Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
19 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 19 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de | besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de |
duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met | duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met |
het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages | het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het besluit dat wij de eer hebben aan de handtekening van uwe | Het besluit dat wij de eer hebben aan de handtekening van uwe |
Majesteit voor te leggen regelt de uitvoering van de wet van 24 maart | Majesteit voor te leggen regelt de uitvoering van de wet van 24 maart |
2003 tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het | 2003 tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het |
consumentenkrediet met betrekking tot het nieuwe artikel 21, § 1, dat | consumentenkrediet met betrekking tot het nieuwe artikel 21, § 1, dat |
de Koning de opdracht geeft de methode tot vaststelling en aanpassing | de Koning de opdracht geeft de methode tot vaststelling en aanpassing |
van de maximale jaarlijkse kostenpercentages en deze maxima zelf te | van de maximale jaarlijkse kostenpercentages en deze maxima zelf te |
bepalen. Het ontwerp van besluit wijzigt hiertoe het koninklijk | bepalen. Het ontwerp van besluit wijzigt hiertoe het koninklijk |
besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de | besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de |
duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet. | duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet. |
Artikelsgewijze bespreking | Artikelsgewijze bespreking |
Artikel 1 | Artikel 1 |
Artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 bevat op | Artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 bevat op |
dit ogenblik de definitie van het begrip « kredietbedrag » met | dit ogenblik de definitie van het begrip « kredietbedrag » met |
verwijzing naar het toenmalige artikel 14, § 3, 4°, van de wet, met | verwijzing naar het toenmalige artikel 14, § 3, 4°, van de wet, met |
het oog op verduidelijking van dit artikel 14, § 3, 4°, van de wet. | het oog op verduidelijking van dit artikel 14, § 3, 4°, van de wet. |
Omdat deze wettelijke bepaling bij wet van 23 maart 2004 vervangen | Omdat deze wettelijke bepaling bij wet van 23 maart 2004 vervangen |
werd door het begrip « het kredietbedrag », dat niet meer voor | werd door het begrip « het kredietbedrag », dat niet meer voor |
verwarring kan zorgen, is deze definitie overbodig geworden. Het | verwarring kan zorgen, is deze definitie overbodig geworden. Het |
nieuwe begrip, gedefinieerd in artikel 1, 8°, is voortaan dat van « | nieuwe begrip, gedefinieerd in artikel 1, 8°, is voortaan dat van « |
referentie-index ». | referentie-index ». |
Er werd gekozen om een onderscheid te maken tussen, enerzijds, de | Er werd gekozen om een onderscheid te maken tussen, enerzijds, de |
kredietovereenkomsten met doorgaans vaste rentevoeten, waarvoor | kredietovereenkomsten met doorgaans vaste rentevoeten, waarvoor |
referentie-indexen die vooral de evolutie van de rentevoeten op | referentie-indexen die vooral de evolutie van de rentevoeten op |
middellange termijn aanduiden aangewezen zijn, met name, op basis van | middellange termijn aanduiden aangewezen zijn, met name, op basis van |
de OLO (lineaire obligatie) op korte en middellange termijn, én, | de OLO (lineaire obligatie) op korte en middellange termijn, én, |
anderzijds, de kredietopening waar, ingevolge de variabiliteit van de | anderzijds, de kredietopening waar, ingevolge de variabiliteit van de |
debetrentevoet, de wijziging van de kredietkosten quasi onmiddellijk | debetrentevoet, de wijziging van de kredietkosten quasi onmiddellijk |
opgevangen wordt door een renteverhoging of verlaging en dus het | opgevangen wordt door een renteverhoging of verlaging en dus het |
gebruik van een referentie-index die de korte termijnevolutie | gebruik van een referentie-index die de korte termijnevolutie |
aanduidt, met name, op basis van de Euribor, meer voor de hand ligt. | aanduidt, met name, op basis van de Euribor, meer voor de hand ligt. |
Concreet betekent dit dat voor de kredietopeningen, voor alle | Concreet betekent dit dat voor de kredietopeningen, voor alle |
bedragen, als referentie-index het maandgemiddelde van « de Euribor op | bedragen, als referentie-index het maandgemiddelde van « de Euribor op |
3 maanden » wordt genomen, berekend door Belgostat. | 3 maanden » wordt genomen, berekend door Belgostat. |
Voor alle kredietovereenkomsten andere dan de kredietopeningen, | Voor alle kredietovereenkomsten andere dan de kredietopeningen, |
waarbij het aangewezen is dat de referentielooptijd toeneemt naar rato | waarbij het aangewezen is dat de referentielooptijd toeneemt naar rato |
van het ontleende bedrag, wordt, voor de bedragen tot 1.250 euro, een | van het ontleende bedrag, wordt, voor de bedragen tot 1.250 euro, een |
referentie-index op basis van de referentierentevoeten van « de | referentie-index op basis van de referentierentevoeten van « de |
schatkistcertificaten op 12 maanden » genomen, terwijl voor de | schatkistcertificaten op 12 maanden » genomen, terwijl voor de |
bedragen tussen 1.250 euro en 5.000 euro en de bedragen hoger dan | bedragen tussen 1.250 euro en 5.000 euro en de bedragen hoger dan |
5.000 euro, referentie-indexen op basis van de referentierentevoeten | 5.000 euro, referentie-indexen op basis van de referentierentevoeten |
van respectievelijk de OLO's op twee en drie jaar wordt genomen. Het | van respectievelijk de OLO's op twee en drie jaar wordt genomen. Het |
gaat in feite om de referte-indexen A, B en C, eveneens | gaat in feite om de referte-indexen A, B en C, eveneens |
maandgemiddelden, berekend door het Rentenfonds, bepaald in het | maandgemiddelden, berekend door het Rentenfonds, bepaald in het |
koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot vaststelling van de | koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot vaststelling van de |
referteïndexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire | referteïndexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire |
kredieten. Het zijn dezelfde basisgegevens en berekeningsmethode als | kredieten. Het zijn dezelfde basisgegevens en berekeningsmethode als |
die toegepast door Belgostat maar de omschrijving van de periode | die toegepast door Belgostat maar de omschrijving van de periode |
verschilt : terwijl in Belgostat effectief de kalendermaand beschouwd | verschilt : terwijl in Belgostat effectief de kalendermaand beschouwd |
wordt, gebruikt het Rentenfonds als referentie de periode van dag 11 | wordt, gebruikt het Rentenfonds als referentie de periode van dag 11 |
van de voorgaande maand tot dag 10 van de beschouwde maand. Dit louter | van de voorgaande maand tot dag 10 van de beschouwde maand. Dit louter |
om praktische redenen : de kredietgevers willen zo snel mogelijk weten | om praktische redenen : de kredietgevers willen zo snel mogelijk weten |
naar welke rente ze moeten verwijzen. Deze referentie-indexen van het | naar welke rente ze moeten verwijzen. Deze referentie-indexen van het |
Rentenfonds worden bekendgemaakt op de websites van de Commissie voor | Rentenfonds worden bekendgemaakt op de websites van de Commissie voor |
het Bank, Financie- en Assurantiewezen en van de Nationale Bank van | het Bank, Financie- en Assurantiewezen en van de Nationale Bank van |
België. | België. |
Art. 2 | Art. 2 |
Artikel 2 wijzigt op fundamentele wijze de vaststelling en de | Artikel 2 wijzigt op fundamentele wijze de vaststelling en de |
wijziging van het maximale jaarlijkse kostenpercentages vastgesteld in | wijziging van het maximale jaarlijkse kostenpercentages vastgesteld in |
artikel 7bis van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992. Er dient | artikel 7bis van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992. Er dient |
in dat verband ook verwezen te worden naar artikel 3 van dit ontwerp | in dat verband ook verwezen te worden naar artikel 3 van dit ontwerp |
van besluit dat voorziet in de vervanging van de bijlagen bij artikel | van besluit dat voorziet in de vervanging van de bijlagen bij artikel |
7bis. | 7bis. |
De huidige vaststellingsmethode houdt, enerzijds, rekening met de | De huidige vaststellingsmethode houdt, enerzijds, rekening met de |
evolutie van de jaarlijkse kostenpercentages toegepast op de markt en | evolutie van de jaarlijkse kostenpercentages toegepast op de markt en |
vastgesteld via driemaandelijkse onderzoeken per type | vastgesteld via driemaandelijkse onderzoeken per type |
kredietovereenkomst en, anderzijds, met economische indicatoren op | kredietovereenkomst en, anderzijds, met economische indicatoren op |
korte en middellange termijn. Om het maximale jaarlijkse | korte en middellange termijn. Om het maximale jaarlijkse |
kostenpercentage te bepalen wordt er bij het gewogen gemiddelde van | kostenpercentage te bepalen wordt er bij het gewogen gemiddelde van |
elk percentage dat overeenstemt met een type overeenkomst een marge | elk percentage dat overeenstemt met een type overeenkomst een marge |
van 1 tot 3 punten opgeteld. Het verkregen resultaat wordt dan | van 1 tot 3 punten opgeteld. Het verkregen resultaat wordt dan |
samengevat in 3 verschillende tabellen hernomen in de bijlagen II, III | samengevat in 3 verschillende tabellen hernomen in de bijlagen II, III |
en IV van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992. | en IV van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992. |
De huidige methode voldoet niet meer en dit omwille van verschillende | De huidige methode voldoet niet meer en dit omwille van verschillende |
redenen : | redenen : |
- voor de klassieke afbetalingsverrichtingen is de looptijd geen | - voor de klassieke afbetalingsverrichtingen is de looptijd geen |
relevant gegeven om een rentevoet vast te stellen; | relevant gegeven om een rentevoet vast te stellen; |
- inzake kredietopeningen is het onderscheid tussen een overeenkomst | - inzake kredietopeningen is het onderscheid tussen een overeenkomst |
van bepaalde of onbepaalde duur niet noodzakelijk, de overeenkomsten | van bepaalde of onbepaalde duur niet noodzakelijk, de overeenkomsten |
van bepaalde duur vertegenwoordigen minder dan 1 % van de | van bepaalde duur vertegenwoordigen minder dan 1 % van de |
kredietopeningsovereenkomsten; | kredietopeningsovereenkomsten; |
- de berekening van het gewogen gemiddelde jaarlijkse kostenpercentage | - de berekening van het gewogen gemiddelde jaarlijkse kostenpercentage |
kan een gevaar inhouden, wanneer men vaststelt dat een onderneming met | kan een gevaar inhouden, wanneer men vaststelt dat een onderneming met |
een groot marktaandeel een jaarlijks kostenpercentage toepast dat | een groot marktaandeel een jaarlijks kostenpercentage toepast dat |
hoger is dan bij alle kredietgevers samen; | hoger is dan bij alle kredietgevers samen; |
- de gegevens medegedeeld door de kredietgevers zijn niet altijd | - de gegevens medegedeeld door de kredietgevers zijn niet altijd |
betrouwbaar; | betrouwbaar; |
- de procedure tot herziening van de maximale jaarlijkse | - de procedure tot herziening van de maximale jaarlijkse |
kostenpercentages is zwaar : niet enkel is er een grondige analyse van | kostenpercentages is zwaar : niet enkel is er een grondige analyse van |
de onderzoeken en de markt nodig maar ook de opmaak van een nieuw | de onderzoeken en de markt nodig maar ook de opmaak van een nieuw |
koninklijk besluit dat onderworpen is aan het voorafgaand advies van | koninklijk besluit dat onderworpen is aan het voorafgaand advies van |
de Nationale Bank van België en de Raad voor het Verbruik. | de Nationale Bank van België en de Raad voor het Verbruik. |
Er wordt derhalve voorgesteld om een vereenvoudigd rooster te maken | Er wordt derhalve voorgesteld om een vereenvoudigd rooster te maken |
van maximale jaarlijkse kostenpercentages waarbij voor alle | van maximale jaarlijkse kostenpercentages waarbij voor alle |
kredietvormen en -types twaalf verschillende maximale jaarlijkse | kredietvormen en -types twaalf verschillende maximale jaarlijkse |
percentages worden opgenomen. Het begrip looptijd wordt verlaten. De | percentages worden opgenomen. Het begrip looptijd wordt verlaten. De |
kredietovereenkomsten die niet beantwoorden aan de bijzondere vormen | kredietovereenkomsten die niet beantwoorden aan de bijzondere vormen |
van kredietovereenkomst, zoals de « overbruggingskredieten » tegen een | van kredietovereenkomst, zoals de « overbruggingskredieten » tegen een |
vaste rentevoet met een éénmalige terugbetalingstermijn, worden | vaste rentevoet met een éénmalige terugbetalingstermijn, worden |
gelijkgesteld aan de leningen en verkopen op afbetaling. | gelijkgesteld aan de leningen en verkopen op afbetaling. |
Voor de kredietopeningen blijft het onderscheid tussen de | Voor de kredietopeningen blijft het onderscheid tussen de |
overeenkomsten met en zonder kaart behouden. Daarentegen is het niet | overeenkomsten met en zonder kaart behouden. Daarentegen is het niet |
meer nodig een onderscheid te maken tussen de kredietopeningen van | meer nodig een onderscheid te maken tussen de kredietopeningen van |
bepaalde en onbepaalde duur vermits 99 % van zowel de kredietopeningen | bepaalde en onbepaalde duur vermits 99 % van zowel de kredietopeningen |
met kaart als de kredietopeningen zonder kaart gesloten worden tegen | met kaart als de kredietopeningen zonder kaart gesloten worden tegen |
onbepaalde duur. | onbepaalde duur. |
Het ontwerp van besluit voorziet verder in een quasi automatisch | Het ontwerp van besluit voorziet verder in een quasi automatisch |
wijzigingsmechanisme. | wijzigingsmechanisme. |
In het mechanisme worden drie verschillende concepten gebruikt : de | In het mechanisme worden drie verschillende concepten gebruikt : de |
referentie-index, de referentievoet en het maximale jaarlijkse | referentie-index, de referentievoet en het maximale jaarlijkse |
kostenpercentage. | kostenpercentage. |
- De referentie-index wordt bepaald in artikel 1 van dit ontwerp; | - De referentie-index wordt bepaald in artikel 1 van dit ontwerp; |
- De referentievoet is het percentage waarop de mathematische evolutie | - De referentievoet is het percentage waarop de mathematische evolutie |
van de referentie-indexen wordt toegepast en dat afgerond wordt om het | van de referentie-indexen wordt toegepast en dat afgerond wordt om het |
maximale JKP te bepalen. De eerste referentievoeten die van toepassing | maximale JKP te bepalen. De eerste referentievoeten die van toepassing |
zijn vanaf het moment van de inwerkingtreding van dit ontwerp van | zijn vanaf het moment van de inwerkingtreding van dit ontwerp van |
besluit zijn gelijk aan de initiële maximale jaarlijkse | besluit zijn gelijk aan de initiële maximale jaarlijkse |
kostenpercentages uit de basistabel van dit ontwerp van besluit; | kostenpercentages uit de basistabel van dit ontwerp van besluit; |
- De toepasselijke maximale jaarlijkse kostenpercentages stemmen | - De toepasselijke maximale jaarlijkse kostenpercentages stemmen |
overeen met de respectievelijke afgeronde referentievoeten. | overeen met de respectievelijke afgeronde referentievoeten. |
Een duidelijk verschil tussen de referentievoet en het maximale | Een duidelijk verschil tussen de referentievoet en het maximale |
jaarlijkse kostenpercentage heeft tot doel te vermijden dat de | jaarlijkse kostenpercentage heeft tot doel te vermijden dat de |
opeenvolgende evoluties van de referentie-indexen zouden toegepast | opeenvolgende evoluties van de referentie-indexen zouden toegepast |
worden op afgeronde maximale jaarlijkse kostenpercentages en er een | worden op afgeronde maximale jaarlijkse kostenpercentages en er een |
verschil zou ontstaan met de werkelijke grootte van de opeenvolgende | verschil zou ontstaan met de werkelijke grootte van de opeenvolgende |
wijzigingen. | wijzigingen. |
Als men, bijvoorbeeld, een maximaal jaarlijks kostenpercentage neemt | Als men, bijvoorbeeld, een maximaal jaarlijks kostenpercentage neemt |
van 13 % en de referentie-index zou met 0,80 basispunten toenemen, zou | van 13 % en de referentie-index zou met 0,80 basispunten toenemen, zou |
dat een referentievoet geven van 13,80 % en, ingevolge de | dat een referentievoet geven van 13,80 % en, ingevolge de |
afrondingsregels, een jaarlijks kostenpercentage van 14 %. Als er | afrondingsregels, een jaarlijks kostenpercentage van 14 %. Als er |
achteraf opnieuw een stijging van de referentievoet zou zijn van 0,80 | achteraf opnieuw een stijging van de referentievoet zou zijn van 0,80 |
basispunten en men deze evolutie rechtstreeks zou toepassen op het | basispunten en men deze evolutie rechtstreeks zou toepassen op het |
vorige maximale jaarlijkse kostenpercentage, zou dat een maximaal | vorige maximale jaarlijkse kostenpercentage, zou dat een maximaal |
jaarlijks kostenpercentage geven van 14,80 % afgerond op 15 %. Met | jaarlijks kostenpercentage geven van 14,80 % afgerond op 15 %. Met |
andere woorden, het jaarlijkse kostenpercentage zou ingevolge de | andere woorden, het jaarlijkse kostenpercentage zou ingevolge de |
afronding sneller toenemen (+ 2 % in het voorbeeld) dan de werkelijke | afronding sneller toenemen (+ 2 % in het voorbeeld) dan de werkelijke |
wijziging van de referentie-index (+ 1,60 % in het voorbeeld). | wijziging van de referentie-index (+ 1,60 % in het voorbeeld). |
Wanneer de wijziging van de referentie-index, daarentegen, op de | Wanneer de wijziging van de referentie-index, daarentegen, op de |
referentievoet wordt toegepast, zou, in voornoemd voorbeeld, de | referentievoet wordt toegepast, zou, in voornoemd voorbeeld, de |
referentievoet van 13 % twee opeenvolgende keren met 0,80 basispunten | referentievoet van 13 % twee opeenvolgende keren met 0,80 basispunten |
verhogen tot een referentievoet van 14,60 % en het toepasselijke | verhogen tot een referentievoet van 14,60 % en het toepasselijke |
maximale jaarlijkse kostenpercentage 14,50 % bedragen. | maximale jaarlijkse kostenpercentage 14,50 % bedragen. |
Het wijzigingsmechanisme kan geïllustreerd worden aan de hand van het | Het wijzigingsmechanisme kan geïllustreerd worden aan de hand van het |
volgende voorbeeld : | volgende voorbeeld : |
a) Vertrekpunt : | a) Vertrekpunt : |
- het maximale jaarlijkse kostenpercentage van een lening op | - het maximale jaarlijkse kostenpercentage van een lening op |
afbetaling waarvan het kredietbedrag hoger is dan 1.250 euro maar | afbetaling waarvan het kredietbedrag hoger is dan 1.250 euro maar |
lager of gelijk is aan 5.000 euro wordt in de basistabel vastgesteld | lager of gelijk is aan 5.000 euro wordt in de basistabel vastgesteld |
op 16 %; | op 16 %; |
- de eerste van toepassing zijnde referentie-index is « index B », het | - de eerste van toepassing zijnde referentie-index is « index B », het |
maandgemiddelde op basis van de OLO op 2 jaar, berekend door het | maandgemiddelde op basis van de OLO op 2 jaar, berekend door het |
Rentenfonds, van de maand maart 2006 en bedraagt 2,99 %; | Rentenfonds, van de maand maart 2006 en bedraagt 2,99 %; |
- de eerste van toepassing zijnde referentievoet is gelijk aan het | - de eerste van toepassing zijnde referentievoet is gelijk aan het |
betreffende maximale JKP uit de basistabel van 16 %. | betreffende maximale JKP uit de basistabel van 16 %. |
b) Schommelingen | b) Schommelingen |
Van zodra het besluit in werking is getreden, dit is de eerste dag van | Van zodra het besluit in werking is getreden, dit is de eerste dag van |
de vierde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch | de vierde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch |
Staatsblad, wordt er voor de maand maart 2007 voor een eerste maal | Staatsblad, wordt er voor de maand maart 2007 voor een eerste maal |
nagegaan of « index B » met minstens 0,75 basispunten gestegen of | nagegaan of « index B » met minstens 0,75 basispunten gestegen of |
gedaald is ten aanzien van de referentie-index van 2,99 %. Indien er | gedaald is ten aanzien van de referentie-index van 2,99 %. Indien er |
slechts een maximale wijziging van 0,74 basispunten is, meer bepaald, | slechts een maximale wijziging van 0,74 basispunten is, meer bepaald, |
een maximale stijging tot 3,73 % of een maximale daling tot 2,25 %, | een maximale stijging tot 3,73 % of een maximale daling tot 2,25 %, |
zal er geen aanpassing zijn van het maximale jaarlijkse | zal er geen aanpassing zijn van het maximale jaarlijkse |
kostenpercentage van 16 %. | kostenpercentage van 16 %. |
Er zal slechts een eerstvolgende keer voor de maand september 2007 | Er zal slechts een eerstvolgende keer voor de maand september 2007 |
nagegaan worden of « index B » met minstens 0,75 basispunten gewijzigd | nagegaan worden of « index B » met minstens 0,75 basispunten gewijzigd |
is ten aanzien van de referentie-index van 2,99 %. Indien reeds vooraf | is ten aanzien van de referentie-index van 2,99 %. Indien reeds vooraf |
« index B », bijvoorbeeld, van de maand juli 2007 zou gestegen zijn | « index B », bijvoorbeeld, van de maand juli 2007 zou gestegen zijn |
met meer dan 0,75 basispunten ten aanzien van de eerste | met meer dan 0,75 basispunten ten aanzien van de eerste |
referentie-index van 2,99 %, wordt hiermee geen rekening gehouden. | referentie-index van 2,99 %, wordt hiermee geen rekening gehouden. |
c) Wijziging | c) Wijziging |
« Index B » van de maand september 2007, blijkt 3,79 % te bedragen en | « Index B » van de maand september 2007, blijkt 3,79 % te bedragen en |
is, bijgevolg, gestegen met 0,80 basispunten tegenover de | is, bijgevolg, gestegen met 0,80 basispunten tegenover de |
referentie-index van 2,99 %. | referentie-index van 2,99 %. |
Deze verhoging met minstens 0,75 basispunten heeft tot gevolg dat : | Deze verhoging met minstens 0,75 basispunten heeft tot gevolg dat : |
- de overeenkomstige referentievoet, die in dit geval gelijk is aan | - de overeenkomstige referentievoet, die in dit geval gelijk is aan |
het overeenkomstige maximale jaarlijkse kostenpercentage uit de | het overeenkomstige maximale jaarlijkse kostenpercentage uit de |
basistabel van 16 %, verhoogd wordt met een zelfde aantal basispunten | basistabel van 16 %, verhoogd wordt met een zelfde aantal basispunten |
van 0,80 tot 16,80 %; | van 0,80 tot 16,80 %; |
- het nieuwe maximale JKP voor dit kredietbedrag en -type, gelet op de | - het nieuwe maximale JKP voor dit kredietbedrag en -type, gelet op de |
afrondingsregels, 17 % bedraagt; | afrondingsregels, 17 % bedraagt; |
- de nieuwe referentie-index 3,79 % bedraagt. | - de nieuwe referentie-index 3,79 % bedraagt. |
d) Bekendmaking | d) Bekendmaking |
Er wordt onverwijld overgegaan tot de bekendmaking bij bericht in het | Er wordt onverwijld overgegaan tot de bekendmaking bij bericht in het |
Belgisch Staatsblad van het nieuwe maximale jaarlijkse | Belgisch Staatsblad van het nieuwe maximale jaarlijkse |
kostenpercentage van 17 %, de nieuwe referentie-index van 3,79 % en de | kostenpercentage van 17 %, de nieuwe referentie-index van 3,79 % en de |
nieuwe referentievoet van 16,80 %, voor wat het betreffende | nieuwe referentievoet van 16,80 %, voor wat het betreffende |
krediettype en -bedrag betreft, die in werking zullen treden op de | krediettype en -bedrag betreft, die in werking zullen treden op de |
eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de | eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de |
bekendmaking ervan. | bekendmaking ervan. |
Art. 3 | Art. 3 |
De vervanging van de bijlagen bedoeld in artikel 3 sluit aan bij de | De vervanging van de bijlagen bedoeld in artikel 3 sluit aan bij de |
wijzigingen voorgesteld in artikel 1 van het ontwerp van besluit. De | wijzigingen voorgesteld in artikel 1 van het ontwerp van besluit. De |
aandacht wordt gevestigd op het feit dat bij de omschrijving van het | aandacht wordt gevestigd op het feit dat bij de omschrijving van het |
begrip kaart in bijlage I bij dit ontwerp van besluit, thans | begrip kaart in bijlage I bij dit ontwerp van besluit, thans |
uitdrukkelijk verwezen wordt naar elk instrument voor de elektronische | uitdrukkelijk verwezen wordt naar elk instrument voor de elektronische |
overmaking van fondsen, waarvan de functies worden uitgevoerd door een | overmaking van fondsen, waarvan de functies worden uitgevoerd door een |
kaart bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 17 juli 2002 | kaart bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 17 juli 2002 |
betreffende de transacties uitgevoerd met instrumenten voor de | betreffende de transacties uitgevoerd met instrumenten voor de |
elektronische overmaking van geldmiddelen M.a.w., het gebruik van « | elektronische overmaking van geldmiddelen M.a.w., het gebruik van « |
legitimatiekaarten », bedoeld in artikel 1, 12°, van de wet, die - per | legitimatiekaarten », bedoeld in artikel 1, 12°, van de wet, die - per |
definitie - geen « elektronische » overmaking van fondsen behelzen, | definitie - geen « elektronische » overmaking van fondsen behelzen, |
laat niet toe om het maximale jaarlijkse kostenpercentage toe te | laat niet toe om het maximale jaarlijkse kostenpercentage toe te |
passen voor kredietopeningen met kaart. De kosten verbonden met het | passen voor kredietopeningen met kaart. De kosten verbonden met het |
gebruik van deze legitimatiekaarten zijn overigens verwaarloosbaar. | gebruik van deze legitimatiekaarten zijn overigens verwaarloosbaar. |
Art. 4 | Art. 4 |
Artikel 4 tenslotte, dat de inwerkingtreding regelt, wil enerzijds | Artikel 4 tenslotte, dat de inwerkingtreding regelt, wil enerzijds |
gebruik maken van de relatieve stabiliteit van de geldmarkten om zo | gebruik maken van de relatieve stabiliteit van de geldmarkten om zo |
snel mogelijk het nieuwe systeem van vaststelling van de maximale | snel mogelijk het nieuwe systeem van vaststelling van de maximale |
jaarlijkse kostenpercentages in voege te laten treden, en anderzijds | jaarlijkse kostenpercentages in voege te laten treden, en anderzijds |
rekening houden met het feit dat er aan de kredietgevers en de | rekening houden met het feit dat er aan de kredietgevers en de |
kredietbemiddelaars de nodige tijd moet worden gegund. | kredietbemiddelaars de nodige tijd moet worden gegund. |
Wij hebben de eer te zijn, | Wij hebben de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
van Uwe Majesteit, | van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige | de zeer eerbiedige |
en getrouwe dienaars. | en getrouwe dienaars. |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |
19 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 19 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de | besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de |
duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met | duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, met |
het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages | het oog op het bepalen van de maximale jaarlijkse kostenpercentages |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, | Gelet op de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, |
inzonderheid op het artikel 21, § 1, vervangen bij de wet van 24 maart | inzonderheid op het artikel 21, § 1, vervangen bij de wet van 24 maart |
2003; | 2003; |
Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de |
kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van | kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van |
het consumentenkrediet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 | het consumentenkrediet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 |
april 1993, 15 april 1994, 23 september 1994, 22 februari 1995, 21 | april 1993, 15 april 1994, 23 september 1994, 22 februari 1995, 21 |
maart 1996, 17 maart 1997, 22 mei 2000, 13 juli 2001 en 26 februari | maart 1996, 17 maart 1997, 22 mei 2000, 13 juli 2001 en 26 februari |
2002; | 2002; |
Gelet op het advies van de Nationale Bank van België, gegeven op 18 | Gelet op het advies van de Nationale Bank van België, gegeven op 18 |
april 2006; | april 2006; |
Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 20 april | Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 20 april |
2006; | 2006; |
Gelet op het advies nr. 40.910/1/V van de Raad van State, gegeven op 3 | Gelet op het advies nr. 40.910/1/V van de Raad van State, gegeven op 3 |
augustus 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | augustus 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van | Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van |
Economie, | Economie, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit van 4 augustus |
Artikel 1.Artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit van 4 augustus |
1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de | 1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de |
terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, wordt vervangen | terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet, wordt vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« 8° de referentie-index : | « 8° de referentie-index : |
- voor de kredietopening : het maandgemiddelde van de interbancaire | - voor de kredietopening : het maandgemiddelde van de interbancaire |
rentevoet EURIBOR op drie maanden vastgesteld door Belgostat; | rentevoet EURIBOR op drie maanden vastgesteld door Belgostat; |
- voor de andere kredietovereenkomsten : | - voor de andere kredietovereenkomsten : |
- voor de bedragen tot 1.250 euro : index A van een kalendermaand, | - voor de bedragen tot 1.250 euro : index A van een kalendermaand, |
bepaald in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 11 januari | bepaald in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 11 januari |
1993 tot vaststelling van de referteïndexen voor de veranderlijke | 1993 tot vaststelling van de referteïndexen voor de veranderlijke |
rentevoeten inzake hypothecaire kredieten; | rentevoeten inzake hypothecaire kredieten; |
- voor de bedragen tussen 1.250 euro en 5.000 euro : index B van een | - voor de bedragen tussen 1.250 euro en 5.000 euro : index B van een |
kalendermaand, bepaald in artikel 2, § 3, van voornoemd koninklijk | kalendermaand, bepaald in artikel 2, § 3, van voornoemd koninklijk |
besluit van 11 januari 1993; | besluit van 11 januari 1993; |
- voor de bedragen hoger dan 5.000 euro : index C van een | - voor de bedragen hoger dan 5.000 euro : index C van een |
kalendermaand, bepaald in artikel 2, § 3, van voornoemd koninklijk | kalendermaand, bepaald in artikel 2, § 3, van voornoemd koninklijk |
besluit van 11 januari 1993. | besluit van 11 januari 1993. |
De referentie-index wordt afgerond op twee decimalen na de komma. | De referentie-index wordt afgerond op twee decimalen na de komma. |
Indien de derde decimaal vijf of meer bedraagt, wordt de tweede | Indien de derde decimaal vijf of meer bedraagt, wordt de tweede |
decimaal naar boven afgerond. In de overige gevallen wordt geen | decimaal naar boven afgerond. In de overige gevallen wordt geen |
rekening gehouden met de derde decimaal. » | rekening gehouden met de derde decimaal. » |
Art. 2.Artikel 7bis, in hetzelfde besluit ingevoegd bij het |
Art. 2.Artikel 7bis, in hetzelfde besluit ingevoegd bij het |
koninklijk besluit van 29 april 1993 en gewijzigd bij het koninklijk | koninklijk besluit van 29 april 1993 en gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 15 april 1994, wordt vervangen als volgt : | besluit van 15 april 1994, wordt vervangen als volgt : |
« Art. 7bis.§ 1. De maximale jaarlijkse kostenpercentages worden |
« Art. 7bis.§ 1. De maximale jaarlijkse kostenpercentages worden |
vastgelegd in de basistabel opgenomen in bijlage II bij dit besluit. | vastgelegd in de basistabel opgenomen in bijlage II bij dit besluit. |
§ 2. Om de zes maanden, bij het verstrijken van de maand maart en van | § 2. Om de zes maanden, bij het verstrijken van de maand maart en van |
de maand september, worden de referentie-indexen van de afgelopen | de maand september, worden de referentie-indexen van de afgelopen |
maand vergeleken met de referentie-indexen die het laatst aanleiding | maand vergeleken met de referentie-indexen die het laatst aanleiding |
gaven tot een wijziging van de respectievelijke maximale jaarlijkse | gaven tot een wijziging van de respectievelijke maximale jaarlijkse |
kostenpercentages. Voor de toepassing van dit besluit worden de | kostenpercentages. Voor de toepassing van dit besluit worden de |
referentie-indexen van de maand maart 2006 beschouwd als eerste | referentie-indexen van de maand maart 2006 beschouwd als eerste |
referentie-indexen. | referentie-indexen. |
Bij een eerste wijziging van een referentie-index met minstens 0,75 | Bij een eerste wijziging van een referentie-index met minstens 0,75 |
punten wordt het overeenstemmende maximale jaarlijkse | punten wordt het overeenstemmende maximale jaarlijkse |
kostenpercentage, opgenomen in de basistabel, gewijzigd in dezelfde | kostenpercentage, opgenomen in de basistabel, gewijzigd in dezelfde |
zin en met hetzelfde aantal procentpunten, waardoor een referentievoet | zin en met hetzelfde aantal procentpunten, waardoor een referentievoet |
bekomen wordt. Het nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentage is | bekomen wordt. Het nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentage is |
gelijk aan deze referentievoet afgerond naar de meest nabije eenheid | gelijk aan deze referentievoet afgerond naar de meest nabije eenheid |
of halve eenheid. | of halve eenheid. |
Bij iedere verdere wijziging van een referentie-index, met minstens | Bij iedere verdere wijziging van een referentie-index, met minstens |
0,75 punt, wordt de laatst vastgestelde referentievoet gewijzigd in | 0,75 punt, wordt de laatst vastgestelde referentievoet gewijzigd in |
dezelfde zin en met hetzelfde aantal procentpunten. Het nieuwe | dezelfde zin en met hetzelfde aantal procentpunten. Het nieuwe |
maximale jaarlijkse kostenpercentage is dan gelijk aan deze gewijzigde | maximale jaarlijkse kostenpercentage is dan gelijk aan deze gewijzigde |
referentievoet afgerond naar de meest nabije eenheid of halve eenheid. | referentievoet afgerond naar de meest nabije eenheid of halve eenheid. |
§ 3. De nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentages, samen met de | § 3. De nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentages, samen met de |
bijhorende nieuwe referentie-indexen en referentievoeten, worden | bijhorende nieuwe referentie-indexen en referentievoeten, worden |
onverwijld onder de vorm van een bericht bekendgemaakt in het Belgisch | onverwijld onder de vorm van een bericht bekendgemaakt in het Belgisch |
Staatsblad. | Staatsblad. |
De nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentages worden van kracht op | De nieuwe maximale jaarlijkse kostenpercentages worden van kracht op |
de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de | de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de |
bekendmaking ervan. | bekendmaking ervan. |
Art. 3.Bijlage III, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 |
Art. 3.Bijlage III, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 |
april 1993, 15 april 1994, 22 februari 1995 en 13 juli 2001, en | april 1993, 15 april 1994, 22 februari 1995 en 13 juli 2001, en |
bijlage IV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 april 1994, | bijlage IV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 april 1994, |
23 september 1994, 22 februari 1995, 21 maart 1996, 17 maart 1997 en | 23 september 1994, 22 februari 1995, 21 maart 1996, 17 maart 1997 en |
13 juli 2001, van hetzelfde besluit, worden opgeheven. Bijlage II, van | 13 juli 2001, van hetzelfde besluit, worden opgeheven. Bijlage II, van |
hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 april | hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 april |
1993, 15 april 1994, 23 september 1994, 21 maart 1996, 17 maart 1997 | 1993, 15 april 1994, 23 september 1994, 21 maart 1996, 17 maart 1997 |
en 13 juli 2001, wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde | en 13 juli 2001, wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde |
bijlage. | bijlage. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde |
maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. | maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 5.Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister bevoegd |
Art. 5.Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister bevoegd |
voor Economie, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering | voor Economie, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 oktober 2006. | Gegeven te Brussel, 19 oktober 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |
Bijlage | Bijlage |
(schaal van de maximale jaarlijkse kostenpercentages - tableau des | (schaal van de maximale jaarlijkse kostenpercentages - tableau des |
taux annuels effectifs globaux maxima) | taux annuels effectifs globaux maxima) |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
* Met kaart wordt bedoeld : elk instrument voor de elektronische | * Met kaart wordt bedoeld : elk instrument voor de elektronische |
overmaking van fondsen, waarvan de functies worden uitgevoerd door een | overmaking van fondsen, waarvan de functies worden uitgevoerd door een |
kaart bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 17 juli 2002 | kaart bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 17 juli 2002 |
betreffende de transacties uitgevoerd met instrumenten voor de | betreffende de transacties uitgevoerd met instrumenten voor de |
elektronische overmaking van geldmiddelen, waarvoor de kosten van de | elektronische overmaking van geldmiddelen, waarvoor de kosten van de |
kaart in de totale kosten van het krediet begrepen moeten worden en | kaart in de totale kosten van het krediet begrepen moeten worden en |
dus ook in het jaarlijkse kostenpercentage hernomen in de | dus ook in het jaarlijkse kostenpercentage hernomen in de |
kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 2, § 3, 4°, a contrario van | kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 2, § 3, 4°, a contrario van |
het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de | het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de |
percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het | percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het |
consumentenkrediet. M.a.w., het betreft enkel de kredietopeningen | consumentenkrediet. M.a.w., het betreft enkel de kredietopeningen |
waarvoor de kaart werd opgelegd door de kredietgever als | waarvoor de kaart werd opgelegd door de kredietgever als |
kredietopnemingsmiddel, die beantwoordt aan de definitie van kaart | kredietopnemingsmiddel, die beantwoordt aan de definitie van kaart |
zoals bedoeld in de wet van 17 juli 2002 én die een betekenisvolle | zoals bedoeld in de wet van 17 juli 2002 én die een betekenisvolle |
kost inhoudt te verrekenen in het J.K.P. en te vermelden in de | kost inhoudt te verrekenen in het J.K.P. en te vermelden in de |
kredietovereenkomst. | kredietovereenkomst. |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 oktober 2006 tot | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 oktober 2006 tot |
wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende | wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende |
de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten | de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten |
van het consumentenkrediet. | van het consumentenkrediet. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |