Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 19/03/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9 en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen "
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9 en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9 en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID, SOCIALE ZAKEN, MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID, SOCIALE ZAKEN,
VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU, JUSTITIE, VAN FINANCIEN, MIDDENSTAND EN VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU, JUSTITIE, VAN FINANCIEN, MIDDENSTAND EN
LANDBOUW EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN LANDBOUW EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN
19 MAART 2002. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9 19 MAART 2002. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9
en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende
werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de
vennootschappen vennootschappen
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Het besluit dat wij U aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen Het besluit dat wij U aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen
heeft als oogmerk de uitvoering van de artikelen 9 en 10, § 2, van de heeft als oogmerk de uitvoering van de artikelen 9 en 10, § 2, van de
wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het
kapitaal en in de winst van de vennootschappen waar het voorziet dat « kapitaal en in de winst van de vennootschappen waar het voorziet dat «
een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, te nemen binnen de een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, te nemen binnen de
drie maanden na de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van drie maanden na de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van
deze wet en na advies van de Nationale Arbeidsraad, de objectieve deze wet en na advies van de Nationale Arbeidsraad, de objectieve
criteria bepaalt die van toepassing zijn bij ontstentenis van enige criteria bepaalt die van toepassing zijn bij ontstentenis van enige
collectieve arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in § 1 ». collectieve arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in § 1 ».
Artikel 1 van dit besluit bepaalt de objectieve criteria ter bepaling Artikel 1 van dit besluit bepaalt de objectieve criteria ter bepaling
van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen zijn op de betrokken van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen zijn op de betrokken
werknemers. werknemers.
De wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het De wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het
kapitaal en in de winst van de vennootschappen bepaalt immers in kapitaal en in de winst van de vennootschappen bepaalt immers in
artikel 9, § 1, 5°, dat het participatieplan « in voorkomend geval en artikel 9, § 1, 5°, dat het participatieplan « in voorkomend geval en
mits naleving van artikel 10 van deze wet, de objectieve criteria ter mits naleving van artikel 10 van deze wet, de objectieve criteria ter
bepaling van de individuele uitkering van de toetredende werknemers. » bepaling van de individuele uitkering van de toetredende werknemers. »
verplichtend vermeldt. verplichtend vermeldt.
Artikel 10 van dezelfde wet bepaalt in zijn eerste paragraaf dat « in Artikel 10 van dezelfde wet bepaalt in zijn eerste paragraaf dat « in
voorkomend geval bepaalt de in een paritair comité of paritair voorkomend geval bepaalt de in een paritair comité of paritair
subcomité gesloten collectieve arbeidsovereenkomst de objectieve subcomité gesloten collectieve arbeidsovereenkomst de objectieve
criteria ter bepaling van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen criteria ter bepaling van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen
zijn op de betrokken werknemers ». De tweede paragraaf voorziet zijn op de betrokken werknemers ». De tweede paragraaf voorziet
bovendien dat « een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, te bovendien dat « een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, te
nemen binnen de drie maanden na de datum van inwerkingtreding van de nemen binnen de drie maanden na de datum van inwerkingtreding van de
bepalingen van deze wet en na advies van de Nationale Arbeidsraad, bepalingen van deze wet en na advies van de Nationale Arbeidsraad,
bepaalt de objectieve criteria die van toepassing zijn bij bepaalt de objectieve criteria die van toepassing zijn bij
ontstentenis van enige collectieve arbeidsovereenkomst zoals bedoeld ontstentenis van enige collectieve arbeidsovereenkomst zoals bedoeld
in § 1. » in § 1. »
Met andere woorden indien de doelstelling van de wet van 22 mei 2001 Met andere woorden indien de doelstelling van de wet van 22 mei 2001
er inderdaad in bestaat een collectief voordeel aan te bieden die alle er inderdaad in bestaat een collectief voordeel aan te bieden die alle
werknemers tot een grotere betrokkenheid kan aansporen, laat de wet werknemers tot een grotere betrokkenheid kan aansporen, laat de wet
ook toe de omvang van dit voordeel tussen de betrokken werknemers aan ook toe de omvang van dit voordeel tussen de betrokken werknemers aan
te passen, niettemin op de tweevoudige voorwaarde dat : te passen, niettemin op de tweevoudige voorwaarde dat :
1° dit onderscheid aan de in het participatieplan vermelde objectieve 1° dit onderscheid aan de in het participatieplan vermelde objectieve
criteria voldoet, en dat; criteria voldoet, en dat;
2° deze criteria in overeenstemming zijn met die welke in een paritair 2° deze criteria in overeenstemming zijn met die welke in een paritair
comité of paritair subcomité gesloten collectieve arbeidsovereenkomst comité of paritair subcomité gesloten collectieve arbeidsovereenkomst
worden bepaald of, bij ontstentenis van op dit niveau gesloten worden bepaald of, bij ontstentenis van op dit niveau gesloten
collectieve arbeidsovereenkomst, in overeenstemming met de in dit collectieve arbeidsovereenkomst, in overeenstemming met de in dit
koninklijk besluit bepaalde objectieve criteria. koninklijk besluit bepaalde objectieve criteria.
Indien aan beide voorwaarden niet is voldaan, zullen de voordelen die Indien aan beide voorwaarden niet is voldaan, zullen de voordelen die
uit het participatieplan voortvloeien, voor alle werknemers identiek uit het participatieplan voortvloeien, voor alle werknemers identiek
moeten zijn. moeten zijn.
De in artikel 1 van dit koninklijk besluit vermelde lijst is een De in artikel 1 van dit koninklijk besluit vermelde lijst is een
exhaustieve lijst waarin criteria worden opgenomen die gewoonlijk in exhaustieve lijst waarin criteria worden opgenomen die gewoonlijk in
sociaal recht worden aangenomen om binnen eenzelfde onderneming het sociaal recht worden aangenomen om binnen eenzelfde onderneming het
bedrag van de vergoedingen die aan iedere werknemer worden toegekend, bedrag van de vergoedingen die aan iedere werknemer worden toegekend,
te onderscheiden. te onderscheiden.
Die criteria kunnen afzonderlijk of cumulatief toegepast worden. Die criteria kunnen afzonderlijk of cumulatief toegepast worden.
Die criteria worden als volgt bepaald : Die criteria worden als volgt bepaald :
1° De anciënniteit 1° De anciënniteit
Het kan gaan om de in het bedrijf opgebouwde anciënniteit maar ook om Het kan gaan om de in het bedrijf opgebouwde anciënniteit maar ook om
die welke de werkgever bij de indiensttreding conventioneel zou erkend die welke de werkgever bij de indiensttreding conventioneel zou erkend
hebben. hebben.
2° De graad 2° De graad
In de ondernemingen waar de betrekkingen bepaald worden door In de ondernemingen waar de betrekkingen bepaald worden door
verwijzing naar een graad (dienstchef, onderdienstchef, verwijzing naar een graad (dienstchef, onderdienstchef,
technieker...), kan die als objectief criterium voor het onderscheid technieker...), kan die als objectief criterium voor het onderscheid
gebruikt worden. gebruikt worden.
3° De functie 3° De functie
Het betreft de plaats die de werknemer inneemt naargelang zijn taken Het betreft de plaats die de werknemer inneemt naargelang zijn taken
(administratieve, technische of commerciële taken), (administratieve, technische of commerciële taken),
verantwoordelijkheden (manager, general manager, kaderlid,...) en verantwoordelijkheden (manager, general manager, kaderlid,...) en
specialiteiten (jurist, economist, verkoper, informaticus,...). specialiteiten (jurist, economist, verkoper, informaticus,...).
Naargelang de betrokken onderneming zijn die functies bijvoorbeeld : Naargelang de betrokken onderneming zijn die functies bijvoorbeeld :
junior of senior verkoper, boekhouder, secretaris, human ressources junior of senior verkoper, boekhouder, secretaris, human ressources
manager. manager.
4° De weddeschaal 4° De weddeschaal
Het betreft de schaal waaronder de werknemer valt op het gebied van Het betreft de schaal waaronder de werknemer valt op het gebied van
het loon. het loon.
5° Het vergoedingsniveau 5° Het vergoedingsniveau
Het vergoedingsniveau kan als objectief criterium dienen en een Het vergoedingsniveau kan als objectief criterium dienen en een
onderscheid tussen de werknemers mogelijk maken naargelang hun onderscheid tussen de werknemers mogelijk maken naargelang hun
jaarlijkse bezoldiging al dan niet een bepaald maximumbedrag jaarlijkse bezoldiging al dan niet een bepaald maximumbedrag
overschrijdt. Er is geen overlapping met het criterium van de overschrijdt. Er is geen overlapping met het criterium van de
weddenschaal daar bepaalde werknemers buiten deze weddeschalen worden weddenschaal daar bepaalde werknemers buiten deze weddeschalen worden
bezoldigd. bezoldigd.
De vergoedingscriteria en de schaal kunnen ook gebruikt worden om een De vergoedingscriteria en de schaal kunnen ook gebruikt worden om een
positieve discriminatie ten gunste van de lage lonen te scheppen. positieve discriminatie ten gunste van de lage lonen te scheppen.
6° Het vormingsniveau 6° Het vormingsniveau
Eén van de vaak toegepaste onderscheidingscriteria voor de indeling Eén van de vaak toegepaste onderscheidingscriteria voor de indeling
van de functies is het vroegere of later in de loopbaan beschouwde van de functies is het vroegere of later in de loopbaan beschouwde
vormingsniveau. Er wordt soms een onderscheid gemaakt tussen de vormingsniveau. Er wordt soms een onderscheid gemaakt tussen de
universitairen en degenen die hoger niet universitair onderwijs universitairen en degenen die hoger niet universitair onderwijs
gevolgd hebben en degenen die dit vormingsniveau niet hebben. gevolgd hebben en degenen die dit vormingsniveau niet hebben.
In zijn tweede paragraaf heeft artikel 1 van dit besluit tot doel de In zijn tweede paragraaf heeft artikel 1 van dit besluit tot doel de
toepassing van het objectief karakter van de criteria te respecteren toepassing van het objectief karakter van de criteria te respecteren
die, in voorkomend geval, in een participatieplan kunnen gebruikt die, in voorkomend geval, in een participatieplan kunnen gebruikt
worden om het aan elk van de deelnemende werknemers bedrag vast te worden om het aan elk van de deelnemende werknemers bedrag vast te
stellen.. Dit artikel voorziet daartoe dat het onderscheid op basis stellen.. Dit artikel voorziet daartoe dat het onderscheid op basis
van die criteria in geen geval een verhouding tussen 1 en 10 mag van die criteria in geen geval een verhouding tussen 1 en 10 mag
overschrijden. overschrijden.
Artikel 1 heeft uitwerking de dag van de inwerkingtreding van artikel Artikel 1 heeft uitwerking de dag van de inwerkingtreding van artikel
10 van de wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in 10 van de wet van 22 mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in
het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
We hebben de eer te zijn, We hebben de eer te zijn,
Sire, Sire,
van Uwe Majesteit, van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren,
De Eerste Minister, De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT G. VERHOFSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
D. REYNDERS D. REYNDERS
De Minister belast met Middenstand, De Minister belast met Middenstand,
R. DAEMS R. DAEMS
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
19 MAART 2002. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9 19 MAART 2002. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 9
en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende en 10, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende
werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de
vennootschappen vennootschappen
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemerparticipatie Gelet op de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemerparticipatie
in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, inzonderheid de in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, inzonderheid de
artikelen 9 en 10, § 2; artikelen 9 en 10, § 2;
Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad gegeven op 14 Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad gegeven op 14
februari 2002; februari 2002;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de voormelde wet in werking moet treden bij de Overwegende dat de voormelde wet in werking moet treden bij de
afsluiting van de jaarrekeningen die worden afgesloten vanaf 31 afsluiting van de jaarrekeningen die worden afgesloten vanaf 31
december 2001 en dat het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel december 2001 en dat het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel
10, § 2, van de voormelde wet binnen de drie maanden na de datum van 10, § 2, van de voormelde wet binnen de drie maanden na de datum van
inwerkingtreding van dit artikel dient te worden genomen; inwerkingtreding van dit artikel dient te worden genomen;
Gelet het advies van de Raad van State, gegeven op 22 februari 2002, Gelet het advies van de Raad van State, gegeven op 22 februari 2002,
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State; wetten op de Raad van State;
Op voordracht van Onze Eerste Minister, van Onze Vice-Eerste Minister Op voordracht van Onze Eerste Minister, van Onze Vice-Eerste Minister
en Minister van Werkgelegenheid, van Onze Minister van Sociale Zaken en Minister van Werkgelegenheid, van Onze Minister van Sociale Zaken
en Pensioenen, van Onze Minister van Justitie, van Onze Minister van en Pensioenen, van Onze Minister van Justitie, van Onze Minister van
Financiën, van Onze Minister belast met de Middenstand en van Onze Financiën, van Onze Minister belast met de Middenstand en van Onze
Minister van Economie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Minister van Economie en op het advies van Onze in Raad vergaderde
Ministers, Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. In toepassing van artikel 10, § 2, van de wet van 22

Artikel 1.§ 1. In toepassing van artikel 10, § 2, van de wet van 22

mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de mei 2001 betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de
winst van de vennootschappen, zijn objectieve criteria ter bepaling winst van de vennootschappen, zijn objectieve criteria ter bepaling
van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen zijn op de betrokken van de verdeelsleutels die van toepassing kunnen zijn op de betrokken
werknemers bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst werknemers bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst
zoals bedoeld in § 1 van hetzelfde artikel : zoals bedoeld in § 1 van hetzelfde artikel :
1° de anciënniteit; 1° de anciënniteit;
2° de graad; 2° de graad;
3° de functie; 3° de functie;
4° de weddeschaal; 4° de weddeschaal;
5° het vergoedingsniveau; 5° het vergoedingsniveau;
6° het vormingsniveau. 6° het vormingsniveau.
§ 2. In geen geval mogen de objectieve criteria, bedoeld in artikel 9, § 2. In geen geval mogen de objectieve criteria, bedoeld in artikel 9,
§ 1, 5° en omschreven in de eerste paragraaf van dit artikel, leiden § 1, 5° en omschreven in de eerste paragraaf van dit artikel, leiden
tot een differentiatie van de voordelen die overeenkomstig het tot een differentiatie van de voordelen die overeenkomstig het
participatieplan aan de verschillende werknemers worden toegekend die participatieplan aan de verschillende werknemers worden toegekend die
groter is dan een verhouding tussen 1 en 10. groter is dan een verhouding tussen 1 en 10.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking vanaf de dag van de

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking vanaf de dag van de

inwerkingtreding van artikel 10 van de wet van 22 mei 2001 betreffende inwerkingtreding van artikel 10 van de wet van 22 mei 2001 betreffende
de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de
vennootschappen. vennootschappen.
Gegeven te Brussel, 19 maart 2002. Gegeven te Brussel, 19 maart 2002.
De Eerste Minister, De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT G. VERHOFSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
D. REYNDERS D. REYNDERS
De Minister belast met Middenstand, De Minister belast met Middenstand,
R. DAEMS R. DAEMS
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
^