← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en tuinen" "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en tuinen" | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en tuinen" |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
22 JUNI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 22 JUNI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende |
de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en | de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en |
tuinen" (1) | tuinen" (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende |
de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en | de arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en |
tuinen". | tuinen". |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 22 juni 2020. | Gegeven te Brussel, 22 juni 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2020 |
Arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en | Arbeidsduur in de sector "inplanten en onderhouden van parken en |
tuinen" (Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2020 onder het nummer | tuinen" (Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2020 onder het nummer |
157479/CO/145) | 157479/CO/145) |
Artikel 1.Toepassingsgebied |
Artikel 1.Toepassingsgebied |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de | Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
ondernemingen en hun werknemers die ressorteren onder het | ondernemingen en hun werknemers die ressorteren onder het |
toepassingsgebied van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en | toepassingsgebied van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en |
waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het aanleggen en het onderhouden | waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het aanleggen en het onderhouden |
van parken en tuinen. | van parken en tuinen. |
Onder "werknemers" wordt verstaan : zowel de arbeiders als de | Onder "werknemers" wordt verstaan : zowel de arbeiders als de |
arbeidsters. | arbeidsters. |
Art. 2.Arbeidsduur |
Art. 2.Arbeidsduur |
§ 1. De arbeidsduur bedoeld in artikel 19 en artikel 20, § 1 van de | § 1. De arbeidsduur bedoeld in artikel 19 en artikel 20, § 1 van de |
arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) | arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) |
bedraagt 38 uren. | bedraagt 38 uren. |
§ 2. Deze arbeidsduur van 38 uren per week wordt bereikt als een | § 2. Deze arbeidsduur van 38 uren per week wordt bereikt als een |
gemiddelde op jaarbasis. De referteperiode van één jaar wordt op | gemiddelde op jaarbasis. De referteperiode van één jaar wordt op |
ondernemingsvlak in het arbeidsreglement vastgesteld. Bij ontstentenis | ondernemingsvlak in het arbeidsreglement vastgesteld. Bij ontstentenis |
van een andere aanduiding in het arbeidsreglement, neemt de | van een andere aanduiding in het arbeidsreglement, neemt de |
referteperiode een aanvang op 1 april en eindigt op 31 maart van het | referteperiode een aanvang op 1 april en eindigt op 31 maart van het |
volgend kalenderjaar. | volgend kalenderjaar. |
§ 3. Om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren te bereiken, | § 3. Om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren te bereiken, |
kunnen de werkgevers kiezen uit de volgende vier mogelijkheden : | kunnen de werkgevers kiezen uit de volgende vier mogelijkheden : |
1. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38u/week zonder | 1. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38u/week zonder |
compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt in het | compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt in het |
regime van de 38-urenweek; | regime van de 38-urenweek; |
2. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 40u/week met 12 | 2. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 40u/week met 12 |
onbetaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt | onbetaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt |
in het regime van de 38-urenweek; | in het regime van de 38-urenweek; |
3. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 39u/week met 6 | 3. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 39u/week met 6 |
onbetaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt | onbetaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt |
in het regime van de 38-urenweek; | in het regime van de 38-urenweek; |
4. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 39u/week met 6 | 4. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 39u/week met 6 |
betaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt | betaalde compensatiedagen. In dit geval wordt het uurloon uitgedrukt |
in het regime van de 39-urenweek. | in het regime van de 39-urenweek. |
Er worden dan ook twee loonbarema's gepubliceerd : regime van 38u/week | Er worden dan ook twee loonbarema's gepubliceerd : regime van 38u/week |
en 39u/week. | en 39u/week. |
§ 4. De effectieve gemiddelde arbeidsduur van 38 uren, 39 uren en 40 | § 4. De effectieve gemiddelde arbeidsduur van 38 uren, 39 uren en 40 |
uren bedoeld in § 3 hierboven moet gerespecteerd worden gedurende de | uren bedoeld in § 3 hierboven moet gerespecteerd worden gedurende de |
referentieperiode bedoeld in § 1. Gedurende de referentieperiode kan | referentieperiode bedoeld in § 1. Gedurende de referentieperiode kan |
deze gemiddelde arbeidsduur overschreden worden in toepassing van het | deze gemiddelde arbeidsduur overschreden worden in toepassing van het |
koninklijk besluit van 28 september 2003 genomen in uitvoering van | koninklijk besluit van 28 september 2003 genomen in uitvoering van |
artikel 23 van de arbeidswet van 16 maart 1971. | artikel 23 van de arbeidswet van 16 maart 1971. |
§ 5. Elke werkgever maakt op ondernemingsvlak een keuze uit de | § 5. Elke werkgever maakt op ondernemingsvlak een keuze uit de |
mogelijkheden vermeld in artikel 2, § 3. Deze keuzemogelijkheid moet | mogelijkheden vermeld in artikel 2, § 3. Deze keuzemogelijkheid moet |
opgenomen worden in het arbeidsreglement en in de individuele | opgenomen worden in het arbeidsreglement en in de individuele |
arbeidsovereenkomst. Indien dit niet het geval is, wordt verondersteld | arbeidsovereenkomst. Indien dit niet het geval is, wordt verondersteld |
dat de werknemer wordt tewerkgesteld en betaald in het stelsel van de | dat de werknemer wordt tewerkgesteld en betaald in het stelsel van de |
38u/week. | 38u/week. |
Art. 3.Compensatiedagen |
Art. 3.Compensatiedagen |
§ 1. De arbeidsduur van 38 uren gemiddeld per week wordt voor de | § 1. De arbeidsduur van 38 uren gemiddeld per week wordt voor de |
ondernemingen bedoeld in artikel 2, § 3, 2., 3. en 4. bekomen door het | ondernemingen bedoeld in artikel 2, § 3, 2., 3. en 4. bekomen door het |
toekennen op jaarbasis van 6 of 12 compensatiedagen. | toekennen op jaarbasis van 6 of 12 compensatiedagen. |
De werknemers die het gehele jaar in dienst geweest zijn van dezelfde | De werknemers die het gehele jaar in dienst geweest zijn van dezelfde |
werkgever en die arbeidsprestaties of daarmee gelijkgestelde periodes | werkgever en die arbeidsprestaties of daarmee gelijkgestelde periodes |
kunnen aantonen, hebben recht op respectievelijk 6 of 12 | kunnen aantonen, hebben recht op respectievelijk 6 of 12 |
compensatiedagen. | compensatiedagen. |
§ 2. Werknemers die in de loop van een jaar in dienst gekomen zijn of | § 2. Werknemers die in de loop van een jaar in dienst gekomen zijn of |
uit dienst gegaan zijn, hebben recht op één of twee compensatiedag(en) | uit dienst gegaan zijn, hebben recht op één of twee compensatiedag(en) |
per schijf van twee maanden die zij in de onderneming in dienst waren. | per schijf van twee maanden die zij in de onderneming in dienst waren. |
De deeltijdse werknemers hebben dit recht in verhouding tot hun | De deeltijdse werknemers hebben dit recht in verhouding tot hun |
arbeidsregime. | arbeidsregime. |
§ 3. Voor de vaststelling van het aantal compensatiedagen wordt | § 3. Voor de vaststelling van het aantal compensatiedagen wordt |
rekening gehouden met de effectieve prestaties. | rekening gehouden met de effectieve prestaties. |
De periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst | De periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst |
worden gelijkgesteld met arbeidsprestaties voor zover zij recht geven | worden gelijkgesteld met arbeidsprestaties voor zover zij recht geven |
op de betaling van een gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, | op de betaling van een gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, |
alsook de periodes van jaarlijkse vakantie. | alsook de periodes van jaarlijkse vakantie. |
§ 4. De op ondernemingsvlak voorziene compensatiedagen worden | § 4. De op ondernemingsvlak voorziene compensatiedagen worden |
opgenomen overeenkomstig de hieromtrent tussen de werkgever en de | opgenomen overeenkomstig de hieromtrent tussen de werkgever en de |
werknemers gemaakte afspraken. Het is zo te verstaan dat de niet | werknemers gemaakte afspraken. Het is zo te verstaan dat de niet |
opgenomen verworven compensatiedagen verplichtend opeenvolgend dienen | opgenomen verworven compensatiedagen verplichtend opeenvolgend dienen |
te worden opgenomen vanaf de arbeidsdag die volgt op de betaalde | te worden opgenomen vanaf de arbeidsdag die volgt op de betaalde |
feestdag van 25 december. Mocht blijken dat de verplichting van dit | feestdag van 25 december. Mocht blijken dat de verplichting van dit |
artikel niet meer integraal kan gerealiseerd worden in het betrokken | artikel niet meer integraal kan gerealiseerd worden in het betrokken |
kalenderjaar, dan worden de resterende verworven compensatiedagen | kalenderjaar, dan worden de resterende verworven compensatiedagen |
verder uitgeput vanaf de eerste arbeidsdag van het volgende | verder uitgeput vanaf de eerste arbeidsdag van het volgende |
kalenderjaar. | kalenderjaar. |
Art. 4.Betwistingen |
Art. 4.Betwistingen |
Betwistingen omtrent het al of niet recht hebben in hoofde van | Betwistingen omtrent het al of niet recht hebben in hoofde van |
bepaalde werknemers op compensatiedagen, worden voorgelegd aan het | bepaalde werknemers op compensatiedagen, worden voorgelegd aan het |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf. Mocht blijken dat het | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf. Mocht blijken dat het |
paritair comité vaststelt dat de werkgever in gebreke blijft wat de | paritair comité vaststelt dat de werkgever in gebreke blijft wat de |
betaling van de voorziene compensatiedagen betreft, dan waarborgt het | betaling van de voorziene compensatiedagen betreft, dan waarborgt het |
sociaal fonds de betaling. | sociaal fonds de betaling. |
Het waarborgfonds wordt gesubrogeerd in de rechten van de individuele | Het waarborgfonds wordt gesubrogeerd in de rechten van de individuele |
werknemers ten opzichte van zijn werkgever. | werknemers ten opzichte van zijn werkgever. |
Art. 5.Slotbepalingen |
Art. 5.Slotbepalingen |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari | Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari |
2020 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij vervangt de | 2020 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij vervangt de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2018 inzake de arbeidsduur | collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2018 inzake de arbeidsduur |
in de sector "inplanten en onderhouden van parken en tuinen" | in de sector "inplanten en onderhouden van parken en tuinen" |
(geregistreerd onder het nummer 146443/CO/145). | (geregistreerd onder het nummer 146443/CO/145). |
Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen, mits een | Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen, mits een |
opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post | opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post |
aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het | aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het |
tuinbouwbedrijf. | tuinbouwbedrijf. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juni |
2020. | 2020. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |