Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal verzekerde | Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal verzekerde |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
20 JANUARI 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige | 20 JANUARI 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige |
bepalingen van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « | bepalingen van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « |
handvest » van de sociaal verzekerde | handvest » van de sociaal verzekerde |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende | Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende |
het rust en overlevingspensioen voor werknemers, inzonderheid op | het rust en overlevingspensioen voor werknemers, inzonderheid op |
artikel 16, § 2 en artikel 32, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli | artikel 16, § 2 en artikel 32, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli |
1990; | 1990; |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 | Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 |
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, | betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, |
inzonderheid op artikel 5, § 4, ingevoegd bij de wet van 6 februari | inzonderheid op artikel 5, § 4, ingevoegd bij de wet van 6 februari |
1976, de artikelen 30 en 31, 3°, gewijzigd bij de programmawet van 22 | 1976, de artikelen 30 en 31, 3°, gewijzigd bij de programmawet van 22 |
december 1989 en artikel 32, laatst gewijzigd bij het koninklijk | december 1989 en artikel 32, laatst gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 25 april 1997; | besluit van 25 april 1997; |
Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering | Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering |
in de pensioenregelingen, inzonderheid op artikel 21, vervangen door | in de pensioenregelingen, inzonderheid op artikel 21, vervangen door |
het koninklijk besluit van 16 juli 1998; | het koninklijk besluit van 16 juli 1998; |
Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » | Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » |
van de sociaal verzekerde, inzonderheid op de artikelen 3, eerste lid, | van de sociaal verzekerde, inzonderheid op de artikelen 3, eerste lid, |
8, tweede lid, en 9, vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 25 juni | 8, tweede lid, en 9, vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 25 juni |
1997, en op de artikelen 9, vierde lid en 24, eerste lid; | 1997, en op de artikelen 9, vierde lid en 24, eerste lid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling |
van het algemeen reglement betreffende het rust- en | van het algemeen reglement betreffende het rust- en |
overlevingspensioen voor werknemers, inzonderheid op artikel 9, § 2, | overlevingspensioen voor werknemers, inzonderheid op artikel 9, § 2, |
tweede lid, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 augustus | tweede lid, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 augustus |
1997, artikel 10, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 | 1997, artikel 10, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 |
september 2002 en artikel 18, vervangen bij het koninklijk besluit van | september 2002 en artikel 18, vervangen bij het koninklijk besluit van |
8 augustus 1997; | 8 augustus 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen | Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen |
reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der | reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der |
zelfstandigen, inzonderheid op artikel 93, tweede lid, artikel 121, | zelfstandigen, inzonderheid op artikel 93, tweede lid, artikel 121, |
tweede lid, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 | tweede lid, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 |
december 1998, artikel 133bis, laatst gewijzigd bij het koninklijk | december 1998, artikel 133bis, laatst gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 18 juli 1997 en de artikelen 133sexies en 133septies, | besluit van 18 juli 1997 en de artikelen 133sexies en 133septies, |
ingevoegd door het koninklijk besluit van 4 september 2002; | ingevoegd door het koninklijk besluit van 4 september 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 1998 tot uitvoering voor | Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 1998 tot uitvoering voor |
de pensioenstelsels van de openbare sector van de wet van 11 april | de pensioenstelsels van de openbare sector van de wet van 11 april |
1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde, | 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde, |
inzonderheid op de artikelen 2 en 4 tot en met 7; | inzonderheid op de artikelen 2 en 4 tot en met 7; |
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor | Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor |
pensioenen, gegeven op 29 augustus 2005; | pensioenen, gegeven op 29 augustus 2005; |
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal | Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal |
statuut der zelfstandigen, gegeven op 20 april 2006; | statuut der zelfstandigen, gegeven op 20 april 2006; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 |
april 2007; | april 2007; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, op 20 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, op 20 |
april 2007; | april 2007; |
Gelet op het advies van het Comité Overheidsbedrijven, gegeven op 24 | Gelet op het advies van het Comité Overheidsbedrijven, gegeven op 24 |
februari 2009; | februari 2009; |
Gelet op het protocol nr. 165/9 van 14 mei en 25 november 2009 van het | Gelet op het protocol nr. 165/9 van 14 mei en 25 november 2009 van het |
Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten; | Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten; |
Gelet op het protocol N-283 van 22 april 2009 van het | Gelet op het protocol N-283 van 22 april 2009 van het |
Onderhandelingscomité van het militair personeel van de krijgsmacht; | Onderhandelingscomité van het militair personeel van de krijgsmacht; |
Gelet op het advies nr. 42.990/1 van de Raad van State, gegeven op 24 | Gelet op het advies nr. 42.990/1 van de Raad van State, gegeven op 24 |
mei 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | mei 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van Onze Minister van Pensioenen en van Onze Minister | Op de voordracht van Onze Minister van Pensioenen en van Onze Minister |
van Zelfstandigen en op het advies van Onze in Raad vergaderde | van Zelfstandigen en op het advies van Onze in Raad vergaderde |
Ministers, | Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Pensioenregeling voor werknemers | HOOFDSTUK I. - Pensioenregeling voor werknemers |
Artikel 1.Artikel 32 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober |
Artikel 1.Artikel 32 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober |
1967 betreffende het rust en overlevingspensioen voor werknemers, | 1967 betreffende het rust en overlevingspensioen voor werknemers, |
laatst gewijzigd bij artikel 16 van de wet van 20 juli 1990, wordt | laatst gewijzigd bij artikel 16 van de wet van 20 juli 1990, wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 2.Artikel 9, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 21 |
Art. 2.Artikel 9, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 21 |
december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende | december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende |
het rust- en overlevingspensioen van de werknemers, wordt opgeheven. | het rust- en overlevingspensioen van de werknemers, wordt opgeheven. |
Art. 3.In artikel 10 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het |
Art. 3.In artikel 10 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve | koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve |
onderzoek van de pensioenrechten in de regelingen voor werknemers en | onderzoek van de pensioenrechten in de regelingen voor werknemers en |
zelfstandigen, worden de volgende wijzingen aangebracht : | zelfstandigen, worden de volgende wijzingen aangebracht : |
1°) Het eerste lid van § 3quater wordt aangevuld met de woorden : « | 1°) Het eerste lid van § 3quater wordt aangevuld met de woorden : « |
van de rechten op het rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. | van de rechten op het rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. |
». | ». |
2°) Het tweede lid van § 3quinquies wordt aangevuld met de woorden : « | 2°) Het tweede lid van § 3quinquies wordt aangevuld met de woorden : « |
van de rechten op het rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. | van de rechten op het rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. |
». | ». |
3°) Er wordt een § 5 ingevoegd dat als volgt luidt : | 3°) Er wordt een § 5 ingevoegd dat als volgt luidt : |
« § 5. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een rustpensioen als | « § 5. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een rustpensioen als |
zelfstandige in toepassing van artikel 133quater of van artikel | zelfstandige in toepassing van artikel 133quater of van artikel |
133quinquies van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende | 133quinquies van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende |
algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der | algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der |
zelfstandigen heeft het onderzoek van het recht op een | zelfstandigen heeft het onderzoek van het recht op een |
overlevingspensioen in de pensioenregeling voor werknemers tot gevolg | overlevingspensioen in de pensioenregeling voor werknemers tot gevolg |
wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot een beroepsbezigheid als | wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot een beroepsbezigheid als |
werknemer vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten op | werknemer vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten op |
een rustpensioen als zelfstandige of naar aanleiding van een verhaal. | een rustpensioen als zelfstandige of naar aanleiding van een verhaal. |
». | ». |
4°) Er wordt een § 6 ingevoegd dat als volgt luidt : | 4°) Er wordt een § 6 ingevoegd dat als volgt luidt : |
« § 6. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een | « § 6. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
overlevingspensioen in een pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van | overlevingspensioen in een pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van |
de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire | de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire |
hervormingen heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op | hervormingen heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op |
overlevingspensioen in de pensioenregeling voor werknemers tot gevolg, | overlevingspensioen in de pensioenregeling voor werknemers tot gevolg, |
wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, een beroepsbezigheid | wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, een beroepsbezigheid |
als werknemer vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten | als werknemer vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten |
op een pensioen of naar aanleiding van een verhaal. | op een pensioen of naar aanleiding van een verhaal. |
De beslissing van de Rijksdienst voor pensioenen gaat in de eerste dag | De beslissing van de Rijksdienst voor pensioenen gaat in de eerste dag |
van de maand volgend op die van het overlijden van de laatste | van de maand volgend op die van het overlijden van de laatste |
echtgenoot. Het gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de | echtgenoot. Het gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de |
laatste echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand | laatste echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand |
van zijn overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van | van zijn overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van |
een rustpensioen toegekend in de regeling voor werknemers, in een | een rustpensioen toegekend in de regeling voor werknemers, in een |
andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in | andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in |
een regeling die op het personeel van een instelling van | een regeling die op het personeel van een instelling van |
internationaal publiek recht van toepassing is ». | internationaal publiek recht van toepassing is ». |
5°) Er wordt een § 7 ingevoegd dat als volgt luidt : | 5°) Er wordt een § 7 ingevoegd dat als volgt luidt : |
« § 7. Het ambtshalve onderzoek van het rustpensioen voor een | « § 7. Het ambtshalve onderzoek van het rustpensioen voor een |
lichamelijke ongeschiktheid in een pensioenregeling bedoeld in artikel | lichamelijke ongeschiktheid in een pensioenregeling bedoeld in artikel |
38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire | 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire |
hervormingen, heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op | hervormingen, heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op |
rustpensioen in de regeling voor werknemers tot gevolg, voor zover : | rustpensioen in de regeling voor werknemers tot gevolg, voor zover : |
- een beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de gerechtigde | - een beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de gerechtigde |
wordt vastgesteld bij het onderzoek van het rustpensioen ingevolge een | wordt vastgesteld bij het onderzoek van het rustpensioen ingevolge een |
lichamelijke ongeschiktheid of naar aanleiding van een verhaal; | lichamelijke ongeschiktheid of naar aanleiding van een verhaal; |
- de beslissing inzake lichamelijke ongeschiktheid ten vroegste de | - de beslissing inzake lichamelijke ongeschiktheid ten vroegste de |
eerste dag van de twaalfde maand welke die voorafgaat aan de maand in | eerste dag van de twaalfde maand welke die voorafgaat aan de maand in |
de loop waarvan de gerechtigde de leeftijd van 60 jaar bereikt, | de loop waarvan de gerechtigde de leeftijd van 60 jaar bereikt, |
genomen wordt. | genomen wordt. |
De beslissing van de Rijksdienst voor pensioenen gaat op dezelfde | De beslissing van de Rijksdienst voor pensioenen gaat op dezelfde |
datum als de beslissing genomen in de regeling bedoeld in artikel 38 | datum als de beslissing genomen in de regeling bedoeld in artikel 38 |
van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en bugettaire | van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en bugettaire |
hervorming en ten vroegste de eerste dag van de maand die volgt op | hervorming en ten vroegste de eerste dag van de maand die volgt op |
deze waarin de gerechtigde 60 jaar wordt. ». | deze waarin de gerechtigde 60 jaar wordt. ». |
Art. 4.Een artikel 11ter wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, |
Art. 4.Een artikel 11ter wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, |
luidend als volgt : | luidend als volgt : |
« Art. 11ter.De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
« Art. 11ter.De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de | verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de |
regeling voor zelfstandigen, die melding maakt van periodes van | regeling voor zelfstandigen, die melding maakt van periodes van |
beroepsactiviteit als werknemer, geldt als aanvraag in de | beroepsactiviteit als werknemer, geldt als aanvraag in de |
pensioenregeling voor werknemers. | pensioenregeling voor werknemers. |
Hetzelfde geldt wanneer dergelijke beroepsactiviteit wordt vastgesteld | Hetzelfde geldt wanneer dergelijke beroepsactiviteit wordt vastgesteld |
bij het onderzoek van de aanvraag of naar aanleiding van een verhaal. | bij het onderzoek van de aanvraag of naar aanleiding van een verhaal. |
» | » |
Art. 5.Een artikel 11quater wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, |
Art. 5.Een artikel 11quater wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, |
luidend als volgt : | luidend als volgt : |
« Art. 11quater.De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
« Art. 11quater.De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in een | verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in een |
pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 | pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 |
houdende economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt | houdende economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt |
van periodes van beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de | van periodes van beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de |
aanvrager, geldt als aanvraag met het oog op het verkrijgen van een | aanvrager, geldt als aanvraag met het oog op het verkrijgen van een |
rustpensioen in de pensioenregeling voor werknemers, voorzover de | rustpensioen in de pensioenregeling voor werknemers, voorzover de |
aanvraag ten vroegste de eerste dag van de twaalfde maand welke die | aanvraag ten vroegste de eerste dag van de twaalfde maand welke die |
voorafgaat in de loop waarvan de aanvrager de leeftijd van 60 jaar | voorafgaat in de loop waarvan de aanvrager de leeftijd van 60 jaar |
bereikt, ingediend wordt. | bereikt, ingediend wordt. |
De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van een | De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van een |
rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling | rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling |
bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende | bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende |
economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt van | economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt van |
periodes van beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de | periodes van beroepsactiviteit als werknemer in hoofde van de |
overleden echtgenoot van de aanvrager, geldt als aanvraag met het oog | overleden echtgenoot van de aanvrager, geldt als aanvraag met het oog |
op het verkrijgen van een overlevingspensioen in de regeling voor | op het verkrijgen van een overlevingspensioen in de regeling voor |
werknemers. | werknemers. |
De vorige leden zijn ook van toepassing wanneer de beroepsactiviteit | De vorige leden zijn ook van toepassing wanneer de beroepsactiviteit |
als werknemer wordt vastgesteld bij het onderzoek van de aanvraag of | als werknemer wordt vastgesteld bij het onderzoek van de aanvraag of |
naar aanleiding van een verhaal. » | naar aanleiding van een verhaal. » |
Art. 6.In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt een § 3 ingevoegd, |
Art. 6.In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt een § 3 ingevoegd, |
luidend als volgt : | luidend als volgt : |
« § 3. Wordt met een aanvraag zoals beoogd in § 1 van dit artikel | « § 3. Wordt met een aanvraag zoals beoogd in § 1 van dit artikel |
gelijkgesteld : een aanvraag tegen elektronische ontvangstbewijs, door | gelijkgesteld : een aanvraag tegen elektronische ontvangstbewijs, door |
de aanvrager aan de Rijksdienst voor pensioenen toegezonden. ». | de aanvrager aan de Rijksdienst voor pensioenen toegezonden. ». |
HOOFDSTUK II. - Pensioenregeling voor zelfstandigen | HOOFDSTUK II. - Pensioenregeling voor zelfstandigen |
Art. 7.In artikel 32 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 |
Art. 7.In artikel 32 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 |
november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der | november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der |
zelfstandigen, worden het derde lid en het vierde lid, vervangen door | zelfstandigen, worden het derde lid en het vierde lid, vervangen door |
het koninklijk besluit van 25 april 1997, opgeheven. | het koninklijk besluit van 25 april 1997, opgeheven. |
Art. 8.In artikel 93 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 |
Art. 8.In artikel 93 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 |
houdende algemeen reglement betreffende het rust- en | houdende algemeen reglement betreffende het rust- en |
overlevingspensioen der zelfstandigen, wordt het tweede lid vervangen | overlevingspensioen der zelfstandigen, wordt het tweede lid vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« Artikel 121, eerste lid, is van toepassing op die aanvraag. » | « Artikel 121, eerste lid, is van toepassing op die aanvraag. » |
Art. 9.In artikel 121 van hetzelfde besluit,, wordt het tweede lid, |
Art. 9.In artikel 121 van hetzelfde besluit,, wordt het tweede lid, |
ingevoegd door het koninklijk besluit van 15 december 1998, opgeheven. | ingevoegd door het koninklijk besluit van 15 december 1998, opgeheven. |
Art. 10.In hetzelfde besluit wordt een artikel 121bis ingevoegd, |
Art. 10.In hetzelfde besluit wordt een artikel 121bis ingevoegd, |
luidende : | luidende : |
« Art. 121bis.§ 1. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
« Art. 121bis.§ 1. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de | verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de |
regeling voor werknemers, die melding maakt van periodes van | regeling voor werknemers, die melding maakt van periodes van |
beroepsbezigheid als zelfstandige, geldt als aanvraag in de | beroepsbezigheid als zelfstandige, geldt als aanvraag in de |
pensioenregeling voor zelfstandigen. | pensioenregeling voor zelfstandigen. |
Hetzelfde geldt wanneer dergelijke beroepsbezigheid wordt vastgesteld | Hetzelfde geldt wanneer dergelijke beroepsbezigheid wordt vastgesteld |
bij het onderzoek van de aanvraag of van een verhaal, of bij de eerste | bij het onderzoek van de aanvraag of van een verhaal, of bij de eerste |
uitbetaling van het pensioen. | uitbetaling van het pensioen. |
§ 2. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van | § 2. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van |
een rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling | een rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling |
bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende | bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende |
economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt van | economische en budgettaire hervormingen, die melding maakt van |
periodes van beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofde van de | periodes van beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofde van de |
aanvrager, geldt als aanvraag om een rustpensioen in de regeling voor | aanvrager, geldt als aanvraag om een rustpensioen in de regeling voor |
zelfstandigen, voorzover de aanvraag ten vroegste de eerste dag van de | zelfstandigen, voorzover de aanvraag ten vroegste de eerste dag van de |
twaalfde maand welke die voorafgaat in de loop waarvan de aanvrager de | twaalfde maand welke die voorafgaat in de loop waarvan de aanvrager de |
leeftijd van 60 jaar bereikt, ingediend wordt. | leeftijd van 60 jaar bereikt, ingediend wordt. |
De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van een | De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van een |
rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling | rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenregeling |
bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende | bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende |
economische en budgettaire hervormingen die melding maakt van periodes | economische en budgettaire hervormingen die melding maakt van periodes |
van beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofde van de overleden | van beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofde van de overleden |
echtgenoot van de aanvrager, geldt als aanvraag om een | echtgenoot van de aanvrager, geldt als aanvraag om een |
overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen. | overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen. |
De vorige leden zijn ook van toepassing wanneer de beroepsbezigheid | De vorige leden zijn ook van toepassing wanneer de beroepsbezigheid |
als zelfstandige wordt vastgesteld bij het onderzoek van de aanvraag | als zelfstandige wordt vastgesteld bij het onderzoek van de aanvraag |
of naar aanleiding van een verhaal. ». | of naar aanleiding van een verhaal. ». |
Art. 11.Artikel 133bis van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij |
Art. 11.Artikel 133bis van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 18 juli 1997, wordt aangevuld met een | het koninklijk besluit van 18 juli 1997, wordt aangevuld met een |
paragraaf 4, luidende : | paragraaf 4, luidende : |
« § 4. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een | « § 4. Het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
overlevingspensioen in een pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van | overlevingspensioen in een pensioenregeling bedoeld in artikel 38 van |
de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire | de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire |
hervormingen heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op | hervormingen heeft het ambtshalve onderzoek van het recht op |
overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen tot gevolg, | overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen tot gevolg, |
wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, een beroepsbezigheid | wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, een beroepsbezigheid |
als zelfstandige vastgesteld wordt tijdens het onderzoek of naar | als zelfstandige vastgesteld wordt tijdens het onderzoek of naar |
aanleiding van een verhaal. | aanleiding van een verhaal. |
De beslissing van het Rijksinstituut gaat in de eerste dag van de | De beslissing van het Rijksinstituut gaat in de eerste dag van de |
maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het | maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het |
gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste | gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste |
echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn | echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn |
overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een | overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een |
rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een | rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een |
andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in | andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in |
een regeling die op het personeel van een instelling van | een regeling die op het personeel van een instelling van |
internationaal publiek recht van toepassing is. ». | internationaal publiek recht van toepassing is. ». |
Art. 12.In artikel 133sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd door |
Art. 12.In artikel 133sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd door |
het koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve | het koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve |
onderzoek van pensioenrechten in de pensioenstelsels voor werknemers | onderzoek van pensioenrechten in de pensioenstelsels voor werknemers |
en voor zelfstandigen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | en voor zelfstandigen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
het eerste lid wordt aangevuld met de woorden « van de rechten op een | het eerste lid wordt aangevuld met de woorden « van de rechten op een |
rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. »; | rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. »; |
de Nederlandse tekst van het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt | de Nederlandse tekst van het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt |
: | : |
« 1° wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de | « 1° wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de |
maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het | maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het |
gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste | gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste |
echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn | echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn |
overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een | overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een |
rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een | rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een |
andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in | andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in |
een regeling die op het personeel van een instelling van | een regeling die op het personeel van een instelling van |
internationaal publiek recht van toepassing is; ». | internationaal publiek recht van toepassing is; ». |
Art. 13.In artikel 133septies van hetzelfde besluit, ingevoegd door |
Art. 13.In artikel 133septies van hetzelfde besluit, ingevoegd door |
het koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve | het koninklijk besluit van 4 september 2002 betreffende het ambtshalve |
onderzoek van pensioenrechten in de pensioenstelsels voor werknemers | onderzoek van pensioenrechten in de pensioenstelsels voor werknemers |
en voor zelfstandigen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | en voor zelfstandigen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
het lid 1 wordt aangevuld met de woorden « van de rechten op een | het lid 1 wordt aangevuld met de woorden « van de rechten op een |
rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. »; | rustpensioen of naar aanleiding van een verhaal. »; |
de Nederlandse tekst van het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt | de Nederlandse tekst van het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt |
: | : |
« 1° wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de | « 1° wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de |
maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het | maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het |
gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste | gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste |
echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn | echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn |
overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een | overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een |
rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een | rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een |
andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in | andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in |
een regeling die op het personeel van een instelling van | een regeling die op het personeel van een instelling van |
internationaal publiek recht van toepassing is; ». | internationaal publiek recht van toepassing is; ». |
Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een artikel 133octies ingevoegd, |
Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een artikel 133octies ingevoegd, |
luidende : | luidende : |
« Art. 133octies.Het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
« Art. 133octies.Het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
rustpensioen als werknemer in toepassing van artikel 10, § 3 of van | rustpensioen als werknemer in toepassing van artikel 10, § 3 of van |
artikel 10, § 3ter van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot | artikel 10, § 3ter van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot |
vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en | vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en |
overlevingspensioen voor werknemers heeft het ambtshalve onderzoek van | overlevingspensioen voor werknemers heeft het ambtshalve onderzoek van |
het recht op een overlevingspensioen, van het recht op een pensioen | het recht op een overlevingspensioen, van het recht op een pensioen |
van uit de echt gescheiden echtgenoot of van het recht in hoedanigheid | van uit de echt gescheiden echtgenoot of van het recht in hoedanigheid |
van gescheiden echtgenoot tot gevolg in de regeling voor | van gescheiden echtgenoot tot gevolg in de regeling voor |
zelfstandigen, wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, de | zelfstandigen, wanneer in hoofde van de overleden echtgenoot, de |
ex-echtgenoot of de feitelijk of van tafel en bed gescheiden | ex-echtgenoot of de feitelijk of van tafel en bed gescheiden |
echtgenoot, naargelang het geval, een beroepsbezigheid als | echtgenoot, naargelang het geval, een beroepsbezigheid als |
zelfstandige vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten op | zelfstandige vastgesteld wordt tijdens het onderzoek van de rechten op |
een rustpensioen als werknemer of naar aanleiding van een verhaal. | een rustpensioen als werknemer of naar aanleiding van een verhaal. |
De beslissing van het Rijksinstituut gaat in : | De beslissing van het Rijksinstituut gaat in : |
wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de | wanneer het gaat om een overlevingspensioen, de eerste dag van de |
maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het | maand volgend op die van het overlijden van de laatste echtgenoot. Het |
gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste | gaat niettemin in de eerste dag van de maand waarin de laatste |
echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn | echtgenoot is overleden indien deze, in de loop van de maand van zijn |
overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een | overlijden, geen aanspraak kon maken op de uitbetaling van een |
rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een | rustpensioen toegekend in de regeling voor zelfstandigen, in een |
andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in | andere Belgische regeling, in een analoge buitenlandse regeling of in |
een regeling die op het personeel van een instelling van | een regeling die op het personeel van een instelling van |
internationaal publiek recht van toepassing is; | internationaal publiek recht van toepassing is; |
wanneer het gaat om een pensioen van uit de echt gescheiden | wanneer het gaat om een pensioen van uit de echt gescheiden |
echtgenoot, de eerste dag van de maand volgend op deze in de loop | echtgenoot, de eerste dag van de maand volgend op deze in de loop |
waarvan de echtscheiding werd overgeschreven; | waarvan de echtscheiding werd overgeschreven; |
wanneer het gaat om de pensioenrechten in hoedanigheid van gescheiden | wanneer het gaat om de pensioenrechten in hoedanigheid van gescheiden |
echtgenoot, de eerste dag van de maand volgend op deze in de loop | echtgenoot, de eerste dag van de maand volgend op deze in de loop |
waarvan de scheiding van tafel en bed of de feitelijke scheiding zich | waarvan de scheiding van tafel en bed of de feitelijke scheiding zich |
voorgedaan heeft. | voorgedaan heeft. |
De beslissing van het Rijksinstituut kan evenwel ten vroegste ingaan | De beslissing van het Rijksinstituut kan evenwel ten vroegste ingaan |
op dezelfde datum als de ambtshalve genomen beslissing in de regeling | op dezelfde datum als de ambtshalve genomen beslissing in de regeling |
voor werknemers. ». | voor werknemers. ». |
Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een artikel 133nonies ingevoegd, |
Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een artikel 133nonies ingevoegd, |
luidende : | luidende : |
« Art. 133nonies.Het ambtshalve onderzoek van het rustpensioen voor |
« Art. 133nonies.Het ambtshalve onderzoek van het rustpensioen voor |
een lichamelijke ongeschiktheid in één van de regelingen bedoeld in | een lichamelijke ongeschiktheid in één van de regelingen bedoeld in |
artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en | artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en |
budgettaire hervormingen, heeft het ambtshalve onderzoek van het recht | budgettaire hervormingen, heeft het ambtshalve onderzoek van het recht |
op rustpensioen in de regeling der zelfstandigen tot gevolg, voor | op rustpensioen in de regeling der zelfstandigen tot gevolg, voor |
zover : | zover : |
een beroepsactiviteit als zelfstandige in hoofde van de gerechtigde | een beroepsactiviteit als zelfstandige in hoofde van de gerechtigde |
wordt vastgesteld bij het onderzoek van het rustpensioen ingevolge een | wordt vastgesteld bij het onderzoek van het rustpensioen ingevolge een |
lichamelijke ongeschiktheid of naar aanleiding van een verhaal; | lichamelijke ongeschiktheid of naar aanleiding van een verhaal; |
de beslissing inzake lichamelijke ongeschiktheid ten vroegste de | de beslissing inzake lichamelijke ongeschiktheid ten vroegste de |
eerste dag van de twaalfde maand welke die voorafgaat aan de maand in | eerste dag van de twaalfde maand welke die voorafgaat aan de maand in |
de loop waarvan de gerechtigde de leeftijd van 60 jaar bereikt, | de loop waarvan de gerechtigde de leeftijd van 60 jaar bereikt, |
genomen wordt. | genomen wordt. |
De beslissing van het Rijksinstituut gaat in op dezelfde datum als de | De beslissing van het Rijksinstituut gaat in op dezelfde datum als de |
beslissing genomen in de regeling bedoeld in artikel 38 van de | beslissing genomen in de regeling bedoeld in artikel 38 van de |
voormelde wet van 5 augustus 1978, en ten vroegste de eerste dag van | voormelde wet van 5 augustus 1978, en ten vroegste de eerste dag van |
de maand die volgt op deze waarin de gerechtigde 60 jaar wordt. ». | de maand die volgt op deze waarin de gerechtigde 60 jaar wordt. ». |
HOOFDSTUK III. - Pensioenregeling van de openbare sector | HOOFDSTUK III. - Pensioenregeling van de openbare sector |
Art. 16.Artikel 21, § 1, vierde lid, van de wet van 15 mei 1984 |
Art. 16.Artikel 21, § 1, vierde lid, van de wet van 15 mei 1984 |
houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, | houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, |
vervangen door het koninklijk besluit van 16 juli 1998, wordt | vervangen door het koninklijk besluit van 16 juli 1998, wordt |
vervangen door de volgende bepaling : | vervangen door de volgende bepaling : |
« Voor de toepassing van het tweede of het derde lid worden meerdere | « Voor de toepassing van het tweede of het derde lid worden meerdere |
uit de echt gescheiden echtgenoten of meerdere wezen die de leeftijd | uit de echt gescheiden echtgenoten of meerdere wezen die de leeftijd |
van 18 jaar nog niet bereikt hebben, zelfs uit verschillende | van 18 jaar nog niet bereikt hebben, zelfs uit verschillende |
huwelijken, beschouwd als één potentiële rechthebbende. » | huwelijken, beschouwd als één potentiële rechthebbende. » |
Art. 17.In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 |
Art. 17.In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 |
juli 1998 tot uitvoering voor de pensioenstelsels van de openbare | juli 1998 tot uitvoering voor de pensioenstelsels van de openbare |
sector van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van | sector van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van |
de sociaal verzekerde, worden de woorden « de wetgeving en de | de sociaal verzekerde, worden de woorden « de wetgeving en de |
jurisprudentie die toepasselijk zijn » vervangen door de woorden « de | jurisprudentie die toepasselijk zijn » vervangen door de woorden « de |
wetgeving die toepasselijk is ». | wetgeving die toepasselijk is ». |
Art. 18.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de |
Art. 18.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de |
volgende bepaling : | volgende bepaling : |
« Art. 4.Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid van de wet, is |
« Art. 4.Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid van de wet, is |
de ontvangstdatum van een pensioenaanvraag ingediend bij of | de ontvangstdatum van een pensioenaanvraag ingediend bij of |
overgezonden aan de beheersinstelling die bevoegd is voor de | overgezonden aan de beheersinstelling die bevoegd is voor de |
behandeling van alle of een gedeelte van de in die aanvraag bedoelde | behandeling van alle of een gedeelte van de in die aanvraag bedoelde |
diensttijd, de datum waarop die instelling de aanvraag heeft | diensttijd, de datum waarop die instelling de aanvraag heeft |
geregistreerd. Deze ontvangstdatum, die op onuitwisbare wijze op de | geregistreerd. Deze ontvangstdatum, die op onuitwisbare wijze op de |
aanvraag zelf moet voorkomen, wordt aan betrokkene meegedeeld in het | aanvraag zelf moet voorkomen, wordt aan betrokkene meegedeeld in het |
in artikel 9, tweede lid, van de wet bepaalde ontvangstbewijs. ». | in artikel 9, tweede lid, van de wet bepaalde ontvangstbewijs. ». |
Art. 19.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de |
Art. 19.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de |
volgende bepaling : | volgende bepaling : |
« Art. 5.§ 1. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
« Art. 5.§ 1. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het |
verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de | verkrijgen van een rustpensioen of een overlevingspensioen in de |
pensioenregeling voor werknemers of in de pensioenregeling voor | pensioenregeling voor werknemers of in de pensioenregeling voor |
zelfstandigen, waaruit een periode van tewerkstelling blijkt gedurende | zelfstandigen, waaruit een periode van tewerkstelling blijkt gedurende |
welke de aanvrager of de overleden echtgenoot rechten heeft opgebouwd | welke de aanvrager of de overleden echtgenoot rechten heeft opgebouwd |
in een pensioenstelsel van de openbare sector, geldt als aanvraag voor | in een pensioenstelsel van de openbare sector, geldt als aanvraag voor |
een pensioen van dezelfde aard in dat laatste stelsel. | een pensioen van dezelfde aard in dat laatste stelsel. |
De Rijksdienst voor Pensioenen of het Rijksinstituut voor de Sociale | De Rijksdienst voor Pensioenen of het Rijksinstituut voor de Sociale |
Verzekeringen der Zelfstandigen zendt de in het eerste lid bedoelde | Verzekeringen der Zelfstandigen zendt de in het eerste lid bedoelde |
aanvraag over aan de Pensioendienst voor de overheidssector. | aanvraag over aan de Pensioendienst voor de overheidssector. |
Indien uit een in het eerste lid bedoelde aanvraag een periode van | Indien uit een in het eerste lid bedoelde aanvraag een periode van |
tewerkstelling blijkt gedurende welke de aanvrager of de overleden | tewerkstelling blijkt gedurende welke de aanvrager of de overleden |
echtgenoot rechten heeft opgebouwd in een pensioenstelsel dat niet | echtgenoot rechten heeft opgebouwd in een pensioenstelsel dat niet |
door de Pensioendienst voor de overheidssector beheerd wordt, zendt | door de Pensioendienst voor de overheidssector beheerd wordt, zendt |
deze de aanvraag over aan de bevoegde beheersinstelling. | deze de aanvraag over aan de bevoegde beheersinstelling. |
Het eerste tot en met het derde lid zijn eveneens van toepassing | Het eerste tot en met het derde lid zijn eveneens van toepassing |
indien de tewerkstelling in een pensioenstelsel van de openbare sector | indien de tewerkstelling in een pensioenstelsel van de openbare sector |
wordt vastgesteld tijdens het onderzoek van de aanvraag of van een | wordt vastgesteld tijdens het onderzoek van de aanvraag of van een |
verhaal. | verhaal. |
§ 2. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van | § 2. De geldig ingediende aanvraag met het oog op het verkrijgen van |
een rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenstelsel van | een rustpensioen of een overlevingspensioen in een pensioenstelsel van |
de openbare sector waarop de bepalingen van de wet van 14 april 1965 | de openbare sector waarop de bepalingen van de wet van 14 april 1965 |
tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden | tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden |
pensioenregelingen van de openbare sector niet van toepassing zijn, | pensioenregelingen van de openbare sector niet van toepassing zijn, |
waaruit een periode van tewerkstelling blijkt gedurende welke de | waaruit een periode van tewerkstelling blijkt gedurende welke de |
aanvrager of de overleden echtgenoot rechten heeft opgebouwd in een | aanvrager of de overleden echtgenoot rechten heeft opgebouwd in een |
ander pensioenstelsel van de openbare sector, geldt als aanvraag in | ander pensioenstelsel van de openbare sector, geldt als aanvraag in |
dat stelsel. | dat stelsel. |
Indien de in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ontvangen door een | Indien de in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ontvangen door een |
andere beheersinstelling dan de Pensioendienst voor de | andere beheersinstelling dan de Pensioendienst voor de |
overheidssector, zendt deze beheersinstelling de aanvraag over aan | overheidssector, zendt deze beheersinstelling de aanvraag over aan |
deze dienst. Indien deze dienst niet de bevoegde beheersinstelling is, | deze dienst. Indien deze dienst niet de bevoegde beheersinstelling is, |
zendt hij de aanvraag over aan de bevoegde beheersinstelling. | zendt hij de aanvraag over aan de bevoegde beheersinstelling. |
Het eerste en het tweede lid zijn eveneens van toepassing indien de | Het eerste en het tweede lid zijn eveneens van toepassing indien de |
tewerkstelling in een ander pensioenstelsel van de openbare sector | tewerkstelling in een ander pensioenstelsel van de openbare sector |
wordt vastgesteld tijdens het onderzoek van de aanvraag of van een | wordt vastgesteld tijdens het onderzoek van de aanvraag of van een |
verhaal. | verhaal. |
§ 3. Indien een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een enig | § 3. Indien een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een enig |
pensioen met toepassing van de bepalingen van voormelde wet van 14 | pensioen met toepassing van de bepalingen van voormelde wet van 14 |
april 1965 werd ontvangen door een beheersinstelling die niet bevoegd | april 1965 werd ontvangen door een beheersinstelling die niet bevoegd |
is om dat pensioen toe te kennen, wordt de aanvraag geldig op de datum | is om dat pensioen toe te kennen, wordt de aanvraag geldig op de datum |
waarop ze door de onbevoegde beheersinstelling geregistreerd werd. | waarop ze door de onbevoegde beheersinstelling geregistreerd werd. |
§ 4. Indien tijdens het ambtshalve onderzoek van het recht op een | § 4. Indien tijdens het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
rust- of overlevingspensioen in de regeling voor werknemers | rust- of overlevingspensioen in de regeling voor werknemers |
vastgesteld wordt dat er een tewerkstelling is die recht kan geven op | vastgesteld wordt dat er een tewerkstelling is die recht kan geven op |
een pensioen van dezelfde aard in één van de pensioenregelingen van de | een pensioen van dezelfde aard in één van de pensioenregelingen van de |
openbare sector, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat pensioen | openbare sector, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat pensioen |
ambtshalve onderzocht wordt. | ambtshalve onderzocht wordt. |
De Rijksdienst voor Pensioenen brengt de Pensioendienst voor de | De Rijksdienst voor Pensioenen brengt de Pensioendienst voor de |
overheidssector op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde | overheidssector op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde |
tewerkstelling. | tewerkstelling. |
Indien tijdens de in het eerste lid bedoelde periode van | Indien tijdens de in het eerste lid bedoelde periode van |
tewerkstelling pensioenrechten werden opgebouwd in een | tewerkstelling pensioenrechten werden opgebouwd in een |
pensioenregeling van de openbare sector die niet beheerd wordt door de | pensioenregeling van de openbare sector die niet beheerd wordt door de |
Pensioendienst voor de overheidssector, brengt deze de bevoegde | Pensioendienst voor de overheidssector, brengt deze de bevoegde |
beheersinstelling op de hoogte. | beheersinstelling op de hoogte. |
De beslissing die genomen wordt door de bevoegde beheersinstelling | De beslissing die genomen wordt door de bevoegde beheersinstelling |
heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing die genomen wordt | heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing die genomen wordt |
in de regeling van de werknemers. | in de regeling van de werknemers. |
§ 5. Indien tijdens het ambtshalve onderzoek van het recht op een | § 5. Indien tijdens het ambtshalve onderzoek van het recht op een |
rust- of overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen | rust- of overlevingspensioen in de regeling voor zelfstandigen |
vastgesteld wordt dat er een tewerkstelling is die recht kan geven op | vastgesteld wordt dat er een tewerkstelling is die recht kan geven op |
een pensioen van dezelfde aard in één van de pensioenregelingen van de | een pensioen van dezelfde aard in één van de pensioenregelingen van de |
openbare sector, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat pensioen | openbare sector, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat pensioen |
ambtshalve onderzocht wordt. | ambtshalve onderzocht wordt. |
Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen | Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen |
brengt de Pensioendienst voor de overheidssector op de hoogte van de | brengt de Pensioendienst voor de overheidssector op de hoogte van de |
in het eerste lid bedoelde tewerkstelling. | in het eerste lid bedoelde tewerkstelling. |
Indien tijdens de in het eerste lid bedoelde periode van de | Indien tijdens de in het eerste lid bedoelde periode van de |
tewerkstelling pensioenrechten werden opgebouwd in een | tewerkstelling pensioenrechten werden opgebouwd in een |
pensioenregeling van de openbare sector die niet beheerd wordt door de | pensioenregeling van de openbare sector die niet beheerd wordt door de |
Pensioendienst voor de overheidssector, brengt deze de bevoegde | Pensioendienst voor de overheidssector, brengt deze de bevoegde |
beheersinstelling op de hoogte. | beheersinstelling op de hoogte. |
De beslissing die genomen wordt door de bevoegde beheersinstelling | De beslissing die genomen wordt door de bevoegde beheersinstelling |
heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing die genomen wordt | heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing die genomen wordt |
in de regeling van de zelfstandigen. | in de regeling van de zelfstandigen. |
§ 6. Indien de beheersinstelling tijdens het ambtshalve onderzoek van | § 6. Indien de beheersinstelling tijdens het ambtshalve onderzoek van |
het recht op een rust- of overlevingspensioen in een pensioenregeling | het recht op een rust- of overlevingspensioen in een pensioenregeling |
van de openbare sector vaststelt dat er een tewerkstelling is die | van de openbare sector vaststelt dat er een tewerkstelling is die |
recht kan geven op een pensioen van dezelfde aard in een | recht kan geven op een pensioen van dezelfde aard in een |
pensioenregeling van de openbare sector die beheerd wordt door een | pensioenregeling van de openbare sector die beheerd wordt door een |
andere beheersinstelling, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat | andere beheersinstelling, heeft dit tot gevolg dat het recht op dat |
pensioen ambtshalve onderzocht wordt. | pensioen ambtshalve onderzocht wordt. |
De beheersinstelling die het ambtshalve onderzoek heeft ingesteld, | De beheersinstelling die het ambtshalve onderzoek heeft ingesteld, |
brengt de andere beheersinstelling op de hoogte van de in het eerste | brengt de andere beheersinstelling op de hoogte van de in het eerste |
lid bedoelde tewerkstelling. | lid bedoelde tewerkstelling. |
De beslissing die genomen wordt door de op de hoogte gebrachte | De beslissing die genomen wordt door de op de hoogte gebrachte |
beheersinstelling heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing | beheersinstelling heeft uitwerking op dezelfde datum als de beslissing |
die genomen wordt in de regeling van de beheersinstelling die het | die genomen wordt in de regeling van de beheersinstelling die het |
ambtshalve onderzoek heeft ingesteld. » | ambtshalve onderzoek heeft ingesteld. » |
Art. 20.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende |
Art. 20.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende |
bepaling : | bepaling : |
« Art. 6.De beslissing van lichamelijke ongeschiktheid die |
« Art. 6.De beslissing van lichamelijke ongeschiktheid die |
overgezonden wordt aan de Pensioendienst voor de overheidssector heeft | overgezonden wordt aan de Pensioendienst voor de overheidssector heeft |
een ambtshalve onderzoek van het recht op het rustpensioen tot gevolg | een ambtshalve onderzoek van het recht op het rustpensioen tot gevolg |
indien deze dienst de bevoegde beheersinstelling is. ». | indien deze dienst de bevoegde beheersinstelling is. ». |
Art. 21.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende |
Art. 21.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende |
bepaling : | bepaling : |
« Art. 7.Indien de aanvraag met het oog op het verkrijgen van een |
« Art. 7.Indien de aanvraag met het oog op het verkrijgen van een |
rustpensioen of van een overlevingspensioen ingediend wordt bij een | rustpensioen of van een overlevingspensioen ingediend wordt bij een |
instelling van sociale zekerheid die niet bevoegd is inzake pensioenen | instelling van sociale zekerheid die niet bevoegd is inzake pensioenen |
en indien deze aanvraag overgezonden wordt aan de bevoegde | en indien deze aanvraag overgezonden wordt aan de bevoegde |
beheersinstelling, geldt de ontvangstdatum van de aanvraag door de | beheersinstelling, geldt de ontvangstdatum van de aanvraag door de |
onbevoegde instelling van sociale zekerheid als ontvangstdatum van de | onbevoegde instelling van sociale zekerheid als ontvangstdatum van de |
aanvraag door de bevoegde beheersinstelling. | aanvraag door de bevoegde beheersinstelling. |
De ontvangstdatum van de aanvraag bij de onbevoegde instelling van | De ontvangstdatum van de aanvraag bij de onbevoegde instelling van |
sociale zekerheid wordt vermeld op het ontvangstbewijs dat de bevoegde | sociale zekerheid wordt vermeld op het ontvangstbewijs dat de bevoegde |
beheersinstelling aan de sociaal verzekerde verstuurt. ». | beheersinstelling aan de sociaal verzekerde verstuurt. ». |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 22.§ 1.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de |
Art. 22.§ 1.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de |
tweede maand na die waarin het is bekend gemaakt in het Belgisch | tweede maand na die waarin het is bekend gemaakt in het Belgisch |
Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 3, 1° en 12 die | Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 3, 1° en 12 die |
uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2003 en, van de artikelen | uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2003 en, van de artikelen |
3, 2° en 13 die uitwerking hebben met ingang van 25 september 2002. | 3, 2° en 13 die uitwerking hebben met ingang van 25 september 2002. |
§ 2. Artikel 6 treedt in werking op een door de Koning te bepalen | § 2. Artikel 6 treedt in werking op een door de Koning te bepalen |
datum. | datum. |
Art. 23.De Minister bevoegd voor de Pensioenen en de Minister bevoegd |
Art. 23.De Minister bevoegd voor de Pensioenen en de Minister bevoegd |
voor de Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de | voor de Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 20 januari 2010. | Gegeven te Brussel, 20 januari 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Pensioenen, | De Minister van Pensioenen, |
M. DAERDEN | M. DAERDEN |
De Minister van Zelfstandigen | De Minister van Zelfstandigen |
Mevr. S. LARUELLE | Mevr. S. LARUELLE |