Koninklijk besluit houdende maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren teneinde overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen | Koninklijk besluit houdende maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren teneinde overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen |
---|---|
MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW | MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW |
23 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit houdende maatregelen van | 23 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit houdende maatregelen van |
diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses | diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses |
en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren teneinde overgedragen | en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren teneinde overgedragen |
infecties en vergiftigingen te voorkomen | infecties en vergiftigingen te voorkomen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de | Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de |
wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 | wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 |
december 1994, 20 december 1995 en 23 maart 1998; | december 1994, 20 december 1995 en 23 maart 1998; |
Gelet op de Richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 | Gelet op de Richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 |
inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en | inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en |
bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke | bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke |
oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en | oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en |
vergiftigingen te voorkomen, gewijzigd bij Richtlijn 97/22/EG van de | vergiftigingen te voorkomen, gewijzigd bij Richtlijn 97/22/EG van de |
Raad van 22 april 1997; | Raad van 22 april 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1963 houdende organisatie | Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1963 houdende organisatie |
van de bestrijding van de dierenziekten, gewijzigd bij de koninklijke | van de bestrijding van de dierenziekten, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 3 april 1978, 21 januari 1992, 10 januari 1995 en 24 | besluiten van 3 april 1978, 21 januari 1992, 10 januari 1995 en 24 |
september 1997; | september 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de |
veterinaire en zoötechnische controles die van toepassing zijn op het | veterinaire en zoötechnische controles die van toepassing zijn op het |
intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en | intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en |
producten; | producten; |
Gelet op het koninklijk besluit van 20 juni 1997 houdende oprichting | Gelet op het koninklijk besluit van 20 juni 1997 houdende oprichting |
van het Centrum voor Onderzoek in de Diergeneeskunde en Agrochemie als | van het Centrum voor Onderzoek in de Diergeneeskunde en Agrochemie als |
wetenschappelijke instelling van de Staat; | wetenschappelijke instelling van de Staat; |
Gelet op het advies van de Raad van het Begrotingsfonds voor de | Gelet op het advies van de Raad van het Begrotingsfonds voor de |
gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten; | gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 |
september 1998; | september 1998; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 15 | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 15 |
oktober 1998; | oktober 1998; |
Gelet op het overleg met de Gewestregeringen; | Gelet op het overleg met de Gewestregeringen; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, in zonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 | 1973, in zonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 |
augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus | augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus |
1996; | 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat het noodzakelijk is om zonder uitstel de bepalingen | Overwegende dat het noodzakelijk is om zonder uitstel de bepalingen |
van de Richtlijn 92/117/EEG gewijzigd bij Richtlijn 97/22/EG om te | van de Richtlijn 92/117/EEG gewijzigd bij Richtlijn 97/22/EG om te |
zetten in de nationale reglementering; | zetten in de nationale reglementering; |
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en | Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en |
Middelgrote Ondernemingen, | Middelgrote Ondernemingen, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan |
onder : | onder : |
1. zoönose : elke ziekte en/of infectie die langs natuurlijke weg van | 1. zoönose : elke ziekte en/of infectie die langs natuurlijke weg van |
dieren op de mens kan worden overgedragen; | dieren op de mens kan worden overgedragen; |
2. zoönoseverwekker : elke bacterie en elk virus of elke parasiet | 2. zoönoseverwekker : elke bacterie en elk virus of elke parasiet |
waardoor een zoönose kan worden veroorzaakt; | waardoor een zoönose kan worden veroorzaakt; |
3. erkend laboratorium : een laboratorium dat door de Minister is | 3. erkend laboratorium : een laboratorium dat door de Minister is |
erkend en dat belast is met het onderzoek van de officiële monsters | erkend en dat belast is met het onderzoek van de officiële monsters |
met het oog op de opsporing van een zoönoseverwekker; | met het oog op de opsporing van een zoönoseverwekker; |
4. monster : een monster dat door of namens de eigenaar of de voor de | 4. monster : een monster dat door of namens de eigenaar of de voor de |
inrichting of de dieren verantwoordelijke persoon wordt genomen met | inrichting of de dieren verantwoordelijke persoon wordt genomen met |
het oog op het onderzoek naar een zoönoseverwekker; | het oog op het onderzoek naar een zoönoseverwekker; |
5. officieel monster : een door de Dienst voor het onderzoek naar een | 5. officieel monster : een door de Dienst voor het onderzoek naar een |
zoönoseverwekker genomen monster. Op het officiële monster wordt | zoönoseverwekker genomen monster. Op het officiële monster wordt |
verwezen naar de soort, het type, het aantal genomen monsters, de | verwezen naar de soort, het type, het aantal genomen monsters, de |
methode van bemonstering en de identificatie van de oorsprong van het | methode van bemonstering en de identificatie van de oorsprong van het |
dier of het product van dierlijke oorsprong; dit monster wordt genomen | dier of het product van dierlijke oorsprong; dit monster wordt genomen |
zonder voorafgaande waarschuwing; | zonder voorafgaande waarschuwing; |
6. Dienst : De Veterinaire Diensten van het Ministerie van Middenstand | 6. Dienst : De Veterinaire Diensten van het Ministerie van Middenstand |
en Landbouw; | en Landbouw; |
7. Centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding : Centrum | 7. Centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding : Centrum |
opgericht bij de VZW Verenigingen voor dierenziektenbestrijding | opgericht bij de VZW Verenigingen voor dierenziektenbestrijding |
bedoeld in hoofdstuk 2 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987; | bedoeld in hoofdstuk 2 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987; |
8. C.C.D.D. : coördinatiecentrum voor diergeneeskundige diagnostiek, | 8. C.C.D.D. : coördinatiecentrum voor diergeneeskundige diagnostiek, |
beheerd door de Rechtspersoonlijkheid van het C.O.D.A; | beheerd door de Rechtspersoonlijkheid van het C.O.D.A; |
9. C.O.D.A. : het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en | 9. C.O.D.A. : het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en |
Agrochemie bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 juni | Agrochemie bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 juni |
1997 houdende oprichting van het Centrum voor Onderzoek in | 1997 houdende oprichting van het Centrum voor Onderzoek in |
diergeneeskunde en agrochemie als wetenschappelijke inrichting van de | diergeneeskunde en agrochemie als wetenschappelijke inrichting van de |
Staat; | Staat; |
10. W.I.V.-L.P. : Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis | 10. W.I.V.-L.P. : Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis |
Pasteur; | Pasteur; |
11. Minister : De Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid | 11. Minister : De Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid |
heeft; | heeft; |
12. Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van | 12. Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van |
de dieren en de dierlijke producten; | de dieren en de dierlijke producten; |
13. Sanitel : geautomatiseerd systeem voor gegevensverwerking in | 13. Sanitel : geautomatiseerd systeem voor gegevensverwerking in |
verband met de identificatie en de registratie van dieren. | verband met de identificatie en de registratie van dieren. |
HOOFDSTUK II. - Opsporing en vaststelling | HOOFDSTUK II. - Opsporing en vaststelling |
van zoönoseverwekkers en registratie van zoönoses | van zoönoseverwekkers en registratie van zoönoses |
Art. 2.Dit besluit geldt onverminderd de reglementering inzake de |
Art. 2.Dit besluit geldt onverminderd de reglementering inzake de |
opsporing en bestrijding van de brucellose, tuberculose en rabies, of | opsporing en bestrijding van de brucellose, tuberculose en rabies, of |
de aangifteplicht die geldt voor ziekten bedoeld in hoofdstuk III van | de aangifteplicht die geldt voor ziekten bedoeld in hoofdstuk III van |
de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. | de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. |
Art. 3.De Dienst organiseert opsporingsprogramma's voor zoönoses. De |
Art. 3.De Dienst organiseert opsporingsprogramma's voor zoönoses. De |
C.C.D.D. staat in voor de coördinatie van deze programma's. Deze | C.C.D.D. staat in voor de coördinatie van deze programma's. Deze |
programma's worden jaarlijks binnen de perken van het | programma's worden jaarlijks binnen de perken van het |
begrotingskrediet voorafgaandelijk goedgekeurd door de Raad van het | begrotingskrediet voorafgaandelijk goedgekeurd door de Raad van het |
Fonds. | Fonds. |
Art. 4.§ 1. De Dienst mag in alle beslagen waar zich voor een zoönose |
Art. 4.§ 1. De Dienst mag in alle beslagen waar zich voor een zoönose |
vatbare dieren bevinden monsters nemen of doen nemen of proeven laten | vatbare dieren bevinden monsters nemen of doen nemen of proeven laten |
uitvoeren met het oog op de opsporing van deze zoönose. | uitvoeren met het oog op de opsporing van deze zoönose. |
De inspecteur-dierenarts mag voor het nemen van hoger genoemde | De inspecteur-dierenarts mag voor het nemen van hoger genoemde |
monsters of het doen uitvoeren van proeven een beroep doen op een | monsters of het doen uitvoeren van proeven een beroep doen op een |
aangenomen dierenarts of, naar gelang het geval, andere daartoe | aangenomen dierenarts of, naar gelang het geval, andere daartoe |
aangewezen personen. | aangewezen personen. |
§ 2. De verantwoordelijke moet de nodige hulp verlenen aan de personen | § 2. De verantwoordelijke moet de nodige hulp verlenen aan de personen |
bedoeld in § 1. Hij houdt zich, in dit opzicht, aan hun richtlijnen. | bedoeld in § 1. Hij houdt zich, in dit opzicht, aan hun richtlijnen. |
Art. 5.§ 1. De isolatie en identificatie van zoönoseverwekkers |
Art. 5.§ 1. De isolatie en identificatie van zoönoseverwekkers |
opgelijst in bijlage I bij dit besluit, of het anderszins bewijzen van | opgelijst in bijlage I bij dit besluit, of het anderszins bewijzen van |
de aanwezigheid ervan behoort tot de taken van de voor het erkend | de aanwezigheid ervan behoort tot de taken van de voor het erkend |
laboratorium verantwoordelijke persoon of wanneer de identificatie | laboratorium verantwoordelijke persoon of wanneer de identificatie |
elders dan in een laboratorium plaatsvindt, van de voor het onderzoek | elders dan in een laboratorium plaatsvindt, van de voor het onderzoek |
verantwoordelijke persoon. | verantwoordelijke persoon. |
Deze verantwoordelijken zijn ertoe gehouden elke diagnose en | Deze verantwoordelijken zijn ertoe gehouden elke diagnose en |
identificatie van de zoönoseverwekker aan de Dienst mede te delen. | identificatie van de zoönoseverwekker aan de Dienst mede te delen. |
§ 2. De Minister kan bijlage I aanvullen met andere zoönoses en | § 2. De Minister kan bijlage I aanvullen met andere zoönoses en |
zoönoseverwekkers waarvan het uitbreken ervan een gevaar zou inhouden | zoönoseverwekkers waarvan het uitbreken ervan een gevaar zou inhouden |
voor de volksgezondheid. | voor de volksgezondheid. |
Art. 6.§ 1. De C.C.D.D. verzamelt en beoordeelt in samenwerking met |
Art. 6.§ 1. De C.C.D.D. verzamelt en beoordeelt in samenwerking met |
de Dienst alle informatie over zoönoseverwekkers waarvan de | de Dienst alle informatie over zoönoseverwekkers waarvan de |
aanwezigheid tijdens tests of onderzoeken is bevestigd, evenals over | aanwezigheid tijdens tests of onderzoeken is bevestigd, evenals over |
de in bijlage I, lijst I, bedoelde klinische zoönosegevallen die bij | de in bijlage I, lijst I, bedoelde klinische zoönosegevallen die bij |
dieren zijn geconstateerd. | dieren zijn geconstateerd. |
§ 2. De informatie verzameld overeenkomstig de bepalingen van § 1 | § 2. De informatie verzameld overeenkomstig de bepalingen van § 1 |
maakt het voorwerp uit van een jaarlijks rapport dat volgens de | maakt het voorwerp uit van een jaarlijks rapport dat volgens de |
instructies van de Dienst wordt opgesteld in verband met de mogelijke | instructies van de Dienst wordt opgesteld in verband met de mogelijke |
ontwikkeling en de bronnen van de zoönotische infecties die tijdens | ontwikkeling en de bronnen van de zoönotische infecties die tijdens |
het voorgaande jaar zijn geconstateerd. | het voorgaande jaar zijn geconstateerd. |
HOOFDSTUK III. - Diagnostische methodes | HOOFDSTUK III. - Diagnostische methodes |
Art. 7.De Minister schrijft de methoden voor betreffende de opsporing |
Art. 7.De Minister schrijft de methoden voor betreffende de opsporing |
van zoönoses en zoönoseverwekkers, het aantal en het type van de te | van zoönoses en zoönoseverwekkers, het aantal en het type van de te |
nemen monsters of officiële monsters, de bemonsteringsmethoden, | nemen monsters of officiële monsters, de bemonsteringsmethoden, |
alsmede de methoden voor diagnostisch onderzoek die aangewend worden | alsmede de methoden voor diagnostisch onderzoek die aangewend worden |
voor de identificatie van zoönoseverwekkers. | voor de identificatie van zoönoseverwekkers. |
Art. 8.§ 1. De lijst van de erkende laboratoria voor de opsporing van |
Art. 8.§ 1. De lijst van de erkende laboratoria voor de opsporing van |
de zoönosen en die onder de bevoegdheid staan van de Minister, is | de zoönosen en die onder de bevoegdheid staan van de Minister, is |
opgenomen in bijlage II bij dit besluit. | opgenomen in bijlage II bij dit besluit. |
§ 2. Het C.O.D.A. geldt als nationaal referentielaboratorium voor | § 2. Het C.O.D.A. geldt als nationaal referentielaboratorium voor |
zoönosen en zoönoseverwekkers waar de identificatie of de definitieve | zoönosen en zoönoseverwekkers waar de identificatie of de definitieve |
bevestiging van de aanwezigheid van een zoönoseverwekker kan | bevestiging van de aanwezigheid van een zoönoseverwekker kan |
geschieden. | geschieden. |
Het C.O.D.A. staat in voor de coördinatie van het uniform toepassen | Het C.O.D.A. staat in voor de coördinatie van het uniform toepassen |
van de gebruikte diagnosemethoden voor het opsporen en identificeren | van de gebruikte diagnosemethoden voor het opsporen en identificeren |
van de zoönoseverwekkers. | van de zoönoseverwekkers. |
Voor rabiës evenwel geldt het W.I.V.-L.P. als enig onderzoeks- en | Voor rabiës evenwel geldt het W.I.V.-L.P. als enig onderzoeks- en |
referentielaboratorium. | referentielaboratorium. |
HOOFDSTUK IV | HOOFDSTUK IV |
Maatregelen bij vermoeden of vaststelling van een zoönose | Maatregelen bij vermoeden of vaststelling van een zoönose |
Art. 9.§ 1. Wanneer het onderzoek geen uitsluitsel geeft over het |
Art. 9.§ 1. Wanneer het onderzoek geen uitsluitsel geeft over het |
bestaan van een zoönose, kan de inspecteur-dierenarts bijkomende | bestaan van een zoönose, kan de inspecteur-dierenarts bijkomende |
onderzoeken opleggen teneinde de vermoede zoönose te bevestigen of te | onderzoeken opleggen teneinde de vermoede zoönose te bevestigen of te |
weerleggen. | weerleggen. |
§ 2. De inspecteur-dierenarts kan alle bijkomende controlemaatregelen | § 2. De inspecteur-dierenarts kan alle bijkomende controlemaatregelen |
op het verdacht besmette bedrijf voorschrijven die hij nodig acht. | op het verdacht besmette bedrijf voorschrijven die hij nodig acht. |
Art. 10.§ 1. Van zodra de aanwezigheid van de zoönose wordt |
Art. 10.§ 1. Van zodra de aanwezigheid van de zoönose wordt |
bevestigd, verklaart de inspecteur-dierenarts het bedrijf als zijnde | bevestigd, verklaart de inspecteur-dierenarts het bedrijf als zijnde |
besmet en past er de voorgeschreven maatregelen toe. | besmet en past er de voorgeschreven maatregelen toe. |
§ 2. Onverminderd de reglementering voor de zoönosen in bijlage I bij | § 2. Onverminderd de reglementering voor de zoönosen in bijlage I bij |
dit besluit, kan de Minister in het besmette bedrijf bijkomende | dit besluit, kan de Minister in het besmette bedrijf bijkomende |
controlemaatregelen voorschrijven die hij nodig acht in het belang van | controlemaatregelen voorschrijven die hij nodig acht in het belang van |
de volksgezondheid. | de volksgezondheid. |
Art. 11.De inspecteur-dierenarts verricht in het besmet verklaarde |
Art. 11.De inspecteur-dierenarts verricht in het besmet verklaarde |
bedrijf een epidemiologisch onderzoek naar de herkomst en de | bedrijf een epidemiologisch onderzoek naar de herkomst en de |
verspreiding van de zoönose. | verspreiding van de zoönose. |
HOOFDSTUK V. - Afslachting of afmaking en destructie op bevel | HOOFDSTUK V. - Afslachting of afmaking en destructie op bevel |
Art. 12.Indien de toestand zulks vereist kan de Minister, op voorstel |
Art. 12.Indien de toestand zulks vereist kan de Minister, op voorstel |
van de Dienst, beslissen alle dieren of een deel van de dieren van het | van de Dienst, beslissen alle dieren of een deel van de dieren van het |
besmet bedrijf te laten slachten of op bevel te laten afmaken, en de | besmet bedrijf te laten slachten of op bevel te laten afmaken, en de |
producten die een risico vormen laten vernietigen of op een zodanige | producten die een risico vormen laten vernietigen of op een zodanige |
manier te laten behandelen dat zij geen gevaar vormen voor overdracht | manier te laten behandelen dat zij geen gevaar vormen voor overdracht |
van de zoönoseverwekker naar mens of dier. | van de zoönoseverwekker naar mens of dier. |
Art. 13.De Minister kan, binnen de perken van het begrotingskrediet, |
Art. 13.De Minister kan, binnen de perken van het begrotingskrediet, |
een vergoeding toekennen aan de eigenaars van de dieren die in het | een vergoeding toekennen aan de eigenaars van de dieren die in het |
belang van de volksgezondheid op bevel werden geslacht of afgemaakt. | belang van de volksgezondheid op bevel werden geslacht of afgemaakt. |
Deze bepaling geldt eveneens voor de producten die werden vernietigd | Deze bepaling geldt eveneens voor de producten die werden vernietigd |
of aan een behandeling werden onderworpen met waardeverlies. | of aan een behandeling werden onderworpen met waardeverlies. |
HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen |
Art. 14.De vrijwaringsmaatregelen bedoeld in het koninklijk besluit |
Art. 14.De vrijwaringsmaatregelen bedoeld in het koninklijk besluit |
van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zoötechnische | van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zoötechnische |
controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire | controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire |
handelsverkeer van sommige levende dieren en producten, zijn in het | handelsverkeer van sommige levende dieren en producten, zijn in het |
kader van onderhavig besluit van toepassing. | kader van onderhavig besluit van toepassing. |
Art. 15.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit of van een |
Art. 15.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit of van een |
besluit genomen in uitvoering van dit besluit worden, indien niet | besluit genomen in uitvoering van dit besluit worden, indien niet |
anders bepaald, opgespoord en gestraft overeenkomstig hoofdstukken V | anders bepaald, opgespoord en gestraft overeenkomstig hoofdstukken V |
en VI van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. | en VI van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. |
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen |
Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 17.De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote |
Art. 17.De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote |
Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit. | Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 23 oktober 1998. | Brussel, 23 oktober 1998. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Landbouw | De Minister van Landbouw |
en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, | en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, |
K. PINXTEN | K. PINXTEN |
Bijlage I bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1998 houdende | Bijlage I bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1998 houdende |
maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen | maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen |
bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren ten einde | bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren ten einde |
door dieren of dierlijke producten overgedragen infecties en | door dieren of dierlijke producten overgedragen infecties en |
vergiftigingen te voorkomen | vergiftigingen te voorkomen |
Lijsten van de in artikel 5 van het koninklijk besluit van 23 oktober | Lijsten van de in artikel 5 van het koninklijk besluit van 23 oktober |
1998 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie voor de | 1998 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie voor de |
bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij | bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij |
dieren teneinde door dieren of dierlijke producten overgedragen | dieren teneinde door dieren of dierlijke producten overgedragen |
infecties en vergiftigingen te voorkomen, bedoelde zoönoses. | infecties en vergiftigingen te voorkomen, bedoelde zoönoses. |
Lijst I. | Lijst I. |
1. Tuberculose veroorzaakt door Mycobacterium bovis | 1. Tuberculose veroorzaakt door Mycobacterium bovis |
2. Brucellose en de verwekkers daarvan | 2. Brucellose en de verwekkers daarvan |
3. Salmonellosis en de verwekkers daarvan | 3. Salmonellosis en de verwekkers daarvan |
4. Trichinose | 4. Trichinose |
Lijst II. | Lijst II. |
1. Campylobacteriose | 1. Campylobacteriose |
2. Echinococcose | 2. Echinococcose |
3. Listeriose | 3. Listeriose |
4. Rabiës | 4. Rabiës |
5. Toxoplasmose | 5. Toxoplasmose |
6. Yersiniose | 6. Yersiniose |
Lijst III. | Lijst III. |
Elke andere zoönose en de verwekker daarvan buiten de Europese Unie | Elke andere zoönose en de verwekker daarvan buiten de Europese Unie |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 oktober 1998. | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 oktober 1998. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Landbouw | De Minister van Landbouw |
en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, | en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, |
K. PINXTEN | K. PINXTEN |
Bijlage II bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1998 houdende | Bijlage II bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1998 houdende |
maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen | maatregelen van diergeneeskundige politie voor de bescherming tegen |
bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren ten einde | bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren ten einde |
door dieren of dierlijke producten overgedragen infecties en | door dieren of dierlijke producten overgedragen infecties en |
vergiftigingen te voorkomen | vergiftigingen te voorkomen |
Lijst van de laboratoria bedoeld in artikel 8 van het koninklijk | Lijst van de laboratoria bedoeld in artikel 8 van het koninklijk |
besluit van 23 oktober 1998 houdende maatregelen van diergeneeskundige | besluit van 23 oktober 1998 houdende maatregelen van diergeneeskundige |
politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde | politie voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde |
zoönoseverwekkers bij dieren teneinde door dieren of dierlijke | zoönoseverwekkers bij dieren teneinde door dieren of dierlijke |
producten overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen, | producten overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen, |
erkend voor de opsporing en identificatie van zoönoses. | erkend voor de opsporing en identificatie van zoönoses. |
1. Nationale referentielaboratoria : | 1. Nationale referentielaboratoria : |
1.1. Voor rabiës : | 1.1. Voor rabiës : |
Het W.I.V.-L.P. - Brussel | Het W.I.V.-L.P. - Brussel |
1.2. In alle andere gevallen : | 1.2. In alle andere gevallen : |
Het C.O.D.A. | Het C.O.D.A. |
2. Erkende diergeneeskundige diagnoselaboratoria : | 2. Erkende diergeneeskundige diagnoselaboratoria : |
De centra voor preventie en diergeneeskundige begeleiding van | De centra voor preventie en diergeneeskundige begeleiding van |
opgericht bij de V.Z.W. Verenigingen voor dierenziektenbestrijding, | opgericht bij de V.Z.W. Verenigingen voor dierenziektenbestrijding, |
die volgens diersoort en territoriale bevoegdheid vermeld zijn in | die volgens diersoort en territoriale bevoegdheid vermeld zijn in |
bijlage I van het koninklijk besluit van van 7 mei 1963 houdende | bijlage I van het koninklijk besluit van van 7 mei 1963 houdende |
organisatie van de bestrijding van de dierenziekten, gewijzigd bij de | organisatie van de bestrijding van de dierenziekten, gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 3 april 1978, 21 januari 1992, 10 januari | koninklijke besluiten van 3 april 1978, 21 januari 1992, 10 januari |
1995 en 24 september 1997; | 1995 en 24 september 1997; |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 oktober 1998. | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 oktober 1998. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Landbouw | De Minister van Landbouw |
en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, | en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, |
K. PINXTEN | K. PINXTEN |