Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 24/10/2012
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
24 OKTOBER 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 24 OKTOBER 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni
2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering
van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming (1) van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van de Nationale Arbeidsraad; Gelet op het verzoek van de Nationale Arbeidsraad;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012,
gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van een gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van een
werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming. werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 oktober 2012. Gegeven te Brussel, 24 oktober 2012.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Nationale Arbeidsraad Nationale Arbeidsraad
Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012 Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012
Invoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de Invoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de
onderneming (Overeenkomst geregistreerd 18 juli 2012 onder het nummer onderneming (Overeenkomst geregistreerd 18 juli 2012 onder het nummer
110210/CO/300) 110210/CO/300)
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités; arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
Gelet op de programmawet (I) van 29 maart 2012, Titel 8 - Werk, Gelet op de programmawet (I) van 29 maart 2012, Titel 8 - Werk,
Hoofdstuk 1 - Werkgelegenheidsplan oudere werknemers; Hoofdstuk 1 - Werkgelegenheidsplan oudere werknemers;
Gelet op het regeerakkoord van 1 december 2011, waarin is bepaald dat Gelet op het regeerakkoord van 1 december 2011, waarin is bepaald dat
de ondernemingen via het sociaal overleg een concreet en aan hun de ondernemingen via het sociaal overleg een concreet en aan hun
omvang aangepast plan moeten maken om de oudere werknemers aan het omvang aangepast plan moeten maken om de oudere werknemers aan het
werk te houden; werk te houden;
Gelet op advies nr. 1.795 van de Nationale Arbeidsraad van 7 februari Gelet op advies nr. 1.795 van de Nationale Arbeidsraad van 7 februari
2012, waarin hij zich voorneemt een alternatieve regeling uit te 2012, waarin hij zich voorneemt een alternatieve regeling uit te
werken voor de bepalingen van het voorontwerp van programmawet werken voor de bepalingen van het voorontwerp van programmawet
betreffende het werkgelegenheidsplan oudere werknemers; betreffende het werkgelegenheidsplan oudere werknemers;
Overwegende dat de sociale partners het noodzakelijk achten dat in de Overwegende dat de sociale partners het noodzakelijk achten dat in de
ondernemingen een dynamiek op gang wordt gebracht om het aantal oudere ondernemingen een dynamiek op gang wordt gebracht om het aantal oudere
werknemers te behouden of te verhogen; werknemers te behouden of te verhogen;
Gelet op de doelstelling die België zich in het kader van de Gelet op de doelstelling die België zich in het kader van de
Europa-2020-strategie heeft opgelegd om tegen 2020 een Europa-2020-strategie heeft opgelegd om tegen 2020 een
arbeidsparticipatiegraad van 50 pct. voor oudere werknemers van 55 tot arbeidsparticipatiegraad van 50 pct. voor oudere werknemers van 55 tot
65 jaar te bereiken; 65 jaar te bereiken;
Hebben de navolgende interprofessionele organisaties van werkgevers en Hebben de navolgende interprofessionele organisaties van werkgevers en
van werknemers : van werknemers :
- het Verbond van Belgische Ondernemingen - het Verbond van Belgische Ondernemingen
- de nationale middenstandorganisaties erkend overeenkomstig de wetten - de nationale middenstandorganisaties erkend overeenkomstig de wetten
betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28 mei betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28 mei
1979 1979
- de Boerenbond - de Boerenbond
- "la Fédération wallonne de l'Agriculture" - "la Fédération wallonne de l'Agriculture"
- de Unie van Socialprofitondernemingen - de Unie van Socialprofitondernemingen
- het Algemeen Christelijk Vakverbond van België - het Algemeen Christelijk Vakverbond van België
- het Algemeen Belgisch Vakverbond - het Algemeen Belgisch Vakverbond
- de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België - de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België
op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad de volgende collectieve op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad de volgende collectieve
arbeidsovereenkomst gesloten. arbeidsovereenkomst gesloten.
HOOFDSTUK I. - Onderwerp HOOFDSTUK I. - Onderwerp

Artikel 1.Deze overeenkomst heeft tot doel de voorwaarden, procedures

Artikel 1.Deze overeenkomst heeft tot doel de voorwaarden, procedures

en modaliteiten te regelen voor de opstelling van een plan om het en modaliteiten te regelen voor de opstelling van een plan om het
aantal werknemers van 45 jaar en ouder in de onderneming te behouden aantal werknemers van 45 jaar en ouder in de onderneming te behouden
of te verhogen. of te verhogen.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. Deze overeenkomst is van toepassing op de werknemers die

Art. 2.§ 1. Deze overeenkomst is van toepassing op de werknemers die

zijn tewerkgesteld op grond van een arbeidsovereenkomst en op de zijn tewerkgesteld op grond van een arbeidsovereenkomst en op de
werkgevers die hen tewerkstellen. werkgevers die hen tewerkstellen.
§ 2. Elke werkgever moet een werkgelegenheidsplan oudere werknemers § 2. Elke werkgever moet een werkgelegenheidsplan oudere werknemers
opstellen om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of opstellen om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of
te verhogen. te verhogen.
§ 3. Deze overeenkomst is van toepassing op de ondernemingen die meer § 3. Deze overeenkomst is van toepassing op de ondernemingen die meer
dan twintig werknemers tewerkstellen. dan twintig werknemers tewerkstellen.
Commentaar Commentaar
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt het aantal werknemers Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt het aantal werknemers
berekend op basis van het aantal werknemers in voltijdse equivalenten berekend op basis van het aantal werknemers in voltijdse equivalenten
in de onderneming op de eerste werkdag van het kalenderjaar van de in de onderneming op de eerste werkdag van het kalenderjaar van de
opstelling van het werkgelegenheidsplan in het licht van de opstelling van het werkgelegenheidsplan in het licht van de
Dimona-aangiften, en op basis van het aantal uitzendkrachten in Dimona-aangiften, en op basis van het aantal uitzendkrachten in
voltijdse equivalenten in de onderneming op dezelfde dag. Dat aantal voltijdse equivalenten in de onderneming op dezelfde dag. Dat aantal
werknemers wordt voor vier jaar vastgesteld. In geval van betwisting werknemers wordt voor vier jaar vastgesteld. In geval van betwisting
kan het tegenbewijs met alle bewijsmiddelen worden geleverd, met kan het tegenbewijs met alle bewijsmiddelen worden geleverd, met
inbegrip van de berekeningswijze en de referentieperiode zoals bepaald inbegrip van de berekeningswijze en de referentieperiode zoals bepaald
overeenkomstig artikel 51bis van de wet van 4 augustus 1996 overeenkomstig artikel 51bis van de wet van 4 augustus 1996
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun
werk. werk.
HOOFDSTUK III. - Werkgelgenheidsplan oudere werknemers en uitvoering HOOFDSTUK III. - Werkgelgenheidsplan oudere werknemers en uitvoering

Art. 3.De werkgever stelt ieder jaar een werkgelegenheidsplan op of

Art. 3.De werkgever stelt ieder jaar een werkgelegenheidsplan op of

stelt een werkgelegenheidsplan met meerjarenmaatregelen op. stelt een werkgelegenheidsplan met meerjarenmaatregelen op.
Commentaar Commentaar
Omdat het kan zijn dat voor de praktische uitvoering van de Omdat het kan zijn dat voor de praktische uitvoering van de
maatregelen een lange periode nodig is, heeft de werkgever de maatregelen een lange periode nodig is, heeft de werkgever de
mogelijkheid te voorzien in maatregelen die over verscheidene jaren mogelijkheid te voorzien in maatregelen die over verscheidene jaren
lopen. lopen.

Art. 4.Het werkgelegenheidsplan bevat ondernemingsspecifieke

Art. 4.Het werkgelegenheidsplan bevat ondernemingsspecifieke

maatregelen om de werkgelegenheid van de werknemers van 45 jaar en maatregelen om de werkgelegenheid van de werknemers van 45 jaar en
ouder te behouden of te verhogen; voor die maatregelen worden één of ouder te behouden of te verhogen; voor die maatregelen worden één of
meer actiegebieden gekozen. meer actiegebieden gekozen.
Commentaar Commentaar
Ook de maatregelen die in de onderneming al worden uitgevoerd, kunnen Ook de maatregelen die in de onderneming al worden uitgevoerd, kunnen
in het werkgelegenheidsplan worden opgenomen. in het werkgelegenheidsplan worden opgenomen.

Art. 5.De werkgever kan met name een of meer van de volgende

Art. 5.De werkgever kan met name een of meer van de volgende

actiegebieden overnemen. Het gaat om een enuntiatieve en actiegebieden overnemen. Het gaat om een enuntiatieve en
niet-limitatieve lijst. Bovendien kunnen de sectoren die lijst niet-limitatieve lijst. Bovendien kunnen de sectoren die lijst
eventueel aanvullen : eventueel aanvullen :
1° de selectie en indienstneming van nieuwe werknemers; 1° de selectie en indienstneming van nieuwe werknemers;
2° de ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de 2° de ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de
werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen; werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen;
3° de loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de 3° de loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de
onderneming; onderneming;
4° de mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verwerven 4° de mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verwerven
die is aangepast aan de evolutie van de mogelijkheden en de die is aangepast aan de evolutie van de mogelijkheden en de
competenties van de werknemer; competenties van de werknemer;
5° de mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de 5° de mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de
arbeidsomstandigheden; arbeidsomstandigheden;
6° de gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van 6° de gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van
fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven; fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven;
7° de systemen van erkenning van verworven competenties. 7° de systemen van erkenning van verworven competenties.
Commentaar Commentaar
De werkgever kan kiezen voor één enkel actiegebied of kan zelfs kiezen De werkgever kan kiezen voor één enkel actiegebied of kan zelfs kiezen
voor een actiegebied dat niet in die lijst opgenomen is (bijvoorbeeld voor een actiegebied dat niet in die lijst opgenomen is (bijvoorbeeld
de diversiteitsplannen die met name op oudere werknemers zijn de diversiteitsplannen die met name op oudere werknemers zijn
gericht). Een actiegebied kan verscheidene maatregelen omvatten. gericht). Een actiegebied kan verscheidene maatregelen omvatten.
Verschillende actiegebieden kunnen worden gecombineerd als ze Verschillende actiegebieden kunnen worden gecombineerd als ze
verwijzen naar gemeenschappelijke maatregelen. verwijzen naar gemeenschappelijke maatregelen.
HOOFDSTUK IV. - Informatie en raadpleging HOOFDSTUK IV. - Informatie en raadpleging

Art. 6.§ 1. Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité

Art. 6.§ 1. Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité

voor preventie en bescherming op het werk legt de werkgever vooraleer voor preventie en bescherming op het werk legt de werkgever vooraleer
het werkgelegenheidsplan wordt goedgekeurd het ontwerp van plan voor het werkgelegenheidsplan wordt goedgekeurd het ontwerp van plan voor
aan de ondernemingsraad overeenkomstig artikel 5 - Jaarlijkse aan de ondernemingsraad overeenkomstig artikel 5 - Jaarlijkse
inlichtingen, punt d) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. inlichtingen, punt d) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
9quater van 27 juni 2012 tot wijziging van de collectieve 9quater van 27 juni 2012 tot wijziging van de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in
de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve
arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden. arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden.
Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie
en bescherming op het werk legt de werkgever bij ontstentenis van een en bescherming op het werk legt de werkgever bij ontstentenis van een
ondernemingsraad het ontwerp van werkgelegenheidsplan voor aan de ondernemingsraad het ontwerp van werkgelegenheidsplan voor aan de
vakbondsafvaardiging. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad en een vakbondsafvaardiging. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad en een
vakbondsafvaardiging legt de werkgever het ontwerp van vakbondsafvaardiging legt de werkgever het ontwerp van
werkgelegenheidsplan voor aan het comité voor preventie en bescherming werkgelegenheidsplan voor aan het comité voor preventie en bescherming
op het werk. Bij ontstentenis van ondernemingsraad, op het werk. Bij ontstentenis van ondernemingsraad,
vakbondsafvaardiging en comité voor preventie en bescherming op het vakbondsafvaardiging en comité voor preventie en bescherming op het
werk legt hij het voor aan de werknemers van de onderneming. werk legt hij het voor aan de werknemers van de onderneming.
§ 2. De werknemersvertegenwoordigers brengen uiterlijk binnen twee § 2. De werknemersvertegenwoordigers brengen uiterlijk binnen twee
maanden na ontvangst van het werkgelegenheidsplan een advies uit, maanden na ontvangst van het werkgelegenheidsplan een advies uit,
waarin eventueel aanvullende of alternatieve voorstellen worden waarin eventueel aanvullende of alternatieve voorstellen worden
gedaan. gedaan.
Indien de werkgever zijn plan niet aanpast in het licht van dat advies Indien de werkgever zijn plan niet aanpast in het licht van dat advies
moet hij zijn beslissing toelichten ten opzichte van de voorstellen moet hij zijn beslissing toelichten ten opzichte van de voorstellen
die de werknemersvertegenwoordigers hebben gedaan. Die toelichting en die de werknemersvertegenwoordigers hebben gedaan. Die toelichting en
de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers die niet in de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers die niet in
aanmerking werden genomen, moeten als bijlage bij het plan worden aanmerking werden genomen, moeten als bijlage bij het plan worden
gevoegd. Hij stelt het bevoegde orgaan daarvan in kennis uiterlijk gevoegd. Hij stelt het bevoegde orgaan daarvan in kennis uiterlijk
binnen twee maanden na ontvangst van dat advies. binnen twee maanden na ontvangst van dat advies.
§ 3. In de ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig § 3. In de ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig
werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, informeert de werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, informeert de
werkgever de werknemers over het werkgelegenheidsplan, onverminderd de werkgever de werknemers over het werkgelegenheidsplan, onverminderd de
wettelijke bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en wettelijke bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en
bescherming op het werk. bescherming op het werk.
Commentaar Commentaar
1. Voor de bespreking van het werkgelegenheidsplan bezorgt de 1. Voor de bespreking van het werkgelegenheidsplan bezorgt de
werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers alle informatie die ze werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers alle informatie die ze
nodig hebben om zich met kennis van zaken te kunnen uitspreken. nodig hebben om zich met kennis van zaken te kunnen uitspreken.
2. In de ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig 2. In de ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig
werknemers is er enkel een verplichting om de werknemers te werknemers is er enkel een verplichting om de werknemers te
informeren, behalve als er in die ondernemingen een informeren, behalve als er in die ondernemingen een
vakbondsafvaardiging of eventueel een comité voor preventie en vakbondsafvaardiging of eventueel een comité voor preventie en
bescherming op het werk aanwezig is. bescherming op het werk aanwezig is.

Art. 7.§ 1. Na afloop van het werkgelegenheidsplan informeert de

Art. 7.§ 1. Na afloop van het werkgelegenheidsplan informeert de

werkgever de ondernemingsraad over de resultaten van de maatregelen werkgever de ondernemingsraad over de resultaten van de maatregelen
die werden uitgevoerd. die werden uitgevoerd.
Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie
en bescherming op het werk informeert de werkgever bij ontstentenis en bescherming op het werk informeert de werkgever bij ontstentenis
van een ondernemingsraad de vakbondsafvaardiging en, bij ontstentenis van een ondernemingsraad de vakbondsafvaardiging en, bij ontstentenis
van een vakbondsafvaardiging, de werknemers van de onderneming. van een vakbondsafvaardiging, de werknemers van de onderneming.
§ 2. Wanneer in het werkgelegenheidsplan meerjarenmaatregelen zijn § 2. Wanneer in het werkgelegenheidsplan meerjarenmaatregelen zijn
opgenomen, moet aan de ondernemingsraad ieder jaar een verslag over de opgenomen, moet aan de ondernemingsraad ieder jaar een verslag over de
voortgang van het werkgelegenheidsplan worden voorgelegd, naar voortgang van het werkgelegenheidsplan worden voorgelegd, naar
aanleiding van de jaarlijkse inlichtingen zoals bedoeld in artikel 5 - aanleiding van de jaarlijkse inlichtingen zoals bedoeld in artikel 5 -
Jaarlijkse inlichtingen, punt d) van de collectieve Jaarlijkse inlichtingen, punt d) van de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 9quater van 27 juni 2012 tot wijziging van de arbeidsovereenkomst nr. 9quater van 27 juni 2012 tot wijziging van de
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende
ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale
akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de
ondernemingsraden. ondernemingsraden.
Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie Onverminderd de wettelijke bevoegdheden van het comité voor preventie
en bescherming op het werk wordt dat verslag bij ontstentenis van een en bescherming op het werk wordt dat verslag bij ontstentenis van een
ondernemingsraad voorgelegd aan de vakbondsafvaardiging en, bij ondernemingsraad voorgelegd aan de vakbondsafvaardiging en, bij
ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, aan het comité voor ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, aan het comité voor
preventie en bescherming op het werk. Bij ontstentenis van preventie en bescherming op het werk. Bij ontstentenis van
ondernemingsraad, vakbondsafvaardiging en comité voor preventie en ondernemingsraad, vakbondsafvaardiging en comité voor preventie en
bescherming op het werk legt hij het voor aan de werknemers van de bescherming op het werk legt hij het voor aan de werknemers van de
onderneming. onderneming.
Commentaar Commentaar
1. Wat artikel 6 en dit artikel betreft, behoudt het comité voor 1. Wat artikel 6 en dit artikel betreft, behoudt het comité voor
preventie en bescherming op het werk zijn prerogatieven wanneer de preventie en bescherming op het werk zijn prerogatieven wanneer de
maatregelen onder zijn wettelijke bevoegdheid vallen. maatregelen onder zijn wettelijke bevoegdheid vallen.
Overeenkomstig artikel 65 decies van de wet van 4 augustus 1996 Overeenkomstig artikel 65 decies van de wet van 4 augustus 1996
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun
werk neemt het comité voor preventie en bescherming op het werk bij werk neemt het comité voor preventie en bescherming op het werk bij
ontstentenis van een ondernemingsraad en een vakbondsafvaardiging de ontstentenis van een ondernemingsraad en een vakbondsafvaardiging de
plaats in van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, de plaats in van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, de
vakbondsafvaardiging voor het recht op informatie en raadpleging. vakbondsafvaardiging voor het recht op informatie en raadpleging.
Overeenkomstig artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 3 mei Overeenkomstig artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 3 mei
1999 betreffende de opdrachten en de werking van de comités voor 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de comités voor
preventie en bescherming op het werk brengt het comité een voorafgaand preventie en bescherming op het werk brengt het comité een voorafgaand
advies uit over alle voorstellen, maatregelen en toe te passen advies uit over alle voorstellen, maatregelen en toe te passen
middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks meteen of na verloop van middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks meteen of na verloop van
tijd gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers bij de tijd gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers bij de
uitvoering van hun werk. uitvoering van hun werk.
Overeenkomstig artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 3 Overeenkomstig artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 3
mei 1999 moeten de leden van het comité op de hoogte worden gebracht mei 1999 moeten de leden van het comité op de hoogte worden gebracht
en kennis kunnen krijgen van alle inlichtingen, verslagen, adviezen en en kennis kunnen krijgen van alle inlichtingen, verslagen, adviezen en
documenten die verband houden met het welzijn van de werknemers bij de documenten die verband houden met het welzijn van de werknemers bij de
uitvoering van hun werk. uitvoering van hun werk.
Overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 Overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999
verstrekt de werkgever aan het comité alle nodige informatie verstrekt de werkgever aan het comité alle nodige informatie
betreffende de risico's voor de veiligheid en de gezondheid alsmede de betreffende de risico's voor de veiligheid en de gezondheid alsmede de
beschermings- en preventiemaatregelen, zowel voor de organisatie in beschermings- en preventiemaatregelen, zowel voor de organisatie in
haar geheel als op het niveau van elke groep van werkposten of haar geheel als op het niveau van elke groep van werkposten of
functies evenals alle nodige informatie betreffende de maatregelen functies evenals alle nodige informatie betreffende de maatregelen
genomen met betrekking tot de eerste hulp, de brandbestrijding en de genomen met betrekking tot de eerste hulp, de brandbestrijding en de
evacuatie van werknemers. evacuatie van werknemers.
De werkgever verstrekt bovendien alle nodige informatie betreffende de De werkgever verstrekt bovendien alle nodige informatie betreffende de
evaluatie van de risico's en de beschermende maatregelen, in het kader evaluatie van de risico's en de beschermende maatregelen, in het kader
van het dynamisch risicobeheersingssysteem en het globaal van het dynamisch risicobeheersingssysteem en het globaal
preventieplan. preventieplan.
2. Wanneer de werkgever ieder jaar een werkgelegenheidsplan opstelt, 2. Wanneer de werkgever ieder jaar een werkgelegenheidsplan opstelt,
is alleen de eerste paragraaf van artikel 7 van deze overeenkomst van is alleen de eerste paragraaf van artikel 7 van deze overeenkomst van
toepassing. Wanneer de werkgever een werkgelegenheidsplan met toepassing. Wanneer de werkgever een werkgelegenheidsplan met
meerjarenmaatregelen opstelt, zijn de twee paragrafen van artikel 7 meerjarenmaatregelen opstelt, zijn de twee paragrafen van artikel 7
van deze overeenkomst van toepassing. van deze overeenkomst van toepassing.
3. Na afloop van het werkgelegenheidsplan moet bij de goedkeuring van 3. Na afloop van het werkgelegenheidsplan moet bij de goedkeuring van
het volgende werkgelegenheidsplan de informatie- en/of het volgende werkgelegenheidsplan de informatie- en/of
raadplegingsprocedure, zoals bepaald in artikel 6 van deze raadplegingsprocedure, zoals bepaald in artikel 6 van deze
overeenkomst, in acht worden genomen. overeenkomst, in acht worden genomen.
HOOFDSTUK V. - Controle HOOFDSTUK V. - Controle

