Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht | Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht |
---|---|
MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN MINISTERIE VAN JUSTITIE | MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN MINISTERIE VAN JUSTITIE |
26 JUNI 2002. - Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben | 26 JUNI 2002. - Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben |
en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of | en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of |
van de openbare macht | van de openbare macht |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel | Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel |
in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, inzonderheid | in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, inzonderheid |
op artikel 22, tweede en derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 | op artikel 22, tweede en derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 |
januari 1991; | januari 1991; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het | Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het |
voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het | voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het |
openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de | openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart | koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart |
1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999; | 1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999; |
Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het | Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het |
voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het | voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het |
openbaar gezag of van de openbare macht (II); | openbaar gezag of van de openbare macht (II); |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 |
januari 2002; | januari 2002; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 29 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 29 |
januari 2002; | januari 2002; |
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 30 januari 2002 over het | Gelet op het besluit van de Ministerraad van 30 januari 2002 over het |
verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn | verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn |
van een maand; | van een maand; |
Gelet op advies 33.056/2 van de Raad van State, gegeven op 27 mei | Gelet op advies 33.056/2 van de Raad van State, gegeven op 27 mei |
2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de | 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet, voor wat betreft artikel 1, 13° en artikel 2, 6e lid, op de | Gelet, voor wat betreft artikel 1, 13° en artikel 2, 6e lid, op de |
dringende noodzakelijkheid; | dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat deze bepalingen een dringend karakter hebben in het | Overwegende dat deze bepalingen een dringend karakter hebben in het |
kader van de toepassing van het Frans-Belgisch akkoord inzake politie- | kader van de toepassing van het Frans-Belgisch akkoord inzake politie- |
en douanesamenwerking van 5 maart 2001, wat de gemengde patrouilles | en douanesamenwerking van 5 maart 2001, wat de gemengde patrouilles |
betreft; | betreft; |
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze | Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze |
Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde | Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde |
Ministers, | Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.De uitzondering bepaald bij artikel 22, tweede lid, van de |
Artikel 1.De uitzondering bepaald bij artikel 22, tweede lid, van de |
wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het | wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het |
dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wet van | dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wet van |
30 januari 1991, is van toepassing op de agenten die deel uitmaken van | 30 januari 1991, is van toepassing op de agenten die deel uitmaken van |
de volgende diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht : | de volgende diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht : |
1° de krijgsmacht; | 1° de krijgsmacht; |
2° het operationeel kader van de politiediensten; | 2° het operationeel kader van de politiediensten; |
3°de militairen van het administratief en logistiek kader van de | 3°de militairen van het administratief en logistiek kader van de |
politiediensten alsook de militairen die daarnaar zijn overgegaan, die | politiediensten alsook de militairen die daarnaar zijn overgegaan, die |
belast zijn met het toezicht op de installaties en het materiaal van | belast zijn met het toezicht op de installaties en het materiaal van |
de politiediensten; | de politiediensten; |
4° de politieambtenaren van de Algemene inspectie van de federale | 4° de politieambtenaren van de Algemene inspectie van de federale |
politie en van de lokale politie; | politie en van de lokale politie; |
5° de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste | 5° de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste |
Comités van toezicht op de politiediensten en op de | Comités van toezicht op de politiediensten en op de |
inlichtingendiensten; | inlichtingendiensten; |
6° de agenten van de Administratie van douane en accijnzen; | 6° de agenten van de Administratie van douane en accijnzen; |
7° de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen; | 7° de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen; |
8° de buitendiensten van het Bestuur Veiligheid van de Staat; | 8° de buitendiensten van het Bestuur Veiligheid van de Staat; |
9° de aangestelden, houtvesters en woudmeesters van het bosbeheer die | 9° de aangestelden, houtvesters en woudmeesters van het bosbeheer die |
ressorteren onder de administratie "Milieu, Natuur, Land- en | ressorteren onder de administratie "Milieu, Natuur, Land- en |
Waterbeheer" van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; | Waterbeheer" van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; |
10° de ambtenaren en aangestelden van het bosbeheer van de "Division | 10° de ambtenaren en aangestelden van het bosbeheer van de "Division |
de la Nature et des Forêts" van het Ministerie van het Waalse Gewest; | de la Nature et des Forêts" van het Ministerie van het Waalse Gewest; |
11° de boswachters van de Dienst Groene Ruimten - Waters en Bossen van | 11° de boswachters van de Dienst Groene Ruimten - Waters en Bossen van |
het Brussels Instituut voor Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk | het Brussels Instituut voor Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest; | Gewest; |
12° de inspecteurs van de Dienst Beveiliging van de Luchtvaart- en | 12° de inspecteurs van de Dienst Beveiliging van de Luchtvaart- en |
Luchthaveninspectie; | Luchthaveninspectie; |
13° de politiediensten van een lidstaat van de Europese Unie, | 13° de politiediensten van een lidstaat van de Europese Unie, |
overeenkomstig een bilateraal of multilateraal akkoord van | overeenkomstig een bilateraal of multilateraal akkoord van |
politiesamenwerking of een maatregel die genomen is in het kader van | politiesamenwerking of een maatregel die genomen is in het kader van |
titel VI van het Verdrag over de Europese Unie, waarin bepaald wordt | titel VI van het Verdrag over de Europese Unie, waarin bepaald wordt |
dat deze politieambtenaren bepaalde politieopdrachten uitvoeren in | dat deze politieambtenaren bepaalde politieopdrachten uitvoeren in |
België waarbij zij wapens dragen. | België waarbij zij wapens dragen. |
Art. 2.Artikel 1 is uitsluitend van toepassing op de diensten |
Art. 2.Artikel 1 is uitsluitend van toepassing op de diensten |
waarvoor de bevoegde overheid vooraf de wapens en de munitie heeft | waarvoor de bevoegde overheid vooraf de wapens en de munitie heeft |
bepaald die behoren tot de reglementaire uitrusting, alsook de | bepaald die behoren tot de reglementaire uitrusting, alsook de |
bepalingen heeft vastgelegd betreffende het verwerven, het voorhanden | bepalingen heeft vastgelegd betreffende het verwerven, het voorhanden |
hebben, het bewaren, het dragen, het gebruiken en het vervreemden van | hebben, het bewaren, het dragen, het gebruiken en het vervreemden van |
die wapens en munitie. | die wapens en munitie. |
Voor de dienst bedoeld onder 1° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid | Voor de dienst bedoeld onder 1° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid |
uitgeoefend door de Minister van Landsverdediging. | uitgeoefend door de Minister van Landsverdediging. |
Voor de diensten bedoeld onder 2° tot 6° van artikel 1, wordt deze | Voor de diensten bedoeld onder 2° tot 6° van artikel 1, wordt deze |
bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn | bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn |
bevoegdheid heeft op gelijkluidend advies van de Minister van | bevoegdheid heeft op gelijkluidend advies van de Minister van |
Justitie. | Justitie. |
Voor de diensten bedoeld onder 9°, 10° en 11° van artikel 1, wordt | Voor de diensten bedoeld onder 9°, 10° en 11° van artikel 1, wordt |
deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze diensten onder | deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze diensten onder |
zijn bevoegdheid heeft, na advies van de Minister van Justitie. | zijn bevoegdheid heeft, na advies van de Minister van Justitie. |
Voor de dienst bedoeld onder 12° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid | Voor de dienst bedoeld onder 12° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid |
uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn bevoegdheid | uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn bevoegdheid |
heeft, na gelijkluidend advies van de Minister van Justitie en van de | heeft, na gelijkluidend advies van de Minister van Justitie en van de |
Minister van Binnenlandse Zaken. In geen geval wordt het gebruik van | Minister van Binnenlandse Zaken. In geen geval wordt het gebruik van |
wapens door die dienst op de instapzones voor passagiers toegelaten. | wapens door die dienst op de instapzones voor passagiers toegelaten. |
Het gebruik van wapens wordt beperkt tot gevallen van wettige | Het gebruik van wapens wordt beperkt tot gevallen van wettige |
zelfverdediging bij de uitvoering van beveiligingsopdrachten op de | zelfverdediging bij de uitvoering van beveiligingsopdrachten op de |
luchthaven Brussel-Nationaal, die worden uitgevoerd, enerzijds, door | luchthaven Brussel-Nationaal, die worden uitgevoerd, enerzijds, door |
het inzetten van permanente patrouilles op de perimeter van de | het inzetten van permanente patrouilles op de perimeter van de |
luchthaven, en anderzijds, door toegangscontroles bij de overgangen « | luchthaven, en anderzijds, door toegangscontroles bij de overgangen « |
landside/airside ». | landside/airside ». |
Voor de diensten bedoeld onder 13° van artikel 1 bepaalt de Minister | Voor de diensten bedoeld onder 13° van artikel 1 bepaalt de Minister |
van Binnenlandse Zaken vooraf in overleg met de bevoegde buitenlandse | van Binnenlandse Zaken vooraf in overleg met de bevoegde buitenlandse |
overheden de wapens en munitie van de reglementaire uitrusting die | overheden de wapens en munitie van de reglementaire uitrusting die |
gedragen mogen worden tijdens opdrachten in België. Het gebruik van de | gedragen mogen worden tijdens opdrachten in België. Het gebruik van de |
wapens wordt beperkt tot de gevallen van wettige verdediging. | wapens wordt beperkt tot de gevallen van wettige verdediging. |
Art. 3.De voornaamste kenmerken van elk dienstvuurwapen worden voor |
Art. 3.De voornaamste kenmerken van elk dienstvuurwapen worden voor |
elke dienst, bedoeld in artikel 1, 2° tot 12°, vermeld in het centraal | elke dienst, bedoeld in artikel 1, 2° tot 12°, vermeld in het centraal |
wapenregister. | wapenregister. |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het |
voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het | voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het |
openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de | openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart | koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart |
1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999, wordt opgeheven. | 1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999, wordt opgeheven. |
Het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het | Het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het |
voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het | voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het |
openbaar gezag of van de openbare macht (II) wordt opgeheven. | openbaar gezag of van de openbare macht (II) wordt opgeheven. |
Art. 5.Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van |
Art. 5.Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van |
12 augustus 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van | 12 augustus 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van |
wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare | wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare |
macht (I) blijven van kracht : | macht (I) blijven van kracht : |
1° artikel 1, 3°, tot aan de instelling van alle lokale politiekorpsen | 1° artikel 1, 3°, tot aan de instelling van alle lokale politiekorpsen |
overeenkomstig artikel 248 van de wet van 7 december 1998 tot | overeenkomstig artikel 248 van de wet van 7 december 1998 tot |
organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op | organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op |
twee niveaus; | twee niveaus; |
2° de besluiten die genomen werden ter uitvoering van artikel 2 ervan, | 2° de besluiten die genomen werden ter uitvoering van artikel 2 ervan, |
totdat ze vervangen worden met toepassing van artikel 2 van dit | totdat ze vervangen worden met toepassing van artikel 2 van dit |
besluit. | besluit. |
Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van 11 | Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van 11 |
september 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van | september 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van |
wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare | wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare |
macht (II), blijven de besluiten die genomen werden ter uitvoering van | macht (II), blijven de besluiten die genomen werden ter uitvoering van |
artikel 2 ervan van kracht totdat ze vervangen worden met toepassing | artikel 2 ervan van kracht totdat ze vervangen worden met toepassing |
van artikel 2 van dit besluit. | van artikel 2 van dit besluit. |
Art. 6.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van |
Art. 6.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van |
Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit | Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 26 juni 2002. | Gegeven te Brussel, 26 juni 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
A. DUQUESNE | A. DUQUESNE |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |