Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 21/02/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen - (inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen) (1) "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen - (inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen) (1) Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen - (inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen) (1)
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de
laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen
(uitvoering van hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de programmawet van 27 (uitvoering van hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de programmawet van 27
december 2006) - (inspanning ten voordele van personen die behoren tot december 2006) - (inspanning ten voordele van personen die behoren tot
de risicogroepen) (1) de risicogroepen) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers; schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten
in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers
en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen (uitvoering van en de maatwerkers, betreffende de risicogroepen (uitvoering van
hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de programmawet van 27 december 2006) - hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de programmawet van 27 december 2006) -
(inspanning ten voordele van personen die behoren tot de (inspanning ten voordele van personen die behoren tot de
risicogroepen). risicogroepen).

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 21 februari 2010. Gegeven te Brussel, 21 februari 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de
maatwerkers maatwerkers
Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009 Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009
Risicogroepen (uitvoering van hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de Risicogroepen (uitvoering van hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de
programmawet van 27 december 2006) - (inspanning ten voordele van programmawet van 27 december 2006) - (inspanning ten voordele van
personen die behoren tot de risicogroepen). (Overeenkomst personen die behoren tot de risicogroepen). (Overeenkomst
geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer 94216/CO/128.02) geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer 94216/CO/128.02)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen
die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers. schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers.

Art. 2.De in artikel 1 bedoelde werkgevers betalen voor de jaren 2009

Art. 2.De in artikel 1 bedoelde werkgevers betalen voor de jaren 2009

en 2010 een bijdrage van 0,10 pct., berekend op grond van het en 2010 een bijdrage van 0,10 pct., berekend op grond van het
volledige loon van de werklieden en werksters, zoals bedoeld bij volledige loon van de werklieden en werksters, zoals bedoeld bij
artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen
van de sociale zekerheid voor werknemers. van de sociale zekerheid voor werknemers.

Art. 3.De opbrengst van de inning van de bijdrage van 0,10 pct. is

Art. 3.De opbrengst van de inning van de bijdrage van 0,10 pct. is

bestemd voor de medefinanciering van opleidingsinitiatieven van bestemd voor de medefinanciering van opleidingsinitiatieven van
personen die behoren tot de risicogroepen. personen die behoren tot de risicogroepen.
Deze initiatieven kunnen hetzij collectief, hetzij individueel of Deze initiatieven kunnen hetzij collectief, hetzij individueel of
hetzij voor een groep van ondernemingen georganiseerd worden. hetzij voor een groep van ondernemingen georganiseerd worden.
De modaliteiten van de financiering voor de algemene kosten, de De modaliteiten van de financiering voor de algemene kosten, de
ontwikkelingskosten en de rechtstreekse opleidingskosten zullen in de ontwikkelingskosten en de rechtstreekse opleidingskosten zullen in de
raad van bestuur van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de raad van bestuur van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers" bepaald schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers" bepaald
worden. worden.
De projectontwikkeling, de coördinatie, de kostenverrekening en de De projectontwikkeling, de coördinatie, de kostenverrekening en de
verslaggeving wordt toevertrouwd aan de werkgeversfederatie FEBIC. verslaggeving wordt toevertrouwd aan de werkgeversfederatie FEBIC.

Art. 4.In het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst moeten,

Art. 4.In het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst moeten,

rekening houdend met de bijzondere concurrentiedruk die op de sector rekening houdend met de bijzondere concurrentiedruk die op de sector
uitgeoefend wordt, als risicogroepen beschouwd worden : uitgeoefend wordt, als risicogroepen beschouwd worden :
- de ongeschoolde of laaggeschoolde werknemers en/of werkzoekenden; - de ongeschoolde of laaggeschoolde werknemers en/of werkzoekenden;
- de werknemers waarvan de tewerkstelling bedreigd wordt door gebrek - de werknemers waarvan de tewerkstelling bedreigd wordt door gebrek
aan scholing of herscholing van de vakbekwaamheid; aan scholing of herscholing van de vakbekwaamheid;
- de werknemers die een activiteit uitoefenen die de nakomende - de werknemers die een activiteit uitoefenen die de nakomende
activiteiten in dermate beïnvloeden dat bij gebrek aan bestendige activiteiten in dermate beïnvloeden dat bij gebrek aan bestendige
aanpassing de tewerkstelling in cascade bedreigd wordt : voorbeeld aanpassing de tewerkstelling in cascade bedreigd wordt : voorbeeld
CAD-CAM operators. CAD-CAM operators.

Art. 5.Deze bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale

Art. 5.Deze bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale

Zekerheid en overgemaakt aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de Zekerheid en overgemaakt aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers", dat zal schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers", dat zal
instaan voor de uitbetaling van voorziene gelden. instaan voor de uitbetaling van voorziene gelden.
De totaliteit van de financiering in het kader van de bijdrage van De totaliteit van de financiering in het kader van de bijdrage van
0,10 pct. mag de totaliteit van de ontvangsten niet overschrijden. 0,10 pct. mag de totaliteit van de ontvangsten niet overschrijden.

Art. 6.Jaarlijks zal, in de schoot van het paritair subcomité, een

Art. 6.Jaarlijks zal, in de schoot van het paritair subcomité, een

evaluatie worden gemaakt van de bestaande opleidingsinitiatieven en evaluatie worden gemaakt van de bestaande opleidingsinitiatieven en
bestedingen zoals voorzien in artikel 3 van deze collectieve bestedingen zoals voorzien in artikel 3 van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 januari 2009 en houdt op van kracht te zijn op 31 ingang van 1 januari 2009 en houdt op van kracht te zijn op 31
december 2010. december 2010.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari
2010. 2010.
De Vice-Eerste Minister De Vice-Eerste Minister
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en
asielbeleid, asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^