Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
19 APRIL 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 19 APRIL 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende | in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende |
de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen | bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen |
(1) | (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning |
van lompen; | van lompen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende | in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende |
de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen. | bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 april 2010. | Gegeven te Brussel, 19 april 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen | Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2009 |
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen | bejaarde werklieden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen |
(Overeenkomst geregistreerd op 12 augustus 2009 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 12 augustus 2009 onder het nummer |
93648/CO/142.02) | 93648/CO/142.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair | alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair |
Subcomité voor de terugwinning van lompen en op de werklieden die zij | Subcomité voor de terugwinning van lompen en op de werklieden die zij |
tewerkstellen. | tewerkstellen. |
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst | HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van |
een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden | een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden |
indien zij worden ontslagen en die kunnen aantonen volgens de regels | indien zij worden ontslagen en die kunnen aantonen volgens de regels |
bepaald door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, dat zij op het | bepaald door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, dat zij op het |
ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, minimaal 20 | ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, minimaal 20 |
jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 | jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart |
1990 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 | 1990 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 |
mei 1990. | mei 1990. |
Bovendien moeten deze werklieden op het ogenblik van de beëindiging | Bovendien moeten deze werklieden op het ogenblik van de beëindiging |
van de arbeidsovereenkomst 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende | van de arbeidsovereenkomst 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende |
kunnen rechtvaardigen in de zin van artikel 114, § 4 van het | kunnen rechtvaardigen in de zin van artikel 114, § 4 van het |
koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de | koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de |
werkloosheidsreglementering en van voormelde wet betreffende het | werkloosheidsreglementering en van voormelde wet betreffende het |
Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid en uitvoeringsbesluiten. | Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid en uitvoeringsbesluiten. |
Art. 3.Overeenkomstig voormelde wet en uitvoeringsbesluiten is deze |
Art. 3.Overeenkomstig voormelde wet en uitvoeringsbesluiten is deze |
regeling van aanvullende vergoeding van toepassing op de werklieden | regeling van aanvullende vergoeding van toepassing op de werklieden |
ontslagen in de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 die 56 | ontslagen in de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 die 56 |
jaar of ouder zijn. | jaar of ouder zijn. |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 15 van collectieve |
Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 15 van collectieve |
arbeidsovereenkomst van 25 september 2001, gesloten in het Paritair | arbeidsovereenkomst van 25 september 2001, gesloten in het Paritair |
Subcomité voor de terugwinning van lompen tot oprichting van een fonds | Subcomité voor de terugwinning van lompen tot oprichting van een fonds |
voor bestaanszekerheid voor de lompenbedrijven en tot vaststelling van | voor bestaanszekerheid voor de lompenbedrijven en tot vaststelling van |
de statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van | de statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van |
15 juli 2004, statuten gewijzigd en gecoördineerd door de collectieve | 15 juli 2004, statuten gewijzigd en gecoördineerd door de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 4 juli 2003 neergelegd en geregistreerd onder | arbeidsovereenkomst van 4 juli 2003 neergelegd en geregistreerd onder |
het nr. 67373/CO/142.02, gesloten in het Paritair Subcomité voor de | het nr. 67373/CO/142.02, gesloten in het Paritair Subcomité voor de |
terugwinning van lompen, wordt aan de werklieden bedoeld in de | terugwinning van lompen, wordt aan de werklieden bedoeld in de |
artikelen 2 en 3 een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van | artikelen 2 en 3 een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van |
het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven", waarvan het bedrag, de | het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven", waarvan het bedrag, de |
wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn vastgesteld. | wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn vastgesteld. |
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de | Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de |
artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989, door | artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989, door |
artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale | artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale |
bepalingen, door voornoemde wet betreffende het Belgisch actieplan | bepalingen, door voornoemde wet betreffende het Belgisch actieplan |
voor werkgelegenheid en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen | voor werkgelegenheid en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen |
door het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". | door het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". |
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve | toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 | arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 |
december 1974, aan de werklieden bedoeld in de artikelen 2 en 3 die de | december 1974, aan de werklieden bedoeld in de artikelen 2 en 3 die de |
leeftijd van 56 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van | leeftijd van 56 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van |
deze collectieve arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de | deze collectieve arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst dit wil zeggen het ogenblik dat | beëindiging van de arbeidsovereenkomst dit wil zeggen het ogenblik dat |
de werklieden uit dienst treden na het verstrijken van de | de werklieden uit dienst treden na het verstrijken van de |
opzeggingsperiode of, wanneer er geen opzegging werd betekend of | opzeggingsperiode of, wanneer er geen opzegging werd betekend of |
wanneer aan de betekende opzegging voortijdig een einde wordt gemaakt, | wanneer aan de betekende opzegging voortijdig een einde wordt gemaakt, |
het ogenblik dat de werklieden de onderneming verlaten. | het ogenblik dat de werklieden de onderneming verlaten. |
Art. 6.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voor zover zij de |
Art. 6.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voor zover zij de |
wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende | wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende |
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij | vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij |
wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door | wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door |
deze pensioenreglementering vastgesteld. | deze pensioenreglementering vastgesteld. |
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het | De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het |
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling | stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling |
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke | wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoeding ontvangen. | werkloosheidsvergoeding ontvangen. |
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 7.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 7.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de | helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 8.Het nettoreferteloon is gelijk aan het brutomaandloon begrensd |
Art. 8.Het nettoreferteloon is gelijk aan het brutomaandloon begrensd |
tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale | tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale |
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. | zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. |
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 | De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 |
= 100) en bedraagt 3 476,03 EUR op 1 januari 2009. Zij is gebonden aan | = 100) en bedraagt 3 476,03 EUR op 1 januari 2009. Zij is gebonden aan |
de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, | de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende | overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende |
inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der | inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der |
consumptieprijzen. Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk | consumptieprijzen. Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk |
jaar herzien in functie der regelingslonen overeenkomstig de | jaar herzien in functie der regelingslonen overeenkomstig de |
beslissing van de Nationale Arbeidsraad. | beslissing van de Nationale Arbeidsraad. |
Het nettoreferteloon wordt afgerond naar hogere euro. | Het nettoreferteloon wordt afgerond naar hogere euro. |
Art. 9.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 9.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werklieden verrichte | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werklieden verrichte |
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en | prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. |
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. | zekerheid onderworpen zijn. |
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van | Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van |
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. | werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. |
2. Voor de per maand betaalde werklieden wordt als brutoloon beschouwd | 2. Voor de per maand betaalde werklieden wordt als brutoloon beschouwd |
het loon dat zij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde | het loon dat zij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde |
refertemaand hebben verdiend. | refertemaand hebben verdiend. |
3. Voor de werklieden die niet per maand worden betaald, wordt het | 3. Voor de werklieden die niet per maand worden betaald, wordt het |
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. | brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. |
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale | Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale |
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die | prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die |
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt | periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt |
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse | vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse |
arbeidstijdregeling van de werkman; dat product, vermenigvuldigd met | arbeidstijdregeling van de werkman; dat product, vermenigvuldigd met |
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. | 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. |
4. Het brutoloon van de werklieden die gedurende de ganse refertemaand | 4. Het brutoloon van de werklieden die gedurende de ganse refertemaand |
niet hebben gewerkt, wordt berekend alsof zij aanwezig waren geweest | niet hebben gewerkt, wordt berekend alsof zij aanwezig waren geweest |
op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. | op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. |
Indien de werklieden, krachtens de bepalingen van hun | Indien de werklieden, krachtens de bepalingen van hun |
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de | arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de |
refertemaand moeten werken en zij al die tijd niet hebben gewerkt, | refertemaand moeten werken en zij al die tijd niet hebben gewerkt, |
wordt hun brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen, dat | wordt hun brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen, dat |
in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
5. Het door de werklieden verdiende brutoloon, ongeacht of het per | 5. Het door de werklieden verdiende brutoloon, ongeacht of het per |
maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van | maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van |
het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke | het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke |
bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand | bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand |
overschrijdt en door die werklieden in de loop van de twaalf maanden | overschrijdt en door die werklieden in de loop van de twaalf maanden |
die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
6. Naar aanleiding van het bij artikel 13 voorzien overleg, zal in | 6. Naar aanleiding van het bij artikel 13 voorzien overleg, zal in |
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet | gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet |
worden gehouden. | worden gehouden. |
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die | Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die |
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. | de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. |
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 10.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
Art. 10.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, | gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake | volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake |
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van | werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van |
2 augustus 1971. | 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 | Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 |
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen | januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 11.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 11.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren. | kalendermaand gebeuren. |
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere | HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere |
voordelen | voordelen |
Art. 12.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 12.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, | andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, |
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. | die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. |
De werklieden, die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde | De werklieden, die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde |
ontslagen worden zullen dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende | ontslagen worden zullen dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende |
rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in | rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in |
artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. | artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. |
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure | HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure |
Art. 13.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld bij artikel 5 te |
Art. 13.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld bij artikel 5 te |
ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van | ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van |
het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met | het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met |
de syndicale afvaardiging. Onverminderd de bepalingen van de | de syndicale afvaardiging. Onverminderd de bepalingen van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, inzonderheid | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, inzonderheid |
van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te | van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te |
beslissen of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde | beslissen of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde |
afdankingscriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde | afdankingscriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde |
leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen worden ontslagen en | leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen worden ontslagen en |
derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten. | derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
werklieden van de onderneming. | werklieden van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken werklieden bij aangetekende brief uit tot een | daarenboven de betrokken werklieden bij aangetekende brief uit tot een |
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit | onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit |
onderhoud heeft tot doel aan de werklieden de gelegenheid te geven hun | onderhoud heeft tot doel aan de werklieden de gelegenheid te geven hun |
bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te | bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te |
maken. | maken. |
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, | Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, |
inzonderheid op artikel 7, kunnen de werklieden zich bij dit onderhoud | inzonderheid op artikel 7, kunnen de werklieden zich bij dit onderhoud |
laten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten | laten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten |
vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud | vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud |
plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. | plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. |
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling | De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling |
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de | te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de |
arbeidsreserve. | arbeidsreserve. |
HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding |
Art. 14.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van |
Art. 14.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van |
het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". | het "Sociaal Fonds voor de lompenbedrijven". |
Te dien einde zijn de werkgevers en werklieden verplicht gebruik te | Te dien einde zijn de werkgevers en werklieden verplicht gebruik te |
maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van | maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van |
voormeld fonds. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer | voormeld fonds. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer |
van het fonds moeten nageleefd worden. | van het fonds moeten nageleefd worden. |
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen | HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen |
Art. 15.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
Art. 15.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
onderhavige overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel | onderhavige overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel |
4 bedoelde fonds vastgesteld. | 4 bedoelde fonds vastgesteld. |
Art. 16.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
Art. 16.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het "Sociaal Fonds | arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het "Sociaal Fonds |
voor lompenbedrijven" beslecht in de geest van en refererend naar de | voor lompenbedrijven" beslecht in de geest van en refererend naar de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. |
Art. 17.Deze overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2009 tot |
Art. 17.Deze overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2009 tot |
en met 31 december 2010. | en met 31 december 2010. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |