Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het tijdskrediet | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het tijdskrediet |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
27 MEI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 27 MEI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de | gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de |
internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het | internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het |
tijdskrediet (1) | tijdskrediet (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de |
internationale handel, het vervoer en de logistiek; | internationale handel, het vervoer en de logistiek; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de | gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de |
internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het | internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het |
tijdskrediet. | tijdskrediet. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 27 mei 2014. | Gegeven te Brussel, 27 mei 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het | Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het |
vervoer en de logistiek | vervoer en de logistiek |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2013 |
Tijdskrediet | Tijdskrediet |
(Overeenkomst geregistreerd op 30 januari 2014 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 30 januari 2014 onder het nummer |
119138/CO/226) | 119138/CO/226) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definitie | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definitie |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die onder de | de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die onder de |
bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de | bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de |
internationale handel, het vervoer en de logistiek. | internationale handel, het vervoer en de logistiek. |
Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
wordt verstaan onder CAO nr. 103 : de collectieve arbeidsovereenkomst | wordt verstaan onder CAO nr. 103 : de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, | nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, |
loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten in de Nationale | loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten in de Nationale |
Arbeidsraad op 27 juni 2012 en algemeen verbindend verklaard bij | Arbeidsraad op 27 juni 2012 en algemeen verbindend verklaard bij |
koninklijk besluit van 25 augustus 2012, met inbegrip van de | koninklijk besluit van 25 augustus 2012, met inbegrip van de |
overgangsbepalingen van artikel 22. | overgangsbepalingen van artikel 22. |
Art. 3.Voor de toepassing van de CAO nr. 103 wordt rekening gehouden |
Art. 3.Voor de toepassing van de CAO nr. 103 wordt rekening gehouden |
met de bijzondere toepassingsmodaliteiten vervat in de artikelen 4 tot | met de bijzondere toepassingsmodaliteiten vervat in de artikelen 4 tot |
en met 12 hierna. | en met 12 hierna. |
HOOFDSTUK II. - Recht op voltijds tijdskrediet of halftijdse of 1/5e | HOOFDSTUK II. - Recht op voltijds tijdskrediet of halftijdse of 1/5e |
loopbaanvermindering | loopbaanvermindering |
Art. 4.Overeenkomstig artikel 3 van de CAO nr. 103 hebben de |
Art. 4.Overeenkomstig artikel 3 van de CAO nr. 103 hebben de |
bedienden recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5e | bedienden recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5e |
loopbaanvermindering zonder motief gelijk aan een equivalent van | loopbaanvermindering zonder motief gelijk aan een equivalent van |
maximum 12 maanden volledige schorsing van de arbeidsprestaties over | maximum 12 maanden volledige schorsing van de arbeidsprestaties over |
de gehele loopbaan. | de gehele loopbaan. |
Art. 5.De bedienden hebben een bijkomend recht op voltijds |
Art. 5.De bedienden hebben een bijkomend recht op voltijds |
tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering tot maximaal 36 | tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering tot maximaal 36 |
maanden voor zorg en opleiding, zoals voorzien in artikel 4 van de CAO | maanden voor zorg en opleiding, zoals voorzien in artikel 4 van de CAO |
nr. 103. | nr. 103. |
HOOFDSTUK III. - Recht van oudere werknemers op landingsbanen | HOOFDSTUK III. - Recht van oudere werknemers op landingsbanen |
Art. 6.§ 1. Overeenkomstig artikel 8, § 1 van de CAO nr. 103 hebben |
Art. 6.§ 1. Overeenkomstig artikel 8, § 1 van de CAO nr. 103 hebben |
de bedienden van 55 jaar en ouder zonder maximumduur recht op een | de bedienden van 55 jaar en ouder zonder maximumduur recht op een |
1/5de of halftijdse loopbaanvermindering. | 1/5de of halftijdse loopbaanvermindering. |
§ 2. In uitvoering van artikel 8, § 3 van de CAO nr. 103 wordt deze | § 2. In uitvoering van artikel 8, § 3 van de CAO nr. 103 wordt deze |
leeftijd op 50 jaar gebracht voor de bedienden die hun voltijdse | leeftijd op 50 jaar gebracht voor de bedienden die hun voltijdse |
arbeidsprestaties met 1/5e verminderen, op voorwaarde dat zij | arbeidsprestaties met 1/5e verminderen, op voorwaarde dat zij |
voorafgaand en beroepsloopbaan van tenminste 28 jaar hebben doorlopen. | voorafgaand en beroepsloopbaan van tenminste 28 jaar hebben doorlopen. |
§ 3. De beroepsloopbaan wordt berekend volgens de modaliteiten van | § 3. De beroepsloopbaan wordt berekend volgens de modaliteiten van |
artikel 10 van de CAO nr. 103. | artikel 10 van de CAO nr. 103. |
HOOFDSTUK IV. - Organisatieregels | HOOFDSTUK IV. - Organisatieregels |
Art. 7.§ 1. De drempel in verband met de gelijktijdige afwezigheid |
Art. 7.§ 1. De drempel in verband met de gelijktijdige afwezigheid |
van werknemers in de onderneming of dienst, zoals bepaald in artikel | van werknemers in de onderneming of dienst, zoals bepaald in artikel |
16 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, blijft vastgesteld, | 16 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, blijft vastgesteld, |
wat betreft de bedienden, op 7 pct. | wat betreft de bedienden, op 7 pct. |
Worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de drempel : | Worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de drempel : |
- de bedienden van 55 jaar of ouder die gebruik maken van een 1/5e of | - de bedienden van 55 jaar of ouder die gebruik maken van een 1/5e of |
halftijdse loopbaanvermindering op grond van de artikelen 3, 4 of 8 | halftijdse loopbaanvermindering op grond van de artikelen 3, 4 of 8 |
van de CAO nr. 103; | van de CAO nr. 103; |
- de bedienden van 50 jaar of ouder die op 31 december 2013 gebruik | - de bedienden van 50 jaar of ouder die op 31 december 2013 gebruik |
maken van een 1/5e loopbaanvermindering; | maken van een 1/5e loopbaanvermindering; |
- de bedienden van 50 jaar of ouder met een beroepsloopbaan van 28 | - de bedienden van 50 jaar of ouder met een beroepsloopbaan van 28 |
jaar die gebruik maken van een 1/5de landingsbaan op grond van artikel | jaar die gebruik maken van een 1/5de landingsbaan op grond van artikel |
6, § 2. | 6, § 2. |
§ 2. Van de drempel van 7 pct. kan worden afgeweken op | § 2. Van de drempel van 7 pct. kan worden afgeweken op |
ondernemingsvlak met een collectieve arbeidsovereenkomst of bij | ondernemingsvlak met een collectieve arbeidsovereenkomst of bij |
wijziging van het arbeidsreglement. | wijziging van het arbeidsreglement. |
Art. 8.Overeenkomstig artikel 6 van de CAO nr. 103 kan in de |
Art. 8.Overeenkomstig artikel 6 van de CAO nr. 103 kan in de |
ondernemingen bij een collectieve arbeidsovereenkomst afgeweken worden | ondernemingen bij een collectieve arbeidsovereenkomst afgeweken worden |
van de organisatieregels voor de 1/5e loopbaanvermindering wanneer het | van de organisatieregels voor de 1/5e loopbaanvermindering wanneer het |
gaat om tewerkstelling in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling | gaat om tewerkstelling in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling |
gespreid over 5 of meer dagen van de week. | gespreid over 5 of meer dagen van de week. |
HOOFDSTUK V. - Aanvullende premies | HOOFDSTUK V. - Aanvullende premies |
Art. 9.§ 1. In uitvoering van het sociaal akkoord 2013-2014 wordt de |
Art. 9.§ 1. In uitvoering van het sociaal akkoord 2013-2014 wordt de |
leeftijd om te kunnen genieten van de aanvullende premie vermeld in | leeftijd om te kunnen genieten van de aanvullende premie vermeld in |
het derde lid van § 2 verhoogd van 50 jaar 55 jaar. | het derde lid van § 2 verhoogd van 50 jaar 55 jaar. |
Deze wijziging is van toepassing op de aanvragen ingediend vanaf 1 | Deze wijziging is van toepassing op de aanvragen ingediend vanaf 1 |
november 2013. | november 2013. |
§ 2. De voltijds tewerkgestelde bedienden of daarmee gelijkgestelden | § 2. De voltijds tewerkgestelde bedienden of daarmee gelijkgestelden |
die hun arbeidsprestaties met 1/5e verminderen hebben vanaf de | die hun arbeidsprestaties met 1/5e verminderen hebben vanaf de |
leeftijd van 55 jaar recht op de aanvullende premie vermeld in het | leeftijd van 55 jaar recht op de aanvullende premie vermeld in het |
derde lid van deze paragraaf, gedurende de periode van verminderde | derde lid van deze paragraaf, gedurende de periode van verminderde |
arbeidsprestaties. | arbeidsprestaties. |
De bedienden van 50 jaar en ouder die op basis van een sectoraal | De bedienden van 50 jaar en ouder die op basis van een sectoraal |
vormings- en tewerkstellingsakkoord van vóór 2013-2014 recht hadden op | vormings- en tewerkstellingsakkoord van vóór 2013-2014 recht hadden op |
een aanvullende premie voor 1/5e loopbaanvermindering, behouden dit | een aanvullende premie voor 1/5e loopbaanvermindering, behouden dit |
recht. | recht. |
Het bedrag van de aanvullende premie voor 1/5e loopbaanvermindering | Het bedrag van de aanvullende premie voor 1/5e loopbaanvermindering |
wordt met ingang van 1 januari 2014 verhoogd van 75 EUR naar 80 EUR | wordt met ingang van 1 januari 2014 verhoogd van 75 EUR naar 80 EUR |
bruto per maand. | bruto per maand. |
§ 3. Voltijds tewerkgestelde bedienden of daarmee gelijkgestelden, die | § 3. Voltijds tewerkgestelde bedienden of daarmee gelijkgestelden, die |
hun arbeidsprestaties met de helft verminderen, hebben vanaf de | hun arbeidsprestaties met de helft verminderen, hebben vanaf de |
leeftijd van 55 jaar, recht op een aanvullende premie van 100 EUR | leeftijd van 55 jaar, recht op een aanvullende premie van 100 EUR |
bruto per maand gedurende 36 maanden. | bruto per maand gedurende 36 maanden. |
§ 4. De bedienden die hun arbeidsprestaties in 2009 en/of 2010 met de | § 4. De bedienden die hun arbeidsprestaties in 2009 en/of 2010 met de |
helft verminderden in het kader van het halftijds tijdskrediet op de | helft verminderden in het kader van het halftijds tijdskrediet op de |
leeftijd van 53 of 54 jaar (uitzonderlijke regeling), behouden de | leeftijd van 53 of 54 jaar (uitzonderlijke regeling), behouden de |
aanvullende premie van 100 EUR bruto per maand na uitputting van het | aanvullende premie van 100 EUR bruto per maand na uitputting van het |
normale premiestelsel vermeld in § 3. | normale premiestelsel vermeld in § 3. |
§ 5. De aanvullende premies bedoeld in § 2, derde lid, § 3 en § 4 | § 5. De aanvullende premies bedoeld in § 2, derde lid, § 3 en § 4 |
worden betaald door de werkgever die deze kan terugvorderen bij het | worden betaald door de werkgever die deze kan terugvorderen bij het |
sociaal fonds van de sector. | sociaal fonds van de sector. |
§ 6. De raad van beheer van het sociaal fonds van het Paritair Comité | § 6. De raad van beheer van het sociaal fonds van het Paritair Comité |
voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de | voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de |
logistiek wordt belast met het vaststellen van de concrete | logistiek wordt belast met het vaststellen van de concrete |
uitvoeringsmodaliteiten van de bepalingen vervat in dit artikel. | uitvoeringsmodaliteiten van de bepalingen vervat in dit artikel. |
HOOFDSTUK VI. | HOOFDSTUK VI. |
Gemeenschappelijke bepalingen | Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 10.Bedienden die deel uitmaken van volgende categorieën van |
Art. 10.Bedienden die deel uitmaken van volgende categorieën van |
personen kunnen slechts een beroep doen op de maatregelen vervat in de | personen kunnen slechts een beroep doen op de maatregelen vervat in de |
CAO nr. 103 en de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, | CAO nr. 103 en de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, |
mits voorafgaand akkoord van hun werkgever : | mits voorafgaand akkoord van hun werkgever : |
- het leidinggevend personeel, zoals gedefinieerd in artikel 4, 4° van | - het leidinggevend personeel, zoals gedefinieerd in artikel 4, 4° van |
de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen; | de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen; |
- het vertrouwenspersoneel dat bedoeld wordt in het koninklijk besluit | - het vertrouwenspersoneel dat bedoeld wordt in het koninklijk besluit |
van 10 februari 1965 tot aanwijzing van de personen die met een | van 10 februari 1965 tot aanwijzing van de personen die met een |
leidende functie of met een vertrouwenspost zijn bekleed in de | leidende functie of met een vertrouwenspost zijn bekleed in de |
particuliere sectors van 's lands bedrijfsleven, voor de toepassing | particuliere sectors van 's lands bedrijfsleven, voor de toepassing |
van de wet betreffende de arbeidsduur. | van de wet betreffende de arbeidsduur. |
Art. 11.In geval van collectief ontslag moeten de opzeggingstermijn |
Art. 11.In geval van collectief ontslag moeten de opzeggingstermijn |
en de verbrekingsvergoeding van bedienden die genieten van een | en de verbrekingsvergoeding van bedienden die genieten van een |
arbeidstijdregeling zoals bedoeld in de CAO nr. 103, ongeacht de | arbeidstijdregeling zoals bedoeld in de CAO nr. 103, ongeacht de |
formule van tijdskrediet, berekend worden op basis van het normale | formule van tijdskrediet, berekend worden op basis van het normale |
voltijdse loon. | voltijdse loon. |
Art. 12.Ondernemingen met een overlegorgaan dienen driemaandelijks |
Art. 12.Ondernemingen met een overlegorgaan dienen driemaandelijks |
cijfers te verschaffen over de toepassing van het stelsel van | cijfers te verschaffen over de toepassing van het stelsel van |
tijdskrediet in de onderneming en de weerslag op het | tijdskrediet in de onderneming en de weerslag op het |
tewerkstellingsvolume. Aan deze rapportering moet jaarlijks een | tewerkstellingsvolume. Aan deze rapportering moet jaarlijks een |
bespreking gewijd worden in het geëigend overlegorgaan. Meer bepaald | bespreking gewijd worden in het geëigend overlegorgaan. Meer bepaald |
zal er door de geëigende overlegorganen op toegezien worden dat de | zal er door de geëigende overlegorganen op toegezien worden dat de |
opname van tijdskrediet geen verhoging van de werkdruk in de betrokken | opname van tijdskrediet geen verhoging van de werkdruk in de betrokken |
diensten tot gevolg heeft. Desgevallend kan vervangende tewerkstelling | diensten tot gevolg heeft. Desgevallend kan vervangende tewerkstelling |
overwogen worden. | overwogen worden. |
HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 |
januari 2014 tot en met 31 december 2015, met uitzondering van artikel | januari 2014 tot en met 31 december 2015, met uitzondering van artikel |
9, § 1 dat in werking treedt op 1 november 2013. | 9, § 1 dat in werking treedt op 1 november 2013. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 mei | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 mei |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |