Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 20/02/2008
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
20 FEBRUARI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 20 FEBRUARI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de
laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van
de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters
tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de
laarzenmakers en de maatwerkers (1) laarzenmakers en de maatwerkers (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers; schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten
in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers
en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers
in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in
de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de
maatwerkers. maatwerkers.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 20 februari 2008. Gegeven te Brussel, 20 februari 2008.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
J. PIETTE J. PIETTE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de
maatwerkers maatwerkers
Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007 Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007
Vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten Vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten
van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van
de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers
(Overeenkomst geregistreerd op 14 augustus 2007 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 14 augustus 2007 onder het nummer
84293/CO/128.02) 84293/CO/128.02)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers, de werklieden en de werksters van de ondernemingen die de werkgevers, de werklieden en de werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie,
de laarzenmakers en de maatwerkers. de laarzenmakers en de maatwerkers.
HOOFDSTUK II. - Tussenkomst van de werkgever HOOFDSTUK II. - Tussenkomst van de werkgever

Art. 2.Rekening houdend met de collectieve arbeidsovereenkomst nr.

Art. 2.Rekening houdend met de collectieve arbeidsovereenkomst nr.

19ter, gesloten op 5 maart 1991 in de Nationale Arbeidsraad, 19ter, gesloten op 5 maart 1991 in de Nationale Arbeidsraad,
betreffende de financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van betreffende de financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van
het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 21 mei 1991 (Belgisch Staatsblad van 4 juni koninklijk besluit van 21 mei 1991 (Belgisch Staatsblad van 4 juni
1991), wordt de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de 1991), wordt de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de
werklieden en werksters tussen hun woonplaats en de werkplaats hierna werklieden en werksters tussen hun woonplaats en de werkplaats hierna
vastgesteld. vastgesteld.

Art. 3.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te

Art. 3.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te

begeven, een verplaatsing moeten doen van 3 of 4 kilometer tussen begeven, een verplaatsing moeten doen van 3 of 4 kilometer tussen
woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben
recht ten laste van de werkgever op een wekelijkse forfaitaire recht ten laste van de werkgever op een wekelijkse forfaitaire
bijdrage. bijdrage.
Dit bedrag is gelijk aan de wettelijke bijdrage van de werkgevers in Dit bedrag is gelijk aan de wettelijke bijdrage van de werkgevers in
de prijs van de sociale abonnementen 2de klasse van de Nationale de prijs van de sociale abonnementen 2de klasse van de Nationale
Maatschappij der Belgische Spoorwegen, hierna vernoemd NMBS, meer Maatschappij der Belgische Spoorwegen, hierna vernoemd NMBS, meer
bepaald naar rato van 75 pct. van de wekelijkse werkgeversbijdrage bepaald naar rato van 75 pct. van de wekelijkse werkgeversbijdrage
voor 5 kilometer. voor 5 kilometer.

Art. 4.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te

Art. 4.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te

begeven, een verplaatsing moeten doen van 5 kilometer of meer tussen begeven, een verplaatsing moeten doen van 5 kilometer of meer tussen
woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben
recht ten laste van de werkgever op een terugbetaling van 100 pct. van recht ten laste van de werkgever op een terugbetaling van 100 pct. van
de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement 2e klasse de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement 2e klasse
van de NMBS voor de afgelegde afstand. van de NMBS voor de afgelegde afstand.

Art. 5.In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage van de

Art. 5.In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage van de

werkgever in de prijs van de abonnementen voor de verplaatsingen vanaf werkgever in de prijs van de abonnementen voor de verplaatsingen vanaf
5 kilometer, berekend vanaf de vertrekhalte voor de werknemer die 5 kilometer, berekend vanaf de vertrekhalte voor de werknemer die
gebruik maakt van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, met gebruik maakt van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, met
uitzondering van het vervoer per spoorwegen, de effectief door de uitzondering van het vervoer per spoorwegen, de effectief door de
werknemer betaalde prijs. werknemer betaalde prijs.

Art. 6.In afwijking van de artikelen 3 en 4 bedraagt de bijdrage van

Art. 6.In afwijking van de artikelen 3 en 4 bedraagt de bijdrage van

de werkgever voor de werknemer die gebruik maakt van het vervoer per de werkgever voor de werknemer die gebruik maakt van het vervoer per
spoorwegen (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) de prijs spoorwegen (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) de prijs
van de treinkaart 2e klasse. van de treinkaart 2e klasse.

Art. 7.De terugbetaling van de kosten geschiedt ten minste

Art. 7.De terugbetaling van de kosten geschiedt ten minste

maandelijks. maandelijks.

Art. 8.Onverminderd de bepalingen voorzien in de artikelen 3, 4, 5 en

Art. 8.Onverminderd de bepalingen voorzien in de artikelen 3, 4, 5 en

6, blijven gunstiger toestanden inzake vervoer en terugbetaling van de 6, blijven gunstiger toestanden inzake vervoer en terugbetaling van de
vervoerskosten op het vlak van de onderneming of het gewest behouden. vervoerskosten op het vlak van de onderneming of het gewest behouden.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

juli 2007 en is gesloten voor een onbepaalde duur. Zij vervangt de juli 2007 en is gesloten voor een onbepaalde duur. Zij vervangt de
collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001, gesloten in het collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001, gesloten in het
Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de
maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de
vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de
ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de
maatwerkers. maatwerkers.
Zij kan worden opgezegd door een van de partijen met een Zij kan worden opgezegd door een van de partijen met een
opzeggingstermijn van drie maanden, bij een ter post aangetekende opzeggingstermijn van drie maanden, bij een ter post aangetekende
brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de
schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers. De termijn van schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers. De termijn van
drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende
brief aan de voorzitter is gestuurd. brief aan de voorzitter is gestuurd.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 februari Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 februari
2008. 2008.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
J. PIETTE J. PIETTE
^