Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 24/09/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels "
Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN SOCIALE MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN SOCIALE
ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
24 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van een 24 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van een
onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met
toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot
modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de
leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Het koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd beoogt Het koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd beoogt
uitvoering te geven aan artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot uitvoering te geven aan artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot
modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de
leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Het voorziet, zoals beoogd door het Paritair Comité voor de Het voorziet, zoals beoogd door het Paritair Comité voor de
uitzendarbeid in de cao van 30 oktober 1997, in de invoering van de uitzendarbeid in de cao van 30 oktober 1997, in de invoering van de
onmiddellijke aangifte van tewerkstelling voor de uitzendbureaus. onmiddellijke aangifte van tewerkstelling voor de uitzendbureaus.
Het besluit heeft dezelfde doelstellingen als het besluit van 22 Het besluit heeft dezelfde doelstellingen als het besluit van 22
februari 1998 tot invoering van de onmiddellijke aangifte in de bouw- februari 1998 tot invoering van de onmiddellijke aangifte in de bouw-
en transportsector. Het draagt tevens bij tot de modernisering van het en transportsector. Het draagt tevens bij tot de modernisering van het
bijhouden van het individueel document voor de uitzendkrachten. bijhouden van het individueel document voor de uitzendkrachten.
Onderzoek van de artikelen Onderzoek van de artikelen

Artikel 1.Het hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en

Artikel 1.Het hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en

werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de
uitzendarbeid (nr. 322). uitzendarbeid (nr. 322).

Art. 2.Dit artikel bepaalt welke gegevens op welk tijdstip moeten

Art. 2.Dit artikel bepaalt welke gegevens op welk tijdstip moeten

worden meegedeeld aan de instelling, belast met de inning van de worden meegedeeld aan de instelling, belast met de inning van de
sociale-zekerheidsbijdragen. De gegevens betreffen de identificatie sociale-zekerheidsbijdragen. De gegevens betreffen de identificatie
van het uitzendbureau en de uitzendkracht, evenals de datum van van het uitzendbureau en de uitzendkracht, evenals de datum van
aanvang en beëindiging van tewerkstelling bij de gebruiker. De aanvang en beëindiging van tewerkstelling bij de gebruiker. De
identificatie van het uitzendbureau gebeurt via het nummer, waaronder identificatie van het uitzendbureau gebeurt via het nummer, waaronder
het bij de Rijksdienst is ingeschreven. De identificatie van de het bij de Rijksdienst is ingeschreven. De identificatie van de
uitzendkracht gebeurt via het identificatienummer van de sociale uitzendkracht gebeurt via het identificatienummer van de sociale
zekerheid. Vervolgens dient het nummer te worden vermeld van de zekerheid. Vervolgens dient het nummer te worden vermeld van de
sociale identiteitskaart. Tenslotte worden gegevens opgenomen inzake sociale identiteitskaart. Tenslotte worden gegevens opgenomen inzake
de identificatie van de gebruiker. De opname van deze gegevens is de identificatie van de gebruiker. De opname van deze gegevens is
noodzakelijk met het oog op de afschaffing van het individueel noodzakelijk met het oog op de afschaffing van het individueel
document, bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 8 document, bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 8
augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten. augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten.
Tevens dient de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór de Tevens dient de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór de
voorziene datum meegedeeld te worden binnen de vastgestelde termijn. voorziene datum meegedeeld te worden binnen de vastgestelde termijn.
Verder kent de Rijksdienst, na ontvangst van de eerste aangifte, Verder kent de Rijksdienst, na ontvangst van de eerste aangifte,
onmiddellijk een O.A.T.-code toe aan het uitzendbureau. Deze code onmiddellijk een O.A.T.-code toe aan het uitzendbureau. Deze code
geeft een eerste aanduiding dat de aangifte op een correcte wijze is geeft een eerste aanduiding dat de aangifte op een correcte wijze is
gebeurd. Evenwel dient de Rijksdienst bij elke hogervermelde aangifte, gebeurd. Evenwel dient de Rijksdienst bij elke hogervermelde aangifte,
uiterlijk tien werkdagen na ontvangst ervan, een bericht te zenden uiterlijk tien werkdagen na ontvangst ervan, een bericht te zenden
naar het uitzendbureau ter bevestiging van de geregistreerde gegevens. naar het uitzendbureau ter bevestiging van de geregistreerde gegevens.
Dit bericht zal zo mogelijk langs elektronische weg worden Dit bericht zal zo mogelijk langs elektronische weg worden
toegezonden. Indien het uitzendbureau het bericht niet betwist binnen toegezonden. Indien het uitzendbureau het bericht niet betwist binnen
vijf werkdagen na de toezending ervan, wordt het bewijskrachtig, vijf werkdagen na de toezending ervan, wordt het bewijskrachtig,
behoudens materiële vergissing. behoudens materiële vergissing.

Art. 3.De aangiften moeten op elektronische wijze gebeuren. Onder

Art. 3.De aangiften moeten op elektronische wijze gebeuren. Onder

elektronische wijze wordt een mededeling "on line" verstaan. elektronische wijze wordt een mededeling "on line" verstaan.

Art. 4.De berichten moeten worden bewaard volgens de praktische

Art. 4.De berichten moeten worden bewaard volgens de praktische

modaliteiten voorzien inzake de sociale documenten, gedurende een modaliteiten voorzien inzake de sociale documenten, gedurende een
periode van zes maanden. periode van zes maanden.

Art. 5.Dit artikel betreft het toezicht. De aangewezen ambtenaren

Art. 5.Dit artikel betreft het toezicht. De aangewezen ambtenaren

houden toezicht op de naleving van dit besluit, overeenkomstig de houden toezicht op de naleving van dit besluit, overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de
arbeidsinspectie. arbeidsinspectie.

Art. 6.Dit artikel betreft de inwerkingtreding van het besluit (1

Art. 6.Dit artikel betreft de inwerkingtreding van het besluit (1

januari 1999). januari 1999).
Wij hebben de eer te zijn, Wij hebben de eer te zijn,
Sire, Sire,
van Uwe Majesteit, van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige, de zeer eerbiedige,
en zeer getrouwe dienaars, en zeer getrouwe dienaars,
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET Mevr. M. SMET
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN Mevr. M. DE GALAN
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, eerste vakantiekamer, op 23 De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, eerste vakantiekamer, op 23
juli 1998 door de Minister van Sociale Zaken verzocht haar, binnen een juli 1998 door de Minister van Sociale Zaken verzocht haar, binnen een
termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een
ontwerp van koninklijk besluit "tot invoering van een onmiddellijke ontwerp van koninklijk besluit "tot invoering van een onmiddellijke
aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van
artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de
sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de
wettelijke pensioenstelsels", heeft op 29 juli 1998 het volgende wettelijke pensioenstelsels", heeft op 29 juli 1998 het volgende
advies gegeven : advies gegeven :
Volgens artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Volgens artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de
Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden
aangegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan. aangegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan.
In het onderhavige geval luidt die motivering als volgt : In het onderhavige geval luidt die motivering als volgt :
« L'urgence est motivée par le fait qu'il importe que les règles « L'urgence est motivée par le fait qu'il importe que les règles
régissant la déclaration immédiate à l'embauche soient fixées d'une régissant la déclaration immédiate à l'embauche soient fixées d'une
façon certaine et durable en vue de permettre aux administrations façon certaine et durable en vue de permettre aux administrations
concernées, d'une part, de mettre en oeuvre les moyens techniques leur concernées, d'une part, de mettre en oeuvre les moyens techniques leur
permettant d'enregistrer et de gérer les données relatives à permettant d'enregistrer et de gérer les données relatives à
l'embauche, et d'autre part, de rédiger et de répercuter auprès des l'embauche, et d'autre part, de rédiger et de répercuter auprès des
employeurs, les informations relatives à cette déclaration. employeurs, les informations relatives à cette déclaration.
L'urgence est motivée également par la nécessité de diffuser ces L'urgence est motivée également par la nécessité de diffuser ces
informations dans les meilleurs délais, les employeurs et les informations dans les meilleurs délais, les employeurs et les
secrétariats sociaux agrées devant adapter leurs méthodes de travail secrétariats sociaux agrées devant adapter leurs méthodes de travail
au nouveaux systèmes de déclarations. au nouveaux systèmes de déclarations.
Enfin, l'urgence se justifie également par la nécessité de coordonner Enfin, l'urgence se justifie également par la nécessité de coordonner
les procédures de travail des différentes administrations concernées les procédures de travail des différentes administrations concernées
et plus particulièrement des services d'inspections. » . et plus particulièrement des services d'inspections. » .
Met toepassing van het bepaalde in artikel 84, tweede lid, van de Met toepassing van het bepaalde in artikel 84, tweede lid, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving
zich beperkt tot "het onderzoek van de rechtsgrond, van de bevoegdheid zich beperkt tot "het onderzoek van de rechtsgrond, van de bevoegdheid
van de steller van de handeling, alsmede van de vraag of aan de van de steller van de handeling, alsmede van de vraag of aan de
voorgeschreven vormvereisten is voldaan". voorgeschreven vormvereisten is voldaan".
Dat onderzoek noopt niet tot het maken van enige opmerking. Dat onderzoek noopt niet tot het maken van enige opmerking.
De kamer was samengesteld uit : De kamer was samengesteld uit :
de heren : de heren :
D. Verbiest, staatsraad, voorzitter; D. Verbiest, staatsraad, voorzitter;
D. Albrecht, L. Hellin, staatsraden; D. Albrecht, L. Hellin, staatsraden;
Mevr. A. Beckers, griffier. Mevr. A. Beckers, griffier.
De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd
nagezien onder toezicht van de heer D. Albrecht. nagezien onder toezicht van de heer D. Albrecht.
Het verslag werd uitgebracht door de heer. W. Van Vaerenbergh, Het verslag werd uitgebracht door de heer. W. Van Vaerenbergh,
auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en
toegelicht door de heer. W. Van Vaerenbergh, adjunct-referendaris. toegelicht door de heer. W. Van Vaerenbergh, adjunct-referendaris.
De griffier, De griffier,
A. Beckers. A. Beckers.
De voorzitter, De voorzitter,
D. Verbiest. D. Verbiest.
24 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van een 24 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van een
onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met
toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot
modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de
leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale Gelet op de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale
zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke
pensioenstelsels, inzonderheid op artikel 38; pensioenstelsels, inzonderheid op artikel 38;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 mei Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 mei
1998; 1998;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor
sociale zekerheid van 2 juni 1998; sociale zekerheid van 2 juni 1998;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat
de regels betreffende de onmiddellijk aangifte bij de aanwerving op de regels betreffende de onmiddellijk aangifte bij de aanwerving op
een duidelijke en duurzame manier moeten vastgelegd worden om de een duidelijke en duurzame manier moeten vastgelegd worden om de
betrokken administraties de mogelijkheid te geven, enerzijds, de betrokken administraties de mogelijkheid te geven, enerzijds, de
technische middelen uit te werken voor het registeren en beheren van technische middelen uit te werken voor het registeren en beheren van
de gegevens betreffende de aanwerving en, anderzijds, informatie over de gegevens betreffende de aanwerving en, anderzijds, informatie over
deze aangifte op te stellen en ze ter kennis te brengen van de deze aangifte op te stellen en ze ter kennis te brengen van de
werkgevers. werkgevers.
De dringende noodzakelijkheid wordt tevens gemotiveerd door het feit De dringende noodzakelijkheid wordt tevens gemotiveerd door het feit
dat deze informatie zo snel mogelijk moet worden medegedeeld aangezien dat deze informatie zo snel mogelijk moet worden medegedeeld aangezien
de werkgevers en de sociale secretariaten hun werkmethode aan de de werkgevers en de sociale secretariaten hun werkmethode aan de
nieuwe aangiftesystemen moeten aanpassen. nieuwe aangiftesystemen moeten aanpassen.
Ten slotte is de dringende noodzakelijkheid ook verantwoord door de Ten slotte is de dringende noodzakelijkheid ook verantwoord door de
nodige coördinatie van de werkprocedures van de verschillende nodige coördinatie van de werkprocedures van de verschillende
betrokken administraties en inzonderheid van de inspectiediensten. betrokken administraties en inzonderheid van de inspectiediensten.
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 31 juli 1998, Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 31 juli 1998,
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State; wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van
Onze Minister van Sociale Zaken, en op het advies van Onze in Raad Onze Minister van Sociale Zaken, en op het advies van Onze in Raad
vergaderde Ministers, vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en

Artikel 1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en

werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de
uitzendarbeid. uitzendarbeid.

Art. 2.§ 1. Het uitzendbureau dient de volgende gegevens aan de

Art. 2.§ 1. Het uitzendbureau dient de volgende gegevens aan de

instelling, die belast is met de inning van de sociale instelling, die belast is met de inning van de sociale
zekerheidsbijdragen, hierna de instelling genoemd, mede te delen : zekerheidsbijdragen, hierna de instelling genoemd, mede te delen :
a) het nummer waaronder het uitzendbureau is ingeschreven bij de a) het nummer waaronder het uitzendbureau is ingeschreven bij de
instelling; instelling;
b) - het identificatienummer van de sociale zekerheid van de b) - het identificatienummer van de sociale zekerheid van de
uitzendkracht, bedoeld in artikel 1, 4° van het koninklijk besluit van uitzendkracht, bedoeld in artikel 1, 4° van het koninklijk besluit van
18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van
een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden,
met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26
juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot
vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels; vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels;
- zo dit nummer niet bestaat, de naam, de voornamen, de geboorteplaats - zo dit nummer niet bestaat, de naam, de voornamen, de geboorteplaats
en -datum en de hoofdverblijfplaats van de uitzendkracht; en -datum en de hoofdverblijfplaats van de uitzendkracht;
c) het nummer van de sociale identiteitskaart, bedoeld in artikel 2, c) het nummer van de sociale identiteitskaart, bedoeld in artikel 2,
derde lid, 7°, van voormeld koninklijk besluit van 18 december 1996; derde lid, 7°, van voormeld koninklijk besluit van 18 december 1996;
d) de datum van aanvang van tewerkstelling bij de gebruiker; d) de datum van aanvang van tewerkstelling bij de gebruiker;
e) de datum van beëindiging van tewerkstelling bij de gebruiker; e) de datum van beëindiging van tewerkstelling bij de gebruiker;
f) het nummer waaronder de gebruiker is ingeschreven bij de f) het nummer waaronder de gebruiker is ingeschreven bij de
instelling, instelling,
of of
de naam, voornaam en hoofdverblijfplaats van de gebruiker indien het de naam, voornaam en hoofdverblijfplaats van de gebruiker indien het
een natuurlijk persoon betreft of de maatschappelijke benaming, de een natuurlijk persoon betreft of de maatschappelijke benaming, de
rechtsvorm en de maatschappelijke zetel indien het een rechtspersoon rechtsvorm en de maatschappelijke zetel indien het een rechtspersoon
betreft; betreft;
g) in voorkomend geval, het bewijs zoals bepaald door de instelling g) in voorkomend geval, het bewijs zoals bepaald door de instelling
dat de sociale identiteitskaart elektronisch werd gelezen. dat de sociale identiteitskaart elektronisch werd gelezen.
Deze gegevens moeten worden meegedeeld uiterlijk op het tijdstip Deze gegevens moeten worden meegedeeld uiterlijk op het tijdstip
waarop de uitzendkracht zijn prestaties aanvat bij de gebruiker. waarop de uitzendkracht zijn prestaties aanvat bij de gebruiker.
In geval van voortijdige beëindiging van de tewerkstelling dient het In geval van voortijdige beëindiging van de tewerkstelling dient het
uitzendbureau de wijziging van het in het eerste lid, e, bedoelde uitzendbureau de wijziging van het in het eerste lid, e, bedoelde
gegeven aan de instelling mede te delen uiterlijk de eerste werkdag gegeven aan de instelling mede te delen uiterlijk de eerste werkdag
die volgt op deze beëindiging. die volgt op deze beëindiging.
§ 2. Na ontvangst van een aangifte, bedoeld in § 1, eerste lid, deelt § 2. Na ontvangst van een aangifte, bedoeld in § 1, eerste lid, deelt
de instelling onmiddellijk een O.A.T.-code mee aan het uitzendbureau. de instelling onmiddellijk een O.A.T.-code mee aan het uitzendbureau.
Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van een aangifte, bedoeld in § Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van een aangifte, bedoeld in §
1, eerste en derde lid, zendt de instelling aan het uitzendbureau een 1, eerste en derde lid, zendt de instelling aan het uitzendbureau een
bericht met de O.A.T.-code, evenals de geregistreerde gegevens. bericht met de O.A.T.-code, evenals de geregistreerde gegevens.
Indien het uitzendbureau het bericht niet betwist binnen vijf Indien het uitzendbureau het bericht niet betwist binnen vijf
werkdagen na de toezending ervan, wordt het definitief, behoudens werkdagen na de toezending ervan, wordt het definitief, behoudens
materiële vergissing, en geldt het als bewijs van de onmiddellijke materiële vergissing, en geldt het als bewijs van de onmiddellijke
aangifte van tewerkstelling of van uitdiensttreding. aangifte van tewerkstelling of van uitdiensttreding.

Art. 3.Het uitzendbureau geeft de in artikel 2, § 1 bedoelde gegevens

Art. 3.Het uitzendbureau geeft de in artikel 2, § 1 bedoelde gegevens

aan langs elektronische weg in de vorm en volgens de nadere regelen aan langs elektronische weg in de vorm en volgens de nadere regelen
bepaald door de instelling. bepaald door de instelling.

Art. 4.Het uitzendbureau bewaart het bericht, bedoeld in artikel 2, §

Art. 4.Het uitzendbureau bewaart het bericht, bedoeld in artikel 2, §

2, gedurende een periode van zes maanden, na ontvangst ervan, volgens 2, gedurende een periode van zes maanden, na ontvangst ervan, volgens
de modaliteiten, bepaald bij de artikelen 22 tot 24 van het koninklijk de modaliteiten, bepaald bij de artikelen 22 tot 24 van het koninklijk
besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale
documenten. documenten.

Art. 5.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van

Art. 5.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van

gerechtelijke politie, houden de sociale inspecteurs, bedoeld in gerechtelijke politie, houden de sociale inspecteurs, bedoeld in
artikel 1 van de wet van 16 november 1972 betreffende de artikel 1 van de wet van 16 november 1972 betreffende de
arbeidsinspectie met uitzondering van zij die onder het gezag van de arbeidsinspectie met uitzondering van zij die onder het gezag van de
Minister van Economische Zaken staan, toezicht op de naleving van dit Minister van Economische Zaken staan, toezicht op de naleving van dit
besluit. besluit.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.

Art. 7.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister

Art. 7.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister

van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 september 1998. Gegeven te Brussel, 24 september 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET Mevr. M. SMET
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN Mevr. M. DE GALAN
^