Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 22/05/2005
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
22 MEI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 22 MEI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende
het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen,
inzonderheid op artikel 14; inzonderheid op artikel 14;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen
reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der
zelfstandigen; zelfstandigen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10
maart 2005; maart 2005;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven
op 22 april 2005; op 22 april 2005;
Gelet op het advies nr. 38.365/3 van de Raad van State, gegeven op 2 Gelet op het advies nr. 38.365/3 van de Raad van State, gegeven op 2
mei 2005 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de mei 2005 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat artikel 175 van de programmawet van 24 december 2004 Overwegende dat artikel 175 van de programmawet van 24 december 2004
artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967
houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen heeft houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen heeft
gewijzigd en dat deze wijziging tot gevolg heeft dat de personen gewijzigd en dat deze wijziging tot gevolg heeft dat de personen
bedoeld in dat artikel 7bis vanaf 1 juli 2005 aan het volledig sociaal bedoeld in dat artikel 7bis vanaf 1 juli 2005 aan het volledig sociaal
statuut der zelfstandigen worden onderworpen daar waar deze verplichte statuut der zelfstandigen worden onderworpen daar waar deze verplichte
onderwerping oorspronkelijk slechts voorzien was voor 1 januari 2006; onderwerping oorspronkelijk slechts voorzien was voor 1 januari 2006;
Overwegende dat deze vervroeging tot gevolg heeft dat onderhavig Overwegende dat deze vervroeging tot gevolg heeft dat onderhavig
besluit zo snel mogelijk dient in werking te treden aangezien dit besluit zo snel mogelijk dient in werking te treden aangezien dit
besluit juist tot doel heeft de verplichte volledige onderwerping aan besluit juist tot doel heeft de verplichte volledige onderwerping aan
het sociaal statuut der zelfstandigen, en meer bepaald op het vlak van het sociaal statuut der zelfstandigen, en meer bepaald op het vlak van
pensioen, voor bepaalde meewerkende echtgenoten toch nog nuttig te pensioen, voor bepaalde meewerkende echtgenoten toch nog nuttig te
maken; maken;
Overwegende dat de bevoegde instanties over de nodige tijd dienen te Overwegende dat de bevoegde instanties over de nodige tijd dienen te
beschikken om hun werking aan dit nieuw besluit aan te passen opdat beschikken om hun werking aan dit nieuw besluit aan te passen opdat
zij op datum van de inwerkingtreding van de verplichte volledige zij op datum van de inwerkingtreding van de verplichte volledige
onderwerping volledig zouden zijn voorbereid; onderwerping volledig zouden zijn voorbereid;
Overwegende dat reeds zeer binnenkort beslisssingen inzake pensioenen Overwegende dat reeds zeer binnenkort beslisssingen inzake pensioenen
dienen te worden genomen waarbij reeds rekening zou dienen te worden dienen te worden genomen waarbij reeds rekening zou dienen te worden
gehouden met in toepassing van de bepalingen van dit besluit gehouden met in toepassing van de bepalingen van dit besluit
gelijkgestelde perioden, en dat bedoelde perioden niet mogen in gelijkgestelde perioden, en dat bedoelde perioden niet mogen in
rekening worden gebracht voor de berekening van het pensioen ten rekening worden gebracht voor de berekening van het pensioen ten
vroegste vanaf de 1e van de maand die volgt op de betaling van de vroegste vanaf de 1e van de maand die volgt op de betaling van de
verschuldigde bijdrage; verschuldigde bijdrage;
Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze
Minister van Pensioenen, Minister van Pensioenen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 36 van het koninklijk besluit van 22 december 1967

Artikel 1.Artikel 36 van het koninklijk besluit van 22 december 1967

houdende algemeen reglement betreffende het rust- en houdende algemeen reglement betreffende het rust- en
overlevingspensioen der zelfstandigen, opgeheven bij koninklijk overlevingspensioen der zelfstandigen, opgeheven bij koninklijk
besluit van 20 september 1984, wordt hersteld in de volgende lezing : besluit van 20 september 1984, wordt hersteld in de volgende lezing :
«

Art. 36.§ 1. Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid :

«

Art. 36.§ 1. Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid :

1° een periode van maximum twee jaar, gelegen vóór 1 januari 2003, 1° een periode van maximum twee jaar, gelegen vóór 1 januari 2003,
waarin de belanghebbende gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in waarin de belanghebbende gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in
artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 38 en waarin de artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 38 en waarin de
belanghebbende vrijwillig onderworpen was aan de verplichte regeling belanghebbende vrijwillig onderworpen was aan de verplichte regeling
voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sectoren der uitkerings- en voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sectoren der uitkerings- en
moederschapverzekering, ten voordele van de zelfstandigen; moederschapverzekering, ten voordele van de zelfstandigen;
2° een periode van maximum twee jaar, gelegen vóór 1 januari 2003, 2° een periode van maximum twee jaar, gelegen vóór 1 januari 2003,
waarin de belanghebbende gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in waarin de belanghebbende gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in
artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 38 en waarin de artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 38 en waarin de
belanghebbende geen eigen rechten heeft geopend in een verplichte belanghebbende geen eigen rechten heeft geopend in een verplichte
regeling voor pensioenen, kinderbijslag en ziekte- en regeling voor pensioenen, kinderbijslag en ziekte- en
invaliditeitsverzekering uit hoofde van een eigen beroepsactiviteit of invaliditeitsverzekering uit hoofde van een eigen beroepsactiviteit of
het genot van een uitkering in het kader van het sociale het genot van een uitkering in het kader van het sociale
zekerheidsstelsel; zekerheidsstelsel;
3° een periode, gelegen vóór 1 januari 2003, waarin de belanghebbende 3° een periode, gelegen vóór 1 januari 2003, waarin de belanghebbende
gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in artikel 2 van het gehuwd was met een zelfstandige bedoeld in artikel 2 van het
koninklijk besluit nr. 38 en waarin de belanghebbende geen eigen koninklijk besluit nr. 38 en waarin de belanghebbende geen eigen
rechten heeft geopend in een verplichte regeling voor pensioenen, rechten heeft geopend in een verplichte regeling voor pensioenen,
kinderbijslag en ziekte- en invaliditeitsverzekering uit hoofde van kinderbijslag en ziekte- en invaliditeitsverzekering uit hoofde van
een eigen beroepsactiviteit of het genot van een uitkering in het een eigen beroepsactiviteit of het genot van een uitkering in het
kader van het sociale zekerheidsstelsel. kader van het sociale zekerheidsstelsel.
§ 2. De in § 1, 1°, bedoelde gelijkstelling kan slechts worden § 2. De in § 1, 1°, bedoelde gelijkstelling kan slechts worden
toegekend indien wordt aangetoond dat de belanghebbende gedurende de toegekend indien wordt aangetoond dat de belanghebbende gedurende de
periode waarvoor de gelijkstelling gevraagd wordt, vrijwillig periode waarvoor de gelijkstelling gevraagd wordt, vrijwillig
aangesloten was bij een sociale verzekeringskas om zich te verzekeren aangesloten was bij een sociale verzekeringskas om zich te verzekeren
tegen ziekte en invaliditeit, sectoren der uitkerings- en tegen ziekte en invaliditeit, sectoren der uitkerings- en
moederschapsverzekering. moederschapsverzekering.
De in § 1, 1°, bedoelde gelijkstelling kan niet worden toegekend voor De in § 1, 1°, bedoelde gelijkstelling kan niet worden toegekend voor
het jaar waarin de door de belanghebbende verschuldigde sociale het jaar waarin de door de belanghebbende verschuldigde sociale
bijdragen, eventuele verhogingen en kosten inbegrepen, niet werden bijdragen, eventuele verhogingen en kosten inbegrepen, niet werden
betaald. betaald.
§ 3. De in § 1, 2° en 3°, beoogde gelijkstellingen kunnen slechts § 3. De in § 1, 2° en 3°, beoogde gelijkstellingen kunnen slechts
worden toegekend wanneer de belanghebbende aantoont gedurende worden toegekend wanneer de belanghebbende aantoont gedurende
datzelfde jaar ook effectief actief geweest te zijn als helper van de datzelfde jaar ook effectief actief geweest te zijn als helper van de
echtgenoot-zelfstandige. echtgenoot-zelfstandige.
Dit bewijs kan worden geleverd aan de hand van de volgende middelen : Dit bewijs kan worden geleverd aan de hand van de volgende middelen :
1. de toekenning voor datzelfde jaar van een meewerkinkomen 1. de toekenning voor datzelfde jaar van een meewerkinkomen
overeenkomstig artikel 86 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen; overeenkomstig artikel 86 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
2. geschriften en documenten die tijdens dat jaar werden opgemaakt; 2. geschriften en documenten die tijdens dat jaar werden opgemaakt;
3. getuigenbewijs. 3. getuigenbewijs.
De in § 1, 1° en 2°, beoogde gelijkstellingen kunnen echter niet De in § 1, 1° en 2°, beoogde gelijkstellingen kunnen echter niet
worden toegekend voor een jaar waarvoor de geholpen zelfstandige niet worden toegekend voor een jaar waarvoor de geholpen zelfstandige niet
alle bijdragen bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit alle bijdragen bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit
nr. 72 heeft betaald. nr. 72 heeft betaald.
§ 4. De gelijkstellingen beoogd bij § 1 kunnen slechts worden § 4. De gelijkstellingen beoogd bij § 1 kunnen slechts worden
toegekend indien de belanghebbende geboren is vóór 1 december 1970, en toegekend indien de belanghebbende geboren is vóór 1 december 1970, en
voorzover hij geen loopbaan kan rechtvaardigen, hetzij uitsluitend in voorzover hij geen loopbaan kan rechtvaardigen, hetzij uitsluitend in
het stelsel der zelfstandigen, hetzij in het geheel van het stelsel het stelsel der zelfstandigen, hetzij in het geheel van het stelsel
der zelfstandigen en dat van de loontrekkenden, hetzij in een ander der zelfstandigen en dat van de loontrekkenden, hetzij in een ander
pensioenstelsel gevestigd door of krachtens een wet, een provinciaal pensioenstelsel gevestigd door of krachtens een wet, een provinciaal
reglement of door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, reglement of door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen,
gesitueerd vóór 15 januari van het jaar tijdens hetwelk hij de gesitueerd vóór 15 januari van het jaar tijdens hetwelk hij de
leeftijd bereikt geregeld door de artikelen 3 en 16 van het koninklijk leeftijd bereikt geregeld door de artikelen 3 en 16 van het koninklijk
besluit van 30 januari 1997, die twee derden overschrijdt van een besluit van 30 januari 1997, die twee derden overschrijdt van een
beroepsloopbaan aangevuld na toepassing van § 1. beroepsloopbaan aangevuld na toepassing van § 1.
Voor de belanghebbenden geboren vóór 1 januari 1956 kunnen de in § 1 Voor de belanghebbenden geboren vóór 1 januari 1956 kunnen de in § 1
beoogde gelijkstellingen bovendien slechts worden toegekend wanneer beoogde gelijkstellingen bovendien slechts worden toegekend wanneer
deze belanghebbenden voor een periode na 31 december 2002 geopteerd deze belanghebbenden voor een periode na 31 december 2002 geopteerd
hebben voor de vrijwillige onderwerping aan de sectoren gezinsbijslag, hebben voor de vrijwillige onderwerping aan de sectoren gezinsbijslag,
ziekte- en invaliditeitsverzekering en rust- en overlevingspensioen ziekte- en invaliditeitsverzekering en rust- en overlevingspensioen
ten voordele van de zelfstandigen. ten voordele van de zelfstandigen.
§ 5. De in § 1 beoogde gelijkstellingen kunnen slechts worden § 5. De in § 1 beoogde gelijkstellingen kunnen slechts worden
toegekend zo de belanghebbende daartoe een aanvraag indient en zo hij toegekend zo de belanghebbende daartoe een aanvraag indient en zo hij
voor het jaar dat in aanmerking komt voor de gelijkstelling een voor het jaar dat in aanmerking komt voor de gelijkstelling een
bijdrage betaalt. bijdrage betaalt.
De berekeningswijze van deze bijdrage wordt door Ons vastgesteld. De berekeningswijze van deze bijdrage wordt door Ons vastgesteld.
§ 6. De belanghebbende dient de in de vorige paragraaf bedoelde § 6. De belanghebbende dient de in de vorige paragraaf bedoelde
bijdrage te betalen, hetzij door middel van een eenmalige betaling bijdrage te betalen, hetzij door middel van een eenmalige betaling
binnen de maand die volgt op de betekening van de beslissing van het binnen de maand die volgt op de betekening van de beslissing van het
Rijksinstituut, hetzij volgens een door dit Rijksinstituut opgesteld Rijksinstituut, hetzij volgens een door dit Rijksinstituut opgesteld
aflossingsplan. Bij het vaststellen van dit plan wordt rekening aflossingsplan. Bij het vaststellen van dit plan wordt rekening
gehouden met een enkelvoudige intrest van 6,5 pct. per jaar. gehouden met een enkelvoudige intrest van 6,5 pct. per jaar.
§ 7. De in § 1 bedoelde gelijkstellingen kunnen slechts worden § 7. De in § 1 bedoelde gelijkstellingen kunnen slechts worden
toegekend in het geval dat het totaal bedrag van de beroepsinkomsten toegekend in het geval dat het totaal bedrag van de beroepsinkomsten
van de geholpen zelfstandige en van de meewerkende echtgenoot, zoals van de geholpen zelfstandige en van de meewerkende echtgenoot, zoals
beoogd in artikel 11, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. beoogd in artikel 11, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr.
38, medegedeeld door de Administratie der Directe Belastingen 38, medegedeeld door de Administratie der Directe Belastingen
overeenkomstig artikel 11, § 2, zesde lid, van het koninklijk besluit overeenkomstig artikel 11, § 2, zesde lid, van het koninklijk besluit
nr. 38 en die als basis dienen voor de berekening van de sociale nr. 38 en die als basis dienen voor de berekening van de sociale
bijdragen voor het jaar gedurende hetwelk de in toepassing van § 5 van bijdragen voor het jaar gedurende hetwelk de in toepassing van § 5 van
dit besluit bedoelde aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend, dit besluit bedoelde aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend,
aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer aan de aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer aan de
consumptieprijzen, 15.000 euro niet overstijgt. consumptieprijzen, 15.000 euro niet overstijgt.
De toepassingsmodaliteiten van de vorige alinea, worden door Ons De toepassingsmodaliteiten van de vorige alinea, worden door Ons
bepaald. bepaald.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking vanaf de dag van publicatie in

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking vanaf de dag van publicatie in

het Belgisch Staatsblad en houdt op uitwerking te hebben op 31 het Belgisch Staatsblad en houdt op uitwerking te hebben op 31
december 2009. december 2009.

Art. 3.Onze Minister van Middenstand en Onze Minister van Pensioenen

Art. 3.Onze Minister van Middenstand en Onze Minister van Pensioenen

zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 22 mei 2005. Gegeven te Brussel, op 22 mei 2005.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Middenstand, De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK B. TOBBACK
^