Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 20/12/2007
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende de toekenning van de nabijheidstoelage aan sommige personeelsleden van de politiediensten "
Koninklijk besluit houdende de toekenning van de nabijheidstoelage aan sommige personeelsleden van de politiediensten Koninklijk besluit houdende de toekenning van de nabijheidstoelage aan sommige personeelsleden van de politiediensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST
BINNENLANDSE ZAKEN BINNENLANDSE ZAKEN
20 DECEMBER 2007. - Koninklijk besluit houdende de toekenning van de 20 DECEMBER 2007. - Koninklijk besluit houdende de toekenning van de
nabijheidstoelage aan sommige personeelsleden van de politiediensten nabijheidstoelage aan sommige personeelsleden van de politiediensten
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een
geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus,
inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april
2002; 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de
rechtspositie van het personeel van de politiediensten, inzonderheid rechtspositie van het personeel van de politiediensten, inzonderheid
op artikel XI.III.12, eerste lid, 6°; op artikel XI.III.12, eerste lid, 6°;
Gelet op het protocol Nr. 186/4 van 14 juni 2006 van het Gelet op het protocol Nr. 186/4 van 14 juni 2006 van het
onderhandelingscomité voor de politiediensten; onderhandelingscomité voor de politiediensten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18
september 2006; september 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van
13 maart 2007; 13 maart 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 11 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 11
april 2007; april 2007;
Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet
regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen
verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan
is voorbijgegaan; is voorbijgegaan;
Gelet op het advies 43.103/2 van de Raad van State, gegeven op 6 juni Gelet op het advies 43.103/2 van de Raad van State, gegeven op 6 juni
2007; 2007;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van
Binnenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel XI.III.12, eerste lid, 6°, van het koninklijk

Artikel 1.In artikel XI.III.12, eerste lid, 6°, van het koninklijk

besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het
personeel van de politiediensten, worden de woorden « en de agenten personeel van de politiediensten, worden de woorden « en de agenten
van politie » ingevoegd tussen de woorden « basiskader » en de woorden van politie » ingevoegd tussen de woorden « basiskader » en de woorden
« die behoren tot ». « die behoren tot ».

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.

Art. 3.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse

Art. 3.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse

Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit
besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 20 december 2007. Gegeven te Brussel, 20 december 2007.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL P. DEWAEL
^