Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren | Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
26 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 26 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de | rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de |
werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair | werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair |
Comité voor het bouwbedrijf ressorteren (1) | Comité voor het bouwbedrijf ressorteren (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 | Gelet op het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 |
betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair | betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair |
Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, artikel 2, zesde lid, | Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, artikel 2, zesde lid, |
ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000; | ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000; |
Gelet op de adviezen van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, | Gelet op de adviezen van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, |
gegeven op 3 juli 2014 en 23 oktober 2014; | gegeven op 3 juli 2014 en 23 oktober 2014; |
Gelet op advies 56.630/1 van de Raad van State, gegeven op 18 | Gelet op advies 56.630/1 van de Raad van State, gegeven op 18 |
september 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, | september 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale | Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale |
Zaken, | Zaken, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers die onder |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers die onder |
het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de | het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de |
werklieden die ze tewerkstellen. | werklieden die ze tewerkstellen. |
Art. 2.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2015 recht op |
Art. 2.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2015 recht op |
zes rustdagen als volgt vastgesteld : | zes rustdagen als volgt vastgesteld : |
- 7 april; | - 7 april; |
- 8 april; | - 8 april; |
- 15 mei; | - 15 mei; |
- 5 november; | - 5 november; |
- 21 december; | - 21 december; |
- 22 december. | - 22 december. |
Art. 3.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2016 recht op |
Art. 3.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2016 recht op |
zes rustdagen als volgt vastgesteld : | zes rustdagen als volgt vastgesteld : |
- 4 januari; | - 4 januari; |
- 5 januari; | - 5 januari; |
- 29 maart; | - 29 maart; |
- 30 maart; | - 30 maart; |
- 6 mei; | - 6 mei; |
- 31 oktober. | - 31 oktober. |
Art. 4.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2017 recht op |
Art. 4.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2017 recht op |
zes rustdagen als volgt vastgesteld : | zes rustdagen als volgt vastgesteld : |
- 3 januari; | - 3 januari; |
- 4 januari; | - 4 januari; |
- 5 januari; | - 5 januari; |
- 6 januari; | - 6 januari; |
- 13 april; | - 13 april; |
- 14 april. | - 14 april. |
Art. 5.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Art. 5.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering | Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 26 november 2014. | Gegeven te Brussel, 26 november 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Minister van Sociale Zaken, | De Minister van Sociale Zaken, |
Mevr. M. DE BLOCK | Mevr. M. DE BLOCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983, Belgisch Staatsblad | Koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983, Belgisch Staatsblad |
van 7 oktober 1983. | van 7 oktober 1983. |
Wet van 12 augustus 2000, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2000. | Wet van 12 augustus 2000, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2000. |