Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 19/03/2003
← Terug naar "Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen "
Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
19 MAART 2003. - Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding 19 MAART 2003. - Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding
en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de
gelijkheid van vrouwen en mannen gelijkheid van vrouwen en mannen
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Dit besluit beoogt het vastleggen van de nadere regels met betrekking Dit besluit beoogt het vastleggen van de nadere regels met betrekking
tot de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties binnen het tot de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties binnen het
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, dat opgericht werd Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, dat opgericht werd
door de wet van 16 december 2002. door de wet van 16 december 2002.
Dit Instituut, dat het statuut heeft van een openbaar organisme van Dit Instituut, dat het statuut heeft van een openbaar organisme van
categorie B, zal als algemene opdracht hebben het waken over het categorie B, zal als algemene opdracht hebben het waken over het
respecteren van de gelijkheid van vrouwen en mannen, het bestrijden respecteren van de gelijkheid van vrouwen en mannen, het bestrijden
van elke vorm van discriminatie en ongelijkheid gebaseerd op het van elke vorm van discriminatie en ongelijkheid gebaseerd op het
geslacht en het ontwikkelen van instrumenten en strategieën, gebaseerd geslacht en het ontwikkelen van instrumenten en strategieën, gebaseerd
op de geïntegreerde benadering van de genderdimensie. op de geïntegreerde benadering van de genderdimensie.
De wet van 16 december 2002 voorziet dat het Instituut voorzien wordt De wet van 16 december 2002 voorziet dat het Instituut voorzien wordt
van een raad van bestuur en van een directie. van een raad van bestuur en van een directie.
Deze directie zal benoemd worden en haar mandaat uitoefenen volgens de Deze directie zal benoemd worden en haar mandaat uitoefenen volgens de
filosofie en de regels van de hervorming van de federale filosofie en de regels van de hervorming van de federale
administratie. De directie, bestaande uit een directeur(trice) en een administratie. De directie, bestaande uit een directeur(trice) en een
adjunct-directeur(trice), zal aangeduid worden na een adjunct-directeur(trice), zal aangeduid worden na een
selectieprocedure die gelijkaardig is aan die voorzien voor de selectieprocedure die gelijkaardig is aan die voorzien voor de
managementfuncties die te begeven zijn binnen de federale managementfuncties die te begeven zijn binnen de federale
overheidsdiensten. De basisvoorwaarden op het vlak van het aantal overheidsdiensten. De basisvoorwaarden op het vlak van het aantal
jaren ervaring of van diploma's om te solliciteren voor een jaren ervaring of van diploma's om te solliciteren voor een
managementfunctie n-1 en n-2, zullen dezelfde zijn als die welke managementfunctie n-1 en n-2, zullen dezelfde zijn als die welke
opgelegd worden voor de federale overheidsdiensten. opgelegd worden voor de federale overheidsdiensten.
Er zijn wel twee verschillen te noteren. Het eerste verschil vloeit Er zijn wel twee verschillen te noteren. Het eerste verschil vloeit
voort uit het feit dat, in tegenstelling met de situatie in de voort uit het feit dat, in tegenstelling met de situatie in de
federale overheidsdiensten, de directie van het Instituut niet federale overheidsdiensten, de directie van het Instituut niet
uitsluitend en rechtstreeks zal afhangen van een Minister, maar wel uitsluitend en rechtstreeks zal afhangen van een Minister, maar wel
verantwoording zal moeten afleggen aan een raad van bestuur. Gezien de verantwoording zal moeten afleggen aan een raad van bestuur. Gezien de
rol van de raad van bestuur bij het beheren van het Instituut, zal rol van de raad van bestuur bij het beheren van het Instituut, zal
deze bijgevolg geraadpleegd worden bij elke fase van de procedure van deze bijgevolg geraadpleegd worden bij elke fase van de procedure van
aanduiding van de directie. De raad van bestuur zal eveneens een aanduiding van de directie. De raad van bestuur zal eveneens een
advies moeten geven over de evaluatie van het werk van de directie of, advies moeten geven over de evaluatie van het werk van de directie of,
indien deze laatste daartoe de wens uitspreekt, voortijdig een einde indien deze laatste daartoe de wens uitspreekt, voortijdig een einde
maken aan haar mandaat. maken aan haar mandaat.
Het tweede verschil vloeit voort uit het collegiale karakter van de Het tweede verschil vloeit voort uit het collegiale karakter van de
directie. De directie zal bestaan uit twee personen die directie. De directie zal bestaan uit twee personen die
respectievelijk een managementfunctie n-1 en een managementfunctie n-2 respectievelijk een managementfunctie n-1 en een managementfunctie n-2
bekleden. Deze personen zullen echter collegiaal belast worden met het bekleden. Deze personen zullen echter collegiaal belast worden met het
beheer van het Instituut en zullen goed met elkaar moeten samenwerken. beheer van het Instituut en zullen goed met elkaar moeten samenwerken.
De selectieprocedure zal dus tegelijkertijd georganiseerd worden, De selectieprocedure zal dus tegelijkertijd georganiseerd worden,
zodat het best mogelijke team kan aangeworven worden. Het zal dus aan zodat het best mogelijke team kan aangeworven worden. Het zal dus aan
de bevoegde Minister toekomen om tegelijk de directeur(trice) en de bevoegde Minister toekomen om tegelijk de directeur(trice) en
zijn(haar) adjunct voor te stellen, na raadpleging van de raad van zijn(haar) adjunct voor te stellen, na raadpleging van de raad van
bestuur. bestuur.
Voor wat de nadere regels voor het uitoefenen van het directiemandaat Voor wat de nadere regels voor het uitoefenen van het directiemandaat
betreft, zal deze een managementplan en een operationeel plan moeten betreft, zal deze een managementplan en een operationeel plan moeten
opstellen, terwijl het bepalen van de strategie onder de bevoegdheid opstellen, terwijl het bepalen van de strategie onder de bevoegdheid
van de raad van bestuur van het Instituut valt. van de raad van bestuur van het Instituut valt.
Artikelsgewijze bespreking Artikelsgewijze bespreking
De artikelen 1 en 2 stellen het aantal en de kwaliteit vast van de De artikelen 1 en 2 stellen het aantal en de kwaliteit vast van de
managementfuncties van het Instituut. Het Instituut zal managementfuncties van het Instituut. Het Instituut zal
gemeenschappelijk geleid worden door een directeur(trice) die een gemeenschappelijk geleid worden door een directeur(trice) die een
managementfunctie n-1 bekleedt en door een adjunct-directeur(trice) managementfunctie n-1 bekleedt en door een adjunct-directeur(trice)
die een managementfunctie n-2 bekleedt. Met uitzondering van de die een managementfunctie n-2 bekleedt. Met uitzondering van de
afwijkende bepalingen die in dit besluit vermeld worden, wordt er afwijkende bepalingen die in dit besluit vermeld worden, wordt er
verduidelijkt dat de managementfuncties de regels volgen die verduidelijkt dat de managementfuncties de regels volgen die
vastgelegd zijn voor de hele federale administratie door het vastgelegd zijn voor de hele federale administratie door het
koninklijk besluit van 29 oktober 2001. koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
Artikel 3 regelt de wijze waarop de selectie van de directie Artikel 3 regelt de wijze waarop de selectie van de directie
georganiseerd is. Het behoort aan de bevoegde Minister toe om georganiseerd is. Het behoort aan de bevoegde Minister toe om
voorstellen te doen voor de twee managementfuncties, die gelijktijdig voorstellen te doen voor de twee managementfuncties, die gelijktijdig
te begeven zijn, maar bij elke etappe van de selectie wordt er een te begeven zijn, maar bij elke etappe van de selectie wordt er een
raadplegingsprocedure van de raad van bestuur georganiseerd. raadplegingsprocedure van de raad van bestuur georganiseerd.
Artikel 4 legt de nadere regels vast voor de aanduiding van de Artikel 4 legt de nadere regels vast voor de aanduiding van de
directie en de duur van het mandaat. Ook hier komt het voorstel van de directie en de duur van het mandaat. Ook hier komt het voorstel van de
bevoegde Minister, na raadpleging van de raad van bestuur van het bevoegde Minister, na raadpleging van de raad van bestuur van het
Instituut. Instituut.
Artikel 5 regelt het opstellen van het management- en operationele Artikel 5 regelt het opstellen van het management- en operationele
plan. De directie moet binnen de drie maanden die volgen op haar plan. De directie moet binnen de drie maanden die volgen op haar
benoeming een managementplan en een operationeel plan opstellen, op benoeming een managementplan en een operationeel plan opstellen, op
basis van de voornaamste strategische oriëntaties die vastgelegd basis van de voornaamste strategische oriëntaties die vastgelegd
werden door de raad van bestuur van het Instituut. De raad van bestuur werden door de raad van bestuur van het Instituut. De raad van bestuur
mag een discussie aangaan over dit plan en moet het doorgeven aan de mag een discussie aangaan over dit plan en moet het doorgeven aan de
bevoegde Minister, die belast is met de goedkeuring ervan. De raad van bevoegde Minister, die belast is met de goedkeuring ervan. De raad van
bestuur en de bevoegde Minister hebben dus de mogelijkheid om het bestuur en de bevoegde Minister hebben dus de mogelijkheid om het
gedane voorstel te amenderen indien het hen niet bevalt. Deze gedane voorstel te amenderen indien het hen niet bevalt. Deze
amendementen kunnen ofwel voor het doorgeven aan de Minister gebeuren amendementen kunnen ofwel voor het doorgeven aan de Minister gebeuren
ofwel daarna. Indien er geen akkoord bereikt wordt, zal er discussie ofwel daarna. Indien er geen akkoord bereikt wordt, zal er discussie
volgen over het te voeren beleid en kunnen er in gemeenschappelijk volgen over het te voeren beleid en kunnen er in gemeenschappelijk
akkoord eventueel wijzigingen aangebracht worden. akkoord eventueel wijzigingen aangebracht worden.
De artikelen 6 en 7 leggen de nadere regels vast voor de evaluatie en De artikelen 6 en 7 leggen de nadere regels vast voor de evaluatie en
het voortijdig beëindigen van het mandaat van de directie. het voortijdig beëindigen van het mandaat van de directie.
Artikel 8 legt de datum van de inwerkingtreding van dit besluit vast, Artikel 8 legt de datum van de inwerkingtreding van dit besluit vast,
terwijl artikel 9 de Minister van het Gelijke Kansenbeleid belast met terwijl artikel 9 de Minister van het Gelijke Kansenbeleid belast met
de uitvoering ervan. de uitvoering ervan.
Ik heb de eer te zijn, Ik heb de eer te zijn,
Sire, Sire,
van Uwe Majesteit, van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaars, en zeer getrouwe dienaars,
De Minister van Werkgelegenheid, belast met het Gelijke-Kansenbeleid, De Minister van Werkgelegenheid, belast met het Gelijke-Kansenbeleid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare
besturen, besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
13 MAART 2003. - Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding 13 MAART 2003. - Koninklijk besluit met betrekking tot de aanduiding
en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de en de uitoefening van managementfuncties binnen het Instituut voor de
gelijkheid van vrouwen en mannen gelijkheid van vrouwen en mannen
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 16 december 2002 houdende de oprichting van een Gelet op de wet van 16 december 2002 houdende de oprichting van een
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen; Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22
januari 2003; januari 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven
op 23 januari 2003; op 23 januari 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken en Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken en
Modernisering van de openbare besturen, gegeven op 24 januari 2003; Modernisering van de openbare besturen, gegeven op 24 januari 2003;
Gelet op het onderhandelingsprotocol van 29 januari 2003 van het Gelet op het onderhandelingsprotocol van 29 januari 2003 van het
comité van sector XI « Tewerkstelling en Arbeid »; comité van sector XI « Tewerkstelling en Arbeid »;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid wegens de nakende publicatie Gelet op de dringende noodzakelijkheid wegens de nakende publicatie
van de wet ter bestrijding van de discriminatie die de wet van 15 van de wet ter bestrijding van de discriminatie die de wet van 15
februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijke kansen en februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijke kansen en
racismebestrijding wijzigt; racismebestrijding wijzigt;
Gelet op het feit dat op deze basis het Centrum voor gelijke kansen en Gelet op het feit dat op deze basis het Centrum voor gelijke kansen en
racismebestrijding klachten zal kunnen ontvangen en onderzoeken die racismebestrijding klachten zal kunnen ontvangen en onderzoeken die
betrekking hebben op discriminerende feiten op basis van de motieven betrekking hebben op discriminerende feiten op basis van de motieven
bedoeld door de wet, met uitzondering van discriminaties die gebaseerd bedoeld door de wet, met uitzondering van discriminaties die gebaseerd
zijn op het geslacht; zijn op het geslacht;
Overwegende dat het Centrum reeds geconfronteerd wordt met Overwegende dat het Centrum reeds geconfronteerd wordt met
discriminaties op basis van het geslacht, waarvoor het niet bevoegd discriminaties op basis van het geslacht, waarvoor het niet bevoegd
is; is;
Overwegende dat het aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen Overwegende dat het aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen
en mannen toekomt om dit soort klachten te ontvangen en te en mannen toekomt om dit soort klachten te ontvangen en te
onderzoeken; onderzoeken;
Overwegende dat het nodige moet gedaan worden om het Instituut en het Overwegende dat het nodige moet gedaan worden om het Instituut en het
Centrum in staat te stellen om allebei hun opdrachten uit te voeren, Centrum in staat te stellen om allebei hun opdrachten uit te voeren,
omdat anders de kans bestaat dat er verschillen ontstaan in het omdat anders de kans bestaat dat er verschillen ontstaan in het
behandelen van de klachten naargelang het motief van de discriminatie; behandelen van de klachten naargelang het motief van de discriminatie;
Overwegende dat de wet houdende de oprichting van het Instituut voor Overwegende dat de wet houdende de oprichting van het Instituut voor
de gelijkheid van vrouwen en mannen de overgang voorziet van het de gelijkheid van vrouwen en mannen de overgang voorziet van het
personeel van de Directie van de gelijke kansen van de Federale personeel van de Directie van de gelijke kansen van de Federale
Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg; Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg;
Overwegende dat het dus belangrijk is dat de oprichting van het Overwegende dat het dus belangrijk is dat de oprichting van het
Instituut ingeschreven wordt op de algemene kalender van de hervorming Instituut ingeschreven wordt op de algemene kalender van de hervorming
van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal
Overleg, die nu bezig is; Overleg, die nu bezig is;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, belast met het Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, belast met het
Gelijke Kansenbeleid en op advies van Onze in Raad vergaderde Gelijke Kansenbeleid en op advies van Onze in Raad vergaderde
Ministers, Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Over de managementfuncties HOOFDSTUK I. - Over de managementfuncties

Artikel 1.Binnen het Instituut wordt een directie opgericht bestaande

Artikel 1.Binnen het Instituut wordt een directie opgericht bestaande

uit : uit :
- een directeur/directrice die een managementfunctie van niveau N-1 - een directeur/directrice die een managementfunctie van niveau N-1
bekleedt; bekleedt;
- een adjunct-directeur/directrice die een managementfunctie van - een adjunct-directeur/directrice die een managementfunctie van
niveau N-2 bekleedt. niveau N-2 bekleedt.

Art. 2.Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van dit besluit, zijn

Art. 2.Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van dit besluit, zijn

de regels vastgelegd in het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 de regels vastgelegd in het koninklijk besluit van 29 oktober 2001
betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties
in de federale overheidsdiensten van toepassing. in de federale overheidsdiensten van toepassing.
HOOFDSTUK II. - Over de selectie, de aanwerving en de aanwijzing van HOOFDSTUK II. - Over de selectie, de aanwerving en de aanwijzing van
de titularissen van de managementfuncties de titularissen van de managementfuncties

Art. 3.§ 1. De beschrijving van de functie en van het

Art. 3.§ 1. De beschrijving van de functie en van het

competentieprofiel, tot vaststelling van de competenties, en de competentieprofiel, tot vaststelling van de competenties, en de
relationele en managementbekwaamheid van de kandidaten voor de twee relationele en managementbekwaamheid van de kandidaten voor de twee
managementfuncties die binnen het Instituut te bekleden zijn worden managementfuncties die binnen het Instituut te bekleden zijn worden
vastgelegd door de bevoegde Minister, na advies van de raad van vastgelegd door de bevoegde Minister, na advies van de raad van
bestuur van het Instituut. bestuur van het Instituut.
§ 2. Het profiel van de leden van elke selectiecommissie voor de twee § 2. Het profiel van de leden van elke selectiecommissie voor de twee
te bekleden managementfuncties worden vastgelegd door de gedelegeerd te bekleden managementfuncties worden vastgelegd door de gedelegeerd
bestuurder van SELOR, dit in overleg met de bevoegde Minister, en na bestuurder van SELOR, dit in overleg met de bevoegde Minister, en na
advies van de raad van bestuur van het Instituut. Deze leden worden advies van de raad van bestuur van het Instituut. Deze leden worden
gekozen in functie van hun kennis van de specifieke bevoegdheden voor gekozen in functie van hun kennis van de specifieke bevoegdheden voor
de functie. de functie.
§ 3. SELOR, het selectiebureau van de Federale Overheid, stuurt de § 3. SELOR, het selectiebureau van de Federale Overheid, stuurt de
resultaten van de vergelijkende Nederlandstalige en Franstalige resultaten van de vergelijkende Nederlandstalige en Franstalige
analyse door naar de bevoegde Minister. analyse door naar de bevoegde Minister.

Art. 4.De directie wordt door Ons benoemd voor een hernieuwbaar

Art. 4.De directie wordt door Ons benoemd voor een hernieuwbaar

mandaat van 6 jaar, op voorstel van de bevoegde Minister en na advies mandaat van 6 jaar, op voorstel van de bevoegde Minister en na advies
van de raad van bestuur. van de raad van bestuur.
HOOFDSTUK III. - Over de uitoefeningsmodaliteiten van de HOOFDSTUK III. - Over de uitoefeningsmodaliteiten van de
managementfuncties managementfuncties

Art. 5.§ 1. Binnen de drie maand na zijn of haar benoeming, legt de

Art. 5.§ 1. Binnen de drie maand na zijn of haar benoeming, legt de

directie aan de raad van bestuur een ontwerp van managementplan en een directie aan de raad van bestuur een ontwerp van managementplan en een
ontwerp van operationeel plan voor. ontwerp van operationeel plan voor.
§ 2. Het managementplan en het operationeel plan bevatten minstens de § 2. Het managementplan en het operationeel plan bevatten minstens de
beschrijving van de elementen bedoeld in artikel 11 van het voormelde beschrijving van de elementen bedoeld in artikel 11 van het voormelde
koninklijk besluit van 29 oktober 2001. koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
§ 3. Het ontwerp van managementplan en het operationele plan worden § 3. Het ontwerp van managementplan en het operationele plan worden
opgesteld door de directie, op basis van de informatie betreffende de opgesteld door de directie, op basis van de informatie betreffende de
belangrijke strategische oriëntaties die doorgegeven worden door de belangrijke strategische oriëntaties die doorgegeven worden door de
raad van bestuur. raad van bestuur.
§ 4. De raad van bestuur beschikt over een termijn van een maand § 4. De raad van bestuur beschikt over een termijn van een maand
alvorens de plannen door te geven aan de Minister, die op zijn/haar alvorens de plannen door te geven aan de Minister, die op zijn/haar
beurt over een maand beschikt om ze goed te keuren. beurt over een maand beschikt om ze goed te keuren.
HOOFDSTUK IV. - Over de evaluatie en het einde van het mandaat van de HOOFDSTUK IV. - Over de evaluatie en het einde van het mandaat van de
titularissen van de managementfuncties titularissen van de managementfuncties

Art. 6.De directie wordt geëvalueerd door de bevoegde Minister, na

Art. 6.De directie wordt geëvalueerd door de bevoegde Minister, na

advies van de raad van bestuur. Dit advies wordt binnen de maand advies van de raad van bestuur. Dit advies wordt binnen de maand
verstrekt. verstrekt.

Art. 7.Indien de directie vraagt om een einde aan haar mandaat te

Art. 7.Indien de directie vraagt om een einde aan haar mandaat te

maken, is een vooropzeg van maximum zes maanden vereist indien de maken, is een vooropzeg van maximum zes maanden vereist indien de
bevoegde Minister, na advies van de raad van bestuur, akkoord gaat. bevoegde Minister, na advies van de raad van bestuur, akkoord gaat.
Dit advies wordt binnen de maand verstrekt. Dit advies wordt binnen de maand verstrekt.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie

ervan in het Belgisch Staatsblad . ervan in het Belgisch Staatsblad .

Art. 9.Onze Vice-Eerste Minister, Minister van Werkgelegenheid,

Art. 9.Onze Vice-Eerste Minister, Minister van Werkgelegenheid,

belast met het Gelijke-Kansenbeleid is belast met de uitvoering van belast met het Gelijke-Kansenbeleid is belast met de uitvoering van
dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 19 maart 2003. Gegeven te Brussel, op 19 maart 2003.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, belast met het Gelijke Kansenbeleid, De Minister van Werkgelegenheid, belast met het Gelijke Kansenbeleid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare
besturen, besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
^