Art. 8.De werkgever bewaart het werkgelegenheidsplan gedurende vijf

Art. 8.De werkgever bewaart het werkgelegenheidsplan gedurende vijf

jaar en houdt het ter beschikking van de bevoegde autoriteiten. Op jaar en houdt het ter beschikking van de bevoegde autoriteiten. Op
eenvoudig verzoek wordt het aan hen bezorgd. eenvoudig verzoek wordt het aan hen bezorgd.
HOOFDSTUK VI. - Model van werkgelegenheidsplan oudere werknemers HOOFDSTUK VI. - Model van werkgelegenheidsplan oudere werknemers

Art. 9.De werkgever heeft de mogelijkheid gebruik te maken van het

Art. 9.De werkgever heeft de mogelijkheid gebruik te maken van het

model van werkgelegenheidsplan dat als bijlage bij deze overeenkomst model van werkgelegenheidsplan dat als bijlage bij deze overeenkomst
is gevoegd. is gevoegd.
Het werkgelegenheidsplan vermeldt op zijn minst het volgende : Het werkgelegenheidsplan vermeldt op zijn minst het volgende :
1° de gegevens van de onderneming; 1° de gegevens van de onderneming;
2° de datum waarop het plan is gesloten; 2° de datum waarop het plan is gesloten;
3° de geldigheidsduur van het plan; 3° de geldigheidsduur van het plan;
4° de doelstelling of doelstellingen, namelijk het behoud en/of de 4° de doelstelling of doelstellingen, namelijk het behoud en/of de
verhoging van de tewerkstelling van werknemers van 45 jaar en ouder; verhoging van de tewerkstelling van werknemers van 45 jaar en ouder;
5° de vaststelling van het gekozen actiegebied of de gekozen 5° de vaststelling van het gekozen actiegebied of de gekozen
actiegebieden en de beschrijving van de concrete actiegebieden en de beschrijving van de concrete
ondernemingsspecifieke maatregel(en); ondernemingsspecifieke maatregel(en);
6° de betrokken functie(s) of werkplek(ken); 6° de betrokken functie(s) of werkplek(ken);
7° de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering; 7° de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering;
8° de evaluatie van het vorige plan. 8° de evaluatie van het vorige plan.
Als bijlage worden opgenomen : Als bijlage worden opgenomen :
1° de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers waarmee de 1° de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers waarmee de
werkgever geen rekening heeft gehouden; werkgever geen rekening heeft gehouden;
2° de toelichting door de werkgever als hij het advies van de 2° de toelichting door de werkgever als hij het advies van de
werknemersvertegenwoordigers niet heeft gevolgd. werknemersvertegenwoordigers niet heeft gevolgd.
Commentaar Commentaar
De ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig werknemers De ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig werknemers
waar er geen vakbondsafvaardiging is, zijn niet verplicht de bijlage waar er geen vakbondsafvaardiging is, zijn niet verplicht de bijlage
bij het werkgelegenheidsplan in te vullen, onverminderd de wettelijke bij het werkgelegenheidsplan in te vullen, onverminderd de wettelijke
bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en bescherming op bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en bescherming op
het werk. het werk.
HOOFDSTUK VII. - Evaluatie HOOFDSTUK VII. - Evaluatie

Art. 10.De interprofessionele organisaties die deze overeenkomst

Art. 10.De interprofessionele organisaties die deze overeenkomst

ondertekenen, verbinden er zich toe de uitvoering van de bepalingen ondertekenen, verbinden er zich toe de uitvoering van de bepalingen
van deze overeenkomst twee jaar na de inwerkingtreding ervan te van deze overeenkomst twee jaar na de inwerkingtreding ervan te
evalueren. evalueren.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 11.Deze overeenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij

Art. 11.Deze overeenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij

treedt in werking op 1 januari 2013. treedt in werking op 1 januari 2013.
Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden
herzien of opgezegd, met inachtneming van een opzeggingstermijn van herzien of opgezegd, met inachtneming van een opzeggingstermijn van
zes maanden. zes maanden.
De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt, De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt,
moet de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen; de moet de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen; de
andere organisaties verbinden er zich toe deze binnen een maand na andere organisaties verbinden er zich toe deze binnen een maand na
ontvangst ervan in de Nationale Arbeidsraad te bespreken. ontvangst ervan in de Nationale Arbeidsraad te bespreken.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 oktober
2012. 2012.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni
2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering
van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming
Model van werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming Model van werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming
Dit werkgelegenheidsplan bevat een of meer ondememingsspecifieke Dit werkgelegenheidsplan bevat een of meer ondememingsspecifieke
maatregelen om de arbeidsparticipatiegraad van werknemers van 45 jaar maatregelen om de arbeidsparticipatiegraad van werknemers van 45 jaar
en ouder te verhogen, hetzij door ze aan het werk te houden, hetzij en ouder te verhogen, hetzij door ze aan het werk te houden, hetzij
door hun aantal te verhogen door middel van leeftijdsgerichte door hun aantal te verhogen door middel van leeftijdsgerichte
indienstnemingen. indienstnemingen.
Dit plan geeft uitvoering aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr. Dit plan geeft uitvoering aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
104 van 27 juni 2012. 104 van 27 juni 2012.
* Gegevens van de ondememing : * Gegevens van de ondememing :
- Identificatienummer (KBO-nummer) van de onderneming : - Identificatienummer (KBO-nummer) van de onderneming :
- Naam van de onderneming : - Naam van de onderneming :
- Adres : - Adres :
- Vertegenwoordigd door (naam, voornaam, hoedanigheid) : - Vertegenwoordigd door (naam, voornaam, hoedanigheid) :
* Datum waarop het plan is gesloten : * Datum waarop het plan is gesloten :
* Geldigheidsduur van het plan : ... * Geldigheidsduur van het plan : ...
* Doelstelling : * Doelstelling :
0 Behoud van het aantal werknemers van 45 jaar en ouder 0 Behoud van het aantal werknemers van 45 jaar en ouder
0 Verhoging van het aantal werknemers van 45 jaar en ouder 0 Verhoging van het aantal werknemers van 45 jaar en ouder
* Vaststelling van het gekozen actiegebied of de gekozen actiegebieden * Vaststelling van het gekozen actiegebied of de gekozen actiegebieden
en beschrijving van de concrete ondememingsspecifieke maatregel(en) en beschrijving van de concrete ondememingsspecifieke maatregel(en)
(1) : (1) :
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
* Beschrijving van de betrokken functie(s) of werkplek(ken) : * Beschrijving van de betrokken functie(s) of werkplek(ken) :
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
* Persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering : * Persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering :
* Evaluatie van het vorige plan : * Evaluatie van het vorige plan :
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
Bijlage bij het werkgelegenheidsplan (2) Bijlage bij het werkgelegenheidsplan (2)
- Voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers waarmee de werkgever - Voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers waarmee de werkgever
geen rekening heeft gehouden : geen rekening heeft gehouden :
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
- Toelichting door de werkgever als hij het advies van de - Toelichting door de werkgever als hij het advies van de
werknemersvertegenwoordigers niet heeft gevolgd : werknemersvertegenwoordigers niet heeft gevolgd :
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .
(1) Soorten actiegebieden waarvoor de werkgever kan kiezen om de (1) Soorten actiegebieden waarvoor de werkgever kan kiezen om de
werknemers van 45 jaar en ouder werk te houden of hun aantal te werknemers van 45 jaar en ouder werk te houden of hun aantal te
verhogen (uittreksel uit de collectieve arbeidsovereenkomst nr. ... verhogen (uittreksel uit de collectieve arbeidsovereenkomst nr. ...
van ... : van ... :
1° de selectie en indienstneming van nieuwe werknemers; 1° de selectie en indienstneming van nieuwe werknemers;
2° de ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de 2° de ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de
werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen; werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen;
3° de loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de 3° de loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de
onderneming; onderneming;
4° de mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verwerven 4° de mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verwerven
die is aangepast aan de evolutie van de mogelijkheden en de die is aangepast aan de evolutie van de mogelijkheden en de
competenties van de werknemer; competenties van de werknemer;
5° de mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de 5° de mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de
arbeidsomstandigheden; arbeidsomstandigheden;
6° de gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van 6° de gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van
fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven; fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven;
7° de systemen van erkenning van verworven competenties; 7° de systemen van erkenning van verworven competenties;
8° andere maatregel of maatregelen om het aantal werknemers van 45 8° andere maatregel of maatregelen om het aantal werknemers van 45
jaar en ouder in de onderneming te behouden of te verhogen. jaar en ouder in de onderneming te behouden of te verhogen.
(2) De ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig (2) De ondernemingen met meer dan twintig en minder dan vijftig
werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, zijn niet verplicht werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, zijn niet verplicht
de bijlage bij het werkgelegenheidsplan in te vullen, onverminderd de de bijlage bij het werkgelegenheidsplan in te vullen, onverminderd de
wettelijke bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en wettelijke bevoegdheden van eventuele comités voor preventie en
bescherming op het werk. bescherming op het werk.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 oktober
2012. 2012.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
^