Koninklijk besluit tot inrichting van het Fonds voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en vastlegging van haar samenstelling en de interventiemodaliteiten | Koninklijk besluit tot inrichting van het Fonds voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en vastlegging van haar samenstelling en de interventiemodaliteiten |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN SOCIALE | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN SOCIALE |
ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU | ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU |
22 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot inrichting van het Fonds | 22 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot inrichting van het Fonds |
voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale | voor de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale |
zekerheid bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 | zekerheid bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 |
betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en | betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en |
houdende diverse bepalingen en vastlegging van haar samenstelling en | houdende diverse bepalingen en vastlegging van haar samenstelling en |
de interventiemodaliteiten (1) | de interventiemodaliteiten (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan | Gelet op de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan |
voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, | voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, |
inzonderheid op artikel 71, 2°, gewijzigd bij de wet van 24 december | inzonderheid op artikel 71, 2°, gewijzigd bij de wet van 24 december |
1999; | 1999; |
Gelet op het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende |
maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de | maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de |
non-profit sector; | non-profit sector; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 |
februari 2001; | februari 2001; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat het noodzakelijk is de publieke sector aangesloten bij | Overwegende dat het noodzakelijk is de publieke sector aangesloten bij |
de RSZ zonder uitstel toe te laten te kunnen genieten van bijkomende | de RSZ zonder uitstel toe te laten te kunnen genieten van bijkomende |
aanwervingen ingevolge de Sociale Maribel; | aanwervingen ingevolge de Sociale Maribel; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze |
Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad | Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad |
vergaderde Ministers, | vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
I. Definities | I. Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
- Wet : de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan | - Wet : de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan |
voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, | voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, |
inzonderheid artikel 71, 2°, gewijzigd bij de wet van 24 december | inzonderheid artikel 71, 2°, gewijzigd bij de wet van 24 december |
1999; | 1999; |
- Koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 5 februari 1997 | - Koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 5 februari 1997 |
houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de | houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de |
tewerkstelling in de non-profitsector; | tewerkstelling in de non-profitsector; |
- Raamakkoord : het suppletief raamakkoord afgesloten in het Comité A | - Raamakkoord : het suppletief raamakkoord afgesloten in het Comité A |
betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de | betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de |
non-profit publieke sector | non-profit publieke sector |
Rijksdienst : Rijksdienst voor sociale zekerheid; | Rijksdienst : Rijksdienst voor sociale zekerheid; |
Werkgever : de werkgevers van de openbare sector die aangesloten zijn | Werkgever : de werkgevers van de openbare sector die aangesloten zijn |
bij de RSZ andere dan de ziekenhuizen en de psychiatrische | bij de RSZ andere dan de ziekenhuizen en de psychiatrische |
verzorgingstehuizen; | verzorgingstehuizen; |
Fonds : het fonds, bedoeld bij artikel 71, 2° van de wet van 26 maart | Fonds : het fonds, bedoeld bij artikel 71, 2° van de wet van 26 maart |
1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 | 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 |
en houdende diverse bepalingen, genaamd « Fonds voor de openbare | en houdende diverse bepalingen, genaamd « Fonds voor de openbare |
sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid »; | sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid »; |
Beheerscomité : beheerscomité van het Fonds; | Beheerscomité : beheerscomité van het Fonds; |
Sociale Maribel : de maatregel ter bevordering van de tewerkstelling | Sociale Maribel : de maatregel ter bevordering van de tewerkstelling |
in de non-profitsector bedoeld in het koninklijk besluit van 5 | in de non-profitsector bedoeld in het koninklijk besluit van 5 |
februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van | februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van |
de tewerkstelling in de non-profit sector; | de tewerkstelling in de non-profit sector; |
De Ministers : de Ministers die de Tewerkstelling, Sociale Zaken en | De Ministers : de Ministers die de Tewerkstelling, Sociale Zaken en |
Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu onder hun bevoegdheden | Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu onder hun bevoegdheden |
hebben. | hebben. |
II. Samenstelling | II. Samenstelling |
Art. 2.De zetel van het Fonds is op het adres van het Ministerie van |
Art. 2.De zetel van het Fonds is op het adres van het Ministerie van |
Tewerkstelling en Arbeid, administratie van de Collectieve | Tewerkstelling en Arbeid, administratie van de Collectieve |
arbeidsbetrekkingen. | arbeidsbetrekkingen. |
Art. 3.§ 1. Het Fonds wordt beheerd door een Beheerscomité dat |
Art. 3.§ 1. Het Fonds wordt beheerd door een Beheerscomité dat |
samengesteld is uit : | samengesteld is uit : |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Minister van Werkgelegenheid; | Minister van Werkgelegenheid; |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Minister van Sociale Zaken; | Minister van Sociale Zaken; |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Minister van Volksgezondheid; | Minister van Volksgezondheid; |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Minister van Landsverdediging; | Minister van Landsverdediging; |
- twee effectieve leden en een plaats-vervangend lid aangesteld door | - twee effectieve leden en een plaats-vervangend lid aangesteld door |
de Regering van de Vlaamse Gemeenschap; | de Regering van de Vlaamse Gemeenschap; |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Regering van de Franse Gemeenschap; | Regering van de Franse Gemeenschap; |
- een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de | - een effectief en een plaatsvervangend lid aangesteld door de |
Regering van de Duitse Gemeenschap; | Regering van de Duitse Gemeenschap; |
- acht effectieve en acht plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers | - acht effectieve en acht plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers |
van de werknemers aangesteld door de Ministers uit een dubbele lijst | van de werknemers aangesteld door de Ministers uit een dubbele lijst |
voorgedragen door de meest representatieve organisaties zetelende in | voorgedragen door de meest representatieve organisaties zetelende in |
het Comité A. | het Comité A. |
Het mandaat van de leden van het Beheerscomité wordt vastgesteld voor | Het mandaat van de leden van het Beheerscomité wordt vastgesteld voor |
een hernieuwbare termijn van vier jaar die een einde neemt : | een hernieuwbare termijn van vier jaar die een einde neemt : |
- na het einde van het mandaat; | - na het einde van het mandaat; |
- in geval van ontslag; | - in geval van ontslag; |
- in geval een instantie die een geïnteresseerde voorgesteld heeft | - in geval een instantie die een geïnteresseerde voorgesteld heeft |
zijn vervanging aanvraagt; | zijn vervanging aanvraagt; |
- in geval de geïnteresseerde niet meer behoort tot de instantie die | - in geval de geïnteresseerde niet meer behoort tot de instantie die |
hem heeft voorgedragen; | hem heeft voorgedragen; |
- in geval van overlijden; | - in geval van overlijden; |
- wanneer hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. | - wanneer hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. |
Het nieuwe lid beëindigt het mandaat van het lid dat hij vervangt. | Het nieuwe lid beëindigt het mandaat van het lid dat hij vervangt. |
§ 2. Het Beheerscomité bepaalt zijn eigen reglement. | § 2. Het Beheerscomité bepaalt zijn eigen reglement. |
§ 3. Het secretariaat van het Beheerscomité wordt verzekerd door een | § 3. Het secretariaat van het Beheerscomité wordt verzekerd door een |
persoon aangesteld door het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. | persoon aangesteld door het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. |
De administratiekosten bestemd voor het dekken van de werking van het | De administratiekosten bestemd voor het dekken van de werking van het |
Fonds, mogen gedeeltelijk toegekend worden aan de dekking van de | Fonds, mogen gedeeltelijk toegekend worden aan de dekking van de |
kosten voortvloeiend uit de aanwerving van experten of contractuele | kosten voortvloeiend uit de aanwerving van experten of contractuele |
personeelsleden. | personeelsleden. |
III. Tegemoetkomingsmodaliteiten | III. Tegemoetkomingsmodaliteiten |
Art. 4.§ 1. Elke werkgever die wenst te genieten van een |
Art. 4.§ 1. Elke werkgever die wenst te genieten van een |
tegemoetkoming bij toepassing van het koninklijk besluit en het | tegemoetkoming bij toepassing van het koninklijk besluit en het |
raamakkoord, dient een toetredingsakte in bij het Beheerscomité, met | raamakkoord, dient een toetredingsakte in bij het Beheerscomité, met |
een bij de post aangetekende brief. | een bij de post aangetekende brief. |
Deze toetredingsakte wordt conform aan het door het Beheerscomité | Deze toetredingsakte wordt conform aan het door het Beheerscomité |
vastgestelde formulier opgesteld. | vastgestelde formulier opgesteld. |
§ 2. Het beheerscomité onderzoekt de toetredingsakten bedoeld in § 1 | § 2. Het beheerscomité onderzoekt de toetredingsakten bedoeld in § 1 |
van dit artikel en legt aan de Ministers een gemotiveerd voorstel tot | van dit artikel en legt aan de Ministers een gemotiveerd voorstel tot |
toewijzing of weigering van de tegemoetkoming voor, de volgende | toewijzing of weigering van de tegemoetkoming voor, de volgende |
informatie bevattend : | informatie bevattend : |
- de inventaris van alle werkgevers die een aanvraag tot toetreding | - de inventaris van alle werkgevers die een aanvraag tot toetreding |
hebben ingediend; | hebben ingediend; |
- voor ieder van deze werkgevers, het aantal gevraagde betrekkingen; | - voor ieder van deze werkgevers, het aantal gevraagde betrekkingen; |
- voor ieder van deze werkgevers, het aantal voorgestelde toe te | - voor ieder van deze werkgevers, het aantal voorgestelde toe te |
kennen betrekkingen; | kennen betrekkingen; |
- voor ieder van deze betrekkingen, de functie, het werkregime en het | - voor ieder van deze betrekkingen, de functie, het werkregime en het |
basisbarema. | basisbarema. |
Het voorstel moet alle ingediende toetredingsakten vermelden en, voor | Het voorstel moet alle ingediende toetredingsakten vermelden en, voor |
elke werkgever, de voorstellen tot toekenningen en weigeringen van | elke werkgever, de voorstellen tot toekenningen en weigeringen van |
bijkomende jobs motiveren. | bijkomende jobs motiveren. |
§ 3. De Ministers zullen hun beslissing over de voorstellen bedoeld in | § 3. De Ministers zullen hun beslissing over de voorstellen bedoeld in |
§ 2 van dit artikel mededelen aan het Beheerscomité. Het Beheerscomité | § 2 van dit artikel mededelen aan het Beheerscomité. Het Beheerscomité |
is belast met het overmaken van de beslissing aan de betrokken | is belast met het overmaken van de beslissing aan de betrokken |
werkgever, binnen een termijn van 14 dagen. | werkgever, binnen een termijn van 14 dagen. |
§ 4. In geval van goedkeuring, hebben de werkgevers recht op de | § 4. In geval van goedkeuring, hebben de werkgevers recht op de |
tegemoetkoming, ten belope van het aantal toegekende betrekkingen | tegemoetkoming, ten belope van het aantal toegekende betrekkingen |
vanaf de indiensttreding van de betrokken bijkomende werknemer en ten | vanaf de indiensttreding van de betrokken bijkomende werknemer en ten |
vroegste vanaf datum van betekening bedoeld in § 3 van dit artikel. | vroegste vanaf datum van betekening bedoeld in § 3 van dit artikel. |
Art. 5.§ 1. De goedkeuring bedoeld in artikel 4 van dit besluit is |
Art. 5.§ 1. De goedkeuring bedoeld in artikel 4 van dit besluit is |
permanent, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van | permanent, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van |
artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit. | artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit. |
Art. 6.Het Beheerscomité oefent zijn opdrachten uit binnen de perken |
Art. 6.Het Beheerscomité oefent zijn opdrachten uit binnen de perken |
van de beschikbare budgettaire middelen van het Fonds, na aftrek van | van de beschikbare budgettaire middelen van het Fonds, na aftrek van |
de administratiekosten. | de administratiekosten. |
Daartoe raamt het regelmatig de middelen van het Fonds om een | Daartoe raamt het regelmatig de middelen van het Fonds om een |
budgettaire programmering op te maken die de tegemoetkomingen | budgettaire programmering op te maken die de tegemoetkomingen |
waarborgt. | waarborgt. |
De administratiekosten voortvloeiend uit het beheer van het Fonds | De administratiekosten voortvloeiend uit het beheer van het Fonds |
worden jaarlijks goedgekeurd door de Ministers op voorstel van het | worden jaarlijks goedgekeurd door de Ministers op voorstel van het |
Beheerscomité. | Beheerscomité. |
Art. 7.§ 1. Het bedrag van de door het Beheerscomité toegekende |
Art. 7.§ 1. Het bedrag van de door het Beheerscomité toegekende |
maximale tegemoetkomingen is vastgesteld overeenkomstig de bepalingen | maximale tegemoetkomingen is vastgesteld overeenkomstig de bepalingen |
van het koninklijk besluit, van zijn uitvoeringsbesluiten en van het | van het koninklijk besluit, van zijn uitvoeringsbesluiten en van het |
raamakkoord. | raamakkoord. |
Deze bedragen hebben betrekking op het brutoloon met betrekking tot de | Deze bedragen hebben betrekking op het brutoloon met betrekking tot de |
bezoldigde, effectieve of daarmee gelijkgestelde prestaties, verhoogd | bezoldigde, effectieve of daarmee gelijkgestelde prestaties, verhoogd |
met de patronale sociale zekerheidsbijdragen. | met de patronale sociale zekerheidsbijdragen. |
De tegemoetkomingen van het Fonds worden uitbetaald in de maand van | De tegemoetkomingen van het Fonds worden uitbetaald in de maand van |
ontvangst van de trimestriële prestatiestaten en de eerste keer op | ontvangst van de trimestriële prestatiestaten en de eerste keer op |
voorleggen van kopies van de arbeidsovereenkomsten van de nieuw | voorleggen van kopies van de arbeidsovereenkomsten van de nieuw |
aangeworven werknemers. | aangeworven werknemers. |
§ 2. Het brutoloon bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel is het | § 2. Het brutoloon bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel is het |
barema dat voor de door de werknemer uitgeoefende functie werd | barema dat voor de door de werknemer uitgeoefende functie werd |
vastgesteld en dat van toepassing is in de publieke sector. | vastgesteld en dat van toepassing is in de publieke sector. |
Art. 8.Het Beheerscomité deelt aan de Ministers het verslag mede |
Art. 8.Het Beheerscomité deelt aan de Ministers het verslag mede |
waarvan sprake in artikel 3, § 6 van het koninklijk besluit. Dit | waarvan sprake in artikel 3, § 6 van het koninklijk besluit. Dit |
verslag bevat per kwartaal ministens de volgende gegevens, voor de | verslag bevat per kwartaal ministens de volgende gegevens, voor de |
sector en per werkgever : | sector en per werkgever : |
- de totale tewerkstelling uitgedrukt in het aantal tewerkgestelde | - de totale tewerkstelling uitgedrukt in het aantal tewerkgestelde |
werknemers en in arbeidsvolume voor het refertekwartaal en het | werknemers en in arbeidsvolume voor het refertekwartaal en het |
betrokken kwartaal, op basis van de gegevens van de Rijksdienst; | betrokken kwartaal, op basis van de gegevens van de Rijksdienst; |
- de opbrengst van de bijdragevermindering bedoeld in artikel 2, § 1, | - de opbrengst van de bijdragevermindering bedoeld in artikel 2, § 1, |
van het koninklijk besluit, zijn aanwending en het eventueel saldo; | van het koninklijk besluit, zijn aanwending en het eventueel saldo; |
- het aantal werknemers dat in toepassing van het koninklijk besluit | - het aantal werknemers dat in toepassing van het koninklijk besluit |
werden aangeworven. | werden aangeworven. |
Art. 9.Een werkgever mag afzien van zijn verbintenis om in uitvoering |
Art. 9.Een werkgever mag afzien van zijn verbintenis om in uitvoering |
van dit besluit een inspanning inzake tewerkstelling van dit besluit | van dit besluit een inspanning inzake tewerkstelling van dit besluit |
bij de post aangetekende brief, gericht aan het Beheerscomité. Deze | bij de post aangetekende brief, gericht aan het Beheerscomité. Deze |
opzegging neemt een aanvang op de eerste dag van het kwartaal volgend | opzegging neemt een aanvang op de eerste dag van het kwartaal volgend |
op de verzending van de aangetekende brief; zij heeft de beëindiging | op de verzending van de aangetekende brief; zij heeft de beëindiging |
van de betrokken tegemoetkoming of van de betrokken tegemoetkomingen | van de betrokken tegemoetkoming of van de betrokken tegemoetkomingen |
tot gevolg. | tot gevolg. |
IV. Slotbepalingen | IV. Slotbepalingen |
Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 |
Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 |
Art. 11.Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Sociale |
Art. 11.Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Sociale |
Zaken en Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en | Zaken en Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en |
Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van | Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 22 november 2001. | Gegeven te Brussel, 22 november 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Minister van Sociale Zaken, | De Minister van Sociale Zaken, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, | De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, |
Mevr. M. AELVOET | Mevr. M. AELVOET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999. | Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999. |
Wet van 24 december 1999, Belgisch Staatsblad van 27 januari 2000. | Wet van 24 december 1999, Belgisch Staatsblad van 27 januari 2000. |
Koninklijk besluit van 5 februari 1997, Belgisch Staatsblad van 27 | Koninklijk besluit van 5 februari 1997, Belgisch Staatsblad van 27 |
februari 1997. | februari 1997. |