← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan "
Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan | Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
26 JUNI 2000. - Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de | 26 JUNI 2000. - Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de |
uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die | uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die |
vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars | vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars |
te kunnen aangaan (1) | te kunnen aangaan (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 24 februari 1978 betreffende de | Gelet op de wet van 24 februari 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, inzonderheid op | arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, inzonderheid op |
artikel 6, gewijzigd bij de wet van 29 juni 1983; | artikel 6, gewijzigd bij de wet van 29 juni 1983; |
Gelet op het advies van het Nationaal Paritair Comité voor de sport; | Gelet op het advies van het Nationaal Paritair Comité voor de sport; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de werkgevers en de sportbeoefenaars die zij | Overwegende dat de werkgevers en de sportbeoefenaars die zij |
tewerkstellen onverwijld op de hoogte moeten worden gebracht van de | tewerkstellen onverwijld op de hoogte moeten worden gebracht van de |
minimumleeftijd die vereist is om, voor de uitoefening van bepaalde | minimumleeftijd die vereist is om, voor de uitoefening van bepaalde |
sporttakken, op geldige wijze een arbeidsovereenkomst voor betaalde | sporttakken, op geldige wijze een arbeidsovereenkomst voor betaalde |
sportbeoefenaars te kunnen aangaan; | sportbeoefenaars te kunnen aangaan; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.De in artikel 6 van de wet van 24 februari 1978 betreffende |
Artikel 1.De in artikel 6 van de wet van 24 februari 1978 betreffende |
de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars bedoelde | de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars bedoelde |
leeftijd vanaf welke de arbeidsovereenkomst voor betaalde | leeftijd vanaf welke de arbeidsovereenkomst voor betaalde |
sportbeoefenaars slechts, en ten vroegste, geldig kan worden | sportbeoefenaars slechts, en ten vroegste, geldig kan worden |
aangegaan, wordt vastgesteld op 18 jaar voor de uitoefening van de | aangegaan, wordt vastgesteld op 18 jaar voor de uitoefening van de |
volgende sporttakken : basketbal, voetbal, volleybal en wielrennen. | volgende sporttakken : basketbal, voetbal, volleybal en wielrennen. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2000. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2000. |
Art. 3.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 3.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 26 juni 2000. | Gegeven te Brussel, 26 juni 2000. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 24 februari 1978, Belgisch Staatsblad van 9 maart 1978. | Wet van 24 februari 1978, Belgisch Staatsblad van 9 maart 1978. |
Wet van 29 juni 1983, Belgisch Staatsblad van 6 juli 1983. | Wet van 29 juni 1983, Belgisch Staatsblad van 6 juli 1983. |