende dat ieder kandidaat tot een graad van opperofficier | Overwegende dat ieder kandidaat tot een graad van opperofficier |
gebruik maakt van een kans iedere keer dat zijn kandidatuur wordt | gebruik maakt van een kans iedere keer dat zijn kandidatuur wordt |
onderzocht; | onderzocht; |
Overwegende dat de inschrijving op vijf opeenvolgende lijsten, binnen | Overwegende dat de inschrijving op vijf opeenvolgende lijsten, binnen |
een korte termijn, de kansen van verdienstelijke kandidaten snel | een korte termijn, de kansen van verdienstelijke kandidaten snel |
uitput, zowel ten nadele van betrokkenen zelf als ten nadele van de | uitput, zowel ten nadele van betrokkenen zelf als ten nadele van de |
krijgsmacht; | krijgsmacht; |
Overwegende dat deze toestand uiteindelijk schade zou kunnen | Overwegende dat deze toestand uiteindelijk schade zou kunnen |
toebrengen aan de goede werking van de krijgsmacht indien er geen | toebrengen aan de goede werking van de krijgsmacht indien er geen |
oplossing voor zou gevonden worden; | oplossing voor zou gevonden worden; |
Overwegende dat het dus noodzakelijk is aan deze toestand te verhelpen | Overwegende dat het dus noodzakelijk is aan deze toestand te verhelpen |
door deze bepalingen uit te vaardigen vóór de comités ingericht in | door deze bepalingen uit te vaardigen vóór de comités ingericht in |
2001; | 2001; |
Op de voordracht van Onze Minister van Landsverdediging, | Op de voordracht van Onze Minister van Landsverdediging, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 |
Artikel 1.Artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 |
betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren van de | betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren van de |
land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst, gewijzigd | land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst, gewijzigd |
bij de koninklijke besluiten van 3 november 1964, 27 oktober 1976, 25 | bij de koninklijke besluiten van 3 november 1964, 27 oktober 1976, 25 |
september 1985 en 25 juni 1991, wordt aangevuld met het volgende lid : | september 1985 en 25 juni 1991, wordt aangevuld met het volgende lid : |
« Evenwel wordt de kandidaat tot de graad van opperofficier die | « Evenwel wordt de kandidaat tot de graad van opperofficier die |
ingeschreven is op meerdere lijsten voor de hoge bevorderingscomités | ingeschreven is op meerdere lijsten voor de hoge bevorderingscomités |
gehouden in een zelfde kalenderjaar, geacht slechts op één enkele | gehouden in een zelfde kalenderjaar, geacht slechts op één enkele |
lijst in de zin van het tweede lid te zijn ingeschreven. » | lijst in de zin van het tweede lid te zijn ingeschreven. » |
Art. 2.Artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 2.Artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 25 juni 1991, wordt aangevuld met het volgende | koninklijk besluit van 25 juni 1991, wordt aangevuld met het volgende |
lid : | lid : |
« Indien er, in de loop van een kalenderjaar, meerdere comités voor | « Indien er, in de loop van een kalenderjaar, meerdere comités voor |
het onderzoek van de kandidaturen tot de graad van generaal-majoor | het onderzoek van de kandidaturen tot de graad van generaal-majoor |
ingericht worden, is het advies bedoeld in het eerste lid, verstrekt | ingericht worden, is het advies bedoeld in het eerste lid, verstrekt |
over een kandidaat ter gelegenheid van het eerste comité ingericht in | over een kandidaat ter gelegenheid van het eerste comité ingericht in |
de loop van dit kalenderjaar, geldig voor alle comités ingericht in de | de loop van dit kalenderjaar, geldig voor alle comités ingericht in de |
loop van dit kalenderjaar. » | loop van dit kalenderjaar. » |
Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 69bis ingevoegd, |
Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 69bis ingevoegd, |
luidende : | luidende : |
« Artikel 69bis.De bepalingen bedoeld in artikel 6, § 2, derde lid, |
« Artikel 69bis.De bepalingen bedoeld in artikel 6, § 2, derde lid, |
zijn niet toepasselijk op de kolonels en op de generaal-majoors die, | zijn niet toepasselijk op de kolonels en op de generaal-majoors die, |
vóór 1 januari 2001, op vijf opeenvolgende lijsten voor het onderzoek | vóór 1 januari 2001, op vijf opeenvolgende lijsten voor het onderzoek |
van hun kandidatuur tot de hogere graad werder ingeschreven. » | van hun kandidatuur tot de hogere graad werder ingeschreven. » |
Art. 4.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering |
Art. 4.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 28 juni 2001. | Gegeven te Brussel, 28 juni 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Landsverdediging, | De Minister van Landsverdediging, |
A. FLAHAUT | A. FLAHAUT |