Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 21/01/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
21 JANUARI 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 21 JANUARI 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen reglement der
scheepvaartwegen van het Koninkrijk scheepvaartwegen van het Koninkrijk
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, Gelet op de Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen,
Bijlage en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te Genève op 15 Bijlage en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te Genève op 15
februari 1966, en voor wat België betreft in werking getreden op 19 februari 1966, en voor wat België betreft in werking getreden op 19
april 1975; april 1975;
Gelet op artikel 37 van de Grondwet; Gelet op artikel 37 van de Grondwet;
Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende algemeen
reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk, gewijzigd bij de reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 29 juni 1936, 11 september 1936, 1 december koninklijke besluiten van 29 juni 1936, 11 september 1936, 1 december
1938, bij de regentsbesluiten van 21 juni 1945, 2 juli 1945, 18 1938, bij de regentsbesluiten van 21 juni 1945, 2 juli 1945, 18
september 1945, 27 februari 1946, 10 juli 1946, 16 december 1946, 5 september 1945, 27 februari 1946, 10 juli 1946, 16 december 1946, 5
april 1947, 6 juli 1948 en bij de koninklijke besluiten van 7 april 1947, 6 juli 1948 en bij de koninklijke besluiten van 7
september 1950, 13 juli 1951, 22 december 1951, 17 juni 1952, 11 september 1950, 13 juli 1951, 22 december 1951, 17 juni 1952, 11
december 1952, 31 oktober 1953, 12 januari 1954, 12 september 1956, 17 december 1952, 31 oktober 1953, 12 januari 1954, 12 september 1956, 17
oktober 1956, 30 januari 1957, 12 juli 1957, 31 juli 1957, 22 oktober oktober 1956, 30 januari 1957, 12 juli 1957, 31 juli 1957, 22 oktober
1958, 25 maart 1964, 11 oktober 1967, 14 december 1971, 5 mei 1975, 3 1958, 25 maart 1964, 11 oktober 1967, 14 december 1971, 5 mei 1975, 3
november 1975, 25 juli 1977, 15 september 1978, 14 december 1979, 28 november 1975, 25 juli 1977, 15 september 1978, 14 december 1979, 28
april 1981, 26 mei 1983, 3 oktober 1986, 19 december 1986, 28 maart april 1981, 26 mei 1983, 3 oktober 1986, 19 december 1986, 28 maart
1988, 25 mei 1992 en 2 juni 1993; 1988, 25 mei 1992 en 2 juni 1993;
Overwegende dat de gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen Overwegende dat de gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen
van dit besluit; van dit besluit;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het noodzakelijk is de Belgische wetgeving dringend in Overwegende dat het noodzakelijk is de Belgische wetgeving dringend in
overeenstemming te brengen met de evolutie op het gebied van de meting overeenstemming te brengen met de evolutie op het gebied van de meting
der binnenvaartuigen, met inachtneming van de bepalingen van de der binnenvaartuigen, met inachtneming van de bepalingen van de
Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, Bijlage en Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, Bijlage en
Protocol van Ondertekening, opgemaakt te Genève op 15 februari 1966 en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te Genève op 15 februari 1966 en
voor wat België betreft in werking getreden op 19 april 1975; dat voor wat België betreft in werking getreden op 19 april 1975; dat
bovendien onverwijld wijzigingen dienen te worden aangebracht aan de bovendien onverwijld wijzigingen dienen te worden aangebracht aan de
vigerende wetgeving om een aantal personeelsleden van de voormalige vigerende wetgeving om een aantal personeelsleden van de voormalige
Regie voor Maritiem Transport te kunnen aanstellen als scheepsmeter Regie voor Maritiem Transport te kunnen aanstellen als scheepsmeter
zodat de continuïteit van de meting der binnenvaartuigen verzekerd zodat de continuïteit van de meting der binnenvaartuigen verzekerd
blijft; dat België blijkens de bovengenoemde Overeenkomst immers de blijft; dat België blijkens de bovengenoemde Overeenkomst immers de
verplichting op zich heeft genomen om de scheepsmeting op het Belgisch verplichting op zich heeft genomen om de scheepsmeting op het Belgisch
grondgebied te organiseren; grondgebied te organiseren;
Op de voordracht van Onze Minister van Vervoer, Op de voordracht van Onze Minister van Vervoer,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 8, 2°, van het koninklijk besluit van 15 oktober

Artikel 1.Artikel 8, 2°, van het koninklijk besluit van 15 oktober

1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het 1935 houdende algemeen reglement der scheepvaartwegen van het
Koninkrijk, wordt vervangen door wat volgt : Koninkrijk, wordt vervangen door wat volgt :
« 2° van de in goede staat bewaarde meetbrief met een geldigheidsduur « 2° van de in goede staat bewaarde meetbrief met een geldigheidsduur
van ten hoogste vijftien jaar of van een afschrift dat deze meetbrief van ten hoogste vijftien jaar of van een afschrift dat deze meetbrief
vervangt, uitgereikt hetzij door het Bestuur van de Maritieme Zaken en vervangt, uitgereikt hetzij door het Bestuur van de Maritieme Zaken en
van de Scheepvaart hetzij door de bevoegde autoriteit van één van de van de Scheepvaart hetzij door de bevoegde autoriteit van één van de
andere Staten, gebonden door de Overeenkomst nopens de meting van andere Staten, gebonden door de Overeenkomst nopens de meting van
binnenvaartuigen, Bijlage en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te binnenvaartuigen, Bijlage en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te
Genève op 15 februari 1966. Genève op 15 februari 1966.
De pleziervaartuigen met een romplengte kleiner dan 15 m dienen echter De pleziervaartuigen met een romplengte kleiner dan 15 m dienen echter
niet in bezit te zijn van een meetbrief. niet in bezit te zijn van een meetbrief.
In uitzonderlijke gevallen en op aanvraag van de schipper kan de In uitzonderlijke gevallen en op aanvraag van de schipper kan de
ingenieur-directeur van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de ingenieur-directeur van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de
Scheepvaart bevoegd voor de meting van binnenvaartuigen, schriftelijke Scheepvaart bevoegd voor de meting van binnenvaartuigen, schriftelijke
toelating verlenen om met een ledig vaartuig zonder meetbrief een toelating verlenen om met een ledig vaartuig zonder meetbrief een
bepaalde reisweg af te leggen. Die aanvraag vermeldt de redenen waarop bepaalde reisweg af te leggen. Die aanvraag vermeldt de redenen waarop
ze steunt, de af te leggen reisweg, de afmetingen van het vaartuig, en ze steunt, de af te leggen reisweg, de afmetingen van het vaartuig, en
naam en adres van de eigenaar; ». naam en adres van de eigenaar; ».

Art. 2.Artikel 9, § 1, 3, eerste zin, van hetzelfde besluit wordt

Art. 2.Artikel 9, § 1, 3, eerste zin, van hetzelfde besluit wordt

vervangen door wat volgt : vervangen door wat volgt :
« 3. De plezierboten met een romplengte groter dan of gelijk aan 15 m « 3. De plezierboten met een romplengte groter dan of gelijk aan 15 m
zijn onderworpen aan de voorschriften van titel II, hoofdstuk I, van zijn onderworpen aan de voorschriften van titel II, hoofdstuk I, van
dit reglement. » dit reglement. »

Art. 3.In artikel 28 van hetzelfde besluit worden volgende

Art. 3.In artikel 28 van hetzelfde besluit worden volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° § 2, 8°, wordt opgeheven; 1° § 2, 8°, wordt opgeheven;
2° § 6 wordt vervangen door wat volgt : 2° § 6 wordt vervangen door wat volgt :
« De sluismeesters maken zoveel mogelijk gebruik van eenzelfde « De sluismeesters maken zoveel mogelijk gebruik van eenzelfde
schutting om twee in tegenovergestelde richting varende vaartuigen schutting om twee in tegenovergestelde richting varende vaartuigen
door te laten. door te laten.
Wanneer de te schutten vaartuigen te groot zijn om met twee of meer Wanneer de te schutten vaartuigen te groot zijn om met twee of meer
tegelijk geschut te worden, nemen de sluismeesters bij de schutting tegelijk geschut te worden, nemen de sluismeesters bij de schutting
van een groot vaartuig één of meer vaartuigen van kleine afmetingen. van een groot vaartuig één of meer vaartuigen van kleine afmetingen.
De in § 2, 1°, opgesomde vaartuigen worden echter steeds afzonderlijk De in § 2, 1°, opgesomde vaartuigen worden echter steeds afzonderlijk
geschut. » geschut. »

Art. 4.In artikel 67 van hetzelfde besluit worden volgende

Art. 4.In artikel 67 van hetzelfde besluit worden volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in de 1. worden de eerste twee zinnen vervangen door wat volgt : 1° in de 1. worden de eerste twee zinnen vervangen door wat volgt :
« 1. De vaartuigen worden gemeten door ambtenaren van het Bestuur van « 1. De vaartuigen worden gemeten door ambtenaren van het Bestuur van
de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, die tot scheepsmeter zijn de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, die tot scheepsmeter zijn
aangesteld door de Minister die de Maritieme Zaken en de Scheepvaart aangesteld door de Minister die de Maritieme Zaken en de Scheepvaart
in zijn bevoegdheid heeft. De vaartuigen kunnen ook worden gemeten in zijn bevoegdheid heeft. De vaartuigen kunnen ook worden gemeten
door andere personen of organisaties, die daartoe zijn gemachtigd door door andere personen of organisaties, die daartoe zijn gemachtigd door
dezelfde Minister. Deze kan de scheepsmeters ontheffen van hun functie dezelfde Minister. Deze kan de scheepsmeters ontheffen van hun functie
of de machtiging intrekken van de personen of organisaties die belast of de machtiging intrekken van de personen of organisaties die belast
zijn met de uitvoering van de scheepsmeting. »; zijn met de uitvoering van de scheepsmeting. »;
2° de 2 wordt opgeheven; 2° de 2 wordt opgeheven;
3° de 3 wordt vervangen door wat volgt : 3° de 3 wordt vervangen door wat volgt :
« 3. De Minister die de Maritieme Zaken en de Scheepvaart in zijn « 3. De Minister die de Maritieme Zaken en de Scheepvaart in zijn
bevoegdheid heeft, stelt de regels vast voor de organisatie van de bevoegdheid heeft, stelt de regels vast voor de organisatie van de
scheepsmeting, bepaalt de plaats en de organisatie van de scheepsmeting, bepaalt de plaats en de organisatie van de
inschrijvingskantoren en het model van de meetbrief. » inschrijvingskantoren en het model van de meetbrief. »

Art. 5.Artikel 68, 11°, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 5.Artikel 68, 11°, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 6.Artikel 71 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

Art. 6.Artikel 71 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

volgende bepaling : volgende bepaling :
«

Art. 71.§ 1. Aan weerszijden van het vaartuig en op elk ijkmerk

«

Art. 71.§ 1. Aan weerszijden van het vaartuig en op elk ijkmerk

wordt door de scheepsmeter, in duidelijk leesbare en onuitwisbare wordt door de scheepsmeter, in duidelijk leesbare en onuitwisbare
tekens van 2,5 à 3 cm hoogte, het metingsmerk aangebracht. Het tekens van 2,5 à 3 cm hoogte, het metingsmerk aangebracht. Het
metingsmerk is samengesteld uit : metingsmerk is samengesteld uit :
a) de kenmerkende letters van het inschrijvingskantoor; a) de kenmerkende letters van het inschrijvingskantoor;
b) het nummer van de inschrijving in het inschrijvingsregister; b) het nummer van de inschrijving in het inschrijvingsregister;
c) de onderscheidingsletter van het land (B voor België). c) de onderscheidingsletter van het land (B voor België).
Het metingsmerk moet minstens tweemaal in onuitwisbare tekens op de Het metingsmerk moet minstens tweemaal in onuitwisbare tekens op de
meest duurzame delen van het vaartuig door de scheepsmeter worden meest duurzame delen van het vaartuig door de scheepsmeter worden
aangebracht. aangebracht.
§ 2. Het metingsmerk wordt door de schipper op de achtersteven van het § 2. Het metingsmerk wordt door de schipper op de achtersteven van het
vaartuig geschilderd. » vaartuig geschilderd. »

Art. 7.Artikel 72 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 7.Artikel 72 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 8.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 8.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 74.§ 1. In geval van geheel of gedeeltelijk verlies of in

«

Art. 74.§ 1. In geval van geheel of gedeeltelijk verlies of in

geval van beschadiging van de meetbrief moet de schipper hetzij het geval van beschadiging van de meetbrief moet de schipper hetzij het
vaartuig laten hermeten, hetzij een afschrift van de meetbrief vaartuig laten hermeten, hetzij een afschrift van de meetbrief
aanvragen bij de Scheepsmetingsdienst Binnenvaart van het Bestuur van aanvragen bij de Scheepsmetingsdienst Binnenvaart van het Bestuur van
de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart. de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart.
§ 2. In geval van geheel verlies van de meetbrief dient de schipper, § 2. In geval van geheel verlies van de meetbrief dient de schipper,
bij zijn aanvraag tot het bekomen van een afschrift van de meetbrief, bij zijn aanvraag tot het bekomen van een afschrift van de meetbrief,
een door hem ondertekende en gedagtekende verklaring van verlies te een door hem ondertekende en gedagtekende verklaring van verlies te
voegen, waarin hij verklaart de meetbrief niet meer te bezitten en dit voegen, waarin hij verklaart de meetbrief niet meer te bezitten en dit
document aan de in § 1 bedoelde dienst terug te bezorgen wanneer hij document aan de in § 1 bedoelde dienst terug te bezorgen wanneer hij
het terugvindt. het terugvindt.
§ 3. In geval van gedeeltelijk verlies of beschadiging van de § 3. In geval van gedeeltelijk verlies of beschadiging van de
meetbrief, dient de schipper, bij zijn aanvraag tot het bekomen van meetbrief, dient de schipper, bij zijn aanvraag tot het bekomen van
een afschrift van de meetbrief, de gedeeltelijke of beschadigde een afschrift van de meetbrief, de gedeeltelijke of beschadigde
meetbrief te voegen. meetbrief te voegen.
§ 4. Indien een afschrift van de meetbrief wordt afgeleverd dient dit § 4. Indien een afschrift van de meetbrief wordt afgeleverd dient dit
document te vermelden : document te vermelden :
a) dat dit afschrift de meetbrief vervangt; a) dat dit afschrift de meetbrief vervangt;
b) de datum van aflevering. b) de datum van aflevering.
In het inschrijvingsregister en in het metingsregister dient In het inschrijvingsregister en in het metingsregister dient
daarenboven vermeld te worden dat er een afschrift werd afgeleverd, daarenboven vermeld te worden dat er een afschrift werd afgeleverd,
evenals de datum van aflevering. evenals de datum van aflevering.
§ 5. Naast de in vorige paragrafen vermelde afschriften kunnen § 5. Naast de in vorige paragrafen vermelde afschriften kunnen
uittreksels van meetbrieven, op losse bladen, bekomen worden bij de in uittreksels van meetbrieven, op losse bladen, bekomen worden bij de in
§ 1 bedoelde dienst. Deze uittreksels kunnen noch de meetbrief noch § 1 bedoelde dienst. Deze uittreksels kunnen noch de meetbrief noch
een afschrift ervan vervangen. » een afschrift ervan vervangen. »

Art. 9.In artikel 75 van hetzelfde besluit worden de volgende

Art. 9.In artikel 75 van hetzelfde besluit worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin wordt vervangen door wat volgt : 1° de eerste zin wordt vervangen door wat volgt :
« In geval het vaartuig een verbouwing ondergaat, die van invloed is « In geval het vaartuig een verbouwing ondergaat, die van invloed is
op de in de meetbrief vermelde gegevens, moet de schipper het vaartuig op de in de meetbrief vermelde gegevens, moet de schipper het vaartuig
laten hermeten. »; laten hermeten. »;
2° de laatste zin wordt geschrapt. 2° de laatste zin wordt geschrapt.

Art. 10.In artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden

Art. 10.In artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden

"een scheepsmeter" vervangen door de woorden "de Scheepsmetingsdienst "een scheepsmeter" vervangen door de woorden "de Scheepsmetingsdienst
Binnenvaart van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Binnenvaart van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de
Scheepvaart". Scheepvaart".

Art. 11.Artikel 77bis, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen

Art. 11.Artikel 77bis, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen

door wat volgt : door wat volgt :
«

Art. 77bis.§ 1. Vóór de sloping van een vaartuig aangevat wordt,

«

Art. 77bis.§ 1. Vóór de sloping van een vaartuig aangevat wordt,

zijn de eigenaar en de werf gehouden de Scheepsmetingsdienst zijn de eigenaar en de werf gehouden de Scheepsmetingsdienst
Binnenvaart van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Binnenvaart van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de
Scheepvaart te verwittigen om deze in gelegenheid te stellen om de Scheepvaart te verwittigen om deze in gelegenheid te stellen om de
sloping vast te stellen en er akte van op te maken. sloping vast te stellen en er akte van op te maken.
De eigenaar dient de meetbrief in te leveren bij deze dienst. In geval De eigenaar dient de meetbrief in te leveren bij deze dienst. In geval
van geheel verlies van de meetbrief, dient de eigenaar een door hem van geheel verlies van de meetbrief, dient de eigenaar een door hem
ondertekende en gedagtekende verklaring van verlies aan deze dienst ondertekende en gedagtekende verklaring van verlies aan deze dienst
voor te leggen, waarin hij verklaart de meetbrief niet meer te voor te leggen, waarin hij verklaart de meetbrief niet meer te
bezitten en dit document aan deze dienst terug te bezorgen wanneer hij bezitten en dit document aan deze dienst terug te bezorgen wanneer hij
het terugvindt. het terugvindt.
Een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte tot vaststelling Een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte tot vaststelling
van sloping kan bekomen worden op schriftelijke aanvraag, gericht aan van sloping kan bekomen worden op schriftelijke aanvraag, gericht aan
deze dienst. » deze dienst. »

Art. 12.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 12.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 13.Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit

Art. 13.Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 21 januari 1998. Gegeven te Brussel, 21 januari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Vervoer, De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN M. DAERDEN
^