Koninklijk besluit tot regeling van de samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering | Koninklijk besluit tot regeling van de samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE |
26 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot regeling van de | 26 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot regeling van de |
samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie | samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie |
Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van | Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van |
strafvordering | strafvordering |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het koninklijk besluit dat ik U ter ondertekening voorleg, beoogt | Het koninklijk besluit dat ik U ter ondertekening voorleg, beoogt |
uitvoering te geven aan het 554, § 2, van het Wetboek van | uitvoering te geven aan het 554, § 2, van het Wetboek van |
Strafvordering. Deze bepaling - die werd ingevoegd door artikel 7 van | Strafvordering. Deze bepaling - die werd ingevoegd door artikel 7 van |
de wet van 22 juni 2005 tot invoering van bepalingen inzake | de wet van 22 juni 2005 tot invoering van bepalingen inzake |
bemiddeling in de Voorafgaande Titel van het Wetboek van | bemiddeling in de Voorafgaande Titel van het Wetboek van |
strafvordering en in het Wetboek van strafvordering - voorziet dat er | strafvordering en in het Wetboek van strafvordering - voorziet dat er |
ten behoeve van de bemiddelingsdiensten een Deontologische Commissie | ten behoeve van de bemiddelingsdiensten een Deontologische Commissie |
Bemiddeling zal worden opgericht. Voorliggend koninklijk besluit | Bemiddeling zal worden opgericht. Voorliggend koninklijk besluit |
regelt de samenstelling en de werking van deze commissie. | regelt de samenstelling en de werking van deze commissie. |
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende | Overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende |
de administratieve en begrotingscontrole, is de ontworpen tekst voor | de administratieve en begrotingscontrole, is de ontworpen tekst voor |
advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën en voor akkoord aan | advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën en voor akkoord aan |
de Minister van Begroting. Er is bovendien over beraadslaagd in | de Minister van Begroting. Er is bovendien over beraadslaagd in |
Ministerraad, zoals is opgelegd door artikel 554, § 2, van het Wetboek | Ministerraad, zoals is opgelegd door artikel 554, § 2, van het Wetboek |
van strafvordering. | van strafvordering. |
Tevens is het ontwerp aan de Raad van State voorgelegd voor advies | Tevens is het ontwerp aan de Raad van State voorgelegd voor advies |
binnen een termijn van één maand. | binnen een termijn van één maand. |
Toelichting bij de artikelen. | Toelichting bij de artikelen. |
Het artikel 1 omvat een definitie van bewoordingen die veelvuldig in | Het artikel 1 omvat een definitie van bewoordingen die veelvuldig in |
het koninklijk besluit voorkomen. | het koninklijk besluit voorkomen. |
De opmerking van de Raad van State betreffende het punt 3° inzake de | De opmerking van de Raad van State betreffende het punt 3° inzake de |
verwijzing die moet gebeuren naar de desbetreffende artikelen van het | verwijzing die moet gebeuren naar de desbetreffende artikelen van het |
Wetboek van strafvordering en niet naar de wijzigingwet, werd gevolgd. | Wetboek van strafvordering en niet naar de wijzigingwet, werd gevolgd. |
Tevens werd het opschrift van het besluit in dezelfde zin aangepast. | Tevens werd het opschrift van het besluit in dezelfde zin aangepast. |
Het artikel 2 omschrijft de opdrachten die aan de Commissie worden | Het artikel 2 omschrijft de opdrachten die aan de Commissie worden |
toebedeeld. De Commissie zal een algemene ondersteunende, informerende | toebedeeld. De Commissie zal een algemene ondersteunende, informerende |
en adviserende functie hebben aangaande deontologische kwesties. Opdat | en adviserende functie hebben aangaande deontologische kwesties. Opdat |
de bemiddelingsdiensten dezelfde deontologische principes zouden | de bemiddelingsdiensten dezelfde deontologische principes zouden |
hanteren, zal de Commissie een deontologische code opstellen. De tekst | hanteren, zal de Commissie een deontologische code opstellen. De tekst |
van het besluit werd niet aangepast aan de opmerking van de Raad van | van het besluit werd niet aangepast aan de opmerking van de Raad van |
State inzake deze punten 1° en 2°. Deze punten herhalen wat reeds | State inzake deze punten 1° en 2°. Deze punten herhalen wat reeds |
wordt gezegd in artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering, | wordt gezegd in artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering, |
maar er werd voor geopteerd deze parafrasering te behouden zodat de | maar er werd voor geopteerd deze parafrasering te behouden zodat de |
taken die aan de Commissie worden toebedeeld gegroepeerd zijn terug te | taken die aan de Commissie worden toebedeeld gegroepeerd zijn terug te |
vinden in één artikel wat de duidelijkheid en de coherentie ten goede | vinden in één artikel wat de duidelijkheid en de coherentie ten goede |
komt. Naast deontologische vragen van algemene aard, zullen de | komt. Naast deontologische vragen van algemene aard, zullen de |
bemiddelingsdiensten zich ook tot de Commissie kunnen richten indien | bemiddelingsdiensten zich ook tot de Commissie kunnen richten indien |
zij advies wensen in een concrete zaak. Ook personen die van de | zij advies wensen in een concrete zaak. Ook personen die van de |
diensten van een bemiddelingsdienst gebruik hebben gemaakt kunnen zich | diensten van een bemiddelingsdienst gebruik hebben gemaakt kunnen zich |
tot de Commissie richten wanneer zij menen dat er zich bij de | tot de Commissie richten wanneer zij menen dat er zich bij de |
behandeling van hun dossier een probleem van deontologische aard heeft | behandeling van hun dossier een probleem van deontologische aard heeft |
gesteld. Dit punt 5° werd volgend op de op de opmerking van de Raad | gesteld. Dit punt 5° werd volgend op de op de opmerking van de Raad |
van State geherformuleerd. De bepaling beoogt aan te geven dat de | van State geherformuleerd. De bepaling beoogt aan te geven dat de |
Commissie tevens een aanspreekpunt is voor individuele klachten van | Commissie tevens een aanspreekpunt is voor individuele klachten van |
personen die van de diensten van de bemiddelingsdienst gebruik hebben | personen die van de diensten van de bemiddelingsdienst gebruik hebben |
gemaakt en die daarbij geconfronteerd zijn geweest met deontologische | gemaakt en die daarbij geconfronteerd zijn geweest met deontologische |
problemen die zich stelden bij de behandeling van hun dossier. Artikel | problemen die zich stelden bij de behandeling van hun dossier. Artikel |
554, § 2, bepaalt dat de Commissie ook deontologische problemen | 554, § 2, bepaalt dat de Commissie ook deontologische problemen |
opvolgt. Indien de Commissie een dergelijke individuele klacht | opvolgt. Indien de Commissie een dergelijke individuele klacht |
ontvangt, moet zij deze opvolgen. De oorspronkelijk gehanteerde term | ontvangt, moet zij deze opvolgen. De oorspronkelijk gehanteerde term |
onderzoeken' werd vervangen door de term opvolgen teneinde geen | onderzoeken' werd vervangen door de term opvolgen teneinde geen |
verwarring op dit punt mogelijk te maken. Teneinde deze opvolging van | verwarring op dit punt mogelijk te maken. Teneinde deze opvolging van |
een zich mogelijks gesteld deontologisch probleem op een zo | een zich mogelijks gesteld deontologisch probleem op een zo |
transparant mogelijke wijze te realiseren, spreekt het voor zich dat | transparant mogelijke wijze te realiseren, spreekt het voor zich dat |
ook de dienst ten aanzien van dewelke de klacht wordt geuit de | ook de dienst ten aanzien van dewelke de klacht wordt geuit de |
mogelijkheid moet worden geboden om uitleg ter zake te verschaffen. | mogelijkheid moet worden geboden om uitleg ter zake te verschaffen. |
Vandaar dat in artikel 6, vierde streepje wordt bepaald dat de | Vandaar dat in artikel 6, vierde streepje wordt bepaald dat de |
Commissie voor het opvolgen van deze klachten een tegensprekelijke | Commissie voor het opvolgen van deze klachten een tegensprekelijke |
procedure moet bepalen in haar huishoudelijk reglement.De Commissie | procedure moet bepalen in haar huishoudelijk reglement.De Commissie |
zal deze klachten opvolgen. Hiertoe zal zij in haar huishoudelijk | zal deze klachten opvolgen. Hiertoe zal zij in haar huishoudelijk |
reglement een tegensprekelijke procedure opstellen. De Commissie kan | reglement een tegensprekelijke procedure opstellen. De Commissie kan |
deze klachten en haar adviezen ter zake meedelen aan de Minister. De | deze klachten en haar adviezen ter zake meedelen aan de Minister. De |
Commissie zal haar adviezen steeds motiveren. | Commissie zal haar adviezen steeds motiveren. |
Het artikel 3 van het besluit heeft tot doel een zo groot mogelijke | Het artikel 3 van het besluit heeft tot doel een zo groot mogelijke |
toegankelijkheid en publiciteit van de deontlogische code tot stand te | toegankelijkheid en publiciteit van de deontlogische code tot stand te |
brengen. Dit is in het belang niet enkel van de bemiddelingsdiensten | brengen. Dit is in het belang niet enkel van de bemiddelingsdiensten |
zelf maar ook van alle gerechtelijke en alle andere relevante actoren | zelf maar ook van alle gerechtelijke en alle andere relevante actoren |
en de rechtsonderhorigen. | en de rechtsonderhorigen. |
Het ontwerp voorzag daarom dat het ontwerp van deontologische code en | Het ontwerp voorzag daarom dat het ontwerp van deontologische code en |
de actualisering daarvan, ter goedkeuring moesten worden voorgelegd | de actualisering daarvan, ter goedkeuring moesten worden voorgelegd |
aan de Minister. Teneinde aan de opmerking van de Raad van State | aan de Minister. Teneinde aan de opmerking van de Raad van State |
tegemoet te komen, werd dit artikel volledig geherformuleerd | tegemoet te komen, werd dit artikel volledig geherformuleerd |
De samenstelling van de Commissie wordt bepaald door het artikel 4. De | De samenstelling van de Commissie wordt bepaald door het artikel 4. De |
leden worden ten persoonlijke titel aangesteld door de Minister van | leden worden ten persoonlijke titel aangesteld door de Minister van |
Justitie. De multidisciplinaire samenstelling van de Commissie | Justitie. De multidisciplinaire samenstelling van de Commissie |
garandeert de aanwezigheid van de noodzakelijke expertise en ervaring | garandeert de aanwezigheid van de noodzakelijke expertise en ervaring |
om een antwoord te bieden op deontologische vraagstukken. | om een antwoord te bieden op deontologische vraagstukken. |
Het artikel werd aangepast aan de opmerkingen van de Raad van State. | Het artikel werd aangepast aan de opmerkingen van de Raad van State. |
De artikelen 5 tot en met 11 bepalen de werking van de Commissie. Een | De artikelen 5 tot en met 11 bepalen de werking van de Commissie. Een |
belangrijke factor in de werking van de Commissie zal het | belangrijke factor in de werking van de Commissie zal het |
huishoudelijk reglement zijn. In het huishoudelijk reglement moet de | huishoudelijk reglement zijn. In het huishoudelijk reglement moet de |
Commissie onder meer een tegensprekelijke procedure voor klachten met | Commissie onder meer een tegensprekelijke procedure voor klachten met |
betrekking tot het verloop van bemiddelingsprocessen vaststellen. De | betrekking tot het verloop van bemiddelingsprocessen vaststellen. De |
formulering van deze bepaling werd enigszins aangepast gezien de | formulering van deze bepaling werd enigszins aangepast gezien de |
opmerking van de Raad van State onder artikel 2. De Commissie zal ook | opmerking van de Raad van State onder artikel 2. De Commissie zal ook |
een procedure van verschoning of wraking dienen op te stellen indien | een procedure van verschoning of wraking dienen op te stellen indien |
er bij de behandeling van een bepaalde zaak feiten of omstandigheden | er bij de behandeling van een bepaalde zaak feiten of omstandigheden |
worden vastgesteld waardoor de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid | worden vastgesteld waardoor de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid |
van het oordeel van het lid van de Commissie in het gedrang komt. | van het oordeel van het lid van de Commissie in het gedrang komt. |
Gezien de diversiteit van de zaken die door de Commissie kunnen worden | Gezien de diversiteit van de zaken die door de Commissie kunnen worden |
behandeld, opteert het besluit voor een gevalsbenadering eerder dan | behandeld, opteert het besluit voor een gevalsbenadering eerder dan |
voor het vaststellen van een limitatieve lijst van verschonings - en | voor het vaststellen van een limitatieve lijst van verschonings - en |
wrakingsgronden. Volgend op de opmerking van de Raad van State | wrakingsgronden. Volgend op de opmerking van de Raad van State |
voorziet het ontwerp dat het huishoudelijk reglement ter goedkeuring | voorziet het ontwerp dat het huishoudelijk reglement ter goedkeuring |
wordt voorgelegd aan de Minister. | wordt voorgelegd aan de Minister. |
De opmerking van de Raad van State inzake het toepasselijk maken van | De opmerking van de Raad van State inzake het toepasselijk maken van |
artikel 458 van het Strafwetboek werd gevolgd zodat de verwijzing | artikel 458 van het Strafwetboek werd gevolgd zodat de verwijzing |
hiernaar werd geschrapt. | hiernaar werd geschrapt. |
In haar werkzaamheden zal de Commissie worden bijgestaan door een | In haar werkzaamheden zal de Commissie worden bijgestaan door een |
secretariaat - met name één of meerdere personeelsleden van de | secretariaat - met name één of meerdere personeelsleden van de |
Federale Overheidsdienst Justitie - die door de Minister van Justitie | Federale Overheidsdienst Justitie - die door de Minister van Justitie |
zullen worden aangeduid. In functie van de concrete behoeften van de | zullen worden aangeduid. In functie van de concrete behoeften van de |
Commissie zullen deze persoon of, in voorkomend geval deze personen, | Commissie zullen deze persoon of, in voorkomend geval deze personen, |
voor deze opdracht halftijds of voltijds ter beschikking van de | voor deze opdracht halftijds of voltijds ter beschikking van de |
Commissie worden gesteld. | Commissie worden gesteld. |
Dit is de strekking van het koninklijk besluit dat ik u ter | Dit is de strekking van het koninklijk besluit dat ik u ter |
ondertekening voorleg. | ondertekening voorleg. |
Ik heb de eer te zijn, | Ik heb de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
van Uwe Majesteit, | van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige | de zeer eerbiedige |
en zeer getrouwe dienaar. | en zeer getrouwe dienaar. |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
26 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot regeling van de | 26 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot regeling van de |
samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie | samenstelling en de werking van de Deontologische Commissie |
Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van | Bemiddeling zoals bepaald door artikel 554, § 2, van het Wetboek van |
strafvordering | strafvordering |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering; | Gelet op artikel 554, § 2, van het Wetboek van strafvordering; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 |
september 2005; | september 2005; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 23 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 23 |
september 2005; | september 2005; |
Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad | Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad |
van State om advies te geven binnen een termijn van één maand; | van State om advies te geven binnen een termijn van één maand; |
Gelet op het advies 39.155/2. van de Raad van State, gegeven op 24 | Gelet op het advies 39.155/2. van de Raad van State, gegeven op 24 |
oktober 2005., in toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de | oktober 2005., in toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van | Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van |
Onze in Raad vergaderde Ministers, | Onze in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° « de Minister » : de Minister van Justitie; | 1° « de Minister » : de Minister van Justitie; |
2° « de Commissie » : de Deontologische Commissie Bemiddeling; | 2° « de Commissie » : de Deontologische Commissie Bemiddeling; |
3° « bemiddeling » : bemiddeling zoals gedefinieerd door artikel 3 van | 3° « bemiddeling » : bemiddeling zoals gedefinieerd door artikel 3 van |
de Voorafgaande Titel van het Wetboek van strafvordering en artikel | de Voorafgaande Titel van het Wetboek van strafvordering en artikel |
553, § 1, van het Wetboek van strafvordering; | 553, § 1, van het Wetboek van strafvordering; |
4° « de bemiddelingsdiensten » : de door de Minister van Justitie | 4° « de bemiddelingsdiensten » : de door de Minister van Justitie |
overeenkomstig artikel 554, § 1, van het Wetboek van strafvordering | overeenkomstig artikel 554, § 1, van het Wetboek van strafvordering |
erkende diensten die bemiddeling aanbieden. | erkende diensten die bemiddeling aanbieden. |
HOOFDSTUK II. - Opdracht van de Commissie | HOOFDSTUK II. - Opdracht van de Commissie |
Art. 2.§ 1. De Commissie heeft een ondersteunende en adviserende |
Art. 2.§ 1. De Commissie heeft een ondersteunende en adviserende |
functie ten aanzien van de bemiddelingsdiensten en de Minister inzake | functie ten aanzien van de bemiddelingsdiensten en de Minister inzake |
deontologische aspecten in het kader van bemiddeling. | deontologische aspecten in het kader van bemiddeling. |
§ 2. Hiertoe worden aan de Commissie de volgende opdrachten toebedeeld | § 2. Hiertoe worden aan de Commissie de volgende opdrachten toebedeeld |
: | : |
1° het opstellen van een deontologische code; | 1° het opstellen van een deontologische code; |
2° het actualiseren van de deontologische code wanneer dit nodig wordt | 2° het actualiseren van de deontologische code wanneer dit nodig wordt |
geacht; | geacht; |
3° het kennis nemen van deontologische knelpunten die zich in de | 3° het kennis nemen van deontologische knelpunten die zich in de |
praktijk stellen en het innemen van een standpunt ter zake; | praktijk stellen en het innemen van een standpunt ter zake; |
4° het ambtshalve of op verzoek advies geven aan de | 4° het ambtshalve of op verzoek advies geven aan de |
bemiddelingsdiensten en de Minister inzake deontologische vragen of | bemiddelingsdiensten en de Minister inzake deontologische vragen of |
problemen in individuele dossiers; | problemen in individuele dossiers; |
5° het kennis nemen en opvolgen van individuele klachten inzake | 5° het kennis nemen en opvolgen van individuele klachten inzake |
problemen van deontologische aard die worden meegedeeld door personen | problemen van deontologische aard die worden meegedeeld door personen |
die van de diensten van een bemiddelingsdienst gebruik hebben gemaakt | die van de diensten van een bemiddelingsdienst gebruik hebben gemaakt |
en hierover advies uitbrengen aan de Minister; | en hierover advies uitbrengen aan de Minister; |
6° het verstrekken van algemene informatie inzake de deontologie aan | 6° het verstrekken van algemene informatie inzake de deontologie aan |
de bemiddelingsdiensten en aan de Minister; | de bemiddelingsdiensten en aan de Minister; |
7° het inhoudelijk opvolgen van de opleidingsprogramma's voor | 7° het inhoudelijk opvolgen van de opleidingsprogramma's voor |
bemiddelaars teneinde toe te zien op de deontologische aspecten die | bemiddelaars teneinde toe te zien op de deontologische aspecten die |
aan bod komen. | aan bod komen. |
§ 3. De met toepassing van het eerste lid door de Commissie gegeven | § 3. De met toepassing van het eerste lid door de Commissie gegeven |
adviezen worden gemotiveerd. | adviezen worden gemotiveerd. |
Art. 3.De Commissie ziet toe op de toegankelijkheid en de publiciteit |
Art. 3.De Commissie ziet toe op de toegankelijkheid en de publiciteit |
van de deontologische code. | van de deontologische code. |
HOOFDSTUK III. - Samenstelling van de Commissie | HOOFDSTUK III. - Samenstelling van de Commissie |
Art. 4.De Minister wijst de leden van de Commissie aan op basis van |
Art. 4.De Minister wijst de leden van de Commissie aan op basis van |
hun kennis en ervaring inzake de materies die tot de bevoegdheid van | hun kennis en ervaring inzake de materies die tot de bevoegdheid van |
de Commissie behoren. De Minister zorgt er voor dat in de Commissie de | de Commissie behoren. De Minister zorgt er voor dat in de Commissie de |
kennis en ervaring inzake psychosociale, juridische, ethische en | kennis en ervaring inzake psychosociale, juridische, ethische en |
bemiddelingsaangelegenheden op evenwichtige wijze vertegenwoordigd | bemiddelingsaangelegenheden op evenwichtige wijze vertegenwoordigd |
zijn. | zijn. |
De leden worden aangesteld voor een duur van drie jaar en het mandaat | De leden worden aangesteld voor een duur van drie jaar en het mandaat |
kan tweemaal hernieuwd worden. | kan tweemaal hernieuwd worden. |
Bij de aanvang van hun mandaat mogen de leden niet ouder zijn dan 65 | Bij de aanvang van hun mandaat mogen de leden niet ouder zijn dan 65 |
jaar. | jaar. |
Bij overlijden of ontslag van een lid wordt voor de duur van het | Bij overlijden of ontslag van een lid wordt voor de duur van het |
resterende mandaat in de vervanging ervan voorzien. | resterende mandaat in de vervanging ervan voorzien. |
De Minister wijst onder de leden één lid aan als voorzitter en één lid | De Minister wijst onder de leden één lid aan als voorzitter en één lid |
als ondervoorzitter. De voorzitter en de ondervoorzitter moeten van | als ondervoorzitter. De voorzitter en de ondervoorzitter moeten van |
een verschillende taalrol zijn. | een verschillende taalrol zijn. |
HOOFDSTUK IV. - Werking van de Commissie | HOOFDSTUK IV. - Werking van de Commissie |
Art. 5.De Commissie houdt ten minste twee vergaderingen per jaar, op |
Art. 5.De Commissie houdt ten minste twee vergaderingen per jaar, op |
bijeenroeping van de voorzitter. De Commissie kan slechts vergaderen | bijeenroeping van de voorzitter. De Commissie kan slechts vergaderen |
als een meerderheid van de leden aanwezig is. De beslissingen worden | als een meerderheid van de leden aanwezig is. De beslissingen worden |
bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is | bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is |
de stem van de voorzitter doorslaggevend. | de stem van de voorzitter doorslaggevend. |
De Commissie komt samen telkens de voorzitter dit nodig acht of | De Commissie komt samen telkens de voorzitter dit nodig acht of |
wanneer twee derden van de leden dit vragen. | wanneer twee derden van de leden dit vragen. |
Art. 6.De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat in het |
Art. 6.De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat in het |
bijzonder het volgende moet bepalen : | bijzonder het volgende moet bepalen : |
- de wijze van oproeping; | - de wijze van oproeping; |
- de wijze van beraadslaging; | - de wijze van beraadslaging; |
- de mogelijkheid tot het horen van deskundigen; | - de mogelijkheid tot het horen van deskundigen; |
- het vaststellen van een tegensprekelijke procedure voor het | - het vaststellen van een tegensprekelijke procedure voor het |
behandelen van individuele klachten inzake de deontologische | behandelen van individuele klachten inzake de deontologische |
handelwijze van een bemiddelingsdienst; | handelwijze van een bemiddelingsdienst; |
- het vaststellen van een procedure van verschoning of wraking van een | - het vaststellen van een procedure van verschoning of wraking van een |
lid indien er feiten of omstandigheden bestaan waardoor de | lid indien er feiten of omstandigheden bestaan waardoor de |
onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van het oordeel van een lid | onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van het oordeel van een lid |
van de Commissie in het gedrang komt bij de behandeling van een | van de Commissie in het gedrang komt bij de behandeling van een |
bepaalde zaak. | bepaalde zaak. |
Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de | Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de |
Minister. | Minister. |
Art. 7.De leden van de Commissie en het secretariaat zijn bij de |
Art. 7.De leden van de Commissie en het secretariaat zijn bij de |
behandeling van individuele dossiers tot geheimhouding verplicht | behandeling van individuele dossiers tot geheimhouding verplicht |
inzake de gegevens die hen in de uitoefening van hun opdracht worden | inzake de gegevens die hen in de uitoefening van hun opdracht worden |
toevertrouwd en die hiermee verband houden. | toevertrouwd en die hiermee verband houden. |
Art. 8.De Commissie stelt jaarlijks een beknopt werkingsverslag op |
Art. 8.De Commissie stelt jaarlijks een beknopt werkingsverslag op |
dat uiterlijk voor eind maart aan de Minister wordt overhandigd. | dat uiterlijk voor eind maart aan de Minister wordt overhandigd. |
Art. 9.De Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat, zijnde |
Art. 9.De Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat, zijnde |
een rijksambtenaar of indien de noodzaak zich stelt rijksambtenaren, | een rijksambtenaar of indien de noodzaak zich stelt rijksambtenaren, |
van de Federale Overheidsdienst Justitie en aangewezen door de | van de Federale Overheidsdienst Justitie en aangewezen door de |
Minister. | Minister. |
Art. 10.Er wordt aan de leden van de Commissie een presentiegeld |
Art. 10.Er wordt aan de leden van de Commissie een presentiegeld |
toegekend, waarvan het bedrag vastgesteld is op 50 EUR per dag van | toegekend, waarvan het bedrag vastgesteld is op 50 EUR per dag van |
vergadering. | vergadering. |
De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van | De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van |
de federale overheidsdiensten, geldt ook voor het presentiegeld | de federale overheidsdiensten, geldt ook voor het presentiegeld |
bedoeld in het eerste lid. Het wordt aan het spilindexcijfer 113,87 | bedoeld in het eerste lid. Het wordt aan het spilindexcijfer 113,87 |
gekoppeld (basis 1996 = 100). | gekoppeld (basis 1996 = 100). |
Art. 11.De leden van de Commissie hebben recht op de terugbetaling |
Art. 11.De leden van de Commissie hebben recht op de terugbetaling |
van hun reis - en verblijfskosten, overeenkomstig de bepalingen die | van hun reis - en verblijfskosten, overeenkomstig de bepalingen die |
van toepassing zijn op het personeel van de federale | van toepassing zijn op het personeel van de federale |
overheidsdiensten. | overheidsdiensten. |
Voor de toepassing van de bepalingen in het eerste lid, worden de | Voor de toepassing van de bepalingen in het eerste lid, worden de |
leden die geen ambtenaar zijn, gelijkgesteld met ambtenaren die | leden die geen ambtenaar zijn, gelijkgesteld met ambtenaren die |
bekleed zijn met de klasse A3. | bekleed zijn met de klasse A3. |
Art. 12.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van |
Art. 12.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 26 januari 2006. | Gegeven te Brussel, 26 januari 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |