Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
24 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 24 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, | gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, |
betreffende toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van | betreffende toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen (1) | sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning |
van lompen; | van lompen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende | in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende |
toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, met uitzondering van | bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, met uitzondering van |
de bepalingen in strijd met artikel 4, § 2, van de collectieve | de bepalingen in strijd met artikel 4, § 2, van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een | arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een |
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde | regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
werknemers indien zij worden ontslagen. | werknemers indien zij worden ontslagen. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 24 januari 2006. | Gegeven te Brussel, 24 januari 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |
_______ | _______ |
Nota's | Nota's |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen | Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001 |
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen (Overeenkomst | bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen (Overeenkomst |
geregistreerd op 10 augustus 2001 onder het nummer 58483/CO/142.02) | geregistreerd op 10 augustus 2001 onder het nummer 58483/CO/142.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, werklieden en werksters, hierna "werklieden" genoemd, | de werkgevers, werklieden en werksters, hierna "werklieden" genoemd, |
van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor | van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor |
de terugwinning van lompen. | de terugwinning van lompen. |
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst | HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst |
Art. 2.De huidige collectieve arbeidsovereenkomst regelt de |
Art. 2.De huidige collectieve arbeidsovereenkomst regelt de |
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden | aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden |
indien zij worden ontslagen. | indien zij worden ontslagen. |
Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het |
Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het |
koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van | koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van |
werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen | werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen |
(Belgisch Staatsblad van 11 december 1992), wordt de minimumleeftijd | (Belgisch Staatsblad van 11 december 1992), wordt de minimumleeftijd |
om te kunnen genieten van deze regeling van aanvullende vergoeding | om te kunnen genieten van deze regeling van aanvullende vergoeding |
vastgesteld voor de jaren 2001 en 2002 op 58 jaar. | vastgesteld voor de jaren 2001 en 2002 op 58 jaar. |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 14bis van de |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 14bis van de |
statuten, vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 | statuten, vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 |
maart 1976, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning | maart 1976, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning |
van lompen, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid van de | van lompen, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid van de |
lompenbedrijven en ermede gelijkgestelde ondernemingen, algemeen | lompenbedrijven en ermede gelijkgestelde ondernemingen, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1976, | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1976, |
wordt aan de werklieden bedoeld bij artikel 5 van deze collectieve | wordt aan de werklieden bedoeld bij artikel 5 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding toegekend, ten laste | arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding toegekend, ten laste |
van het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". | van het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". |
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de | Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de |
artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 | artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 |
(Belgisch Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de | (Belgisch Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de |
wet van 29 december 1990 (Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991) | wet van 29 december 1990 (Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991) |
houdende sociale bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste | houdende sociale bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste |
genomen door het fonds. | genomen door het fonds. |
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve | toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 | arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 |
december 1974, aan alle werklieden die ongewild werkloos worden | december 1974, aan alle werklieden die ongewild werkloos worden |
gesteld en die gedurende de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 | gesteld en die gedurende de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 |
december 2002 recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding | december 2002 recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding |
en de laatste dag van de opzegtermijn de leeftijd hebben bereikt zoals | en de laatste dag van de opzegtermijn de leeftijd hebben bereikt zoals |
aangeduid in artikel 3 hierboven. | aangeduid in artikel 3 hierboven. |
Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan | Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan |
sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van | sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van |
deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die recht | deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die recht |
geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 31 | geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 31 |
december 2002 indien dit te wijten is aan de verlenging van de | december 2002 indien dit te wijten is aan de verlenging van de |
opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2, en | opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2, en |
38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten | 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten |
(Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978). | (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978). |
Art. 6.Gelet op de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld |
Art. 6.Gelet op de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld |
koninklijk besluit van 7 december 1992, dienen de werklieden, om te | koninklijk besluit van 7 december 1992, dienen de werklieden, om te |
kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen bovendien te | kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen bovendien te |
voldoen aan een anciënniteitsvoorwaarden van 25 jaar loondienst en | voldoen aan een anciënniteitsvoorwaarden van 25 jaar loondienst en |
voorzover zij een anciënniteit van 3 jaar hebben voorafgaand aan het | voorzover zij een anciënniteit van 3 jaar hebben voorafgaand aan het |
brugpensioen, in de sector van de terugwinning van lompen. | brugpensioen, in de sector van de terugwinning van lompen. |
Voor de toepassing van deze anciënniteitsvoorwaarde wordt voor wat | Voor de toepassing van deze anciënniteitsvoorwaarde wordt voor wat |
betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen verwezen naar artikel 2, § | betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen verwezen naar artikel 2, § |
3, van voormeld koninklijk besluit van 7 december 1992. | 3, van voormeld koninklijk besluit van 7 december 1992. |
Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voorzover zij de |
Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voorzover zij de |
wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende | wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende |
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij | vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij |
wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door | wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door |
deze pensioenreglementering vastgesteld. | deze pensioenreglementering vastgesteld. |
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het | De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het |
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling | stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling |
wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke | wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoeding ontvangen. | werkloosheidsvergoeding ontvangen. |
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het netto referteloon en de | helft van het verschil tussen het netto referteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 9.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon |
Art. 9.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon |
begrensd tot 37 925 BEF en verminderd met de persoonlijke sociale | begrensd tot 37 925 BEF en verminderd met de persoonlijke sociale |
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. | zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. |
De grens van 37 925 BEF is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 | De grens van 37 925 BEF is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 |
= 100) en bedraagt dus op 1 januari 2001 - 109 800 BEF (= 2.721,87 | = 100) en bedraagt dus op 1 januari 2001 - 109 800 BEF (= 2.721,87 |
EUR). | EUR). |
Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der | Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der |
consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 | consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 |
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan | augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan |
het indexcijfer der consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20 | het indexcijfer der consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20 |
augustus 1971). | augustus 1971). |
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in | Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in |
functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de | functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de |
Nationale Arbeidsraad. | Nationale Arbeidsraad. |
Het netto referteloon wordt tot het hogere honderdtal afgerond. | Het netto referteloon wordt tot het hogere honderdtal afgerond. |
Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werklieden verrichte | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werklieden verrichte |
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en | prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. |
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. | zekerheid onderworpen zijn. |
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van | Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van |
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. | werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. |
2. Voor de per maand betaalde arbeider(ster) wordt als brutoloon | 2. Voor de per maand betaalde arbeider(ster) wordt als brutoloon |
beschouwd het loon dat hij gedurende de in navolgend punt 6 bepaalde | beschouwd het loon dat hij gedurende de in navolgend punt 6 bepaalde |
refertemaand heeft verdiend. | refertemaand heeft verdiend. |
3. Voor de arbeider(ster) die niet per maand wordt betaald, wordt het | 3. Voor de arbeider(ster) die niet per maand wordt betaald, wordt het |
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. | brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. |
4. Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale | 4. Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale |
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens de | prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens de |
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt | periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt |
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse | vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse |
arbeidstijdregeling van de werkman. Dat product, vermenigvuldigd met | arbeidstijdregeling van de werkman. Dat product, vermenigvuldigd met |
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. | 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. |
5. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de ganse | 5. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de ganse |
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was | refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was |
geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. | geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. |
Indien een arbeider(ster) krachtens de bepalingen van zijn | Indien een arbeider(ster) krachtens de bepalingen van zijn |
arbeidsovereenkomst slechts gedurende een gedeelte van de refertemaand | arbeidsovereenkomst slechts gedurende een gedeelte van de refertemaand |
moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt zijn | moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt zijn |
(haar) brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in | (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in |
de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
5. Het door de arbeider(ster) verdiende brutoloon, ongeacht of het per | 5. Het door de arbeider(ster) verdiende brutoloon, ongeacht of het per |
maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van | maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van |
het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke | het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke |
bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand | bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand |
overschrijdt en door die arbeider(ster) in de loop van de twaalf | overschrijdt en door die arbeider(ster) in de loop van de twaalf |
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in | 6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in |
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet | gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet |
worden gehouden. | worden gehouden. |
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand die de | Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand die de |
datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. | datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. |
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, | gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake | volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake |
werkloosheidsvergoedingen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van | werkloosheidsvergoedingen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van |
2 augustus 1971. | 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 | Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 |
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen | januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren. | kalendermaand gebeuren. |
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding en andere | HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding en andere |
voordelen | voordelen |
Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen. | andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen. |
De arbeider(ster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarden | De arbeider(ster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarden |
ontslagen wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende | ontslagen wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende |
rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in | rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in |
artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. | artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. |
Het in voorgaande alinea geformuleerde verbod van cumulatie is niet | Het in voorgaande alinea geformuleerde verbod van cumulatie is niet |
van toepassing op de sluitingsvergoedingen voorzien bij de wet van 28 | van toepassing op de sluitingsvergoedingen voorzien bij de wet van 28 |
juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werklieden die | juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werklieden die |
ontslagen worden bij sluiting van onderneming. | ontslagen worden bij sluiting van onderneming. |
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure | HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure |
Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld bij artikel 5 te |
Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld bij artikel 5 te |
ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van | ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van |
het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met | het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met |
de syndicale afvaardiging. | de syndicale afvaardiging. |
Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. | Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
9 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 9 maart 1972, inzonderheid | 9 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 9 maart 1972, inzonderheid |
van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te | van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te |
beslissen of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde | beslissen of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde |
afdankingscriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde | afdankingscriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde |
leeftijdscriterium voldoen bij voorrang kunnen worden ontslagen en | leeftijdscriterium voldoen bij voorrang kunnen worden ontslagen en |
derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten. | derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
werklieden van de onderneming. | werklieden van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken werkman bij aangetekende brief uit tot een | daarenboven de betrokken werkman bij aangetekende brief uit tot een |
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. | onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. |
Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman de gelegenheid te geven | Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman de gelegenheid te geven |
zijn bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar | zijn bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar |
te maken. | te maken. |
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 1974 | Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 1974 |
betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen, gesloten in | betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen, gesloten in |
het Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen | het Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen |
grondstoffen terug op waarde worden gebracht, inzonderheid op artikel | grondstoffen terug op waarde worden gebracht, inzonderheid op artikel |
11, kan de werkman zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de | 11, kan de werkman zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de |
syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste geschieden de | syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste geschieden de |
tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit | tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit |
onderhoud voorzien was. | onderhoud voorzien was. |
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling | De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling |
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de | te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de |
arbeidsreserve. | arbeidsreserve. |
HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding |
Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren. Ze valt ten laste van het "Sociaal Fonds voor | kalendermaand gebeuren. Ze valt ten laste van het "Sociaal Fonds voor |
de lompenbedrijven" overeenkomstig artikel 14bis van voornoemde | de lompenbedrijven" overeenkomstig artikel 14bis van voornoemde |
statuten. | statuten. |
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen | HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen |
Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
deze collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer | deze collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer |
van het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven" vastgesteld. | van het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven" vastgesteld. |
Art. 17.De algemene interpretatiemogelijkheden van deze collectieve |
Art. 17.De algemene interpretatiemogelijkheden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het "Sociaal | arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het "Sociaal |
Fonds voor de lompenbedrijven" beslecht in de geest van en verwijzend | Fonds voor de lompenbedrijven" beslecht in de geest van en verwijzend |
naar voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december | naar voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december |
1974. | 1974. |
Art. 18.Deze overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2001 tot |
Art. 18.Deze overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2001 tot |
en met 31 december 2002. | en met 31 december 2002. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 januari |
2006. | 2006. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |