Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 20/09/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
20 SEPTEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de 20 SEPTEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de
voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van
monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende
het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale,
beta-adrenergische of productiestimulerende werking beta-adrenergische of productiestimulerende werking
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren Gelet op de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren
van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of
productiestimulerende werking, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd productiestimulerende werking, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd
bij de wetten van 11 juli 1994, 17 maart 1997 en 10 augustus 2001; bij de wetten van 11 juli 1994, 17 maart 1997 en 10 augustus 2001;
Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gewijzigd Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gewijzigd
bij de wet van 13 juli 2001; bij de wet van 13 juli 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 19 januari 1990 tot vaststelling Gelet op het koninklijk besluit van 19 januari 1990 tot vaststelling
van de voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de van de voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de
ontleding van monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli ontleding van monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli
1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale of 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale of
met antihormonale werking, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 met antihormonale werking, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17
oktober 1996; oktober 1996;
Gelet op het ministerieel besluit van 6 december 1993 houdende Gelet op het ministerieel besluit van 6 december 1993 houdende
erkenning van laboratoria voor het opsporen bij dieren van stoffen met erkenning van laboratoria voor het opsporen bij dieren van stoffen met
hormonale of met antihormonale werking, gewijzigd bij de ministeriële hormonale of met antihormonale werking, gewijzigd bij de ministeriële
besluiten van 6 december 1994 en 6 maart 1998; besluiten van 6 december 1994 en 6 maart 1998;
Gelet op de Richtlijn 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 Gelet op de Richtlijn 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie van 29
april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen
en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot
intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de
Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG, inzonderheid op de artikelen Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG, inzonderheid op de artikelen
14 en 15, 1°; 14 en 15, 1°;
Gelet op de Beschikking 98/179/EEG van de Commissie van 23 februari Gelet op de Beschikking 98/179/EEG van de Commissie van 23 februari
1998 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking 1998 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking
tot de officiële bemonstering in het kader van de opsporing van tot de officiële bemonstering in het kader van de opsporing van
bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en dierlijke bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en dierlijke
producten; producten;
Gelet op het advies van het wetenschappelijk comité, ingesteld bij het Gelet op het advies van het wetenschappelijk comité, ingesteld bij het
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op
11 januari 2001; 11 januari 2001;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de
omstandigheid dat de toekenning van de erkenning van laboratoria voor omstandigheid dat de toekenning van de erkenning van laboratoria voor
de ontleding van monsters genomen in toepassing van de bovenvermelde de ontleding van monsters genomen in toepassing van de bovenvermelde
wet van 15 juli 1985 vanaf de eerste januari 2002 afhankelijk is van wet van 15 juli 1985 vanaf de eerste januari 2002 afhankelijk is van
een voorafgaande accreditatie overeenkomstig de bepalingen van de een voorafgaande accreditatie overeenkomstig de bepalingen van de
bovenvermelde beschikking 98/179/EEG van de Commissie van 23 februari bovenvermelde beschikking 98/179/EEG van de Commissie van 23 februari
1998; 1998;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2002, met Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2002, met
toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State; wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid, Op de voordracht van Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° bevoegde personen : de personen aangewezen door of krachtens de wet 1° bevoegde personen : de personen aangewezen door of krachtens de wet
van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met
hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende
werking; werking;
2° de Minister : de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid; 2° de Minister : de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid;
3° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de 3° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de
Voedselketen. Voedselketen.

Art. 2.Monsters genomen in toepassing van de voornoemde wet van 15

Art. 2.Monsters genomen in toepassing van de voornoemde wet van 15

juli 1985 worden ter ontleding toevertrouwd aan : juli 1985 worden ter ontleding toevertrouwd aan :
1° de laboratoria van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid 1° de laboratoria van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
-Louis Pasteur; -Louis Pasteur;
2° de Rijksontledingslaboratoria van de Inspectie-generaal 2° de Rijksontledingslaboratoria van de Inspectie-generaal
Grondstoffen en Verwerkte Producten; Grondstoffen en Verwerkte Producten;
3° de laboratoria die daartoe overeenkomstig de bepalingen van dit 3° de laboratoria die daartoe overeenkomstig de bepalingen van dit
besluit erkend zijn. besluit erkend zijn.

Art. 3.Om erkend te worden en te blijven dient het laboratorium aan

Art. 3.Om erkend te worden en te blijven dient het laboratorium aan

de volgende voorwaarden te voldoen : de volgende voorwaarden te voldoen :
1° beschikken over een accreditatie overeenkomstig de bepalingen van 1° beschikken over een accreditatie overeenkomstig de bepalingen van
het koninklijk besluit van 22 december 1992 tot oprichting van een het koninklijk besluit van 22 december 1992 tot oprichting van een
accreditatiesysteem van beproevingslaboratoria en keuringsinstellingen accreditatiesysteem van beproevingslaboratoria en keuringsinstellingen
en tot vaststelling van de procedures en de voorwaarden voor en tot vaststelling van de procedures en de voorwaarden voor
accreditatie overeenkomstig de criteria van de normen van de reeks accreditatie overeenkomstig de criteria van de normen van de reeks
NBN-EN 45000; NBN-EN 45000;
2° de verbintenis aangaan : 2° de verbintenis aangaan :
a) al de ontledingen waarvoor het laboratorium erkend is uit te a) al de ontledingen waarvoor het laboratorium erkend is uit te
voeren; voeren;
b) de door de bevoegde personen medegedeelde inlichtingen geheim te b) de door de bevoegde personen medegedeelde inlichtingen geheim te
houden, tenzij deze laatsten de mededeling ervan aan derden toestaan; houden, tenzij deze laatsten de mededeling ervan aan derden toestaan;
c) een kopie van de door de norm NBN-EN 45001 voorgeschreven c) een kopie van de door de norm NBN-EN 45001 voorgeschreven
beproevingsverslagen aan de Minister of de door hem gemachtigde beproevingsverslagen aan de Minister of de door hem gemachtigde
ambtenaar toe te sturen; ambtenaar toe te sturen;
d) op eigen kosten deel te nemen aan de nationaal of internationaal d) op eigen kosten deel te nemen aan de nationaal of internationaal
ingerichte interlaboratoriumproeven, wanneer daarom door de Minister ingerichte interlaboratoriumproeven, wanneer daarom door de Minister
of de door hem gemachtigde ambtenaar wordt verzocht; of de door hem gemachtigde ambtenaar wordt verzocht;
e) elke wijziging aan de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen, e) elke wijziging aan de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen,
aan de Minister of de door hem gemachtigde ambtenaar mede te delen; aan de Minister of de door hem gemachtigde ambtenaar mede te delen;
f) de praktische richtlijnen van de Minister of de door hem f) de praktische richtlijnen van de Minister of de door hem
gemachtigde ambtenaar op te volgen; gemachtigde ambtenaar op te volgen;
3° het laboratorium, de persoon of personen onder wiens 3° het laboratorium, de persoon of personen onder wiens
verantwoordelijkheid de ontledingen uitgevoerd worden en de bij de verantwoordelijkheid de ontledingen uitgevoerd worden en de bij de
werking van het laboratorium betrokken personen mogen rechtstreeks werking van het laboratorium betrokken personen mogen rechtstreeks
noch onrechtstreeks belang hebben bij het verhandelen of behandelen noch onrechtstreeks belang hebben bij het verhandelen of behandelen
van landbouwdieren en aquicultuurdieren. van landbouwdieren en aquicultuurdieren.

Art. 4.§ 1. De aanvraag tot erkenning van het laboratorium wordt in

Art. 4.§ 1. De aanvraag tot erkenning van het laboratorium wordt in

twee exemplaren aan het Agentschap toegestuurd; twee exemplaren aan het Agentschap toegestuurd;
§ 2. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt : § 2. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt :
1° het bewijs dat aan de in artikel 3 van dit besluit gestelde 1° het bewijs dat aan de in artikel 3 van dit besluit gestelde
voorwaarden is voldaan; voorwaarden is voldaan;
2° de opsomming van de aard van de monsters, stoffen en methodes 2° de opsomming van de aard van de monsters, stoffen en methodes
waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en welke zij overeenkomstig waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en welke zij overeenkomstig
hun accreditatie mogen uitvoeren. hun accreditatie mogen uitvoeren.
§ 3. De bepalingen van dit besluit zijn eveneens van toepassing op de § 3. De bepalingen van dit besluit zijn eveneens van toepassing op de
aanvragen voor uitbreiding en vernieuwing van een erkenning. aanvragen voor uitbreiding en vernieuwing van een erkenning.

Art. 5.§ 1. Het Agentschap gaat na of aan de voorwaarden in artikel 3

Art. 5.§ 1. Het Agentschap gaat na of aan de voorwaarden in artikel 3

van dit besluit is voldaan. van dit besluit is voldaan.
§ 2. De erkenning wordt verleend door de gedelegeerd bestuurder van § 2. De erkenning wordt verleend door de gedelegeerd bestuurder van
het Agentschap na advies van het volgens artikel 8 aangeduide het Agentschap na advies van het volgens artikel 8 aangeduide
referentielaboratorium. referentielaboratorium.
§ 3. De erkenning kan beperkt worden tot het ontleden van bepaalde § 3. De erkenning kan beperkt worden tot het ontleden van bepaalde
monsters, tot het opsporen van bepaalde stoffen of tot de toepassing monsters, tot het opsporen van bepaalde stoffen of tot de toepassing
van een bepaalde methode. van een bepaalde methode.

Art. 6.Wanneer de gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning

Art. 6.Wanneer de gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning

wordt overwogen, wordt de belanghebbende daarvan bij een ter post wordt overwogen, wordt de belanghebbende daarvan bij een ter post
aangetekende brief in kennis gesteld. aangetekende brief in kennis gesteld.
De belanghebbende beschikt over dertig dagen om bij ter post De belanghebbende beschikt over dertig dagen om bij ter post
aangetekende brief aan het Agentschap zijn bezwaren kenbaar te maken. aangetekende brief aan het Agentschap zijn bezwaren kenbaar te maken.

Art. 7.De Minister kan, op advies van het Agentschap, de erkenning

Art. 7.De Minister kan, op advies van het Agentschap, de erkenning

geheel of gedeeltelijk intrekken wanneer niet langer aan één of meer geheel of gedeeltelijk intrekken wanneer niet langer aan één of meer
van de in artikel 3 van dit besluit gestelde voorwaarden wordt van de in artikel 3 van dit besluit gestelde voorwaarden wordt
voldaan, of wanneer herhaaldelijk fouten worden vastgesteld bij het voldaan, of wanneer herhaaldelijk fouten worden vastgesteld bij het
uitvoeren van de interlaboratoriumproeven bedoeld in artikel 3, 2°, d uitvoeren van de interlaboratoriumproeven bedoeld in artikel 3, 2°, d
. .
Het voornemen tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de erkenning Het voornemen tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de erkenning
wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de
belanghebbende. Vanaf ontvangst van deze mededeling mag geen enkele belanghebbende. Vanaf ontvangst van deze mededeling mag geen enkele
tegenontleding worden uitgevoerd. tegenontleding worden uitgevoerd.
De belanghebbende beschikt over dertig dagen om bij een ter post De belanghebbende beschikt over dertig dagen om bij een ter post
aangetekende brief aan het Agentschap zijn bezwaren kenbaar te maken. aangetekende brief aan het Agentschap zijn bezwaren kenbaar te maken.
Daarna beschikt de Minister over dertig dagen om een beslissing te Daarna beschikt de Minister over dertig dagen om een beslissing te
nemen. nemen.

Art. 8.De Minister kan één of meer referentielaboratoria aanduiden

Art. 8.De Minister kan één of meer referentielaboratoria aanduiden

met het oog op het verlenen van wetenschappelijke en technische met het oog op het verlenen van wetenschappelijke en technische
bijstand en advies die voor de toepassing van dit besluit nuttig bijstand en advies die voor de toepassing van dit besluit nuttig
kunnen zijn. kunnen zijn.
Hij kan de taken van deze laboratoria bepalen. Hij kan de taken van deze laboratoria bepalen.

Art. 9.Worden opgeheven :

Art. 9.Worden opgeheven :

1° het koninklijk besluit van 19 januari 1990 tot vaststelling van de 1° het koninklijk besluit van 19 januari 1990 tot vaststelling van de
voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van voorwaarden inzake de erkenning van laboratoria voor de ontleding van
monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende monsters genomen in toepassing van de wet van 15 juli 1985 betreffende
het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale of met antihormonale het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale of met antihormonale
werking; werking;
2° het ministerieel besluit van 6 december 1993 houdende erkenning van 2° het ministerieel besluit van 6 december 1993 houdende erkenning van
laboratoria voor het opsporen bij dieren van stoffen met hormonale of laboratoria voor het opsporen bij dieren van stoffen met hormonale of
met antihormonale werking, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van met antihormonale werking, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van
6 december 1994 en 6 maart 1998. 6 december 1994 en 6 maart 1998.

Art. 10.Bij wijze van overgangsbepalingen worden de laboratoria die

Art. 10.Bij wijze van overgangsbepalingen worden de laboratoria die

beschikken over een erkenning toegekend op basis van het bovenvermeld beschikken over een erkenning toegekend op basis van het bovenvermeld
koninklijk besluit van 19 januari 1990, beschouwd als zijnde erkend op koninklijk besluit van 19 januari 1990, beschouwd als zijnde erkend op
basis van dit besluit voor zover de laboratoria aan de door dit basis van dit besluit voor zover de laboratoria aan de door dit
besluit vastgestelde voorwaarden beantwoorden. besluit vastgestelde voorwaarden beantwoorden.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand

Art. 11.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand

volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is
bekendgemaakt. bekendgemaakt.

Art. 12.Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met

Art. 12.Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met

de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 september 2002. Gegeven te Brussel, 20 september 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
J. TAVERNIER J. TAVERNIER
^