Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 23/10/2006
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
23 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 23 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november
2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel,
betreffende de wijziging en de coördinatie van de statuten van het betreffende de wijziging en de coördinatie van de statuten van het
sociaal fonds (1) sociaal fonds (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende
de wijziging en de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds. de wijziging en de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

van dit besluit. van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 oktober 2006. Gegeven te Brussel, 23 oktober 2006.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de metaalhandel Paritair Subcomité voor de metaalhandel
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001 Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2001
Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
(Overeenkomst geregistreerd op 11 januari 2002 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 11 januari 2002 onder het nummer
60503/CO/149.04) 60503/CO/149.04)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de metaalhandel. ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt
onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters. onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters.

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor de handelsbedrijven

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor de handelsbedrijven

van de metaalsector", zijn bijgevoegd in bijlage. van de metaalsector", zijn bijgevoegd in bijlage.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur. ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door één van de partijen worden opgezegd met een opzeg van zes Zij kan door één van de partijen worden opgezegd met een opzeg van zes
maand, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de maand, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de
voorzitter van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel. voorzitter van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001,

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001,

betreffende de statuten van het sociaal fonds, geregistreerd onder het betreffende de statuten van het sociaal fonds, geregistreerd onder het
nummer 58989/CO/149.04 op 28 september 2001 wordt opgeheven. nummer 58989/CO/149.04 op 28 september 2001 wordt opgeheven.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
Bijlage I gevoegd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 Bijlage I gevoegd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30
november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de
statuten van het sociaal fonds statuten van het sociaal fonds
HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur
1. Benaming 1. Benaming

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht het

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht het

"Sociaal Fonds van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel" "Sociaal Fonds van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel"
afgekort : "Sociaal Fonds voor de metaalhandel", verder in deze afgekort : "Sociaal Fonds voor de metaalhandel", verder in deze
statuten het "fonds" genoemd. Dit fonds wordt opgericht bij de statuten het "fonds" genoemd. Dit fonds wordt opgericht bij de
collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 1970, algemeen verbindend collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 1970, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 11 augustus 1978 (Belgisch verklaard bij koninklijk besluit van 11 augustus 1978 (Belgisch
Staatsblad van 19 november 1970). Staatsblad van 19 november 1970).
2. Zetel 2. Zetel

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is te Brussel

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is te Brussel

gevestigd. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de gevestigd. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, naar elke andere plaats in België worden overgebracht. metaalhandel, naar elke andere plaats in België worden overgebracht.
3. Opdrachten 3. Opdrachten

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in 3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in
artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren;
3.2. de toekenning en de uitkering van aanvullende sociale voordelen 3.2. de toekenning en de uitkering van aanvullende sociale voordelen
te regelen en te verzekeren; te regelen en te verzekeren;
3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen; 3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen;
3.4. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden 3.4. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden
van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor
de metaalhandel; de metaalhandel;
3.5. een deel van de werking en sommige initiatieven van de VZW 3.5. een deel van de werking en sommige initiatieven van de VZW
"Educam" te financieren volgens door de raad van bestuur vastgelegde "Educam" te financieren volgens door de raad van bestuur vastgelegde
regels; regels;
3.6. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen; 3.6. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen;
3.7. de stimulering van de vorming en de informatie van de werkgevers; 3.7. de stimulering van de vorming en de informatie van de werkgevers;
3.8. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en 3.8. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en
inrichting van een sectoraal pensioenstelsel. inrichting van een sectoraal pensioenstelsel.
4. Duur 4. Duur

Art. 4.Het fonds wordt opgericht voor een onbepaalde tijd.

Art. 4.Het fonds wordt opgericht voor een onbepaalde tijd.

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers, de

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers, de

werklieden en de werksters van de ondernemingen die ressorteren onder werklieden en de werksters van de ondernemingen die ressorteren onder
het Paritair Subcomité voor de metaalhandel. het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.
Met "werklieden" wordt bedoeld : de werklieden en de werksters. Met "werklieden" wordt bedoeld : de werklieden en de werksters.
HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds
1. Inning en invordering van de bijdragen 1. Inning en invordering van de bijdragen

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen
en te verzekeren. en te verzekeren.
2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen 2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen
2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid 2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid
Art. 7.1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben voor elke Art. 7.1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben voor elke
werkloosheidsuitkering of halve werkloosheidsuitkering erkend door de werkloosheidsuitkering of halve werkloosheidsuitkering erkend door de
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en voorzien bij artikel 28, 1° en Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en voorzien bij artikel 28, 1° en
bij artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de bij artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de
arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978) arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978)
(tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van ondernemingen wegens (tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van ondernemingen wegens
jaarlijks verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van economische jaarlijks verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van economische
redenen), recht ten laste van het fonds, op de bij artikel 7, § 2, van redenen), recht ten laste van het fonds, op de bij artikel 7, § 2, van
deze statuten voorziene vergoeding, voor zover zij volgende deze statuten voorziene vergoeding, voor zover zij volgende
voorwaarden vervullen : voorwaarden vervullen :
- de werkloosheidsuitkeringen bij toepassing van de reglementering op - de werkloosheidsuitkeringen bij toepassing van de reglementering op
de werkloosheidsverzekering genieten; de werkloosheidsverzekering genieten;
- op het ogenblik van de werkloosheid, in dienst van de werkgever - op het ogenblik van de werkloosheid, in dienst van de werkgever
zijn. zijn.
2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf 1 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf 1
juni 2001 vastgesteld op : juni 2001 vastgesteld op :
- 7,44 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing - 7,44 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; van de reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 3,72 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 3,72 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.

Art. 8.Vanaf 1 juni 2001 hebben de schoolverlaters, die nog geen

Art. 8.Vanaf 1 juni 2001 hebben de schoolverlaters, die nog geen

recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun
wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,44 wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,44
EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de
onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid
omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1°, en artikel 51 omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1°, en artikel 51
van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid 2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid

Art. 9.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste van

Art. 9.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste van

het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 9, het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 9,
§ 2, voorziene vergoeding met een maximum van respectievelijk 200 § 2, voorziene vergoeding met een maximum van respectievelijk 200
dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op de eerste dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op de eerste
werkloosheidsdag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn, werkloosheidsdag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn,
en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen :
1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op 1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op
de werkloosheidsverzekering; de werkloosheidsverzekering;
2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn; 2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn;
3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld 3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld
zijn in één of meerdere ondernemingen die onder een van de volgende zijn in één of meerdere ondernemingen die onder een van de volgende
paritaire comités ressorteren : paritaire comités ressorteren :
- voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104); - voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104);
- voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105); - voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105);
- voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); - voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111);
- voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische - voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische
bouw (Paritair Subcomité 149.01,149.02, 149.03, 149.04); bouw (Paritair Subcomité 149.01,149.02, 149.03, 149.04);
- voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); - voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112);
- voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); - voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01);
- voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147). - voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147).
4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld. 4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld.
Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en
ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld. ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld.
§ 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf
1 juli 1997 vastgesteld op : 1 juli 1997 vastgesteld op :
- 4,96 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing - 4,96 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; van de reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 2,48 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 2,48 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.
2.3. Aanvullende ziektevergoeding 2.3. Aanvullende ziektevergoeding

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge
van ziekte of ongeval, met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid ten van ziekte of ongeval, met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid ten
gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval recht, ten laste van het gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval recht, ten laste van het
fonds, op een vergoeding ter aanvulling van de uitkeringen voor fonds, op een vergoeding ter aanvulling van de uitkeringen voor
ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor zover zij volgende ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor zover zij volgende
voorwaarden vervullen : voorwaarden vervullen :
- de ongeschiktheidsuitkering van de ziekte- en - de ongeschiktheidsuitkering van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering genieten bij toepassing van de wetgeving ter invaliditeitsverzekering genieten bij toepassing van de wetgeving ter
zake; zake;
- op het ogenblik waarop de ongeschiktheid zich voordoet, in dienst - op het ogenblik waarop de ongeschiktheid zich voordoet, in dienst
van een in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. van een in artikel 5 bedoelde werkgever zijn.
§ 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 10 bedoelde vergoeding § 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 10 bedoelde vergoeding
wordt als volgt vastgesteld : wordt als volgt vastgesteld :
74,37 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 74,37 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
74,37 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 74,37 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
96,68 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 96,68 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
§ 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts § 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts
aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen; aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen;
het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel
uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet
binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode
van arbeidsongeschiktheid. van arbeidsongeschiktheid.
2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen 2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen

Art. 11.De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig werkloos

Art. 11.De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig werkloos

worden gesteld, hebben vanaf 1 juli 1997 recht op een dagelijkse worden gesteld, hebben vanaf 1 juli 1997 recht op een dagelijkse
vergoeding van 4,96 EUR naar rato van 6 vergoedingen per week, onder vergoeding van 4,96 EUR naar rato van 6 vergoedingen per week, onder
de volgende voorwaarden : de volgende voorwaarden :
- ten minste 60 jaar oud zijn (55 jaar voor de werksters) op de eerste - ten minste 60 jaar oud zijn (55 jaar voor de werksters) op de eerste
dag van de werkloosheid; dag van de werkloosheid;
- uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten. - uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten.
2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken 2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken

Art. 12.De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

Art. 12.De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval,
met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of
arbeidsongeval, hebben vanaf 1 juni 2001 recht op een dagelijkse arbeidsongeval, hebben vanaf 1 juni 2001 recht op een dagelijkse
vergoeding van 4,96 EUR naar rato van 6 vergoedingen per week, onder vergoeding van 4,96 EUR naar rato van 6 vergoedingen per week, onder
de volgende voorwaarden : de volgende voorwaarden :
- ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid of - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid of
de arbeidsongeschiktheid; de arbeidsongeschiktheid;
- uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten; - uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten;
- een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op - een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op
de eerste dag van de ongeschiktheid; de eerste dag van de ongeschiktheid;
- 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 10 jaar in de sector - 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 10 jaar in de sector
metaalhandel (P.S.C. 149.04). metaalhandel (P.S.C. 149.04).

Art. 13.De werklieden die de bij artikelen 11 en 12 bedoelde

Art. 13.De werklieden die de bij artikelen 11 en 12 bedoelde

vergoeding genieten, hebben geen recht op de bij de artikelen 9, 10 en vergoeding genieten, hebben geen recht op de bij de artikelen 9, 10 en
15 voorziene vergoeding. 15 voorziene vergoeding.
2.6. Aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming 2.6. Aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming

Art. 14.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben vanaf 1 juli 1997

Art. 14.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben vanaf 1 juli 1997

recht op een aanvullende vergoeding in geval van sluiting van recht op een aanvullende vergoeding in geval van sluiting van
onderneming, volgens de hierna bepaalde voorwaarden : onderneming, volgens de hierna bepaalde voorwaarden :
1. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, ten minste 45 1. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, ten minste 45
jaar oud zijn; jaar oud zijn;
2. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming een anciënniteit 2. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming een anciënniteit
van minimum vijf jaar in de firma hebben; van minimum vijf jaar in de firma hebben;
3. het bewijs leveren niet opnieuw krachtens een arbeidsovereenkomst 3. het bewijs leveren niet opnieuw krachtens een arbeidsovereenkomst
te zijn aangeworven binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen te zijn aangeworven binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen
vanaf de datum van het ontslag. vanaf de datum van het ontslag.
Onder "sluiting van onderneming" in de zin van de 1e alinea van dit Onder "sluiting van onderneming" in de zin van de 1e alinea van dit
artikel, verstaat men de totale en definitieve stopzetting van de artikel, verstaat men de totale en definitieve stopzetting van de
activiteiten van de onderneming. activiteiten van de onderneming.
Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt bepaald op 247,89 EUR. Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt bepaald op 247,89 EUR.
Dit bedrag wordt verhoogd met 12,39 EUR per jaar anciënniteit, met een Dit bedrag wordt verhoogd met 12,39 EUR per jaar anciënniteit, met een
maximum van 818,05 EUR. maximum van 818,05 EUR.
2.7. Aanvullende vergoedingen bij brugpensioen na ontslag 2.7. Aanvullende vergoedingen bij brugpensioen na ontslag

Art. 15.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

Art. 15.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

- de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974, afgesloten - de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974, afgesloten
in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31
januari 1975); januari 1975);
- de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het brugpensioen - de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het brugpensioen
vanaf 58 jaar, geldig van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2003 en vanaf 58 jaar, geldig van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2003 en
gesloten op 10 juni 1999 in het Paritair Subcomité voor de gesloten op 10 juni 1999 in het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, in uitvoering van de bepalingen van artikel 5.3 van het metaalhandel, in uitvoering van de bepalingen van artikel 5.3 van het
nationaal akkoord 1999-2000 van de sector van 27 april 1999; nationaal akkoord 1999-2000 van de sector van 27 april 1999;
- de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het brugpensioen na - de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het brugpensioen na
ontslag, geldig van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2003 en gesloten op ontslag, geldig van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2003 en gesloten op
10 juni 1999 in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, in 10 juni 1999 in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, in
uitvoering van de bepalingen van artikel 5.3 van het nationaal akkoord uitvoering van de bepalingen van artikel 5.3 van het nationaal akkoord
1999-2000 van de sector van 27 april 1999; 1999-2000 van de sector van 27 april 1999;
- alinea 1 en 2 van paragraaf 1 van artikel 17 van het nationaal - alinea 1 en 2 van paragraaf 1 van artikel 17 van het nationaal
akkoord van 3 mei 2001 betreffende het brugpensioen na ploegenarbeid, akkoord van 3 mei 2001 betreffende het brugpensioen na ploegenarbeid,
geldig tussen 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002, afgesloten geldig tussen 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002, afgesloten
in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel; in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de - de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de
berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen, berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen,
afgesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, afgesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel,
neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto referteloon neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto referteloon
en de werkloosheidsuitkering te zijnen laste. en de werkloosheidsuitkering te zijnen laste.
Deze vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op Deze vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd onder voorbehoud van het brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd onder voorbehoud van het
feit dat zij gebonden is aan de evolutie van het indexcijfer volgens feit dat zij gebonden is aan de evolutie van het indexcijfer volgens
de modaliteiten van toepassing op het vlak van de modaliteiten van toepassing op het vlak van
werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971).
Bovendien wordt het bedrag van deze vergoeding elk jaar op 1 januari Bovendien wordt het bedrag van deze vergoeding elk jaar op 1 januari
herzien door de Nationale Arbeidsraad in functie van de conventionele herzien door de Nationale Arbeidsraad in functie van de conventionele
evolutie van de lonen. evolutie van de lonen.
§ 2. De dagelijkse uitkering voor volledige werkloosheid voorzien bij § 2. De dagelijkse uitkering voor volledige werkloosheid voorzien bij
artikel 9 van de statuten wordt in aanmerking genomen voor de artikel 9 van de statuten wordt in aanmerking genomen voor de
berekening van de bij § 1 van dit artikel bedoelde aanvullende berekening van de bij § 1 van dit artikel bedoelde aanvullende
vergoeding. vergoeding.
§ 3. Vanaf 1 juli 1981, wanneer een ondernemingsovereenkomst voorziet § 3. Vanaf 1 juli 1981, wanneer een ondernemingsovereenkomst voorziet
in de uitbreiding van de voordelen, voorzien in de collectieve in de uitbreiding van de voordelen, voorzien in de collectieve
arbeidsovereenkomst van 19 december 1974 van de Nationale Arbeidsraad, arbeidsovereenkomst van 19 december 1974 van de Nationale Arbeidsraad,
naar arbeiders en arbeidsters waarvan de leeftijd beneden de normale naar arbeiders en arbeidsters waarvan de leeftijd beneden de normale
brugpensioenleeftijd is gelegen, neemt het fonds deze voordelen te brugpensioenleeftijd is gelegen, neemt het fonds deze voordelen te
zijner laste vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze van de zijner laste vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze van de
normale brugpensioenleeftijd. normale brugpensioenleeftijd.
Om hiervan te genieten, dient de werkgever aan het fonds kopie over te Om hiervan te genieten, dient de werkgever aan het fonds kopie over te
maken van de ondernemingsovereenkomst bij ondertekening en dient een maken van de ondernemingsovereenkomst bij ondertekening en dient een
bijkomende forfaitaire bijdrage te betalen waarvan het bedrag en de bijkomende forfaitaire bijdrage te betalen waarvan het bedrag en de
modaliteiten door artikel 35 worden bepaald. modaliteiten door artikel 35 worden bepaald.
§ 4. In toepassing van en overeenkomstig : § 4. In toepassing van en overeenkomstig :
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993 - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993
in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van
aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van
halvering van de arbeidsprestaties; halvering van de arbeidsprestaties;
- artikel 17, § 2, van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001, - artikel 17, § 2, van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001,
betreffende het halftijds brugpensioen geldig van 1 januari 2001 tot betreffende het halftijds brugpensioen geldig van 1 januari 2001 tot
en met 31 december 2002, afgesloten in het Paritair Subcomité voor de en met 31 december 2002, afgesloten in het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, metaalhandel,
neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende
vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijds vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijds
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij
gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de
werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden,
lasten, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de lasten, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de
openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de
bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening
van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede
de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan
het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld (Belgisch het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld (Belgisch
Staatsblad van 20 augustus 1971). Het bedrag van deze aanvullende Staatsblad van 20 augustus 1971). Het bedrag van deze aanvullende
vergoeding wordt berekend volgens de formule zoals omschreven in de vergoeding wordt berekend volgens de formule zoals omschreven in de
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55. collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55.
Voormelde bepalingen zijn van toepassing op werklieden en werksters Voormelde bepalingen zijn van toepassing op werklieden en werksters
vanaf de leeftijd van 55 jaar. vanaf de leeftijd van 55 jaar.
2.8. Aanvullende vergoeding bij halftijdse loopbaanonderbreking 2.8. Aanvullende vergoeding bij halftijdse loopbaanonderbreking

Art. 16.Vanaf 1 mei 1999 betaalt het fonds een aanvullende vergoeding

Art. 16.Vanaf 1 mei 1999 betaalt het fonds een aanvullende vergoeding

van 61,97 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden van 53 van 61,97 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden van 53
jaar en meer die in halftijdse loopbaanonderbreking zijn, conform jaar en meer die in halftijdse loopbaanonderbreking zijn, conform
artikel 102 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale artikel 102 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale
bepalingen (Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985) en in dit kader bepalingen (Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985) en in dit kader
van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering ontvangen. van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering ontvangen.
2.9. Aanvullende sociale vergoeding 2.9. Aanvullende sociale vergoeding

Art. 17.§ 1. De werklieden van de bij artikel 5 bedoelde werkgevers

Art. 17.§ 1. De werklieden van de bij artikel 5 bedoelde werkgevers

hebben recht, ten laste van het fonds, op een aanvullende sociale hebben recht, ten laste van het fonds, op een aanvullende sociale
vergoeding, voor zover zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één vergoeding, voor zover zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één
van de representatieve interprofessionele organisaties van werknemers van de representatieve interprofessionele organisaties van werknemers
die voor het hele land zijn opgericht. die voor het hele land zijn opgericht.
§ 2. Het bedrag van de bij artikel 17, § 1, bedoelde aanvullende § 2. Het bedrag van de bij artikel 17, § 1, bedoelde aanvullende
sociale vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van sociale vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van
bestuur. bestuur.
2.10. Betalingsmodaliteiten 2.10. Betalingsmodaliteiten

Art. 18.§ 1. De in de artikelen 7 (aanvullende

Art. 18.§ 1. De in de artikelen 7 (aanvullende

werkloosheidsvergoeding in geval van tijdelijke werkloosheid), 9 werkloosheidsvergoeding in geval van tijdelijke werkloosheid), 9
(aanvullende werkloosheidsvergoeding in geval van volledige (aanvullende werkloosheidsvergoeding in geval van volledige
werkloosheid), 10 (aanvullende vergoeding in geval van werkloosheid), 10 (aanvullende vergoeding in geval van
arbeidsongeschiktheid), 11 (aanvullende vergoeding voor oudere arbeidsongeschiktheid), 11 (aanvullende vergoeding voor oudere
werklozen), 12 (aanvullende vergoeding voor oudere werklozen), 14 werklozen), 12 (aanvullende vergoeding voor oudere werklozen), 14
(aanvullende vergoeding voor sluiting van onderneming), 15 (aanvullende vergoeding voor sluiting van onderneming), 15
(aanvullende vergoeding voor brugpensioen na ontslag en voor halftijds (aanvullende vergoeding voor brugpensioen na ontslag en voor halftijds
brugpensioen), en artikel 16 (aanvullende vergoeding bij halftijdse brugpensioen), en artikel 16 (aanvullende vergoeding bij halftijdse
loopbaanonderbreking) bedoelde vergoedingen worden rechtstreeks door loopbaanonderbreking) bedoelde vergoedingen worden rechtstreeks door
het fonds aan de betrokken werklieden uitbetaald, voor zover zij het het fonds aan de betrokken werklieden uitbetaald, voor zover zij het
bewijs leveren van hun recht op de vergoedingen voorzien door bewijs leveren van hun recht op de vergoedingen voorzien door
voormelde artikelen en volgens de modaliteiten bepaald door de raad voormelde artikelen en volgens de modaliteiten bepaald door de raad
van bestuur. van bestuur.
§ 2. De in artikel 17 bedoelde vergoeding (aanvullende sociale § 2. De in artikel 17 bedoelde vergoeding (aanvullende sociale
vergoeding) wordt uitbetaald door de interprofessionele vergoeding) wordt uitbetaald door de interprofessionele
representatieve werknemersorganisaties die op nationaal niveau representatieve werknemersorganisaties die op nationaal niveau
verbonden zijn. verbonden zijn.

Art. 19.De raad van besstuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

Art. 19.De raad van besstuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen. betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen.
In geen geval mag de betaling van de vergoedingen afhankelijk zijn van In geen geval mag de betaling van de vergoedingen afhankelijk zijn van
de storting van de bijdragen die door de aan het fonds onderworpen de storting van de bijdragen die door de aan het fonds onderworpen
werkgevers verschuldigd zijn. werkgevers verschuldigd zijn.
3. Bevorderen van de vakbondsvorming 3. Bevorderen van de vakbondsvorming

Art. 20.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

Art. 20.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de
patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren, in patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren, in
toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1999 toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1999
betreffende de vakbondsvorming, gesloten in het Paritair Subcomité betreffende de vakbondsvorming, gesloten in het Paritair Subcomité
voor de metaalhandel, geregistreerd op 20 december 1999 onder het voor de metaalhandel, geregistreerd op 20 december 1999 onder het
nummer 53398/CO/149.04. nummer 53398/CO/149.04.

Art. 21.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

Art. 21.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur
van het fonds. van het fonds.
4. Vorming en informatie van de werkgever stimuleren 4. Vorming en informatie van de werkgever stimuleren

Art. 22.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

Art. 22.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, een vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, een
tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de
werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door
artikel 30 van deze statuten. artikel 30 van deze statuten.
5. Jaarlijks afleveren van tewerkstellingsattesten 5. Jaarlijks afleveren van tewerkstellingsattesten

Art. 23.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

Art. 23.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze
tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij
artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur
wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit
artikel vast te stellen. artikel vast te stellen.
6. Financiering van een deel van de werking en van sommige 6. Financiering van een deel van de werking en van sommige
initiatieven van de v.z.w. "Educam" initiatieven van de v.z.w. "Educam"

Art. 24.§ 1. Het fonds financiert een deel van de werking en sommige

Art. 24.§ 1. Het fonds financiert een deel van de werking en sommige

van de initiatieven van de VZW "Educam". van de initiatieven van de VZW "Educam".
§ 2. De financiële bijdrage van het fonds wordt jaarlijks door de raad § 2. De financiële bijdrage van het fonds wordt jaarlijks door de raad
van bestuur bepaald. van bestuur bepaald.
7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen 7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen

Art. 25.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

Art. 25.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

het conventioneel brugpensioen en ingevoerd enerzijds door de het conventioneel brugpensioen en ingevoerd enerzijds door de
programmawet van 22 december 1989 en anderzijds door de programmawet programmawet van 22 december 1989 en anderzijds door de programmawet
van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst
voor werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
worden door het fonds ten laste genomen volgens de door hem bepaalde worden door het fonds ten laste genomen volgens de door hem bepaalde
modaliteiten. De betrokken bijzondere bijdragen worden ten laste modaliteiten. De betrokken bijzondere bijdragen worden ten laste
genomen voor zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1 genomen voor zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1
januari 1991 en 30 juni 2003. januari 1991 en 30 juni 2003.
In geval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere In geval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere
bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december
2002 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen. 2002 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen.
§ 2. De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder § 2. De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder
bovenvermelde voorwaarden tot de oppensioenstelling van de werklieden. bovenvermelde voorwaarden tot de oppensioenstelling van de werklieden.

Art. 26.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

Art. 26.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

uitvoeringsmodaliteiten van artikel 25 van deze statuten. uitvoeringsmodaliteiten van artikel 25 van deze statuten.

Art. 27.De voorwaarden van toekenning van de aanvullende vergoedingen

Art. 27.De voorwaarden van toekenning van de aanvullende vergoedingen

en de financiële tegemoetkoming die door het fonds worden verleend en de financiële tegemoetkoming die door het fonds worden verleend
evenals het bedrag daarvan, kunnen op voorstel van de raad van bestuur evenals het bedrag daarvan, kunnen op voorstel van de raad van bestuur
gewijzigd worden, bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de gewijzigd worden, bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. metaalhandel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.
HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds

Art. 28.§ 1. Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur,

Art. 28.§ 1. Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur,

paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve
werkgevers- en werknemersorganisaties. werkgevers- en werknemersorganisaties.
§ 2. Deze raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht § 2. Deze raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht
vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de
werknemers. werknemers.
§ 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door het Paritair § 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door het Paritair
Subcomité voor de metaalhandel. Subcomité voor de metaalhandel.

Art. 29.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

Art. 29.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

voorzitter en drie ondervoorzitters aan. voorzitter en drie ondervoorzitters aan.
§ 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt § 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt
beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden
waargenomen. waargenomen.
De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt, voor de eerste maal, De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt, voor de eerste maal,
door loting aangeduid. door loting aangeduid.
De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde
tot de werkgeversgroep. tot de werkgeversgroep.

Art. 30.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

Art. 30.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad van bestuur bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad van bestuur
ten minste eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer ten minste eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer
ten minste twee leden van de raad van bestuur erom verzoeken. ten minste twee leden van de raad van bestuur erom verzoeken.
§ 2. De uitnodiging vermeldt de agenda. § 2. De uitnodiging vermeldt de agenda.
§ 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide § 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide
directeur opgesteld. directeur opgesteld.
§ 4. Wanneer tot stemming moet overgegaan worden, dient een gelijk § 4. Wanneer tot stemming moet overgegaan worden, dient een gelijk
aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is
het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de
jongste leden). jongste leden).
§ 5. De raad van bestuur kan slechts geldig beslissen over de op de § 5. De raad van bestuur kan slechts geldig beslissen over de op de
agenda gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft agenda gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft
van de leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft
van de leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren. van de leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren.
De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de
stemgerechtigden genomen. stemgerechtigden genomen.

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn
vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het
beheer en de leiding van het fonds. beheer en de leiding van het fonds.
§ 2. De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds op § 2. De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds op
vervolging en ten verzoeke van de voorzitter van een tot dat doel vervolging en ten verzoeke van de voorzitter van een tot dat doel
afgevaardigde beheerder. afgevaardigde beheerder.
§ 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan § 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan
één of meer van zijn leden of zelfs aan derden. één of meer van zijn leden of zelfs aan derden.
Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad van bestuur Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad van bestuur
speciale volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke speciale volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke
handtekeningen van vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee handtekeningen van vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee
van werkgeverszijde). van werkgeverszijde).
§ 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de § 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de
uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkel persoonlijke uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkel persoonlijke
verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de
verplichtingen van het fonds. verplichtingen van het fonds.
HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds

Art. 32.Om de financiering van de artikelen 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14,

Art. 32.Om de financiering van de artikelen 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14,

15, 16, 17, 20, 22 en 24 bedoelde voordelen te verzekeren, beschikt 15, 16, 17, 20, 22 en 24 bedoelde voordelen te verzekeren, beschikt
het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5 bedoelde het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5 bedoelde
werkgevers verschuldigd zijn. werkgevers verschuldigd zijn.

Art. 33.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

Art. 33.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die
algemeen bindend zal verklaard worden bij koninklijk besluit. algemeen bindend zal verklaard worden bij koninklijk besluit.
§ 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het § 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het
fonds worden bepaald, die eveneens de innings- en fonds worden bepaald, die eveneens de innings- en
verdelingsmodaliteiten vaststelt. verdelingsmodaliteiten vaststelt.
§ 3. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp uitmaken van een § 3. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp uitmaken van een
afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst bekrachtigd bij afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst bekrachtigd bij
koninklijk besluit. koninklijk besluit.

Art. 34.§ 1. De inning en de invordering van de bijdragen worden door

Art. 34.§ 1. De inning en de invordering van de bijdragen worden door

de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd, bij toepassing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd, bij toepassing van
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958). bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958).
§ 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de § 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de
bijdragen. bijdragen.

Art. 35.§ 1. Een bijdrage van 2,05 pct. gebaseerd op de laatste

Art. 35.§ 1. Een bijdrage van 2,05 pct. gebaseerd op de laatste

bruto- bezoldiging aan 108 pct. verdiend door de werklieden bedoeld bruto- bezoldiging aan 108 pct. verdiend door de werklieden bedoeld
bij artikel 15, § 3, wordt rechtstreeks aan het fonds betaald door de bij artikel 15, § 3, wordt rechtstreeks aan het fonds betaald door de
werkgever. Zij wordt berekend vanaf de aanvang van het brugpensioen in werkgever. Zij wordt berekend vanaf de aanvang van het brugpensioen in
de onderneming tot de sectorale leeftijd van het brugpensioen. de onderneming tot de sectorale leeftijd van het brugpensioen.
§ 2. De bijdrage bedoeld onder § 1 wordt betaald door de werkgever § 2. De bijdrage bedoeld onder § 1 wordt betaald door de werkgever
vóór de datum van het brugpensioen van de werklieden. Zij wordt vóór de datum van het brugpensioen van de werklieden. Zij wordt
forfaitair berekend en betaald volgens de modaliteiten, bepaald door forfaitair berekend en betaald volgens de modaliteiten, bepaald door
de raad van bestuur van het fonds. de raad van bestuur van het fonds.
§ 3. De in dit artikel bepaalde bijdrage wordt tijdens dezelfde § 3. De in dit artikel bepaalde bijdrage wordt tijdens dezelfde
periode en volgens dezelfde modaliteiten als die welke zijn bedoeld in periode en volgens dezelfde modaliteiten als die welke zijn bedoeld in
artikel 15, § 3, geschorst, behalve voor de overeenkomsten die vóór 1 artikel 15, § 3, geschorst, behalve voor de overeenkomsten die vóór 1
juli 1985 op het niveau van de ondernemingen werden gesloten. juli 1985 op het niveau van de ondernemingen werden gesloten.
HOOFDSTUK VI. - Begroting, rekeningen van het fonds HOOFDSTUK VI. - Begroting, rekeningen van het fonds

Art. 36.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

Art. 36.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

december. december.

Art. 37.De rekeningen van het afgelopen jaar worden op 31 december

Art. 37.De rekeningen van het afgelopen jaar worden op 31 december

afgesloten. afgesloten.
De raad van bestuur evenals de door het Paritair Subcomité voor de De raad van bestuur evenals de door het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel aangeduide revisor of accountant maken jaarlijks elk een metaalhandel aangeduide revisor of accountant maken jaarlijks elk een
schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht
gedurende het afgelopen jaar. gedurende het afgelopen jaar.
De balans, samen met de hierboven bedoelde schriftelijke De balans, samen met de hierboven bedoelde schriftelijke
jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de maand juni aan het jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de maand juni aan het
Paritair Subcomité voor de metaalhandel worden voorgelegd. Paritair Subcomité voor de metaalhandel worden voorgelegd.
HOOFDSTUK VII. - Ontbinding, vereffening van het fonds HOOFDSTUK VII. - Ontbinding, vereffening van het fonds

Art. 38.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Art. 38.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Paritair Subcomité voor de metaalhandel worden ontbonden. Dit laatste Paritair Subcomité voor de metaalhandel worden ontbonden. Dit laatste
dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en
hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de activa van het hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de activa van het
fonds te bepalen. fonds te bepalen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
Bijlage II gevoegd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 Bijlage II gevoegd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30
november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de
metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de metaalhandel, betreffende de wijziging en de coördinatie van de
statuten van het sociaal fonds statuten van het sociaal fonds
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 oktober
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
^