← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
21 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 21 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van | koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van |
mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit | mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit |
hernieuwbare energiebronnen | hernieuwbare energiebronnen |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Artikel 7, § 1, vierde lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende | Artikel 7, § 1, vierde lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende |
de organisatie van de elektriciteitsmarkt (B.S., 11/05/1999) zoals | de organisatie van de elektriciteitsmarkt (B.S., 11/05/1999) zoals |
ingevoegd door artikel 25 van de wet van 29 maart 2012 houdende | ingevoegd door artikel 25 van de wet van 29 maart 2012 houdende |
diverse bepalingen (I) (B.S., 30/03/2012) laat Uwe Majesteit toe om | diverse bepalingen (I) (B.S., 30/03/2012) laat Uwe Majesteit toe om |
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel | bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel |
van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas | van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas |
(hierna « Commissie ») de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 | (hierna « Commissie ») de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 |
juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de | juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de |
bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare | bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare |
energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet (I) | energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet (I) |
van 24 december 2002, te wijzigen, te vervangen of op te heffen. Het | van 24 december 2002, te wijzigen, te vervangen of op te heffen. Het |
koninklijk besluit van 16 juli 2002 zoals gewijzigd zal vervolgens bij | koninklijk besluit van 16 juli 2002 zoals gewijzigd zal vervolgens bij |
wet moeten worden bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van | wet moeten worden bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van |
zijn inwerkingtreding, zoals bepaald in artikel 7, § 1, derde lid, van | zijn inwerkingtreding, zoals bepaald in artikel 7, § 1, derde lid, van |
dezelfde wet. | dezelfde wet. |
Dit ontwerp van koninklijk besluit volgt op de aanneming van het | Dit ontwerp van koninklijk besluit volgt op de aanneming van het |
Vlaamse Gewest van het Vlaamse decreet van 13 juli 2012 houdende | Vlaamse Gewest van het Vlaamse decreet van 13 juli 2012 houdende |
wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wat betreft de | wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wat betreft de |
milieuvriendelijke energieproductie (B.S., 20/07/2012) (hierna, « | milieuvriendelijke energieproductie (B.S., 20/07/2012) (hierna, « |
Vlaamse decreet van 13 juli 2012 ») dat in werking getreden is op 30 | Vlaamse decreet van 13 juli 2012 ») dat in werking getreden is op 30 |
juli 2012 en dat ertoe strekt zich in de regel te stellen met de | juli 2012 en dat ertoe strekt zich in de regel te stellen met de |
bevoegdheidsverdeling tussen de Gewesten en de Federale Staat wat de | bevoegdheidsverdeling tussen de Gewesten en de Federale Staat wat de |
mechanismes ter bevordering van de elektriciteitsproductie op basis | mechanismes ter bevordering van de elektriciteitsproductie op basis |
van hernieuwbare energiebronnen betreft. | van hernieuwbare energiebronnen betreft. |
Dit ontwerp van koninklijk besluit beoogt enerzijds het regime van | Dit ontwerp van koninklijk besluit beoogt enerzijds het regime van |
minimumprijzen ten voordele van de groenestroomcertificaten die worden | minimumprijzen ten voordele van de groenestroomcertificaten die worden |
toegekend krachtens gewestelijke wetgevingen af te schaffen teneinde | toegekend krachtens gewestelijke wetgevingen af te schaffen teneinde |
een stijging van de transmissietarieven te vermijden en anderzijds de | een stijging van de transmissietarieven te vermijden en anderzijds de |
verworven rechten te eerbiedigen van de producenten die zonne-energie | verworven rechten te eerbiedigen van de producenten die zonne-energie |
- fotovoltaïsche panelen - vóór 1 augustus 2012 in gebruik hebben | - fotovoltaïsche panelen - vóór 1 augustus 2012 in gebruik hebben |
genomen, dewelke gedurende een periode van 10 jaar vanaf de | genomen, dewelke gedurende een periode van 10 jaar vanaf de |
ingebruikname genieten van het tarief van 150 /MWh voor de overname | ingebruikname genieten van het tarief van 150 /MWh voor de overname |
van hun groenestroomcertificaten. | van hun groenestroomcertificaten. |
Aldus schaft artikel 1, 1° van het ontwerp van koninklijk besluit | Aldus schaft artikel 1, 1° van het ontwerp van koninklijk besluit |
artikel 14, lid 2, 2°, 3° en 5°, die respectievelijk betrekking hebben | artikel 14, lid 2, 2°, 3° en 5°, die respectievelijk betrekking hebben |
op on-shore windenergie, waterkracht en andere hernieuwbare | op on-shore windenergie, waterkracht en andere hernieuwbare |
energiebronnen (waaronder biomassa) af. | energiebronnen (waaronder biomassa) af. |
Wat zonne-energie daarentegen betreft, en bijgevolg energie die wordt | Wat zonne-energie daarentegen betreft, en bijgevolg energie die wordt |
opgewekt door middel van fotovoltaïsche panelen, voorziet dit ontwerp | opgewekt door middel van fotovoltaïsche panelen, voorziet dit ontwerp |
van koninklijk besluit in een uitzondering. In het Vlaamse Gewest | van koninklijk besluit in een uitzondering. In het Vlaamse Gewest |
heeft Elia (elektriciteitstransmissienetbeheerder), sinds 2006, | heeft Elia (elektriciteitstransmissienetbeheerder), sinds 2006, |
jaarlijks effectief groenestroomcertificaten aangekocht voor een | jaarlijks effectief groenestroomcertificaten aangekocht voor een |
totaalbedrag van ongeveer 160.000- in 2011 die hoofdzakelijk | totaalbedrag van ongeveer 160.000- in 2011 die hoofdzakelijk |
afkomstig waren van fotovoltaïsche installaties die vóór 2006 in | afkomstig waren van fotovoltaïsche installaties die vóór 2006 in |
werking werden genomen. In het Waals Gewest werd minstens één grote | werking werden genomen. In het Waals Gewest werd minstens één grote |
installatie die van het federale steunsysteem geniet in gebruik | installatie die van het federale steunsysteem geniet in gebruik |
genomen eind 2011. Dit ontwerp van koninklijk besluit moet dus | genomen eind 2011. Dit ontwerp van koninklijk besluit moet dus |
rekening houden met deze realiteit die met name voortspruit uit de | rekening houden met deze realiteit die met name voortspruit uit de |
discussies in de schoot van het Overlegcomité tussen de Federale Staat | discussies in de schoot van het Overlegcomité tussen de Federale Staat |
en de gefedereerde entiteiten. Om die reden behoudt het ontwerp van | en de gefedereerde entiteiten. Om die reden behoudt het ontwerp van |
koninklijk besluit een regime dat van toepassing is op de producenten | koninklijk besluit een regime dat van toepassing is op de producenten |
van zonne-energie die de zonne-energie in werking hebben genomen vóór | van zonne-energie die de zonne-energie in werking hebben genomen vóór |
1 augustus 2012. Zulke uitzondering niet voorzien zou enerzijds het | 1 augustus 2012. Zulke uitzondering niet voorzien zou enerzijds het |
beginsel van rechtmatige verwachtingen van de gebruikers en anderzijds | beginsel van rechtmatige verwachtingen van de gebruikers en anderzijds |
hun eigendomsrecht schenden aangezien het een aankoopgarantie aan een | hun eigendomsrecht schenden aangezien het een aankoopgarantie aan een |
gegarandeerde prijs betreft waarop iedere producent recht kan hebben. | gegarandeerde prijs betreft waarop iedere producent recht kan hebben. |
Het ontwerp van koninklijk besluit voorziet dus in een regelgevend | Het ontwerp van koninklijk besluit voorziet dus in een regelgevend |
kader zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten en de | kader zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten en de |
rechtmatige verwachtingen van de producenten die zonne-energie in | rechtmatige verwachtingen van de producenten die zonne-energie in |
gebruik hebben genomen vóór 1 augustus 2012, en die genoten hebben en | gebruik hebben genomen vóór 1 augustus 2012, en die genoten hebben en |
nog steeds genieten gedurende een periode van tien jaar vanaf de | nog steeds genieten gedurende een periode van tien jaar vanaf de |
ingebruikname van een tarief van 150 /MWh voor de overname van hun | ingebruikname van een tarief van 150 /MWh voor de overname van hun |
groenestroomcertificaten. | groenestroomcertificaten. |
Teneinde het nagestreefde doel te bereiken moet dit ontwerp van | Teneinde het nagestreefde doel te bereiken moet dit ontwerp van |
koninklijk besluit gedeeltelijk terugwerken tot op de datum van 1 | koninklijk besluit gedeeltelijk terugwerken tot op de datum van 1 |
augustus 2012, datum waarop het Vlaamse decreet van 13 juli 2012 | augustus 2012, datum waarop het Vlaamse decreet van 13 juli 2012 |
uitwerking heeft met betrekking tot lopende projecten (artikel 2). | uitwerking heeft met betrekking tot lopende projecten (artikel 2). |
Het beginsel dat terugwerking van wetten ongeoorloofd is, zoals | Het beginsel dat terugwerking van wetten ongeoorloofd is, zoals |
gesteld in artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, is evenwel a fortiori | gesteld in artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, is evenwel a fortiori |
van toepassing op koninklijke besluiten (RvS, n° 62.963 van 5 november | van toepassing op koninklijke besluiten (RvS, n° 62.963 van 5 november |
1996, blz. 10-11). « De niet-retroactiviteit van wetten, vastgesteld | 1996, blz. 10-11). « De niet-retroactiviteit van wetten, vastgesteld |
in artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, is een waarborg ter | in artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, is een waarborg ter |
voorkoming van rechtsonzekerheid. Die waarborg vereist dat de inhoud | voorkoming van rechtsonzekerheid. Die waarborg vereist dat de inhoud |
van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de rechtzoekende | van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de rechtzoekende |
in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien, | in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien, |
op het tijdstip dat die handeling wordt verricht. » (G.H., n° 49/98 | op het tijdstip dat die handeling wordt verricht. » (G.H., n° 49/98 |
van 20 mei 1998, pt. B.4.) | van 20 mei 1998, pt. B.4.) |
Het beginsel van niet-retroactiviteit van wetten en | Het beginsel van niet-retroactiviteit van wetten en |
bestuurshandelingen is evenwel niet absoluut (RvS, n° 218.316 van 5 | bestuurshandelingen is evenwel niet absoluut (RvS, n° 218.316 van 5 |
Maart 2012, blz. 10). De Raad van State aanvaardt de retroactiviteit | Maart 2012, blz. 10). De Raad van State aanvaardt de retroactiviteit |
voor zover de auteur van de handeling op formele wijze de | voor zover de auteur van de handeling op formele wijze de |
uitzonderlijke omstandigheden rechtvaardigt die kunnen rechtvaardigen | uitzonderlijke omstandigheden rechtvaardigt die kunnen rechtvaardigen |
dat hij ze laat terugwerken (RvS, n° 218.316 van 5 maart 2012, blz. | dat hij ze laat terugwerken (RvS, n° 218.316 van 5 maart 2012, blz. |
10). Deze omstandigheden kunnen betrekking hebben op de goede werking | 10). Deze omstandigheden kunnen betrekking hebben op de goede werking |
of de continuïteit van de openbare dienst (RvS, n° 62.923 van 5 | of de continuïteit van de openbare dienst (RvS, n° 62.923 van 5 |
november 1996, blz. 11). Bovendien moeten de motieven voor de | november 1996, blz. 11). Bovendien moeten de motieven voor de |
terugwerkende kracht pertinent en wettelijk toegelaten zijn (RvS, n° | terugwerkende kracht pertinent en wettelijk toegelaten zijn (RvS, n° |
218.316 van 5 maart 2012, blz. 10). Ook overeenkomstig de constante | 218.316 van 5 maart 2012, blz. 10). Ook overeenkomstig de constante |
rechtspraak van het Grondwettelijk Hof kan zulke retroactiviteit enkel | rechtspraak van het Grondwettelijk Hof kan zulke retroactiviteit enkel |
gerechtvaardigd zijn in het licht bijzondere omstandigheden en | gerechtvaardigd zijn in het licht bijzondere omstandigheden en |
omstandigheden van algemeen belang, met name wanneer het onontbeerlijk | omstandigheden van algemeen belang, met name wanneer het onontbeerlijk |
blijkt voor de goede werking of de continuïteit van de openbare | blijkt voor de goede werking of de continuïteit van de openbare |
dienst. (G.H., n° 98/2001 van 13 juli 2001, pt. B.8.1.; G.H., n° | dienst. (G.H., n° 98/2001 van 13 juli 2001, pt. B.8.1.; G.H., n° |
73/2004 van 5 mei 2004, pt. B.6.1.; G.H., n° 49/98 van 20 mei 1998, | 73/2004 van 5 mei 2004, pt. B.6.1.; G.H., n° 49/98 van 20 mei 1998, |
pt. B.4.). | pt. B.4.). |
De doelstelling van de retroactiviteit van dit koninklijk besluit | De doelstelling van de retroactiviteit van dit koninklijk besluit |
bestaat erin de coherentie te bewaren tussen het federaal en | bestaat erin de coherentie te bewaren tussen het federaal en |
gewestelijk wetgevend en regelgevend kader die volgt uit de | gewestelijk wetgevend en regelgevend kader die volgt uit de |
bevoegdheidsverdeling zoals georganiseerd door artikel 6, § 1, VII, | bevoegdheidsverdeling zoals georganiseerd door artikel 6, § 1, VII, |
eerste lid, f), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | eerste lid, f), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van | hervorming der instellingen zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van |
8 augustus 1988 en een perfecte overgang tussen het federale | 8 augustus 1988 en een perfecte overgang tussen het federale |
steunmechanisme aan gewestelijke hernieuwbare energiebronnen en het | steunmechanisme aan gewestelijke hernieuwbare energiebronnen en het |
exclusief regionaal mechanisme zoals geamendeerd door het Vlaams | exclusief regionaal mechanisme zoals geamendeerd door het Vlaams |
decreet van 13 juli 2012 te verzekeren. | decreet van 13 juli 2012 te verzekeren. |
Meerdere redenen rechtvaardigen deze noodzakelijke coherentie en dus | Meerdere redenen rechtvaardigen deze noodzakelijke coherentie en dus |
ook de retroactiviteit van dit ontwerp van koninklijk besluit : | ook de retroactiviteit van dit ontwerp van koninklijk besluit : |
- enerzijds heeft het Vlaams decreet van 13 juli 2012 de Vlaamse | - enerzijds heeft het Vlaams decreet van 13 juli 2012 de Vlaamse |
minimumsteun aan hernieuwbare energiebronnen verlaagd. Dit kan een | minimumsteun aan hernieuwbare energiebronnen verlaagd. Dit kan een |
onmiddellijke stijging van de transmissietarieven tot gevolg hebben en | onmiddellijke stijging van de transmissietarieven tot gevolg hebben en |
dit met ingang van 1 augustus 2012 in de mate dat de verlaging van de | dit met ingang van 1 augustus 2012 in de mate dat de verlaging van de |
Vlaamse minimumsteun van toepassing is vanaf 1 augustus 2012. Het is | Vlaamse minimumsteun van toepassing is vanaf 1 augustus 2012. Het is |
bijgevolg in het algemeen belang om zulke stijging van het | bijgevolg in het algemeen belang om zulke stijging van het |
transmissietarief te vermijden; | transmissietarief te vermijden; |
- anderzijds ter wille van de rechtszekerheid, en aangezien de | - anderzijds ter wille van de rechtszekerheid, en aangezien de |
bevoegdheid van steun aan hernieuwbare energiebronnen ten volle werd | bevoegdheid van steun aan hernieuwbare energiebronnen ten volle werd |
uitgeoefend door een federale entiteit, moet de federale Staat | uitgeoefend door een federale entiteit, moet de federale Staat |
noodzakelijk haar koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de | noodzakelijk haar koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de |
instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit | instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit |
opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in overeenstemming brengen | opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in overeenstemming brengen |
met de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | met de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen en dit uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van het | instellingen en dit uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van het |
Vlaamse decreet van 13 juli 2012 teneinde ieder overlapping tussen de | Vlaamse decreet van 13 juli 2012 teneinde ieder overlapping tussen de |
mechanismen te vermijden. Om die reden werd het geheel van de steun | mechanismen te vermijden. Om die reden werd het geheel van de steun |
aan off-shore behouden in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 in | aan off-shore behouden in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 in |
tegenstelling tot de steun aan on-shore, op één uitzondering na die | tegenstelling tot de steun aan on-shore, op één uitzondering na die |
hiervoor uiteengezet werd. Zoals overigens de Raad van State benadrukt | hiervoor uiteengezet werd. Zoals overigens de Raad van State benadrukt |
heeft in haar advies n° 52.038/3 van 18 september 2012 zou het niet | heeft in haar advies n° 52.038/3 van 18 september 2012 zou het niet |
laten terugwerken van dit ontwerp van koninklijk besluit tot gevolg | laten terugwerken van dit ontwerp van koninklijk besluit tot gevolg |
hebben dat een schending van de bevoegdheidsverdeling zou voortduren, | hebben dat een schending van de bevoegdheidsverdeling zou voortduren, |
hetgeen niet kan worden toegestaan. | hetgeen niet kan worden toegestaan. |
In naam van de wetgevingscoherentie en de rechtszekerheid, van | In naam van de wetgevingscoherentie en de rechtszekerheid, van |
eerbiediging van de bevoegdheidsverdeling alsook van de wil om een | eerbiediging van de bevoegdheidsverdeling alsook van de wil om een |
verhoging te vermijden van het transmissietarief dat het gevolg is van | verhoging te vermijden van het transmissietarief dat het gevolg is van |
een gewestelijk decreet, heeft Zijne Majesteit, bij een besluit | een gewestelijk decreet, heeft Zijne Majesteit, bij een besluit |
overlegd in Ministerraad, besloten om de datum van inwerkingtreding | overlegd in Ministerraad, besloten om de datum van inwerkingtreding |
van dit ontwerp van koninklijk besluit deels te laten terugwerken tot | van dit ontwerp van koninklijk besluit deels te laten terugwerken tot |
op de datum van 1 augustus 2012. | op de datum van 1 augustus 2012. |
Het bleek bijgevolg noodzakelijk om op federaal niveau het | Het bleek bijgevolg noodzakelijk om op federaal niveau het |
steunsysteem aan hernieuwbare energiebronnen te hervormen en bij wijze | steunsysteem aan hernieuwbare energiebronnen te hervormen en bij wijze |
van overgangsmaatregel, een steunregime voor de producenten van | van overgangsmaatregel, een steunregime voor de producenten van |
zonne-energie met installaties in bedrijf genomen voor 1 augustus | zonne-energie met installaties in bedrijf genomen voor 1 augustus |
2012, te behouden, teneinde hun verworven rechten te vrijwaren en het | 2012, te behouden, teneinde hun verworven rechten te vrijwaren en het |
engagement van de federale Staat jegens hen tot op het einde te laten | engagement van de federale Staat jegens hen tot op het einde te laten |
voortduren. | voortduren. |
We hebben de eer te zijn, | We hebben de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
Van Uwe Majesteit, | Van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige | de zeer eerbiedige |
en getrouwe dienaars, | en getrouwe dienaars, |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Staatssecretaris voor Energie, | De Staatssecretaris voor Energie, |
M. WATHELET | M. WATHELET |
ADVIES 52.038/3 VAN 18 SEPTEMBER 2012 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING | ADVIES 52.038/3 VAN 18 SEPTEMBER 2012 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING |
WETGEVING OVER | WETGEVING OVER |
Een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk | Een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen | besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen |
voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare | voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare |
energiebronnen' | energiebronnen' |
Op 13 september 2012 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de | Op 13 september 2012 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de |
Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit verzocht | Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit verzocht |
binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over | binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over |
een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk | een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen | besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen |
voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare | voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare |
energiebronnen'. | energiebronnen'. |
Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 18 september 2012. De | Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 18 september 2012. De |
kamer was samengesteld uit Jan Smets, staatsraad, voorzitter, Bruno | kamer was samengesteld uit Jan Smets, staatsraad, voorzitter, Bruno |
Seutin en Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraden, Jan Velaers en Johan | Seutin en Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraden, Jan Velaers en Johan |
Put, assessoren, en Marleen Verschraeghen, toegevoegd griffier. | Put, assessoren, en Marleen Verschraeghen, toegevoegd griffier. |
Het verslag is uitgebracht door Tim Corthaut, adjunct-auditeur. | Het verslag is uitgebracht door Tim Corthaut, adjunct-auditeur. |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het |
advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove. | advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove. |
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 18 september | Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 18 september |
2012. | 2012. |
1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad | 1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad |
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de | van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de |
adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het | adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het |
spoedeisende karakter ervan. | spoedeisende karakter ervan. |
In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling | In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling |
gemotiveerd als volgt : | gemotiveerd als volgt : |
« Gelet op de hoogdringendheid, uiteengezet in de aanhef van het | « Gelet op de hoogdringendheid, uiteengezet in de aanhef van het |
voorliggende ontwerp, zou de Regering de Raad van State dankbaar zijn, | voorliggende ontwerp, zou de Regering de Raad van State dankbaar zijn, |
mocht het advies worden verstrekt binnen de termijn bepaald bij | mocht het advies worden verstrekt binnen de termijn bepaald bij |
artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de | artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de |
Raad van State. » | Raad van State. » |
In de aanhef van het ontwerp wordt dit verzoek als volgt gemotiveerd : | In de aanhef van het ontwerp wordt dit verzoek als volgt gemotiveerd : |
« Gelet op het verwachte effect op de transporttarieven van de | « Gelet op het verwachte effect op de transporttarieven van de |
uitvoering van het Vlaams Decreet van 13 juli 2012 tot wijziging van | uitvoering van het Vlaams Decreet van 13 juli 2012 tot wijziging van |
het Energiedecreet van 8 mei 2009 betreffende de productie van groene | het Energiedecreet van 8 mei 2009 betreffende de productie van groene |
energie; | energie; |
Gelet op de dringende spoed om het regime van de minimumprijs voor de | Gelet op de dringende spoed om het regime van de minimumprijs voor de |
groenestroomcertificaten toegekend op grond van regionale wetgeving af | groenestroomcertificaten toegekend op grond van regionale wetgeving af |
te schaffen teneinde een opwaartse impact op de transporttarieven te | te schaffen teneinde een opwaartse impact op de transporttarieven te |
vermijden; | vermijden; |
Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt | Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt |
zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die | zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die |
zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor | zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor |
1 januari 2006 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een | 1 januari 2006 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een |
periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname - periode die ten laatste | periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname - periode die ten laatste |
op 31 december 2015 eindigt - van het tarief van 150 /MWh bij de | op 31 december 2015 eindigt - van het tarief van 150 /MWh bij de |
aankoop van het groenestroomcertificaten. » | aankoop van het groenestroomcertificaten. » |
2. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde | 2. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten | wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten |
beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de | beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de |
handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te | handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te |
vervullen vormvereisten is voldaan. | vervullen vormvereisten is voldaan. |
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp | Strekking en rechtsgrond van het ontwerp |
3. Het voor advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe wijzigingen aan te | 3. Het voor advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe wijzigingen aan te |
brengen wat betreft de verplichting voor de transmissienetbeheerder om | brengen wat betreft de verplichting voor de transmissienetbeheerder om |
groenestroomcertificaten tegen bepaalde minimumprijzen aan te kopen, | groenestroomcertificaten tegen bepaalde minimumprijzen aan te kopen, |
afhankelijk van de gebruikte productietechnologie. Die | afhankelijk van de gebruikte productietechnologie. Die |
aankoopverplichting wordt afgeschaft voor on-shore windenergie en voor | aankoopverplichting wordt afgeschaft voor on-shore windenergie en voor |
een aantal andere hernieuwbare energiebronnen, waaronder biomassa. Wat | een aantal andere hernieuwbare energiebronnen, waaronder biomassa. Wat |
betreft energie uit waterkracht wordt de aankoopverplichting beperkt | betreft energie uit waterkracht wordt de aankoopverplichting beperkt |
tot installaties die elektriciteit produceren uit water of stromen, | tot installaties die elektriciteit produceren uit water of stromen, |
bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de | bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de |
organisatie van de elektriciteitsmarkt'. Wat betreft zonne-energie | organisatie van de elektriciteitsmarkt'. Wat betreft zonne-energie |
wordt de bestaande aankoopverplichting voortaan beperkt tot | wordt de bestaande aankoopverplichting voortaan beperkt tot |
installaties voor zonne-energie die in gebruik zijn genomen voor 1 | installaties voor zonne-energie die in gebruik zijn genomen voor 1 |
januari 2006 (artikel 1 van het ontwerp). Het te nemen besluit heeft | januari 2006 (artikel 1 van het ontwerp). Het te nemen besluit heeft |
uitwerking met ingang van 1 augustus 2012 (artikel 2). | uitwerking met ingang van 1 augustus 2012 (artikel 2). |
4. Het ontworpen besluit vindt rechtsgrond in artikel 7, § 1, vierde | 4. Het ontworpen besluit vindt rechtsgrond in artikel 7, § 1, vierde |
lid, van de wet van 29 april 1999, gelezen in samenhang met artikel 7, | lid, van de wet van 29 april 1999, gelezen in samenhang met artikel 7, |
§ 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet. Bij de eerstgenoemde bepaling | § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet. Bij de eerstgenoemde bepaling |
wordt de Koning gemachtigd om bij een besluit, vastgesteld na overleg | wordt de Koning gemachtigd om bij een besluit, vastgesteld na overleg |
in de Ministerraad en op voorstel van de Commissie voor de Regulering | in de Ministerraad en op voorstel van de Commissie voor de Regulering |
van de Elektriciteit en het Gas (CREG), de bepalingen van het | van de Elektriciteit en het Gas (CREG), de bepalingen van het |
bekrachtigde (1) koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de | bekrachtigde (1) koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de |
instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit | instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit |
opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen' te wijzigen. Op grond van de | opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen' te wijzigen. Op grond van de |
laatstgenoemde bepaling kan de Koning volgens dezelfde vormvereisten | laatstgenoemde bepaling kan de Koning volgens dezelfde vormvereisten |
maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder het opleggen | maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder het opleggen |
van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten | van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten |
toegekend door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen | toegekend door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen |
tegen een minimumprijs. | tegen een minimumprijs. |
Vormvereisten | Vormvereisten |
5. Krachtens artikel 19/1, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 1997 | 5. Krachtens artikel 19/1, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 1997 |
betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame | betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame |
ontwikkeling' zijn de ontwerpen van koninklijk besluit onderworpen aan | ontwikkeling' zijn de ontwerpen van koninklijk besluit onderworpen aan |
een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzakelijkheid van | een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzakelijkheid van |
een effectbeoordeling. De enige gevallen waarin dat voorafgaand | een effectbeoordeling. De enige gevallen waarin dat voorafgaand |
onderzoek niet hoeft plaats te vinden, zijn die welke worden bepaald | onderzoek niet hoeft plaats te vinden, zijn die welke worden bepaald |
bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad | bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad |
(artikel 19/1, § 1, tweede lid, van de wet van 5 mei 1997). Een | (artikel 19/1, § 1, tweede lid, van de wet van 5 mei 1997). Een |
dergelijk besluit lijkt, volgens de huidige stand van de teksten die | dergelijk besluit lijkt, volgens de huidige stand van de teksten die |
in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, nog niet te zijn | in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, nog niet te zijn |
genomen. | genomen. |
Uit wat voorafgaat volgt dat het ontwerp het voorwerp dient uit te | Uit wat voorafgaat volgt dat het ontwerp het voorwerp dient uit te |
maken van het genoemde onderzoek, wat niet het geval lijkt te zijn | maken van het genoemde onderzoek, wat niet het geval lijkt te zijn |
geweest. | geweest. |
Indien dat uit het voorafgaande onderzoek zou voortvloeien, dient | Indien dat uit het voorafgaande onderzoek zou voortvloeien, dient |
overeenkomstig artikel 19/2 van de wet van 5 mei 1997 ook een | overeenkomstig artikel 19/2 van de wet van 5 mei 1997 ook een |
effectbeoordeling in de zin van dat artikel plaats te vinden. | effectbeoordeling in de zin van dat artikel plaats te vinden. |
Mocht het ontwerp nog worden gewijzigd ten gevolge van het vervullen | Mocht het ontwerp nog worden gewijzigd ten gevolge van het vervullen |
van dat vormvereiste, dan dienen de betrokken wijzigingen nog om | van dat vormvereiste, dan dienen de betrokken wijzigingen nog om |
advies te worden voorgelegd aan de Raad van State, afdeling Wetgeving. | advies te worden voorgelegd aan de Raad van State, afdeling Wetgeving. |
Bevoegdheid | Bevoegdheid |
6. In zijn advies over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk | 6. In zijn advies over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk |
besluit van 16 juli 2002 heeft de Raad van State het volgende | besluit van 16 juli 2002 heeft de Raad van State het volgende |
opgemerkt : (2) | opgemerkt : (2) |
« Artikel 18, § 1, van het ontwerp verplicht de | « Artikel 18, § 1, van het ontwerp verplicht de |
transmissienetbeheerder ertoe groenestroomcertificaten aan te kopen | transmissienetbeheerder ertoe groenestroomcertificaten aan te kopen |
van de producent die hierom verzoekt tegen een bepaalde minimumprijs. | van de producent die hierom verzoekt tegen een bepaalde minimumprijs. |
Om de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren, zal hij | Om de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren, zal hij |
deze certificaten krachtens artikel 18, § 2, op de markt brengen, | deze certificaten krachtens artikel 18, § 2, op de markt brengen, |
waarbij het nettosaldo dat ontstaat uit het verschil tussen de | waarbij het nettosaldo dat ontstaat uit het verschil tussen de |
aankoopprijs en de verkoopprijs van het certificaat wordt gefinancierd | aankoopprijs en de verkoopprijs van het certificaat wordt gefinancierd |
door middel van een heffing op de tarieven. Artikel 18, § 3, bepaalt | door middel van een heffing op de tarieven. Artikel 18, § 3, bepaalt |
dat de CREG belast is met het beheer van het ingestelde systeem. | dat de CREG belast is met het beheer van het ingestelde systeem. |
In zoverre artikel 18 betrekking heeft op prijzen en tarieven, kan het | In zoverre artikel 18 betrekking heeft op prijzen en tarieven, kan het |
rechtsgrond vinden in artikel 7 van de wet van 29 april 1999, gelezen | rechtsgrond vinden in artikel 7 van de wet van 29 april 1999, gelezen |
in samenhang met artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 3°, en VII, tweede | in samenhang met artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 3°, en VII, tweede |
lid, d), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. | lid, d), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. |
Artikel 18 houdt evenwel meer in dan loutere prijs- of | Artikel 18 houdt evenwel meer in dan loutere prijs- of |
tariefmaatregelen, met name in zoverre aan de transmissienetbeheerder | tariefmaatregelen, met name in zoverre aan de transmissienetbeheerder |
de verplichting wordt opgelegd groenestroomcertificaten aan te kopen | de verplichting wordt opgelegd groenestroomcertificaten aan te kopen |
en wordt bepaald dat hij die certificaten opnieuw op de markt zal | en wordt bepaald dat hij die certificaten opnieuw op de markt zal |
brengen om de kosten die aan die verplichting zijn verbonden te | brengen om de kosten die aan die verplichting zijn verbonden te |
recupereren. Die bepalingen kaderen in de gewestelijke bevoegdheid | recupereren. Die bepalingen kaderen in de gewestelijke bevoegdheid |
inzake nieuwe energiebronnen en kunnen derhalve geen rechtsgrond | inzake nieuwe energiebronnen en kunnen derhalve geen rechtsgrond |
vinden in artikel 7, eerste lid, van de wet van 29 april 1999. » | vinden in artikel 7, eerste lid, van de wet van 29 april 1999. » |
In het advies (3) dat werd gegeven over een voorstel dat heeft geleid | In het advies (3) dat werd gegeven over een voorstel dat heeft geleid |
tot het decreet van 13 juli 2012 houdende wijziging van het | tot het decreet van 13 juli 2012 houdende wijziging van het |
Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke | Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke |
energieproductie', dat blijkens de aanhef van het thans voor advies | energieproductie', dat blijkens de aanhef van het thans voor advies |
voorgelegde ontwerp aanleiding heeft gegeven tot de ontworpen | voorgelegde ontwerp aanleiding heeft gegeven tot de ontworpen |
regeling, heeft de Raad van State opgemerkt dat de in dat voorstel | regeling, heeft de Raad van State opgemerkt dat de in dat voorstel |
vervatte regeling inzake groenestroomcertificaten en | vervatte regeling inzake groenestroomcertificaten en |
warmtekrachtcertificaten ingepast kon worden in de gewestelijke | warmtekrachtcertificaten ingepast kon worden in de gewestelijke |
bevoegdheid inzake « de nieuwe energiebronnen met uitzondering van | bevoegdheid inzake « de nieuwe energiebronnen met uitzondering van |
deze die verband houden met de kernenergie », bedoeld in artikel 6, § | deze die verband houden met de kernenergie », bedoeld in artikel 6, § |
1, VII, eerste lid, f), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | 1, VII, eerste lid, f), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen'. | hervorming der instellingen'. |
7. In zoverre bij het ontworpen besluit de aankoopverplichting voor | 7. In zoverre bij het ontworpen besluit de aankoopverplichting voor |
netbeheerders van groenestroomcertificaten tegen een minimumprijs voor | netbeheerders van groenestroomcertificaten tegen een minimumprijs voor |
verscheidene vormen van hernieuwbare energiebronnen wordt opgeheven, | verscheidene vormen van hernieuwbare energiebronnen wordt opgeheven, |
bestaat er geen bevoegdheidsrechtelijk bezwaar, vermits alsnog wordt | bestaat er geen bevoegdheidsrechtelijk bezwaar, vermits alsnog wordt |
afgezien van een regeling waarvoor de Raad van State destijds heeft | afgezien van een regeling waarvoor de Raad van State destijds heeft |
besloten tot de onbevoegdheid van de federale overheid. | besloten tot de onbevoegdheid van de federale overheid. |
In de mate dat de aankoopverplichting wordt gehandhaafd voor | In de mate dat de aankoopverplichting wordt gehandhaafd voor |
groenestroomcertificaten voor off-shore installaties voor windenergie | groenestroomcertificaten voor off-shore installaties voor windenergie |
(4) en voor off-shore installaties die elektriciteit produceren uit | (4) en voor off-shore installaties die elektriciteit produceren uit |
water of stromen (5), bestaat er evenmin een bevoegdheidsrechtelijk | water of stromen (5), bestaat er evenmin een bevoegdheidsrechtelijk |
bezwaar, aangezien die installaties gelegen zijn in zeegebieden | bezwaar, aangezien die installaties gelegen zijn in zeegebieden |
bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 waarin België | bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 waarin België |
rechtsmacht kan uitoefenen volgens het internationaal zeerecht en die | rechtsmacht kan uitoefenen volgens het internationaal zeerecht en die |
niet betrokken zijn bij de indeling in gewesten. Voor deze regeling is | niet betrokken zijn bij de indeling in gewesten. Voor deze regeling is |
de federale overheid bevoegd. (6) | de federale overheid bevoegd. (6) |
In zoverre de aankoopverplichting voor groenstroomcertificaten voor | In zoverre de aankoopverplichting voor groenstroomcertificaten voor |
zonne-energie wordt gehandhaafd, zelfs in een gewijzigde vorm, rijzen | zonne-energie wordt gehandhaafd, zelfs in een gewijzigde vorm, rijzen |
dezelfde bevoegdheidsbezwaren die de Raad van State destijds heeft | dezelfde bevoegdheidsbezwaren die de Raad van State destijds heeft |
geformuleerd. | geformuleerd. |
8. In de aanhef van het ontwerp wordt de gedeeltelijke handhaving van | 8. In de aanhef van het ontwerp wordt de gedeeltelijke handhaving van |
de aankoopverplichting voor groenstroomcertificaten voor zonne-energie | de aankoopverplichting voor groenstroomcertificaten voor zonne-energie |
als volgt verantwoord : | als volgt verantwoord : |
« Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt | « Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt |
zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die | zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die |
zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor | zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor |
1 januari 2006 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een | 1 januari 2006 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een |
periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname - periode die ten laatste | periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname - periode die ten laatste |
op 31 december 2015 eindigt - van het tarief van 150 /MWh bij de | op 31 december 2015 eindigt - van het tarief van 150 /MWh bij de |
aankoop van (...) groenestroomcertificaten; » | aankoop van (...) groenestroomcertificaten; » |
De gemachtigde verklaarde hierover nog het volgende : | De gemachtigde verklaarde hierover nog het volgende : |
« De uitzondering voor 2006 is geïnspireerd door het feit dat geen | « De uitzondering voor 2006 is geïnspireerd door het feit dat geen |
Vlaamse regeling bestaat/bestond voor ondersteuning voor installaties | Vlaamse regeling bestaat/bestond voor ondersteuning voor installaties |
van voor 2006. Bijgevolg richtten de pioniers die toen zonnepanelen | van voor 2006. Bijgevolg richtten de pioniers die toen zonnepanelen |
plaatsten in Vlaanderen zich tot Elia, waar zij volgens het KB van | plaatsten in Vlaanderen zich tot Elia, waar zij volgens het KB van |
2002 recht hadden op tien jaar aankoop aan 150 EUR. Het bedrag dat | 2002 recht hadden op tien jaar aankoop aan 150 EUR. Het bedrag dat |
Elia hier in totaal voor betaalt per jaar bedraagt ongeveer 160.000 | Elia hier in totaal voor betaalt per jaar bedraagt ongeveer 160.000 |
EUR, ofwel een 1050-tal certificaten per jaar. Een 200 à 300 kleine | EUR, ofwel een 1050-tal certificaten per jaar. Een 200 à 300 kleine |
producenten dus. Ten opzichte van deze mensen voelt de federale | producenten dus. Ten opzichte van deze mensen voelt de federale |
regering zich gehouden tot een zekere vorm van nakomen van | regering zich gehouden tot een zekere vorm van nakomen van |
engagement', vandaar deze uitzondering. De CREG wijst er in haar | engagement', vandaar deze uitzondering. De CREG wijst er in haar |
voorstel op dat deze mensen de enigen zijn die op heden genieten van | voorstel op dat deze mensen de enigen zijn die op heden genieten van |
de federale steun. De Waalse regeling bestond al langer, maar was op | de federale steun. De Waalse regeling bestond al langer, maar was op |
dat moment voordeliger dan de federale, waardoor er geen Waalse | dat moment voordeliger dan de federale, waardoor er geen Waalse |
producenten zijn die zich toen tot de federale steun gericht hebben. » | producenten zijn die zich toen tot de federale steun gericht hebben. » |
De « verworven rechten » - of veeleer legitieme verwachtingen - | De « verworven rechten » - of veeleer legitieme verwachtingen - |
waaraan wordt gerefereerd, kunnen evenwel niet worden ingeroepen als | waaraan wordt gerefereerd, kunnen evenwel niet worden ingeroepen als |
verantwoording voor het handhaven van een regeling waarvoor de | verantwoording voor het handhaven van een regeling waarvoor de |
federale overheid onbevoegd is. Het bestaande artikel 14, § 1, tweede | federale overheid onbevoegd is. Het bestaande artikel 14, § 1, tweede |
lid, 4°, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient bijgevolg | lid, 4°, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient bijgevolg |
te worden opgeheven, veeleer dan te worden hernomen in een gewijzigde, | te worden opgeheven, veeleer dan te worden hernomen in een gewijzigde, |
in de tijd beperkte versie bij artikel 1, 2°, van het ontwerp. | in de tijd beperkte versie bij artikel 1, 2°, van het ontwerp. |
Indien zou blijken dat een dergelijke algemene opheffing van de | Indien zou blijken dat een dergelijke algemene opheffing van de |
aankoopverplichting voor groenestroomcertificaten voor zonne-energie | aankoopverplichting voor groenestroomcertificaten voor zonne-energie |
de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de federale overheid in het | de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de federale overheid in het |
gedrang zou brengen, staat het aan de betrokken categorie van | gedrang zou brengen, staat het aan de betrokken categorie van |
producenten van zonne-energie om de overheid hierop aan te spreken. | producenten van zonne-energie om de overheid hierop aan te spreken. |
Alleszins komt het niet toe aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, | Alleszins komt het niet toe aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, |
om hieromtrent een standpunt in te nemen, aangezien zij zich te dezen | om hieromtrent een standpunt in te nemen, aangezien zij zich te dezen |
enkel kan uitspreken over de verenigbaarheid van de ontworpen regeling | enkel kan uitspreken over de verenigbaarheid van de ontworpen regeling |
met de bevoegdheidsverdelende regels. | met de bevoegdheidsverdelende regels. |
Onderzoek van de tekst | Onderzoek van de tekst |
Artikel 2 | Artikel 2 |
9. Bij artikel 2 van het ontwerp wordt terugwerkende kracht verleend | 9. Bij artikel 2 van het ontwerp wordt terugwerkende kracht verleend |
aan het te nemen besluit tot 1 augustus 2012. In dit verband verklaart | aan het te nemen besluit tot 1 augustus 2012. In dit verband verklaart |
de gemachtigde het volgende : | de gemachtigde het volgende : |
« Deze retroactiviteit is volgens de federale regering niet enkel | « Deze retroactiviteit is volgens de federale regering niet enkel |
noodzakelijk (owv het Vlaamse effect) maar ook toepasbaar. Het is | noodzakelijk (owv het Vlaamse effect) maar ook toepasbaar. Het is |
immers pas op het moment dat een producent met een installatie | immers pas op het moment dat een producent met een installatie |
ingebruikgenomen na 1 augustus 2012 zijn eerste certificaat krijgt | ingebruikgenomen na 1 augustus 2012 zijn eerste certificaat krijgt |
(voorwaarden : productie van 1 MWh en toekenning certificaat door de | (voorwaarden : productie van 1 MWh en toekenning certificaat door de |
VREG) en beslist om daarmee naar Elia te stappen om het te verkopen, | VREG) en beslist om daarmee naar Elia te stappen om het te verkopen, |
dat Elia zich zou moeten engageren tot het aankopen van dat | dat Elia zich zou moeten engageren tot het aankopen van dat |
certificaat aan 150 EUR voor zonne-energie. Als dit KB binnen een zo | certificaat aan 150 EUR voor zonne-energie. Als dit KB binnen een zo |
snel mogelijke termijn bekrachtigd en gepubliceerd zou worden, is het | snel mogelijke termijn bekrachtigd en gepubliceerd zou worden, is het |
voor Elia perfect mogelijk om te oordelen of de installatie in gebruik | voor Elia perfect mogelijk om te oordelen of de installatie in gebruik |
genomen is voor 1 augustus of niet. In het eerste geval kan het de | genomen is voor 1 augustus of niet. In het eerste geval kan het de |
producent erop wijzen dat hij in Vlaanderen een interessantere prijs | producent erop wijzen dat hij in Vlaanderen een interessantere prijs |
vindt (210 MW [lees : euro]); in het tweede geval kan hij de producent | vindt (210 MW [lees : euro]); in het tweede geval kan hij de producent |
erop wijzen dat er voor zijn geval geen federale steunregeling meer | erop wijzen dat er voor zijn geval geen federale steunregeling meer |
bestaat. » | bestaat. » |
Door de terugwerkende kracht die aan het te nemen besluit wordt | Door de terugwerkende kracht die aan het te nemen besluit wordt |
verleend, worden groenestroomproducenten die na de inwerkingstelling | verleend, worden groenestroomproducenten die na de inwerkingstelling |
van hun productie-installatie vanaf 1 augustus 2012 een verzoek hebben | van hun productie-installatie vanaf 1 augustus 2012 een verzoek hebben |
gericht aan de transmissienetbeheerder voor de aankoop van | gericht aan de transmissienetbeheerder voor de aankoop van |
groenestroomcertificaten en waarvoor de ontworpen regeling - of, in | groenestroomcertificaten en waarvoor de ontworpen regeling - of, in |
voorkomend geval, de geldende gewestelijke regeling - minder gunstig | voorkomend geval, de geldende gewestelijke regeling - minder gunstig |
is dan de huidige regeling, op ongelijke wijze behandeld in | is dan de huidige regeling, op ongelijke wijze behandeld in |
vergelijking met de groenestroomproducenten die zich met dit verzoek | vergelijking met de groenestroomproducenten die zich met dit verzoek |
vóór 1 augustus 2012 tot de transmissienetbeheerder hebben gewend. | vóór 1 augustus 2012 tot de transmissienetbeheerder hebben gewend. |
10.1. In de mate dat de ontworpen regeling betrekking heeft op | 10.1. In de mate dat de ontworpen regeling betrekking heeft op |
groenestroomcertificaten voor off-shore installaties die elektriciteit | groenestroomcertificaten voor off-shore installaties die elektriciteit |
produceren uit water of stromen (7), is de zo-even weergegeven | produceren uit water of stromen (7), is de zo-even weergegeven |
verantwoording, die enkel betrekking heeft op groenestroomcertificaten | verantwoording, die enkel betrekking heeft op groenestroomcertificaten |
voor zonne-energie, niet relevant en ziet de Raad van State ook niet | voor zonne-energie, niet relevant en ziet de Raad van State ook niet |
in hoe de terugwerkende kracht kan worden verantwoord. Artikel 2 van | in hoe de terugwerkende kracht kan worden verantwoord. Artikel 2 van |
het ontwerp moet dan ook worden aangevuld met de volgende woorden : «, | het ontwerp moet dan ook worden aangevuld met de volgende woorden : «, |
met uitzondering van artikel 1, 3° ». | met uitzondering van artikel 1, 3° ». |
10.2. In de mate dat de ontworpen regeling betrekking heeft op | 10.2. In de mate dat de ontworpen regeling betrekking heeft op |
groenestroomcertificaten voor zonne-energie en voor andere | groenestroomcertificaten voor zonne-energie en voor andere |
hernieuwbare energiebronnen dan off-shore installaties die | hernieuwbare energiebronnen dan off-shore installaties die |
elektriciteit produceren uit wind, water of stromen, zou het afzien | elektriciteit produceren uit wind, water of stromen, zou het afzien |
van de terugwerkende kracht ten voordele van een inwerkingtreding op | van de terugwerkende kracht ten voordele van een inwerkingtreding op |
een tijdstip in de toekomst evenwel tot gevolg hebben dat een regeling | een tijdstip in de toekomst evenwel tot gevolg hebben dat een regeling |
waarvoor de Raad van State destijds heeft besloten tot de | waarvoor de Raad van State destijds heeft besloten tot de |
onbevoegdheid van de federale overheid, langer zou moeten gelden. | onbevoegdheid van de federale overheid, langer zou moeten gelden. |
Hiertegen rijzen dezelfde bevoegdheidsbezwaren die de Raad van State | Hiertegen rijzen dezelfde bevoegdheidsbezwaren die de Raad van State |
destijds heeft geformuleerd en die hiervóór in herinnering werden | destijds heeft geformuleerd en die hiervóór in herinnering werden |
gebracht (zie opmerkingen 6 tot 8). | gebracht (zie opmerkingen 6 tot 8). |
Indien zou blijken dat het verlenen van terugwerkende kracht aan de | Indien zou blijken dat het verlenen van terugwerkende kracht aan de |
algemene of gedeeltelijke opheffing van de aankoopverplichting voor | algemene of gedeeltelijke opheffing van de aankoopverplichting voor |
groenestroomcertificaten voor de genoemde hernieuwbare energiebronnen | groenestroomcertificaten voor de genoemde hernieuwbare energiebronnen |
de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de federale overheid in het | de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de federale overheid in het |
gedrang zou brengen, staat het aan de betrokken categorie van | gedrang zou brengen, staat het aan de betrokken categorie van |
groenestroomproducenten om de overheid hierop aan te spreken. | groenestroomproducenten om de overheid hierop aan te spreken. |
Alleszins komt het niet toe aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, | Alleszins komt het niet toe aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, |
om hieromtrent een standpunt in te nemen, aangezien zij zich te dezen | om hieromtrent een standpunt in te nemen, aangezien zij zich te dezen |
enkel kan uitspreken over de verenigbaarheid van de ontworpen regeling | enkel kan uitspreken over de verenigbaarheid van de ontworpen regeling |
met de bevoegdheidverdelende regels en met het beginsel van | met de bevoegdheidverdelende regels en met het beginsel van |
niet-retroactiviteit van rechtsregels. | niet-retroactiviteit van rechtsregels. |
(1) Bij artikel 427 van de programmawet (I) van 24 december 2002. | (1) Bij artikel 427 van de programmawet (I) van 24 december 2002. |
(2) Adv. RvS nr. 32.788/1 van 4 april 2002 over een ontwerp van | (2) Adv. RvS nr. 32.788/1 van 4 april 2002 over een ontwerp van |
koninklijk besluit 'betreffende de markt voor elektriciteit opgewekt | koninklijk besluit 'betreffende de markt voor elektriciteit opgewekt |
uit hernieuwbare energiebronnen', opmerking 2.3.3. | uit hernieuwbare energiebronnen', opmerking 2.3.3. |
(3) Adv. RvS nr. 51.535/3 van 18 juni 2012 over een voorontwerp van | (3) Adv. RvS nr. 51.535/3 van 18 juni 2012 over een voorontwerp van |
decreet 'houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat | decreet 'houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat |
betreft de milieuvriendelijke energieproductie', Parl.St. Vl.Parl. | betreft de milieuvriendelijke energieproductie', Parl.St. Vl.Parl. |
2011-2012, nr. 1639/2, opmerkingen 5 en 6, p. 8-9. | 2011-2012, nr. 1639/2, opmerkingen 5 en 6, p. 8-9. |
(4) Huidig artikel 14, § 1, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit | (4) Huidig artikel 14, § 1, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit |
van 16 juli 2002, waarin door het ontworpen besluit geen wijziging | van 16 juli 2002, waarin door het ontworpen besluit geen wijziging |
wordt aangebracht. | wordt aangebracht. |
(5) Ontworpen artikel 14, § 1, tweede lid, 3°, van het koninklijk | (5) Ontworpen artikel 14, § 1, tweede lid, 3°, van het koninklijk |
besluit van 16 juli 2002, vervangen bij artikel 1, 3°, van het | besluit van 16 juli 2002, vervangen bij artikel 1, 3°, van het |
ontwerp. | ontwerp. |
(6) Aangehaald adv. RvS nr. 32.788/1, opmerking 2.2.2. | (6) Aangehaald adv. RvS nr. 32.788/1, opmerking 2.2.2. |
(7) Ontworpen artikel 14, § 1, tweede lid, 3°, van het koninklijk | (7) Ontworpen artikel 14, § 1, tweede lid, 3°, van het koninklijk |
besluit van 16 juli 2002, vervangen bij artikel 1, 3°, van het | besluit van 16 juli 2002, vervangen bij artikel 1, 3°, van het |
ontwerp. | ontwerp. |
De griffier, | De griffier, |
M. Verschraeghen. | M. Verschraeghen. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
J. Smets. | J. Smets. |
21 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 21 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van | koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van |
mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit | mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit |
hernieuwbare energiebronnen | hernieuwbare energiebronnen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de | Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de |
elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 7, § 1; | elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 7, § 1; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de |
instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit | instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit |
opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, gewijzigd bij het koninklijk | opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 5 oktober 2005 en 31 oktober 2008; | besluit van 5 oktober 2005 en 31 oktober 2008; |
Gelet op het overleg met de Gewestregeringen van 14 september 2012; | Gelet op het overleg met de Gewestregeringen van 14 september 2012; |
Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de | Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de |
Elektriciteit en het Gas, gegeven op 1 augustus 2012; | Elektriciteit en het Gas, gegeven op 1 augustus 2012; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 |
september 2012; | september 2012; |
Gelet op het verwachte effect op de transporttarieven van de | Gelet op het verwachte effect op de transporttarieven van de |
uitvoering van het Vlaams Decreet van 13 juli 2012 tot wijziging van | uitvoering van het Vlaams Decreet van 13 juli 2012 tot wijziging van |
het Energiedecreet van 8 mei 2009 betreffende de productie van groene | het Energiedecreet van 8 mei 2009 betreffende de productie van groene |
energie; | energie; |
Gelet op de dringende spoed om het regime van de minimumprijs voor de | Gelet op de dringende spoed om het regime van de minimumprijs voor de |
groenestroomcertificaten toegekend op grond van regionale wetgeving af | groenestroomcertificaten toegekend op grond van regionale wetgeving af |
te schaffen teneinde een opwaartse impact op de transporttarieven te | te schaffen teneinde een opwaartse impact op de transporttarieven te |
vermijden; | vermijden; |
Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt | Gelet op het feit dat voorliggend koninklijk besluit genomen wordt |
zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die | zonder afbreuk te doen aan de verworven rechten van producenten die |
zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor | zonne-energie, met name fotovoltaïsche panelen, in gebruik namen voor |
1 augustus 2012 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een | 1 augustus 2012 en die genoten hebben en nog steeds genieten, voor een |
periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname, van het tarief van 150 | periode van 10 jaar vanaf de ingebruikname, van het tarief van 150 |
/MWh bij de aankoop van het groenestroomcertificaten; | /MWh bij de aankoop van het groenestroomcertificaten; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 18 september | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 18 september |
2012 met toepassing van artikel 84, § 3, van de gecoördineerde wetten | 2012 met toepassing van artikel 84, § 3, van de gecoördineerde wetten |
op de Raad van State; | op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze | Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze |
Staatssecretaris voor Energie en op advies van Onze in Raad vergaderde | Staatssecretaris voor Energie en op advies van Onze in Raad vergaderde |
Ministers, | Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 |
Artikel 1.Artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 |
betreffende de instelling van mechanismen voor bevordering van | betreffende de instelling van mechanismen voor bevordering van |
elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen wordt als volgt | elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen wordt als volgt |
gewijzigd : | gewijzigd : |
1° in het tweede lid worden 2° en 3° opgeheven; | 1° in het tweede lid worden 2° en 3° opgeheven; |
2° in 4°, dat 2° wordt, van het tweede lid worden de woorden « in | 2° in 4°, dat 2° wordt, van het tweede lid worden de woorden « in |
gebruik genomen voor 1 augustus 2012 » ingevoegd tussen de woorden « | gebruik genomen voor 1 augustus 2012 » ingevoegd tussen de woorden « |
zonne-energie » en « : 150 euro/MWh »; | zonne-energie » en « : 150 euro/MWh »; |
3° het vroegere tweede lid, 5°, dat het tweede lid, 3° wordt, wordt | 3° het vroegere tweede lid, 5°, dat het tweede lid, 3° wordt, wordt |
vervangen als volgt : | vervangen als volgt : |
« 3° voor installaties die elektriciteit produceren uit water of | « 3° voor installaties die elektriciteit produceren uit water of |
stromen, bedoeld in artikel 6 van de wet : 20 EUR/MWh ». | stromen, bedoeld in artikel 6 van de wet : 20 EUR/MWh ». |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking op 1 augustus 2012, met |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking op 1 augustus 2012, met |
uitzondering van artikel 1, 3°. | uitzondering van artikel 1, 3°. |
Art. 3.De minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering |
Art. 3.De minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 21 december 2012. | Gegeven te Brussel, 21 december 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Staatssecretaris voor Energie, | De Staatssecretaris voor Energie, |
M. WATHELET | M. WATHELET |