Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren (1) | Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
22 APRIL 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 22 APRIL 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en metalen | opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en metalen |
gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de metaal-, | gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de metaal-, |
machine- en elektrische bouw (PC 111) ressorteren (1) | machine- en elektrische bouw (PC 111) ressorteren (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
artikel 61, § 1, genummerd bij de wet van 20 juli 1991; | artikel 61, § 1, genummerd bij de wet van 20 juli 1991; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 september 2003 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 7 september 2003 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en | van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en |
metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de | metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de |
metaal-, machine- en elektrische bouw (P.C. 111) ressorteren; | metaal-, machine- en elektrische bouw (P.C. 111) ressorteren; |
Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de metaal-, | Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de metaal-, |
machine- en elektrische bouw van 11 juli 2011; | machine- en elektrische bouw van 11 juli 2011; |
Gelet op advies 50.890/1 van de Raad van State, gegeven op 16 februari | Gelet op advies 50.890/1 van de Raad van State, gegeven op 16 februari |
2012 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten | 2012 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten |
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
werklieden van de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten | werklieden van de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten |
monteren die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en | monteren die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en |
elektrische bouw ressorteren, zowel voor de arbeidsovereenkomsten | elektrische bouw ressorteren, zowel voor de arbeidsovereenkomsten |
waarvan de uitwerking vóór 1 januari 2012 is aangevangen als diegene | waarvan de uitwerking vóór 1 januari 2012 is aangevangen als diegene |
waarop artikel 65/1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | waarop artikel 65/1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten van toepassing is. | arbeidsovereenkomsten van toepassing is. |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde |
lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten | lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten |
wordt, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de | wordt, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de |
arbeidsovereenkomst voor werklieden, vastgesteld op : | arbeidsovereenkomst voor werklieden, vastgesteld op : |
- achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en | - achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en |
veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de | veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de |
werklieden betreft die minder dan zes maanden ononderbroken bij | werklieden betreft die minder dan zes maanden ononderbroken bij |
dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en | - tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en |
veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de | veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de |
werklieden betreft die tussen zes maanden en minder dan vijf jaren | werklieden betreft die tussen zes maanden en minder dan vijf jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- negenenveertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat | - negenenveertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat |
en veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de | en veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de |
werklieden betreft die tussen vijf jaar en minder dan tien jaren | werklieden betreft die tussen vijf jaar en minder dan tien jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- vierentachtig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en | - vierentachtig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en |
achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat | achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat |
de werklieden betreft die tussen tien en minder dan vijftien jaren | de werklieden betreft die tussen tien en minder dan vijftien jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- honderdentwaalf dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat | - honderdentwaalf dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat |
en achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat | en achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat |
wat de werklieden betreft die tussen vijftien en minder dan twintig | wat de werklieden betreft die tussen vijftien en minder dan twintig |
jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- honderdvierenvijftig dagen wanneer de opzegging van de werkgever | - honderdvierenvijftig dagen wanneer de opzegging van de werkgever |
uitgaat en tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werknemer | uitgaat en tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werknemer |
uitgaat wat de werklieden betreft die tussen twintig en minder dan | uitgaat wat de werklieden betreft die tussen twintig en minder dan |
vijfentwintig jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst | vijfentwintig jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst |
zijn gebleven; | zijn gebleven; |
- honderdzesennegentig dagen wanneer de opzegging van de werkgever | - honderdzesennegentig dagen wanneer de opzegging van de werkgever |
uitgaat en tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werknemer | uitgaat en tweeënveertig dagen wanneer de opzegging van de werknemer |
uitgaat wat de werklieden betreft die ten minste vijfentwintig jaren | uitgaat wat de werklieden betreft die ten minste vijfentwintig jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. |
Art. 3.In afwijking van artikel 2 van dit besluit, in geval van |
Art. 3.In afwijking van artikel 2 van dit besluit, in geval van |
ontslag met het oog op brugpensioen wordt de opzeggingstermijn | ontslag met het oog op brugpensioen wordt de opzeggingstermijn |
vastgesteld op : | vastgesteld op : |
- vijfendertig dagen wat de werklieden betreft die minder dan twintig | - vijfendertig dagen wat de werklieden betreft die minder dan twintig |
jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- zeventig dagen wat de werklieden betreft die ten minste twintig | - zeventig dagen wat de werklieden betreft die ten minste twintig |
jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. | jaren ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. |
Art. 4.§ 1. In afwijking van artikel 2 van dit besluit, in geval van |
Art. 4.§ 1. In afwijking van artikel 2 van dit besluit, in geval van |
herstructurering, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op : | herstructurering, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op : |
- vijfendertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en | - vijfendertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en |
veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de | veertien dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat de |
werklieden betreft die minder dan tien jaren ononderbroken bij | werklieden betreft die minder dan tien jaren ononderbroken bij |
dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- zeventig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en | - zeventig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en |
eenentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat | eenentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat wat |
de werklieden betreft die tussen tien en minder dan twintig jaren | de werklieden betreft die tussen tien en minder dan twintig jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- honderddrieëndertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever | - honderddrieëndertig dagen wanneer de opzegging van de werkgever |
uitgaat en achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer | uitgaat en achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werknemer |
uitgaat wat de werklieden betreft die ten minste twintig jaren | uitgaat wat de werklieden betreft die ten minste twintig jaren |
ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. | ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven. |
§ 2. Deze afwijkende opzeggingstermijnen gelden op voorwaarde dat deze | § 2. Deze afwijkende opzeggingstermijnen gelden op voorwaarde dat deze |
opzeggingstermijnen worden bevestigd in een op ondernemingsvlak | opzeggingstermijnen worden bevestigd in een op ondernemingsvlak |
gesloten collectieve arbeidsovereenkomst overeenkomstig de bepalingen | gesloten collectieve arbeidsovereenkomst overeenkomstig de bepalingen |
van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. |
§ 3. Onder herstructurering wordt verstaan elke vorm van meervoudig | § 3. Onder herstructurering wordt verstaan elke vorm van meervoudig |
ontslag : elk ontslag, met uitzondering van ontslag om dringende | ontslag : elk ontslag, met uitzondering van ontslag om dringende |
redenen, dat in de loop van een ononderbroken periode van zestig | redenen, dat in de loop van een ononderbroken periode van zestig |
kalenderdagen een aantal werklieden treft dat ten minste tien procent | kalenderdagen een aantal werklieden treft dat ten minste tien procent |
bedraagt van het gemiddeld werkliedenbestand van het kalenderjaar dat | bedraagt van het gemiddeld werkliedenbestand van het kalenderjaar dat |
het ontslag voorafgaat, met een minimum van drie werklieden voor | het ontslag voorafgaat, met een minimum van drie werklieden voor |
ondernemingen met minder dan dertig werklieden. Ook de ontslagen | ondernemingen met minder dan dertig werklieden. Ook de ontslagen |
ingevolge een faling of een sluiting vallen onder toepassing van deze | ingevolge een faling of een sluiting vallen onder toepassing van deze |
definitie. | definitie. |
Art. 5.De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van dit |
Art. 5.De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van dit |
besluit blijven al hun gevolgen behouden. | besluit blijven al hun gevolgen behouden. |
Art. 6.Het koninklijk besluit van 7 september 2003 tot vaststelling |
Art. 6.Het koninklijk besluit van 7 september 2003 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en | van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen welke bruggen en |
metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de | metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de |
metaal-, machine- en elektrische bouw (PC 111) ressorteren wordt | metaal-, machine- en elektrische bouw (PC 111) ressorteren wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 8.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 8.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 22 april 2012. | Gegeven te Brussel, 22 april 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
M. DE CONINCK | M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. | Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. |