Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst voor bepaalde ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de koopvaardij ressorteren | Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst voor bepaalde ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de koopvaardij ressorteren |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
22 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 22 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken | voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken |
de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst voor | de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst voor |
bepaalde ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de | bepaalde ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de |
koopvaardij ressorteren (1) | koopvaardij ressorteren (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
inzonderheid op artikel 51, § 1, gewijzigd bij de wet van 26 juni | inzonderheid op artikel 51, § 1, gewijzigd bij de wet van 26 juni |
1992, bij het koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983 en bij | 1992, bij het koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983 en bij |
de wet van 26 maart 1999; | de wet van 26 maart 1999; |
Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de koopvaardij; | Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de koopvaardij; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de huidige economische toestand het spoedig invoeren | Overwegende dat de huidige economische toestand het spoedig invoeren |
van een regeling van schorsing van de uitvoering van de | van een regeling van schorsing van de uitvoering van de |
arbeidsovereenkomst voor werklieden rechtvaardigt voor bepaalde | arbeidsovereenkomst voor werklieden rechtvaardigt voor bepaalde |
ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de koopvaardij | ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de koopvaardij |
ressorteren; | ressorteren; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werklieden bedoeld bij |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werklieden bedoeld bij |
artikel 2quater van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de | artikel 2quater van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de |
maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en op hun | maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en op hun |
werkgever. | werkgever. |
Art. 2.Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken kan de |
Art. 2.Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken kan de |
uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden volledig worden | uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden volledig worden |
geschorst vanaf de eerste arbeidsdag volgend op die van de | geschorst vanaf de eerste arbeidsdag volgend op die van de |
kennisgeving. | kennisgeving. |
De kennisgeving geschiedt door aanplakking van een bericht op een goed | De kennisgeving geschiedt door aanplakking van een bericht op een goed |
zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming. | zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming. |
Wanneer de werkman de dag van de aanplakking afwezig is, wordt hem de | Wanneer de werkman de dag van de aanplakking afwezig is, wordt hem de |
kennisgeving dezelfde dag over de post toegezonden. | kennisgeving dezelfde dag over de post toegezonden. |
Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de |
Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de |
arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens | arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens |
economische oorzaken, mag zes maanden niet overschrijden. | economische oorzaken, mag zes maanden niet overschrijden. |
Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering van de | Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering van de |
arbeidsovereenkomst de maximumduur van zes maanden heeft bereikt, moet | arbeidsovereenkomst de maximumduur van zes maanden heeft bereikt, moet |
de werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van | de werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van |
volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens een nieuwe volledige | volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens een nieuwe volledige |
schorsing kan ingaan. | schorsing kan ingaan. |
Art. 4.Mededeling van de bij artikel 2 bedoelde aanplakking of |
Art. 4.Mededeling van de bij artikel 2 bedoelde aanplakking of |
individuele kennisgeving, moet door de werkgever, onder een bij de | individuele kennisgeving, moet door de werkgever, onder een bij de |
post aangetekende omslag, de dag zelf van de aanplakking of van de | post aangetekende omslag, de dag zelf van de aanplakking of van de |
individuele kennisgeving worden gezonden aan het werkloosheidsbureau | individuele kennisgeving worden gezonden aan het werkloosheidsbureau |
van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de | van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de |
onderneming gevestigd is. | onderneming gevestigd is. |
Art. 5.De bij artikel 2 bedoelde kennisgeving en de bij artikel 4 |
Art. 5.De bij artikel 2 bedoelde kennisgeving en de bij artikel 4 |
bedoelde mededeling moeten de datum vermelden waarop de volledige | bedoelde mededeling moeten de datum vermelden waarop de volledige |
schorsing van de uitvoering van de overeenkomst zal ingaan en de datum | schorsing van de uitvoering van de overeenkomst zal ingaan en de datum |
waarop die schorsing een einde zal nemen en de data waarop de | waarop die schorsing een einde zal nemen en de data waarop de |
werklieden werkloos zullen gesteld worden. | werklieden werkloos zullen gesteld worden. |
De bij artikel 4 bedoelde mededeling vermeldt daarenboven de | De bij artikel 4 bedoelde mededeling vermeldt daarenboven de |
economische oorzaken die de volledige schorsing van de uitvoering van | economische oorzaken die de volledige schorsing van de uitvoering van |
de overeenkomst rechtvaardigen en hetzij de naam, de voornamen en het | de overeenkomst rechtvaardigen en hetzij de naam, de voornamen en het |
adres van de werkloos gestelde werklieden, hetzij de afdeling(en) van | adres van de werkloos gestelde werklieden, hetzij de afdeling(en) van |
de onderneming waar de arbeid wordt geschorst. | de onderneming waar de arbeid wordt geschorst. |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000 en houdt op |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000 en houdt op |
van kracht te zijn op 1 januari 2002. | van kracht te zijn op 1 januari 2002. |
Art. 7.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 7.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 22 november 1999. | Gegeven te Brussel, 22 november 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 26 juni 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992. | Wet van 26 juni 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992. |
Koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983, Belgisch Staatsblad | Koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983, Belgisch Staatsblad |
van 21 januari 1984. | van 21 januari 1984. |
Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999. | Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999. |