Koninklijk besluit betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk | Koninklijk besluit betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
27 OKTOBER 2009. - Koninklijk besluit betreffende de oprichting van | 27 OKTOBER 2009. - Koninklijk besluit betreffende de oprichting van |
een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op | een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op |
het werk (1) | het werk (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de | Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de |
werknemers bij de uitvoering van hun werk, artikel 38, § 1, gewijzigd | werknemers bij de uitvoering van hun werk, artikel 38, § 1, gewijzigd |
bij de wet van 13 februari 1998; | bij de wet van 13 februari 1998; |
Gelet op het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, | Gelet op het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, |
goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 | goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 |
september 1947; | september 1947; |
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en bescherming op | Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en bescherming op |
het werk, gegeven op 18 april 2008; | het werk, gegeven op 18 april 2008; |
Gelet op advies 46.719/1 van de Raad van State, gegeven op 11 juni | Gelet op advies 46.719/1 van de Raad van State, gegeven op 11 juni |
2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Afdeling 1. - Definities | Afdeling 1. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° de wet : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de | 1° de wet : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de |
werknemers bij de uitvoering van hun werk; | werknemers bij de uitvoering van hun werk; |
2° de Minister : de Minister tot wiens Bevoegdheid het welzijn van de | 2° de Minister : de Minister tot wiens Bevoegdheid het welzijn van de |
werknemers bij de uitvoering van hun werk behoort; | werknemers bij de uitvoering van hun werk behoort; |
3° het comité : het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk | 3° het comité : het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk |
of, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging; | of, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging; |
4° de Algemene directie HUA : de Algemene directie Humanisering van de | 4° de Algemene directie HUA : de Algemene directie Humanisering van de |
Arbeid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en | Arbeid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en |
Sociaal Overleg; | Sociaal Overleg; |
5° de Algemene directie TWW : de Algemene directie van het Toezicht op | 5° de Algemene directie TWW : de Algemene directie van het Toezicht op |
het Welzijn op het werk van de Federale Overheidsdienst | het Welzijn op het werk van de Federale Overheidsdienst |
Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg; | Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg; |
6° de interne dienst : de interne dienst voor preventie en bescherming | 6° de interne dienst : de interne dienst voor preventie en bescherming |
op het werk; | op het werk; |
7° de externe dienst : de externe dienst voor preventie en bescherming | 7° de externe dienst : de externe dienst voor preventie en bescherming |
op het werk; | op het werk; |
8° de aanvrager : de onderneming, instelling of organisatie die, | 8° de aanvrager : de onderneming, instelling of organisatie die, |
namens een werkgever of een groep werkgevers, gemandateerd wordt om | namens een werkgever of een groep werkgevers, gemandateerd wordt om |
een aanvraag te doen tot oprichting van een gemeenschappelijke interne | een aanvraag te doen tot oprichting van een gemeenschappelijke interne |
dienst. | dienst. |
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de oprichting van een | Afdeling 2. - Voorwaarden voor de oprichting van een |
gemeenschappelijke interne dienst | gemeenschappelijke interne dienst |
Art. 2.Een werkgever of groep van werkgevers, kan toegelaten worden |
Art. 2.Een werkgever of groep van werkgevers, kan toegelaten worden |
een gemeenschappelijke interne dienst op te richten in toepassing van | een gemeenschappelijke interne dienst op te richten in toepassing van |
artikel 38, § 1, van de wet, voor zover de volgende voorwaarden zijn | artikel 38, § 1, van de wet, voor zover de volgende voorwaarden zijn |
vervuld : | vervuld : |
1° er bestaat een juridische, economische, geografische of technische | 1° er bestaat een juridische, economische, geografische of technische |
band tussen de betrokken werkgevers; | band tussen de betrokken werkgevers; |
2° de gemeenschappelijke interne dienst biedt ten opzichte van de | 2° de gemeenschappelijke interne dienst biedt ten opzichte van de |
afzonderlijke interne diensten van de betrokken werkgevers één of | afzonderlijke interne diensten van de betrokken werkgevers één of |
meerdere voordelen. Deze voordelen betreffen inzonderheid : | meerdere voordelen. Deze voordelen betreffen inzonderheid : |
- er is een groter aantal preventieadviseurs aanwezig; | - er is een groter aantal preventieadviseurs aanwezig; |
- er is een groter aantal disciplines vertegenwoordigd; | - er is een groter aantal disciplines vertegenwoordigd; |
- er is een hoger niveau van aanvullende vorming aanwezig; | - er is een hoger niveau van aanvullende vorming aanwezig; |
- er is meer tijd beschikbaar om te besteden aan preventietaken; | - er is meer tijd beschikbaar om te besteden aan preventietaken; |
- er worden meer middelen, zoals bedoeld in artikel 17, § 1, eerste | - er worden meer middelen, zoals bedoeld in artikel 17, § 1, eerste |
lid, 2°, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de | lid, 2°, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de |
interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, ter | interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, ter |
beschikking gesteld; | beschikking gesteld; |
3° een planning van de organisatie van de gemeenschappelijke interne | 3° een planning van de organisatie van de gemeenschappelijke interne |
dienst is uitgewerkt, met dien verstande dat voor het vastleggen van | dienst is uitgewerkt, met dien verstande dat voor het vastleggen van |
het aantal preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende vorming | het aantal preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende vorming |
evenals hun prestatieduur de bepalingen bedoeld in het koninklijk | evenals hun prestatieduur de bepalingen bedoeld in het koninklijk |
besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie | besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie |
en bescherming op het werk, worden toegepast op het geheel van de | en bescherming op het werk, worden toegepast op het geheel van de |
betrokken werkgevers die de gemeenschappelijke interne dienst wensen | betrokken werkgevers die de gemeenschappelijke interne dienst wensen |
op te richten; | op te richten; |
4° er bestaat een voorafgaand akkoord tussen de betrokken werkgevers | 4° er bestaat een voorafgaand akkoord tussen de betrokken werkgevers |
ingeval ze : | ingeval ze : |
- de opname wensen in de gemeenschappelijke interne dienst van een | - de opname wensen in de gemeenschappelijke interne dienst van een |
bestaand departement belast met het medisch toezicht; | bestaand departement belast met het medisch toezicht; |
- een beroep wensen te doen op de deskundigheden ergonomie, | - een beroep wensen te doen op de deskundigheden ergonomie, |
bedrijfshygiëne of psychosociale aspecten van de arbeid, waarvoor | bedrijfshygiëne of psychosociale aspecten van de arbeid, waarvoor |
werknemers van één of meerdere betrokken werkgevers een vorming | werknemers van één of meerdere betrokken werkgevers een vorming |
bezitten overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 | bezitten overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 |
december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs | december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs |
van de externe diensten; | van de externe diensten; |
5° de voorafgaande adviezen van de betrokken comités zijn gevraagd met | 5° de voorafgaande adviezen van de betrokken comités zijn gevraagd met |
betrekking tot de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst | betrekking tot de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst |
en de prestatieduur van de preventieadviseurs. | en de prestatieduur van de preventieadviseurs. |
Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag tot oprichting van een | Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag tot oprichting van een |
gemeenschappelijke interne dienst | gemeenschappelijke interne dienst |
Art. 3.De aanvrager vult het formulier in dat als bijlage bij dit |
Art. 3.De aanvrager vult het formulier in dat als bijlage bij dit |
besluit is gevoegd. | besluit is gevoegd. |
Hij maakt dit formulier, evenals de erbij horende stukken, over aan de | Hij maakt dit formulier, evenals de erbij horende stukken, over aan de |
Algemene directie HUA. | Algemene directie HUA. |
Art. 4.De Algemene directie HUA gaat na of de aanvraag volledig is en |
Art. 4.De Algemene directie HUA gaat na of de aanvraag volledig is en |
zendt deze vervolgens voor onderzoek en advies naar de Algemene | zendt deze vervolgens voor onderzoek en advies naar de Algemene |
directie TWW. | directie TWW. |
De Algemene directie TWW houdt bij het geven van haar advies in het | De Algemene directie TWW houdt bij het geven van haar advies in het |
bijzonder rekening met : | bijzonder rekening met : |
1° het aantal voorziene preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende | 1° het aantal voorziene preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende |
vorming evenals de tijd die voorgesteld wordt om te besteden aan | vorming evenals de tijd die voorgesteld wordt om te besteden aan |
preventietaken; | preventietaken; |
2° het niveau van aanvullende vorming van de preventieadviseur belast | 2° het niveau van aanvullende vorming van de preventieadviseur belast |
met de leiding van de gemeenschappelijke interne dienst en de tijd die | met de leiding van de gemeenschappelijke interne dienst en de tijd die |
voorgesteld wordt om te besteden aan preventietaken; | voorgesteld wordt om te besteden aan preventietaken; |
3° in voorkomend geval, het aantal contactpersonen tussen de | 3° in voorkomend geval, het aantal contactpersonen tussen de |
gemeenschappelijke interne dienst en de betrokken werkgevers. | gemeenschappelijke interne dienst en de betrokken werkgevers. |
Art. 5.In geval van gunstig advies van de Algemene directie TWW maakt |
Art. 5.In geval van gunstig advies van de Algemene directie TWW maakt |
de Algemene directie HUA een ontwerp van ministerieel besluit houdende | de Algemene directie HUA een ontwerp van ministerieel besluit houdende |
toelating tot het oprichten van een gemeenschappelijke interne dienst | toelating tot het oprichten van een gemeenschappelijke interne dienst |
over aan de Minister. | over aan de Minister. |
In geval van ongunstig advies van de Algemene directie TWW brengt de | In geval van ongunstig advies van de Algemene directie TWW brengt de |
Algemene directie HUA de Minister hiervan op de hoogte. | Algemene directie HUA de Minister hiervan op de hoogte. |
Art. 6.De Minister beslist de toelating tot oprichting van een |
Art. 6.De Minister beslist de toelating tot oprichting van een |
gemeenschappelijke interne dienst al dan niet te geven. | gemeenschappelijke interne dienst al dan niet te geven. |
Hij verleent de toelating bij wege van ministerieel besluit. | Hij verleent de toelating bij wege van ministerieel besluit. |
Dit besluit bevat tenminste de bepalingen bedoeld in artikel 4, tweede | Dit besluit bevat tenminste de bepalingen bedoeld in artikel 4, tweede |
lid. | lid. |
Dit besluit kan, in voorkomend geval, bijkomende voorwaarden opleggen | Dit besluit kan, in voorkomend geval, bijkomende voorwaarden opleggen |
betreffende : | betreffende : |
1° de financiële aspecten van de werking van de gemeenschappelijke | 1° de financiële aspecten van de werking van de gemeenschappelijke |
interne dienst; | interne dienst; |
2° de oprichting van een beheerscomité, bestaande uit personen | 2° de oprichting van een beheerscomité, bestaande uit personen |
aangeduid door de aangesloten werkgevers en vertegenwoordigers | aangeduid door de aangesloten werkgevers en vertegenwoordigers |
aangeduid door de representatieve werknemersorganisaties, belast met | aangeduid door de representatieve werknemersorganisaties, belast met |
het toezicht op het beleid van de gemeenschappelijke interne dienst. | het toezicht op het beleid van de gemeenschappelijke interne dienst. |
De Minister kan eveneens nadere bepalingen vastleggen betreffende : | De Minister kan eveneens nadere bepalingen vastleggen betreffende : |
1° de wijze waarop werkgevers kunnen toetreden tot de | 1° de wijze waarop werkgevers kunnen toetreden tot de |
gemeenschappelijke interne dienst; | gemeenschappelijke interne dienst; |
2° de wijze waarop werkgevers zich kunnen terugtrekken uit de | 2° de wijze waarop werkgevers zich kunnen terugtrekken uit de |
gemeenschappelijke interne dienst. | gemeenschappelijke interne dienst. |
In geval van weigering tot oprichting van een gemeenschappelijke | In geval van weigering tot oprichting van een gemeenschappelijke |
interne dienst, motiveert de Minister zijn beslissing en wordt deze | interne dienst, motiveert de Minister zijn beslissing en wordt deze |
bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de aanvrager. | bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de aanvrager. |
Afdeling 4. - Wijziging van de samenstelling van een | Afdeling 4. - Wijziging van de samenstelling van een |
gemeenschappelijke interne dienst | gemeenschappelijke interne dienst |
Art. 7.Voor elke wijziging inzake de samenstelling van de |
Art. 7.Voor elke wijziging inzake de samenstelling van de |
gemeenschappelijke interne dienst wat betreft de aangesloten | gemeenschappelijke interne dienst wat betreft de aangesloten |
werkgevers, wordt de procedure vermeld in afdeling 3 gevolgd. | werkgevers, wordt de procedure vermeld in afdeling 3 gevolgd. |
Afdeling 5. - Verplichtingen ingeval van aanvullend beroep op een | Afdeling 5. - Verplichtingen ingeval van aanvullend beroep op een |
externe dienst | externe dienst |
Art. 8.Onverminderd de bepalingen van artikel 2, derde, vierde en |
Art. 8.Onverminderd de bepalingen van artikel 2, derde, vierde en |
vijfde lid, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende | vijfde lid, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende |
de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, doen de | de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, doen de |
bij een gemeenschappelijke interne dienst aangesloten werkgevers, | bij een gemeenschappelijke interne dienst aangesloten werkgevers, |
wanneer het aanvullend beroep op een externe dienst vereist is, een | wanneer het aanvullend beroep op een externe dienst vereist is, een |
beroep op dezelfde externe dienst. | beroep op dezelfde externe dienst. |
In afwijking van het eerste lid, mogen de werkgevers, bedoeld in | In afwijking van het eerste lid, mogen de werkgevers, bedoeld in |
artikel 36, § 1 en § 2, van de wet, een beroep doen op verschillende | artikel 36, § 1 en § 2, van de wet, een beroep doen op verschillende |
externe diensten voor elk gebied van een hoog overlegcomité, van een | externe diensten voor elk gebied van een hoog overlegcomité, van een |
basisoverlegcomité of van een orgaan dat minstens vijftig werknemers | basisoverlegcomité of van een orgaan dat minstens vijftig werknemers |
telt. | telt. |
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de duur | De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de duur |
van de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 13 van het koninklijk | van de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 13 van het koninklijk |
besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor | besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor |
preventie en bescherming op het werk ten aanzien van werkgevers die, | preventie en bescherming op het werk ten aanzien van werkgevers die, |
om te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, de | om te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, de |
overeenkomst met hun externe dienst hebben opgezegd. | overeenkomst met hun externe dienst hebben opgezegd. |
Afdeling 6. - Bijzondere bepalingen betreffende de werking van de | Afdeling 6. - Bijzondere bepalingen betreffende de werking van de |
gemeenschappelijke interne dienst | gemeenschappelijke interne dienst |
Art. 9.- De preventieadviseurs van de gemeenschappelijke interne |
Art. 9.- De preventieadviseurs van de gemeenschappelijke interne |
dienst behoren tot het personeel van één van de betrokken werkgevers. | dienst behoren tot het personeel van één van de betrokken werkgevers. |
Ze hebben toegang tot de bedrijven van alle betrokken werkgevers om | Ze hebben toegang tot de bedrijven van alle betrokken werkgevers om |
hun opdrachten uit te oefenen. | hun opdrachten uit te oefenen. |
Art. 10.- De eventuele maandverslagen en het jaarverslag van de |
Art. 10.- De eventuele maandverslagen en het jaarverslag van de |
interne dienst, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 2°, a en b, van het | interne dienst, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 2°, a en b, van het |
koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst | koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst |
voor preventie en bescherming op het werk, bevatten bijlagen met | voor preventie en bescherming op het werk, bevatten bijlagen met |
afzonderlijke gegevens betreffende elk van de betrokken werkgevers. | afzonderlijke gegevens betreffende elk van de betrokken werkgevers. |
Afdeling 7. - Overgangsbepaling en slotbepalingen | Afdeling 7. - Overgangsbepaling en slotbepalingen |
Art. 11.- De machtigingsbesluiten tot oprichting van een |
Art. 11.- De machtigingsbesluiten tot oprichting van een |
gemeenschappelijke interne dienst die in toepassing van artikel 38, § | gemeenschappelijke interne dienst die in toepassing van artikel 38, § |
2, van de wet, werden genomen voor de inwerkingtreding van dit | 2, van de wet, werden genomen voor de inwerkingtreding van dit |
besluit, blijven rechtsgeldig mits naleving van de erin vermelde | besluit, blijven rechtsgeldig mits naleving van de erin vermelde |
voorwaarden. | voorwaarden. |
Een aanvraag tot oprichting of tot wijziging van een | Een aanvraag tot oprichting of tot wijziging van een |
gemeenschappelijke interne dienst, ingediend voor de inwerkingtreding | gemeenschappelijke interne dienst, ingediend voor de inwerkingtreding |
van dit besluit wordt, voor de verdere afhandeling ervan, | van dit besluit wordt, voor de verdere afhandeling ervan, |
gelijkgesteld met een aanvraag bedoeld in artikel 3. | gelijkgesteld met een aanvraag bedoeld in artikel 3. |
Art. 12.- In Titel V, Hoofdstuk II, van het Algemeen Reglement voor |
Art. 12.- In Titel V, Hoofdstuk II, van het Algemeen Reglement voor |
de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van | de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van |
11 februari 1946 en 27 september 1947, wordt afdeling IV, dat artikel | 11 februari 1946 en 27 september 1947, wordt afdeling IV, dat artikel |
840 vervat, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958, | 840 vervat, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958, |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 13.- De bepalingen van de artikelen 1 tot 11 vormen hoofdstuk |
Art. 13.- De bepalingen van de artikelen 1 tot 11 vormen hoofdstuk |
VII van titel II van de Codex over het welzijn op het werk met | VII van titel II van de Codex over het welzijn op het werk met |
volgende opschriften : | volgende opschriften : |
1° "Titel II. - Organisatorische structuren"; | 1° "Titel II. - Organisatorische structuren"; |
2° "Hoofdstuk VII. - De gemeenschappelijke interne dienst voor | 2° "Hoofdstuk VII. - De gemeenschappelijke interne dienst voor |
preventie en bescherming op het werk". | preventie en bescherming op het werk". |
Art. 14.- De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering |
Art. 14.- De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 27 oktober 2009. | Gegeven te Brussel, 27 oktober 2009. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, |
belast met het Migratie- en Asielbeleid, | belast met het Migratie- en Asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 18 september 1996. | Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 18 september 1996. |
Wet van 13 februari 1998, Belgisch Staatsblad van 19 februari 1998. | Wet van 13 februari 1998, Belgisch Staatsblad van 19 februari 1998. |
Besluit van de Regent van 11 februari 1946, Belgisch Staatsblad van 3 | Besluit van de Regent van 11 februari 1946, Belgisch Staatsblad van 3 |
april 1946. | april 1946. |
Besluit van de Regent van 27 september 1947, Belgisch Staatsblad van 3 | Besluit van de Regent van 27 september 1947, Belgisch Staatsblad van 3 |
oktober 1947. | oktober 1947. |
Koninklijk besluit van 27 maart 1998, Belgisch Staatsblad van 31 maart | Koninklijk besluit van 27 maart 1998, Belgisch Staatsblad van 31 maart |
1998. | 1998. |
Koninklijk besluit van 5 december 2003, Belgisch Staatsblad van 22 | Koninklijk besluit van 5 december 2003, Belgisch Staatsblad van 22 |
december 2003. | december 2003. |
Bijlage | Bijlage |
FOD WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FOD WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
Algemene Directie Humanisering van de Arbeid | Algemene Directie Humanisering van de Arbeid |
AANVRAAG TOT OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE DIENST VOOR | AANVRAAG TOT OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE DIENST VOOR |
PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK | PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK |
1. Identiteit van de aanvrager (onderneming of organisatie, die namens | 1. Identiteit van de aanvrager (onderneming of organisatie, die namens |
de betrokken werkgevers gemachtigd is deze aanvraag te doen) : | de betrokken werkgevers gemachtigd is deze aanvraag te doen) : |
Naam : . . . . . | Naam : . . . . . |
Adres : . . . . . | Adres : . . . . . |
2. Identiteit van de betrokken ondernemingen (in te vullen voor elke | 2. Identiteit van de betrokken ondernemingen (in te vullen voor elke |
exploitatiezetel van elke betrokken werkgever) : | exploitatiezetel van elke betrokken werkgever) : |
- Ondernemingsnummer : . . . . . | - Ondernemingsnummer : . . . . . |
- Aantal werknemers : . . . . . | - Aantal werknemers : . . . . . |
- Nace-code van de hoofdactiviteit (1) : . . . . . | - Nace-code van de hoofdactiviteit (1) : . . . . . |
- Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : | - Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : |
JA/NEEN | JA/NEEN |
- Ondernemingsnummer : . . . . . | - Ondernemingsnummer : . . . . . |
- Aantal werknemers : . . . . . | - Aantal werknemers : . . . . . |
- Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . | - Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . |
- Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : | - Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : |
JA/NEEN | JA/NEEN |
- Ondernemingsnummer : . . . . . | - Ondernemingsnummer : . . . . . |
- Aantal werknemers : . . . . . | - Aantal werknemers : . . . . . |
- Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . | - Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . |
- Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : | - Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : |
JA/NEEN | JA/NEEN |
- Ondernemingsnummer : . . . . . | - Ondernemingsnummer : . . . . . |
- Aantal werknemers : . . . . . | - Aantal werknemers : . . . . . |
- Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . | - Nace-code van de hoofdactiviteit : . . . . . |
- Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : | - Er bestaat een comité PBW : JA/NEEN of een syndicale afvaardiging : |
JA/NEEN | JA/NEEN |
Juridische, economische, geografische of technische band tussen de | Juridische, economische, geografische of technische band tussen de |
betrokken werkgevers : | betrokken werkgevers : |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
3. Geplande organisatie van de gemeenschappelijke interne dienst PBW : | 3. Geplande organisatie van de gemeenschappelijke interne dienst PBW : |
- Samenstelling van de dienst : | - Samenstelling van de dienst : |
Preventieadviseur belast met de leiding van de gemeenschappelijke | Preventieadviseur belast met de leiding van de gemeenschappelijke |
dienst (indien reeds gekend) : . . . . . | dienst (indien reeds gekend) : . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
Aantal eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . | Aantal eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . |
- Niveau van aanvullende vorming (niveau I, niveau II, basisvorming of | - Niveau van aanvullende vorming (niveau I, niveau II, basisvorming of |
geen) : | geen) : |
- van de preventieadviseur belast met de leiding : . . . . . | - van de preventieadviseur belast met de leiding : . . . . . |
- van de eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . | - van de eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . |
- Zijn er contactpersonen voorzien tussen de dienst PBW en voormelde | - Zijn er contactpersonen voorzien tussen de dienst PBW en voormelde |
ondernemingen? JA/NEEN | ondernemingen? JA/NEEN |
Zo ja, aantal en verdeling over de exploitatiezetels : . . . . . | Zo ja, aantal en verdeling over de exploitatiezetels : . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
- Voorgestelde minimum prestatieduur (uit te drukken in % van een | - Voorgestelde minimum prestatieduur (uit te drukken in % van een |
voltijdse betrekking) : | voltijdse betrekking) : |
- van de leidinggevende preventieadviseur : . . . . . | - van de leidinggevende preventieadviseur : . . . . . |
- van de overige preventieadviseurs : . . . . . | - van de overige preventieadviseurs : . . . . . |
- Zijn er afspraken gemaakt tussen de ondernemingen onderling naar | - Zijn er afspraken gemaakt tussen de ondernemingen onderling naar |
tijdsbesteding? JA/NEEN | tijdsbesteding? JA/NEEN |
Zo ja, welke ? . . . . . | Zo ja, welke ? . . . . . |
4. Voordelen die de gemeenschappelijke interne dienst biedt ten | 4. Voordelen die de gemeenschappelijke interne dienst biedt ten |
opzichte van de afzonderlijke interne diensten (inzake het aantal | opzichte van de afzonderlijke interne diensten (inzake het aantal |
preventieadviseurs, het niveau van aanvullende vorming, de | preventieadviseurs, het niveau van aanvullende vorming, de |
prestatieduur, de middelen,...) : | prestatieduur, de middelen,...) : |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
. . . . . | . . . . . |
5. Aantal bijlagen : .............. | 5. Aantal bijlagen : .............. |
In geval er een comité PBW of syndicale afvaardiging bestaat (voor | In geval er een comité PBW of syndicale afvaardiging bestaat (voor |
overheidsdiensten het bevoegde overlegcomité) in één of meerdere van | overheidsdiensten het bevoegde overlegcomité) in één of meerdere van |
de betrokken ondernemingen, dienen deze organen te worden geraadpleegd | de betrokken ondernemingen, dienen deze organen te worden geraadpleegd |
omtrent onderhavige aanvraag en dienen in bijlage te worden gevoegd : | omtrent onderhavige aanvraag en dienen in bijlage te worden gevoegd : |
- hun advies omtrent de oprichting van de gemeenschappelijke dienst | - hun advies omtrent de oprichting van de gemeenschappelijke dienst |
PBW; | PBW; |
- hun advies omtrent de voorgestelde minimum prestatieduur van de | - hun advies omtrent de voorgestelde minimum prestatieduur van de |
leidinggevende preventieadviseur en de overige preventieadviseurs. | leidinggevende preventieadviseur en de overige preventieadviseurs. |
Deze adviezen kunnen bestaan hetzij uit een afschrift van de | Deze adviezen kunnen bestaan hetzij uit een afschrift van de |
goedgekeurde notulen van een comitévergadering, hetzij uit een | goedgekeurde notulen van een comitévergadering, hetzij uit een |
verklaring ondertekend door alle betrokken werknemersafgevaardigden. | verklaring ondertekend door alle betrokken werknemersafgevaardigden. |
In bijlage wordt tevens gevoegd : een door alle betrokken werkgevers | In bijlage wordt tevens gevoegd : een door alle betrokken werkgevers |
ondertekende verklaring of overeenkomst, waaruit blijkt dat zij deze | ondertekende verklaring of overeenkomst, waaruit blijkt dat zij deze |
aanvraag onderschrijven. | aanvraag onderschrijven. |
Datum : | Datum : |
Handtekening van de aanvrager : | Handtekening van de aanvrager : |
Dit formulier dient te worden teruggestuurd naar : | Dit formulier dient te worden teruggestuurd naar : |
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg | FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg |
Algemene Directie Humanisering van de Arbeid | Algemene Directie Humanisering van de Arbeid |
Ernest Blérotstraat 1 | Ernest Blérotstraat 1 |
1070 Brussel | 1070 Brussel |
(1) Vermeld hier de NACE-code van de hoofdactiviteit (Verordening | (1) Vermeld hier de NACE-code van de hoofdactiviteit (Verordening |
1893/2006 van 20 december 2006, Publicatieblad van de Europese Unie, | 1893/2006 van 20 december 2006, Publicatieblad van de Europese Unie, |
nr. L 393/1 van 30 december 2006) | nr. L 393/1 van 30 december 2006) |
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 29 oktober 2009 | Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 29 oktober 2009 |
betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst | betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst |
voor preventie en bescherming op het werk. | voor preventie en bescherming op het werk. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en Asielbeleid, | met het Migratie- en Asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |