Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
23 APRIL 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 23 APRIL 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, | gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, |
betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de | betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de |
kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (1) | kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige |
nijverheid; | nijverheid; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001, gesloten |
in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid , betreffende | in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid , betreffende |
de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de | de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de |
kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg. | kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 23 april 2002. | Gegeven te Brussel, 23 april 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid | Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 2001 |
Vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de | Vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de |
kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (Overeenkomst | kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (Overeenkomst |
geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58933/CO/116) | geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58933/CO/116) |
Toepassingsgebied | Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen | de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen |
die gelegen zijn in de provincie Limburg en ressorteren onder het | die gelegen zijn in de provincie Limburg en ressorteren onder het |
Paritair Comité van de scheikundige nijverheid uit hoofde van hun | Paritair Comité van de scheikundige nijverheid uit hoofde van hun |
bedrijvigheid inzake verwerking van kunststoffen. | bedrijvigheid inzake verwerking van kunststoffen. |
Onder "arbeiders" verstaat men : de arbeiders en arbeidsters. | Onder "arbeiders" verstaat men : de arbeiders en arbeidsters. |
Algemene bepaling | Algemene bepaling |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet generlei afbreuk aan |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet generlei afbreuk aan |
de algemene collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair | de algemene collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair |
Comité voor de scheikundige nijverheid. Deze collectieve | Comité voor de scheikundige nijverheid. Deze collectieve |
arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het | arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het |
interprofessioneel akkoord van 22 december 2000 en het nationaal | interprofessioneel akkoord van 22 december 2000 en het nationaal |
akkoord betreffende loonkostontwikkeling, permanente vorming en | akkoord betreffende loonkostontwikkeling, permanente vorming en |
tewerkstelling gesloten op 7 maart 2001 in het Paritair Comité voor de | tewerkstelling gesloten op 7 maart 2001 in het Paritair Comité voor de |
scheikundige nijverheid. | scheikundige nijverheid. |
Werkzekerheid | Werkzekerheid |
Art. 3.Tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
Art. 3.Tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst stellen de werkgevers alles in het werk om ontslag | arbeidsovereenkomst stellen de werkgevers alles in het werk om ontslag |
wegens economische redenen te vermijden. Eventuele problemen in dit | wegens economische redenen te vermijden. Eventuele problemen in dit |
verband worden vooreerst opgevangen door het invoeren van een regeling | verband worden vooreerst opgevangen door het invoeren van een regeling |
gedeeltelijke werkloosheid, gedurende een bepaalde periode. | gedeeltelijke werkloosheid, gedurende een bepaalde periode. |
Deze periode wordt als volgt bepaald : | Deze periode wordt als volgt bepaald : |
- de werkgever deelt mee hoeveel arbeidsplaatsen bedreigd zijn; | - de werkgever deelt mee hoeveel arbeidsplaatsen bedreigd zijn; |
- deze mededeling gebeurt aan de vertegenwoordigers van de | - deze mededeling gebeurt aan de vertegenwoordigers van de |
vakorganisaties; | vakorganisaties; |
- de werkgever kan niet tot ontslag overgaan voordat een aantal dagen | - de werkgever kan niet tot ontslag overgaan voordat een aantal dagen |
economische werkloosheid in de onderneming hebben plaatsgevonden. Dit | economische werkloosheid in de onderneming hebben plaatsgevonden. Dit |
aantal dagen is gelijk aan het aantal bedreigde arbeidsplaatsen | aantal dagen is gelijk aan het aantal bedreigde arbeidsplaatsen |
vermenigvuldigd met 30. | vermenigvuldigd met 30. |
Tijdens deze periode zullen de partijen de maatregelen onderzoeken die | Tijdens deze periode zullen de partijen de maatregelen onderzoeken die |
zouden kunnen genomen worden om de nadelen van deze ontslagen ten | zouden kunnen genomen worden om de nadelen van deze ontslagen ten |
aanzien van de arbeiders te milderen, bij voorbeeld : brugpensioen, | aanzien van de arbeiders te milderen, bij voorbeeld : brugpensioen, |
werkverdeling, loopbaanonderbreking, wijze van toepassing van de wet | werkverdeling, loopbaanonderbreking, wijze van toepassing van de wet |
betreffende tijdelijke arbeid en uitzendarbeid, vermindering van | betreffende tijdelijke arbeid en uitzendarbeid, vermindering van |
overuren. | overuren. |
Indien bij ontslagen om economische redenen de werkgever deze | Indien bij ontslagen om economische redenen de werkgever deze |
procedure niet volgt, wordt de wettelijke opzegtermijn of wettelijke | procedure niet volgt, wordt de wettelijke opzegtermijn of wettelijke |
opzegvergoeding met de helft vermeerderd. | opzegvergoeding met de helft vermeerderd. |
Bij ontslag om economische redenen wordt er bovenop de uitgekeerde | Bij ontslag om economische redenen wordt er bovenop de uitgekeerde |
werkloosheidsvergoeding een aanvullende bestaanszekerheidsvergoeding | werkloosheidsvergoeding een aanvullende bestaanszekerheidsvergoeding |
toegekend à rato van het verschil tussen de ontvangen | toegekend à rato van het verschil tussen de ontvangen |
werkloosheidsvergoeding en het nettoloon, en dit gedurende de duurtijd | werkloosheidsvergoeding en het nettoloon, en dit gedurende de duurtijd |
hierna, volgens het aantal dienstjaren in de onderneming : | hierna, volgens het aantal dienstjaren in de onderneming : |
- van 5 tot 9 dienstjaren : 4 weken vanaf het einde van de | - van 5 tot 9 dienstjaren : 4 weken vanaf het einde van de |
opzegperiode of van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding; | opzegperiode of van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding; |
- van 10 tot 14 dienstjaren : 8 weken zoals hiervoor vermeld; | - van 10 tot 14 dienstjaren : 8 weken zoals hiervoor vermeld; |
- vanaf 15 dienstjaren : 12 weken zoals hiervoor vermeld. | - vanaf 15 dienstjaren : 12 weken zoals hiervoor vermeld. |
Koopkracht | Koopkracht |
Art. 4.De werkelijk betaalde basisuurlonen (stelsel 40 uren/week) |
Art. 4.De werkelijk betaalde basisuurlonen (stelsel 40 uren/week) |
worden verhoogd met 6 BEF per uur (0,1487 EUR) vanaf 1 januari 2001 en | worden verhoogd met 6 BEF per uur (0,1487 EUR) vanaf 1 januari 2001 en |
met 5 BEF per uur (0,1239 EUR) vanaf 1 januari 2002. | met 5 BEF per uur (0,1239 EUR) vanaf 1 januari 2002. |
Dit geldt eveneens voor het referentieloon dat vanaf 1 januari 2001 | Dit geldt eveneens voor het referentieloon dat vanaf 1 januari 2001 |
vastgesteld is op 379,10 BEF per uur (9,3976 EUR). | vastgesteld is op 379,10 BEF per uur (9,3976 EUR). |
De minimumuurlonen worden vanaf 1 januari 2001 in het 40-urenstelsel | De minimumuurlonen worden vanaf 1 januari 2001 in het 40-urenstelsel |
als volgt samengesteld : | als volgt samengesteld : |
- personen die instaan voor het onderhoud en reinigen van lokalen | - personen die instaan voor het onderhoud en reinigen van lokalen |
alsmede deze die belast zijn met het inpakken van producten : 347,15 | alsmede deze die belast zijn met het inpakken van producten : 347,15 |
BEF per uur (8,6056 EUR); | BEF per uur (8,6056 EUR); |
- andere functies : 368,30 BEF per uur (9,1299 EUR). | - andere functies : 368,30 BEF per uur (9,1299 EUR). |
Hierin is de verhoging met 6 BEF (0,1487 EUR) per uur op 1 januari | Hierin is de verhoging met 6 BEF (0,1487 EUR) per uur op 1 januari |
2001 inbegrepen. | 2001 inbegrepen. |
De bedragen bepaald in alinea's 2 en 3 hierboven zijn gekoppeld aan de | De bedragen bepaald in alinea's 2 en 3 hierboven zijn gekoppeld aan de |
evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, overeenkomstig de | evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, overeenkomstig de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het | collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het |
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de | Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de |
koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. | koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. |
Dezelfde bedragen stemmen overeen met het spilindexcijfer 104,38 op | Dezelfde bedragen stemmen overeen met het spilindexcijfer 104,38 op |
basis 1996 = 100. | basis 1996 = 100. |
Premies voor werk in opeenvolgende ploegen | Premies voor werk in opeenvolgende ploegen |
Art. 5.De bedragen van de premies voor werk in ploegen, enkel in |
Art. 5.De bedragen van de premies voor werk in ploegen, enkel in |
opeenvolgende ploegen, worden vanaf 1 juni 2001 verhoogd tot 6,70 pct. | opeenvolgende ploegen, worden vanaf 1 juni 2001 verhoogd tot 6,70 pct. |
van het referentieloon en voor de nachtploegen tot 20,70 pct. van het | van het referentieloon en voor de nachtploegen tot 20,70 pct. van het |
referentieloon zoals bepaald in artikel 4, alinea 2, hierboven. | referentieloon zoals bepaald in artikel 4, alinea 2, hierboven. |
Indien de berekening van de bedragen in franken per uur geschiedt, | Indien de berekening van de bedragen in franken per uur geschiedt, |
gebeurt deze tot op de derde decimaal en, zoals gebruikelijk voor de | gebeurt deze tot op de derde decimaal en, zoals gebruikelijk voor de |
afronding, vervalt alles wat na de tweede decimaal komt. Vanaf 1 | afronding, vervalt alles wat na de tweede decimaal komt. Vanaf 1 |
januari 2002 gebeurt de berekening van de bedragen in euro tot op de | januari 2002 gebeurt de berekening van de bedragen in euro tot op de |
vijfde decimaal en vervalt alles wat na de vierde decimaal komt, zoals | vijfde decimaal en vervalt alles wat na de vierde decimaal komt, zoals |
bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei | bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei |
2001 betreffende de ploegenpremies, gesloten in het Paritair Comité | 2001 betreffende de ploegenpremies, gesloten in het Paritair Comité |
voor de scheikundige nijverheid. | voor de scheikundige nijverheid. |
Hierdoor worden de ploegenpremies uitgedrukt in BEF vanaf 1 juni 2001 | Hierdoor worden de ploegenpremies uitgedrukt in BEF vanaf 1 juni 2001 |
: | : |
- morgen- en middagploeg : 25,90 BEF (0,6420 EUR) per uur; | - morgen- en middagploeg : 25,90 BEF (0,6420 EUR) per uur; |
- nachtploeg : 80,04 BEF (1,9841 EUR) per uur. | - nachtploeg : 80,04 BEF (1,9841 EUR) per uur. |
De bedragen vermeld in vorige alinea bevatten de indexatie toegepast | De bedragen vermeld in vorige alinea bevatten de indexatie toegepast |
op 1 maart 2001 en stemmen overeen met het spilindexcijfer 106,47 | op 1 maart 2001 en stemmen overeen met het spilindexcijfer 106,47 |
(basis 1996 = 100). | (basis 1996 = 100). |
Bestaanszekerheid bij gedeeltelijke werkloosheid | Bestaanszekerheid bij gedeeltelijke werkloosheid |
Art. 6.Vanaf 1 juni 2001 wordt de aanvullende |
Art. 6.Vanaf 1 juni 2001 wordt de aanvullende |
bestaanszekerheidsvergoeding, ten laste van de werkgever, in geval van | bestaanszekerheidsvergoeding, ten laste van de werkgever, in geval van |
gedeeltelijke werkloosheid, verhoogd van 300 BEF naar 330 BEF/dag | gedeeltelijke werkloosheid, verhoogd van 300 BEF naar 330 BEF/dag |
(8,18 EUR/dag). | (8,18 EUR/dag). |
Voor arbeiders van minder dan 19 jaar bedraagt deze vergoeding 315 | Voor arbeiders van minder dan 19 jaar bedraagt deze vergoeding 315 |
BEF. | BEF. |
Deze bedragen worden uitbetaald tot uitputting van een « pool » per | Deze bedragen worden uitbetaald tot uitputting van een « pool » per |
onderneming. Het bedrag van de « pool » wordt bekomen door het aantal | onderneming. Het bedrag van de « pool » wordt bekomen door het aantal |
ingeschreven arbeiders op 1 januari te vermenigvuldigen met vijftig | ingeschreven arbeiders op 1 januari te vermenigvuldigen met vijftig |
maal het bedrag van de dagelijkse eenheidsvergoeding. Het saldo kan | maal het bedrag van de dagelijkse eenheidsvergoeding. Het saldo kan |
niet worden overgedragen. | niet worden overgedragen. |
Carensdag | Carensdag |
Art. 7.Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal |
Art. 7.Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal |
op de eerste carensdag bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of | op de eerste carensdag bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of |
ongeval per jaar per arbeid(st)er door de onderneming het loon | ongeval per jaar per arbeid(st)er door de onderneming het loon |
toegekend worden. Deze regeling is op proef en zal geëvalueerd worden. | toegekend worden. Deze regeling is op proef en zal geëvalueerd worden. |
Brugpensioen - Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale | Brugpensioen - Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale |
Arbeidsraad | Arbeidsraad |
Art. 8.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
Art. 8.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
het recht op volledig brugpensioen vanaf 58 jaar verlengd. De | het recht op volledig brugpensioen vanaf 58 jaar verlengd. De |
procedures en modaliteiten terzake zijn deze die door collectieve | procedures en modaliteiten terzake zijn deze die door collectieve |
arbeidsovereenkomst nr 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 | arbeidsovereenkomst nr 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 |
december 1974, voorzien zijn. | december 1974, voorzien zijn. |
Art. 9.In toepassing van het nationaal akkoord gesloten op 7 maart |
Art. 9.In toepassing van het nationaal akkoord gesloten op 7 maart |
2001 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid en van de | 2001 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid en van de |
sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 13 juni 2001 in | sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 13 juni 2001 in |
het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid wordt, voor de | het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid wordt, voor de |
duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, het recht op | duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, het recht op |
brugpensioen verlengd voor de arbeiders die : | brugpensioen verlengd voor de arbeiders die : |
1° de leeftijd van 56 jaar of meer hebben bereikt of zullen bereiken | 1° de leeftijd van 56 jaar of meer hebben bereikt of zullen bereiken |
uiterlijk op 31 december 2002; | uiterlijk op 31 december 2002; |
2° voldoen aan de terzake geldende wettelijke voorwaarden; bijgevolg | 2° voldoen aan de terzake geldende wettelijke voorwaarden; bijgevolg |
zullen de betrokken arbeiders een beroepsverleden als loontrekkende | zullen de betrokken arbeiders een beroepsverleden als loontrekkende |
van 33 jaar moeten kunnen rechtvaardigen evenals minstens 20 jaar | van 33 jaar moeten kunnen rechtvaardigen evenals minstens 20 jaar |
gewerkt te hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van | gewerkt te hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van |
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart 1990 in | de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart 1990 in |
de Nationale Arbeidsraad. Bovendien zullen de betrokken arbeiders ten | de Nationale Arbeidsraad. Bovendien zullen de betrokken arbeiders ten |
minste 5 jaar anciënniteit in de onderneming moeten bewijzen. De | minste 5 jaar anciënniteit in de onderneming moeten bewijzen. De |
procedures en modaliteiten terzake zijn deze die door collectieve | procedures en modaliteiten terzake zijn deze die door collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 | arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 |
december 1974, voorzien zijn. | december 1974, voorzien zijn. |
Art. 10.Voor arbeiders die aansluitend aan een halftijdse |
Art. 10.Voor arbeiders die aansluitend aan een halftijdse |
loopbaanonderbreking, opgenomen vanaf 50 jaar, op volledig | loopbaanonderbreking, opgenomen vanaf 50 jaar, op volledig |
brugpensioen worden gesteld, wordt het brutoreferteloon voor de | brugpensioen worden gesteld, wordt het brutoreferteloon voor de |
berekening van de aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever, | berekening van de aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever, |
onverminderd de modaliteiten bepaald door collectieve | onverminderd de modaliteiten bepaald door collectieve |
arbeidsovereenkomst nr 17 van de Nationale Arbeidsraad, berekend op | arbeidsovereenkomst nr 17 van de Nationale Arbeidsraad, berekend op |
basis van voltijdse prestaties. | basis van voltijdse prestaties. |
Arbeidsherverdelende maatregelen | Arbeidsherverdelende maatregelen |
Loopbaanonderbreking | Loopbaanonderbreking |
Art. 11.De bestaande afspraken, zoals die voorzien zijn in de |
Art. 11.De bestaande afspraken, zoals die voorzien zijn in de |
artikelen 7, 8, 9 en 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 | artikelen 7, 8, 9 en 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige | juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige |
nijverheid houdende vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor | nijverheid houdende vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor |
de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg, blijven | de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg, blijven |
van toepassing tot 31 december 2001. | van toepassing tot 31 december 2001. |
De arbeiders die, in toepassing van het in vorig lid vermelde artikel | De arbeiders die, in toepassing van het in vorig lid vermelde artikel |
8, vóór 31 december 2000 in het systeem van halftijdse | 8, vóór 31 december 2000 in het systeem van halftijdse |
loopbaanonderbreking onder 50 jaar zijn gestapt, zullen na 1 januari | loopbaanonderbreking onder 50 jaar zijn gestapt, zullen na 1 januari |
2002 de vergoeding van de werkgever van 2 000 BEF per maand ontvangen | 2002 de vergoeding van de werkgever van 2 000 BEF per maand ontvangen |
of blijven ontvangen, volgens de modaliteiten en de voorwaarden als | of blijven ontvangen, volgens de modaliteiten en de voorwaarden als |
bepaald in voorvermeld artikel 8. Deze vergoeding wordt verminderd met | bepaald in voorvermeld artikel 8. Deze vergoeding wordt verminderd met |
de verhogingen vanaf 1 januari 2002 van de uitkeringen en/of premies | de verhogingen vanaf 1 januari 2002 van de uitkeringen en/of premies |
uitgekeerd door eender welke overheid. | uitgekeerd door eender welke overheid. |
Tijdskrediet | Tijdskrediet |
Art. 12.In het raam van de invoering, vanaf 1 januari 2002, van een |
Art. 12.In het raam van de invoering, vanaf 1 januari 2002, van een |
stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties, wordt in aanvulling van de bepalingen voorzien door | arbeidsprestaties, wordt in aanvulling van de bepalingen voorzien door |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van de Nationale Arbeidsraad, | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van de Nationale Arbeidsraad, |
het volgende overeengekomen voor de duur van deze collectieve | het volgende overeengekomen voor de duur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst : | arbeidsovereenkomst : |
§ 1. Het recht op tijdskrediet, voorzien in artikel 3 van de | § 1. Het recht op tijdskrediet, voorzien in artikel 3 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 gesloten op 14 februari 2001 in | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 gesloten op 14 februari 2001 in |
de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van | de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van |
tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, wordt, in navolging | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, wordt, in navolging |
van het nationaal akkoord van 7 maart 2001 gesloten in het Paritair | van het nationaal akkoord van 7 maart 2001 gesloten in het Paritair |
Comité voor de scheikundige nijverheid, uitgebreid tot een duur van | Comité voor de scheikundige nijverheid, uitgebreid tot een duur van |
maximum 5 jaar over de gehele loopbaan. Tijdens het eerste jaar dient | maximum 5 jaar over de gehele loopbaan. Tijdens het eerste jaar dient |
de uitoefening van dit recht op tijdskrediet, overeenkomstig | de uitoefening van dit recht op tijdskrediet, overeenkomstig |
voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77, te gebeuren per | voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77, te gebeuren per |
minimumperiode van 3 maanden. Behoudens andere afspraken op het vlak | minimumperiode van 3 maanden. Behoudens andere afspraken op het vlak |
van de onderneming moet, van het tweede tot en met het vijfde jaar, | van de onderneming moet, van het tweede tot en met het vijfde jaar, |
het tijdskrediet worden uitgeoefend per periode van één jaar. De | het tijdskrediet worden uitgeoefend per periode van één jaar. De |
anciënniteitvoorwaarden zijn die voorzien in artikel 5 van de | anciënniteitvoorwaarden zijn die voorzien in artikel 5 van de |
voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77. | voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77. |
§ 2. Rekening houdend met de voorwaarden voorzien in collectieve | § 2. Rekening houdend met de voorwaarden voorzien in collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 77, heeft de arbeider die een halftijds | arbeidsovereenkomst nr. 77, heeft de arbeider die een halftijds |
tijdskrediet aanvangt, vanaf 50 jaar of meer, recht op een | tijdskrediet aanvangt, vanaf 50 jaar of meer, recht op een |
bestaanszekerheidsvergoeding ten laste van de werkgever. De vergoeding | bestaanszekerheidsvergoeding ten laste van de werkgever. De vergoeding |
bedraagt 2000 BEF (49,58 EUR) per maand en wordt betaald tot op het | bedraagt 2000 BEF (49,58 EUR) per maand en wordt betaald tot op het |
ogenblik van het opnemen van het brugpensioen of indien geen | ogenblik van het opnemen van het brugpensioen of indien geen |
brugpensioen wordt opgenomen, tot het ogenblik van het opnemen van het | brugpensioen wordt opgenomen, tot het ogenblik van het opnemen van het |
rustpensioen. | rustpensioen. |
Deze regeling geldt ook voor de arbeiders die zich op 31 december 2001 | Deze regeling geldt ook voor de arbeiders die zich op 31 december 2001 |
bevinden in een systeem van halftijdse loopbaanonderbreking als | bevinden in een systeem van halftijdse loopbaanonderbreking als |
bepaald in de artikelen 9 en 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst | bepaald in de artikelen 9 en 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst |
van 30 juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige | van 30 juni 1999 gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige |
nijverheid, houdende vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor | nijverheid, houdende vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor |
de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg. | de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg. |
§ 3. De ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale | § 3. De ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale |
afvaardiging wordt ingelicht over de beslissing van de werkgever om al | afvaardiging wordt ingelicht over de beslissing van de werkgever om al |
dan niet tot vervanging over te gaan. | dan niet tot vervanging over te gaan. |
4/5 deeltijdse arbeid | 4/5 deeltijdse arbeid |
Art. 13.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
Art. 13.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
de mogelijkheid tot deeltijdse arbeid voorzien in een 4/5e regeling op | de mogelijkheid tot deeltijdse arbeid voorzien in een 4/5e regeling op |
voorwaarde dat het organiseerbaar is. Bij weigering zal de werkgever | voorwaarde dat het organiseerbaar is. Bij weigering zal de werkgever |
de redenen meedelen aan de syndicale delegatie. | de redenen meedelen aan de syndicale delegatie. |
Dienstjarenbeloning | Dienstjarenbeloning |
Dienstjarenpremie | Dienstjarenpremie |
Art. 14.§ 1. Tot en met 31 december 2001 wordt een jaarlijkse |
Art. 14.§ 1. Tot en met 31 december 2001 wordt een jaarlijkse |
dienstjarenpremie toegekend aan de arbeid(st)ers die in de onderneming | dienstjarenpremie toegekend aan de arbeid(st)ers die in de onderneming |
een anciënniteit van ten minste 3 jaar kennen en waarvan het bedrag | een anciënniteit van ten minste 3 jaar kennen en waarvan het bedrag |
als volgt is vastgesteld : | als volgt is vastgesteld : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
§ 2. Vanaf 1 januari 2002 wordt de jaarlijkse dienstjarenpremie | § 2. Vanaf 1 januari 2002 wordt de jaarlijkse dienstjarenpremie |
toegekend aan de arbeiders die in de onderneming een anciënniteit van | toegekend aan de arbeiders die in de onderneming een anciënniteit van |
tenminste 3 jaar en maximum 15 jaar kennen, waarvan het bedrag van de | tenminste 3 jaar en maximum 15 jaar kennen, waarvan het bedrag van de |
premie als volgt is samengesteld : | premie als volgt is samengesteld : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor het berekenen van de anciënniteit geldt de datum van de | Voor het berekenen van de anciënniteit geldt de datum van de |
verjaardag van de indiensttreding in de onderneming. De | verjaardag van de indiensttreding in de onderneming. De |
dienstjarenpremie wordt betaald tijdens de maand welke volgt op deze | dienstjarenpremie wordt betaald tijdens de maand welke volgt op deze |
waarin de verjaardag van de indiensttreding zich voordoet. Zij is niet | waarin de verjaardag van de indiensttreding zich voordoet. Zij is niet |
gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. | gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. |
Anciënniteitverlof | Anciënniteitverlof |
Art. 15.Vanaf 1 januari 2002 wordt de regeling inzake |
Art. 15.Vanaf 1 januari 2002 wordt de regeling inzake |
anciënniteitverlof als volgt bepaald : jaarlijks één betaalde dag | anciënniteitverlof als volgt bepaald : jaarlijks één betaalde dag |
anciënniteitverlof voor de arbeiders die in de onderneming een | anciënniteitverlof voor de arbeiders die in de onderneming een |
anciënniteit van ten minste 10 jaar hebben. Een tweede betaalde dag | anciënniteit van ten minste 10 jaar hebben. Een tweede betaalde dag |
anciënniteitverlof wordt jaarlijks toegekend aan de arbeiders die in | anciënniteitverlof wordt jaarlijks toegekend aan de arbeiders die in |
de onderneming een anciënniteit van ten minste 15 jaar kennen. Een | de onderneming een anciënniteit van ten minste 15 jaar kennen. Een |
derde betaalde dag anciënniteitverlof wordt jaarlijks toegekend aan de | derde betaalde dag anciënniteitverlof wordt jaarlijks toegekend aan de |
arbeiders die in de onderneming een anciënniteit van ten minste 20 | arbeiders die in de onderneming een anciënniteit van ten minste 20 |
jaar kennen (totaal maximum 3 dagen per kalenderjaar). | jaar kennen (totaal maximum 3 dagen per kalenderjaar). |
Verlenging vorige overeenkomsten | Verlenging vorige overeenkomsten |
Art. 16.Alle bepalingen van vorige overeenkomsten die niet éénmalig |
Art. 16.Alle bepalingen van vorige overeenkomsten die niet éénmalig |
waren en die door deze collectieve arbeidsovereenkomst niet gewijzigd | waren en die door deze collectieve arbeidsovereenkomst niet gewijzigd |
of afgeschaft zijn worden voor de duurtijd van deze collectieve | of afgeschaft zijn worden voor de duurtijd van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst verlengd. | arbeidsovereenkomst verlengd. |
Sociale vrede | Sociale vrede |
Art. 17.De sociale vrede wordt gewaarborgd voor de ganse duur van |
Art. 17.De sociale vrede wordt gewaarborgd voor de ganse duur van |
deze collectieve arbeidsovereenkomst. | deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Overgang naar de euro | Overgang naar de euro |
Art. 18.De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij en de |
Art. 18.De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij en de |
eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van onderstaande tabel | eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van onderstaande tabel |
worden vermeld, hebben betrekking op deze collectieve | worden vermeld, hebben betrekking op deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de | Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de |
tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve | tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische | arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische |
frank worden vermeld in de derde kolom. | frank worden vermeld in de derde kolom. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Geldigheidsduur | Geldigheidsduur |
Art. 19.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 19.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 2001 en treedt buiten werking op 31 december | ingang van 1 januari 2001 en treedt buiten werking op 31 december |
2002. | 2002. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 april | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 april |
2002. | 2002. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |