Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
19 MAART 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 19 MAART 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe | in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe |
huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden | huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden |
en werksters (1) | en werksters (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de leerlooierij | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de leerlooierij |
en de handel in ruwe huiden en vellen; | en de handel in ruwe huiden en vellen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe | in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe |
huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden | huiden en vellen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden |
en werksters. | en werksters. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 maart 2008. | Gegeven te Brussel, 19 maart 2008. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
J. PIETTE | J. PIETTE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en | Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en |
vellen | vellen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007 |
Arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters | Arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters |
(Overeenkomst geregistreerd op 24 juli 2007 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 24 juli 2007 onder het nummer |
83945/CO/128.01) | 83945/CO/128.01) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de werklieden en werksters, hierna genoemd | de werkgevers en op de werklieden en werksters, hierna genoemd |
"werklieden", van de ondernemingen van de leerlooierij die ressorteren | "werklieden", van de ondernemingen van de leerlooierij die ressorteren |
onder het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe | onder het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe |
huiden en vellen. | huiden en vellen. |
HOOFDSTUK II. - Tewerkstelling | HOOFDSTUK II. - Tewerkstelling |
Art. 2.De werkgevers verbinden zich ertoe in het vlak van de |
Art. 2.De werkgevers verbinden zich ertoe in het vlak van de |
ondernemingen alle maatregelen te treffen om de tewerkstelling te | ondernemingen alle maatregelen te treffen om de tewerkstelling te |
handhaven. | handhaven. |
HOOFDSTUK III. - Lonen | HOOFDSTUK III. - Lonen |
Art. 3.De minimumuurlonen worden op 1 april 2007 als volgt |
Art. 3.De minimumuurlonen worden op 1 april 2007 als volgt |
vastgesteld in een arbeidstijdregeling van 38 uren per week : | vastgesteld in een arbeidstijdregeling van 38 uren per week : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Art. 4.De werklieden die drie maanden dienst tellen in categorie 1a |
Art. 4.De werklieden die drie maanden dienst tellen in categorie 1a |
gaan naar categorie 1b. | gaan naar categorie 1b. |
Art. 5.De werkelijke uitbetaalde uurlonen van toepassing in de |
Art. 5.De werkelijke uitbetaalde uurlonen van toepassing in de |
ondernemingen op 1 januari 2007 blijven van kracht en zijn gekoppeld | ondernemingen op 1 januari 2007 blijven van kracht en zijn gekoppeld |
aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. | aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. |
Art. 6.§ 1. De verhoging van de lonen in de loop van de jaren |
Art. 6.§ 1. De verhoging van de lonen in de loop van de jaren |
2007-2008 omwille van collectieve loonsverhoging (zie § 2) en omwille | 2007-2008 omwille van collectieve loonsverhoging (zie § 2) en omwille |
van de indexaanpassingen wordt vastgelegd op 5 pct. en deze berekening | van de indexaanpassingen wordt vastgelegd op 5 pct. en deze berekening |
gebeurt op het referte-uurloon van 10,60 EUR. | gebeurt op het referte-uurloon van 10,60 EUR. |
§ 2. Verhoging van 0,04 EUR per uur op 1 juli 2007 en van 0,03 EUR per | § 2. Verhoging van 0,04 EUR per uur op 1 juli 2007 en van 0,03 EUR per |
uur op 1 juli 2008 voor de conventionele en de reële lonen. Dit komt | uur op 1 juli 2008 voor de conventionele en de reële lonen. Dit komt |
overeen met een verhoging van 0,66 pct. op het referte-uurloon. | overeen met een verhoging van 0,66 pct. op het referte-uurloon. |
§ 3. Op 1 oktober 2008 gebeurt de volgende afrekening : 5 pct. - 0,66 | § 3. Op 1 oktober 2008 gebeurt de volgende afrekening : 5 pct. - 0,66 |
pct. = 4,34 pct. - (som van de procentuele indexaties gedurende | pct. = 4,34 pct. - (som van de procentuele indexaties gedurende |
2007-2008). | 2007-2008). |
Dit procentueel resultaat wordt vermenigvuldigd met het | Dit procentueel resultaat wordt vermenigvuldigd met het |
referte-uurloon van 10,60 EUR. | referte-uurloon van 10,60 EUR. |
Indien deze formule een positief resultaat geeft, worden op 1 oktober | Indien deze formule een positief resultaat geeft, worden op 1 oktober |
2008 de conventionele en de reële lonen verhoogd met dit resultaat. | 2008 de conventionele en de reële lonen verhoogd met dit resultaat. |
Indien deze formule een negatief resultaat geeft, worden op 1 oktober | Indien deze formule een negatief resultaat geeft, worden op 1 oktober |
2008 de conventionele en de reële lonen niet verder verhoogd. | 2008 de conventionele en de reële lonen niet verder verhoogd. |
Art. 7.Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge |
Art. 7.Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge |
arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de | arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de |
arbeidsmarkt ontvangen vanaf hun 19de verjaardag de minderjarige | arbeidsmarkt ontvangen vanaf hun 19de verjaardag de minderjarige |
werklieden het minimumuurloon van de meerderjarige werklieden dat in | werklieden het minimumuurloon van de meerderjarige werklieden dat in |
artikel 3, voor de klasse van de functie welke zij uitoefenen, is | artikel 3, voor de klasse van de functie welke zij uitoefenen, is |
voorzien. | voorzien. |
Art. 8.Voor het werk per stuk en/of per rendement, moet het loon dat |
Art. 8.Voor het werk per stuk en/of per rendement, moet het loon dat |
overeenstemt met een uur werk ten minste gelijk zijn, naargelang van | overeenstemt met een uur werk ten minste gelijk zijn, naargelang van |
de categorie en de leeftijd, aan de in de artikelen 3 en 5 | de categorie en de leeftijd, aan de in de artikelen 3 en 5 |
vastgestelde minimumuurlonen, vermeerderd met 10 pct. | vastgestelde minimumuurlonen, vermeerderd met 10 pct. |
HOOFDSTUK IV. - Bestaanszekerheid | HOOFDSTUK IV. - Bestaanszekerheid |
Art. 9.De werkgevers verbinden er zich toe alle maatregelen te nemen |
Art. 9.De werkgevers verbinden er zich toe alle maatregelen te nemen |
om zoveel mogelijk werkloosheid te vermijden en, indien dit niet | om zoveel mogelijk werkloosheid te vermijden en, indien dit niet |
mogelijk zou zijn, een regeling van beurtwerkloosheid per groep in te | mogelijk zou zijn, een regeling van beurtwerkloosheid per groep in te |
voeren. | voeren. |
Art. 10.De tijdelijk werkloos gestelde werklieden om redenen van |
Art. 10.De tijdelijk werkloos gestelde werklieden om redenen van |
economische en technologische aard, hebben recht op een vergoeding | economische en technologische aard, hebben recht op een vergoeding |
voor bestaanszekerheid per dag onvrijwillige werkloosheid ten laste | voor bestaanszekerheid per dag onvrijwillige werkloosheid ten laste |
van de werkgever. | van de werkgever. |
Art. 11.Individueel beschikt iedere werkman over 100 kredietdagen per |
Art. 11.Individueel beschikt iedere werkman over 100 kredietdagen per |
kalenderjaar. Nochtans wordt per jaar en per onderneming een "pool" | kalenderjaar. Nochtans wordt per jaar en per onderneming een "pool" |
van kredietdagen gevormd door het aantal werklieden op 1 januari te | van kredietdagen gevormd door het aantal werklieden op 1 januari te |
vermenigvuldigen met 100. Deze "pool" kan uitgeput worden door de | vermenigvuldigen met 100. Deze "pool" kan uitgeput worden door de |
werklieden die meer dan 100 dagen per kalenderjaar tijdelijk werkloos | werklieden die meer dan 100 dagen per kalenderjaar tijdelijk werkloos |
zijn. Het saldo van de kredietdagen wordt niet overgedragen naar een | zijn. Het saldo van de kredietdagen wordt niet overgedragen naar een |
volgend kalenderjaar. | volgend kalenderjaar. |
Art. 12.Vanaf 1 april 2007 zijn de bedragen van bestaanszekerheid de |
Art. 12.Vanaf 1 april 2007 zijn de bedragen van bestaanszekerheid de |
volgende : | volgende : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
(Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en | (Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en |
het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de | het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de |
arbeidsmarkt) | arbeidsmarkt) |
Art. 13.Voor de werkman die in dienst is getreden bij een werkgever |
Art. 13.Voor de werkman die in dienst is getreden bij een werkgever |
tijdens het lopend kalenderjaar, zijn de vergoedingen voor | tijdens het lopend kalenderjaar, zijn de vergoedingen voor |
bestaanszekerheid verschuldigd ten belope van het aantal dagen | bestaanszekerheid verschuldigd ten belope van het aantal dagen |
onvrijwillige werkloosheid evenredig met het aantal volle maanden | onvrijwillige werkloosheid evenredig met het aantal volle maanden |
tewerkstelling bij deze werkgever tijdens dit kalenderjaar. | tewerkstelling bij deze werkgever tijdens dit kalenderjaar. |
Art. 14.Wanneer de werklieden worden ontslagen, behalve om dringende |
Art. 14.Wanneer de werklieden worden ontslagen, behalve om dringende |
redenen, hebben zij, bij het verstrijken van de wettelijke termijn van | redenen, hebben zij, bij het verstrijken van de wettelijke termijn van |
de opzegging welke door hun werkgever werd gedaan, bij wijze van | de opzegging welke door hun werkgever werd gedaan, bij wijze van |
scheidingspremie, recht op vergoedingen voor bestaanszekerheid | scheidingspremie, recht op vergoedingen voor bestaanszekerheid |
gedurende een periode waarvan de duur wordt bepaald volgens de jaren | gedurende een periode waarvan de duur wordt bepaald volgens de jaren |
ononderbroken dienst in de onderneming, zijnde : | ononderbroken dienst in de onderneming, zijnde : |
- minder dan één jaar tewerkstelling : nihil; | - minder dan één jaar tewerkstelling : nihil; |
- van 1 tot en met 5 jaar dienst : gedurende 75 dagen; | - van 1 tot en met 5 jaar dienst : gedurende 75 dagen; |
- van meer dan 5 jaar tot en met 10 jaar dienst : gedurende 100 dagen; | - van meer dan 5 jaar tot en met 10 jaar dienst : gedurende 100 dagen; |
- voor elk jaar dienst boven het 10de jaar : telkens 3 dagen meer. | - voor elk jaar dienst boven het 10de jaar : telkens 3 dagen meer. |
De scheidingspremie moet onmiddellijk worden uitbetaald aan de | De scheidingspremie moet onmiddellijk worden uitbetaald aan de |
werklieden die tenminste vijf jaar dienst tellen in de onderneming. | werklieden die tenminste vijf jaar dienst tellen in de onderneming. |
Voor de werklieden die minder dan vijf jaar dienst tellen in de | Voor de werklieden die minder dan vijf jaar dienst tellen in de |
onderneming zijn de vergoedingen evenwel slechts verschuldigd voor de | onderneming zijn de vergoedingen evenwel slechts verschuldigd voor de |
dagen van deze periode waarvoor de werklieden het bewijs leveren dat | dagen van deze periode waarvoor de werklieden het bewijs leveren dat |
zij volledig werkloos waren, of deze dagen al dan niet onderling door | zij volledig werkloos waren, of deze dagen al dan niet onderling door |
werkperiodes zijn gescheiden. | werkperiodes zijn gescheiden. |
Art. 15.Worden gelijkgesteld met ontslagen werklieden : de werklieden |
Art. 15.Worden gelijkgesteld met ontslagen werklieden : de werklieden |
die, na een vergoede periode van arbeidsongeschiktheid, bij de | die, na een vergoede periode van arbeidsongeschiktheid, bij de |
werkhervatting niet meer in staat zijn hun vroegere taak op te nemen | werkhervatting niet meer in staat zijn hun vroegere taak op te nemen |
wegens een vermindering van hun fysische geschiktheid. | wegens een vermindering van hun fysische geschiktheid. |
Art. 16.De vergoedingen voor bestaanszekerheid, ingeval van |
Art. 16.De vergoedingen voor bestaanszekerheid, ingeval van |
tijdelijke werkloosheid, worden uitgekeerd op de gewone betaaldag die | tijdelijke werkloosheid, worden uitgekeerd op de gewone betaaldag die |
in de onderneming van toepassing is. | in de onderneming van toepassing is. |
De vergoeding voor bestaanszekerheid is verschuldigd voor de | De vergoeding voor bestaanszekerheid is verschuldigd voor de |
wettelijke feestdagen welke met een werkloosheidsdag samenvallen | wettelijke feestdagen welke met een werkloosheidsdag samenvallen |
(feestdag ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening). | (feestdag ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening). |
HOOFDSTUK V. - Eindejaarspremie | HOOFDSTUK V. - Eindejaarspremie |
Art. 17.De eindejaarspremie bedraagt 166,5 maal het uurloon dat |
Art. 17.De eindejaarspremie bedraagt 166,5 maal het uurloon dat |
werkelijk werd betaald in december, volgens het geperekwateerde | werkelijk werd betaald in december, volgens het geperekwateerde |
uurloon op basis van de 38-urenweek. | uurloon op basis van de 38-urenweek. |
Het bedrag van de premie is afhankelijk van het aantal werkelijk | Het bedrag van de premie is afhankelijk van het aantal werkelijk |
gewerkte of daarmee gelijkgestelde dagen gedurende het jaar. | gewerkte of daarmee gelijkgestelde dagen gedurende het jaar. |
De volgende dagen worden bij de berekening van de premie gelijkgesteld | De volgende dagen worden bij de berekening van de premie gelijkgesteld |
met werkelijk gewerkte dagen : | met werkelijk gewerkte dagen : |
- de dagen van arbeidsongeschiktheid van korte duur, te weten 7 | - de dagen van arbeidsongeschiktheid van korte duur, te weten 7 |
kalenderdagen, die het gevolg zijn van ziekte of van een ongeval van | kalenderdagen, die het gevolg zijn van ziekte of van een ongeval van |
gemeen recht. Deze dagen worden jaarlijks samengeteld en worden | gemeen recht. Deze dagen worden jaarlijks samengeteld en worden |
slechts gedurende een maximumperiode van één maand gelijkgesteld; | slechts gedurende een maximumperiode van één maand gelijkgesteld; |
- de dagen van ononderbroken arbeidsongeschiktheid van lange duur of | - de dagen van ononderbroken arbeidsongeschiktheid van lange duur of |
van wederinstorting die het gevolg zijn van een ziekte of van een | van wederinstorting die het gevolg zijn van een ziekte of van een |
ongeval van gemeen recht. Deze dagen worden samengeteld en worden | ongeval van gemeen recht. Deze dagen worden samengeteld en worden |
slechts gedurende een maximumperiode van één jaar gelijkgesteld; | slechts gedurende een maximumperiode van één jaar gelijkgesteld; |
- de dagen van arbeidsongeschiktheid die het gevolg zijn van een | - de dagen van arbeidsongeschiktheid die het gevolg zijn van een |
arbeidsongeval of een beroepsziekte. Deze dagen worden samengeteld en | arbeidsongeval of een beroepsziekte. Deze dagen worden samengeteld en |
worden slechts gedurende een maximumperiode van één jaar | worden slechts gedurende een maximumperiode van één jaar |
gelijkgesteld; | gelijkgesteld; |
- de werkloosheidsdagen; | - de werkloosheidsdagen; |
- de dagen kort verzuim; | - de dagen kort verzuim; |
- de dagen die worden verleend voor toegestane vakbondsactiviteiten of | - de dagen die worden verleend voor toegestane vakbondsactiviteiten of |
voor sociale promotie, educatief verlof en informatie; | voor sociale promotie, educatief verlof en informatie; |
- de dagen van wederoproeping onder de wapens voor zover deze | - de dagen van wederoproeping onder de wapens voor zover deze |
wederoproeping niet om disciplinaire redenen geschiedt; | wederoproeping niet om disciplinaire redenen geschiedt; |
- de feestdagen; | - de feestdagen; |
- de verlofdagen bij bevalling; | - de verlofdagen bij bevalling; |
- de dagen geoorloofd verzuim om gezinsredenen; | - de dagen geoorloofd verzuim om gezinsredenen; |
- de dagen jaarlijkse vakantie; | - de dagen jaarlijkse vakantie; |
- de verlofdagen verbonden aan de uitoefening van een politiek | - de verlofdagen verbonden aan de uitoefening van een politiek |
mandaat; | mandaat; |
- de stakingsdagen die voorkomen na uitputting van de | - de stakingsdagen die voorkomen na uitputting van de |
verzoeningsprocedures en na het verstrijken van de wettelijke en | verzoeningsprocedures en na het verstrijken van de wettelijke en |
bedongen stakingsaanzegging. | bedongen stakingsaanzegging. |
Art. 18.De bepalingen die in de ondernemingen zijn overeengekomen en |
Art. 18.De bepalingen die in de ondernemingen zijn overeengekomen en |
die in een hogere eindejaarspremie voorzien dan de minima welke in | die in een hogere eindejaarspremie voorzien dan de minima welke in |
artikel 17 zijn vastgesteld worden gehandhaafd. | artikel 17 zijn vastgesteld worden gehandhaafd. |
Art. 19.De eindejaarspremie wordt berekend volgens de formule : |
Art. 19.De eindejaarspremie wordt berekend volgens de formule : |
166,5 maal het werkelijk betaalde geperekwateerde uurloon in december, | 166,5 maal het werkelijk betaalde geperekwateerde uurloon in december, |
vermenigvuldigd met het aantal werkelijk gewerkte en gelijkgestelde | vermenigvuldigd met het aantal werkelijk gewerkte en gelijkgestelde |
dagen en gedeeld door 260. | dagen en gedeeld door 260. |
Art. 20.Tussen 15 en 31 december wordt een voorschot betaald, dat |
Art. 20.Tussen 15 en 31 december wordt een voorschot betaald, dat |
ongeveer overeenkomt met de te betalen netto-eindejaarspremie. | ongeveer overeenkomt met de te betalen netto-eindejaarspremie. |
De afrekening wordt gemaakt vóór 15 januari van het jaar dat volgt op | De afrekening wordt gemaakt vóór 15 januari van het jaar dat volgt op |
het jaar waarop de premie betrekking heeft. Indien een gerechtigde de | het jaar waarop de premie betrekking heeft. Indien een gerechtigde de |
onderneming verlaat, dan wordt de premie bij het vertrek uitbetaald op | onderneming verlaat, dan wordt de premie bij het vertrek uitbetaald op |
grond van zijn laatste loon. | grond van zijn laatste loon. |
HOOFDSTUK VI. - Arbeidsongevallen | HOOFDSTUK VI. - Arbeidsongevallen |
Art. 21.Bij ongeval, overkomen op de weg naar of van het werk of in |
Art. 21.Bij ongeval, overkomen op de weg naar of van het werk of in |
de onderneming, behouden de werklieden het recht op het normaal loon | de onderneming, behouden de werklieden het recht op het normaal loon |
ten laste van de werkgever gedurende de eerste vier weken van hun | ten laste van de werkgever gedurende de eerste vier weken van hun |
arbeidsongeschiktheid. | arbeidsongeschiktheid. |
Het slachtoffer stelt de werkgever, op diens verzoek, in zijn plaats, | Het slachtoffer stelt de werkgever, op diens verzoek, in zijn plaats, |
voor zijn rechten op de vergoedingen welke voor de periode zijn | voor zijn rechten op de vergoedingen welke voor de periode zijn |
verschuldigd door de verzekeraar-arbeidsongevallen. | verschuldigd door de verzekeraar-arbeidsongevallen. |
HOOFDSTUK VII. - Forfaitaire rustvergoeding | HOOFDSTUK VII. - Forfaitaire rustvergoeding |
Art. 22.De werklieden die bij hun oppensioenstelling, brugpensioen of |
Art. 22.De werklieden die bij hun oppensioenstelling, brugpensioen of |
vervroegd pensioen een dienstanciënniteit van minimum 5 jaar hebben, | vervroegd pensioen een dienstanciënniteit van minimum 5 jaar hebben, |
ontvangen een forfaitaire rustvergoeding, per dienstjaar in de | ontvangen een forfaitaire rustvergoeding, per dienstjaar in de |
onderneming. | onderneming. |
Deze forfaitaire rustvergoeding bedraagt op 1 april 2007 per | Deze forfaitaire rustvergoeding bedraagt op 1 april 2007 per |
dienstjaar 13,0520 EUR en is gekoppeld aan de evolutie van het | dienstjaar 13,0520 EUR en is gekoppeld aan de evolutie van het |
indexcijfer zoals bepaald in artikel 23. | indexcijfer zoals bepaald in artikel 23. |
Deze forfaitaire rustvergoeding die ten laste is van de werkgever mag | Deze forfaitaire rustvergoeding die ten laste is van de werkgever mag |
niet worden gecumuleerd met andere reeds bestaande stelsels van | niet worden gecumuleerd met andere reeds bestaande stelsels van |
vergoeding bij oppensioenstelling, brugpensioen of vervroegd pensioen. | vergoeding bij oppensioenstelling, brugpensioen of vervroegd pensioen. |
De bestaande stelsels van rustvergoeding die gunstiger zijn voor de | De bestaande stelsels van rustvergoeding die gunstiger zijn voor de |
werklieden dan de hierboven voorziene regeling, blijven behouden. | werklieden dan de hierboven voorziene regeling, blijven behouden. |
HOOFDSTUK VIII. - Koppeling van de lonen | HOOFDSTUK VIII. - Koppeling van de lonen |
en vergoedingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen | en vergoedingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen |
Art. 23.De lonen, de forfaitaire rustvergoeding en de vergoedingen |
Art. 23.De lonen, de forfaitaire rustvergoeding en de vergoedingen |
voor bestaanszekerheid zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de | voor bestaanszekerheid zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de |
consumptieprijzen, overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst | consumptieprijzen, overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst |
van 2 oktober 2001 betreffende de koppeling van de lonen en | van 2 oktober 2001 betreffende de koppeling van de lonen en |
uitkeringen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, gesloten in | uitkeringen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, gesloten in |
het Paritair Comité voor het huiden- en lederbedrijf en | het Paritair Comité voor het huiden- en lederbedrijf en |
vervangingsproducten. | vervangingsproducten. |
HOOFDSTUK IX. - Ploegenwerk | HOOFDSTUK IX. - Ploegenwerk |
Art. 24.Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart |
Art. 24.Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart |
1971, wordt aan de werklieden die 's nachts al dan niet in ploegen | 1971, wordt aan de werklieden die 's nachts al dan niet in ploegen |
werken een premie van 25 pct., berekend op het normale loon, | werken een premie van 25 pct., berekend op het normale loon, |
toegekend. Al de tussen 22 en 6 uur gepresteerde uren geven recht op | toegekend. Al de tussen 22 en 6 uur gepresteerde uren geven recht op |
deze premie. | deze premie. |
In de ondernemingen waar dagploegen zijn ingericht, wordt er bovendien | In de ondernemingen waar dagploegen zijn ingericht, wordt er bovendien |
aan de ploegwerkers een premie van 6 pct., berekend op het normale | aan de ploegwerkers een premie van 6 pct., berekend op het normale |
loon, toegekend. | loon, toegekend. |
Wanneer er aan de werklieden onder welke vorm ook reeds compensaties | Wanneer er aan de werklieden onder welke vorm ook reeds compensaties |
worden verleend, worden deze in aanmerking genomen voor de berekening | worden verleend, worden deze in aanmerking genomen voor de berekening |
van voornoemde premies. De bepalingen die voor de werklieden gunstiger | van voornoemde premies. De bepalingen die voor de werklieden gunstiger |
zijn, blijven van toepassing. | zijn, blijven van toepassing. |
Art. 25.De schafttijden worden vergoed als werkelijke arbeid, |
Art. 25.De schafttijden worden vergoed als werkelijke arbeid, |
eventueel uitgezonderd voor de werklieden die op premie werken, voor | eventueel uitgezonderd voor de werklieden die op premie werken, voor |
zover er in hun premie een compensatie voor de schafttijden is | zover er in hun premie een compensatie voor de schafttijden is |
opgenomen. | opgenomen. |
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen |
Art. 26.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 26.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2007 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2008. | januari 2007 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2008. |
Voor zover deze collectieve arbeidsovereenkomst de bestaande | Voor zover deze collectieve arbeidsovereenkomst de bestaande |
collectieve arbeidsovereenkomsten niet wijzigt blijven deze behouden. | collectieve arbeidsovereenkomsten niet wijzigt blijven deze behouden. |
De sociale vrede wordt gewaarborgd voor de ganse duur van deze | De sociale vrede wordt gewaarborgd voor de ganse duur van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 maart |
2008. | 2008. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
J. PIETTE | J. PIETTE |