Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 19/04/2001
← Terug naar "Koninklijk besluit tot goedkeuring van de overeenkomst houdende de regeling van de voorwaarden voor het verlof voorafgaand aan de pensionering bij DE POST "
Koninklijk besluit tot goedkeuring van de overeenkomst houdende de regeling van de voorwaarden voor het verlof voorafgaand aan de pensionering bij DE POST Koninklijk besluit tot goedkeuring van de overeenkomst houdende de regeling van de voorwaarden voor het verlof voorafgaand aan de pensionering bij DE POST
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
19 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de 19 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de
overeenkomst houdende de regeling van de voorwaarden voor het verlof overeenkomst houdende de regeling van de voorwaarden voor het verlof
voorafgaand aan de pensionering bij DE POST voorafgaand aan de pensionering bij DE POST
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de Gelet op de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de
inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit
gelijkgestelde perioden voor het toekennen en het berekenen van gelijkgestelde perioden voor het toekennen en het berekenen van
pensioenen ten laste van de Staatskas, inzonderheid op artikel 2, 1°; pensioenen ten laste van de Staatskas, inzonderheid op artikel 2, 1°;
Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering
in de pensioenregelingen, inzonderheid op het artikel 46. in de pensioenregelingen, inzonderheid op het artikel 46.
Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van
sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op de artikels 34 sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op de artikels 34
en 151; en 151;
Gelet op de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de Gelet op de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de
arbeid in de openbare sector, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, arbeid in de openbare sector, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997,
gewijzigd bij de wet van 3 december 1997, gewijzigd bij de wet van 22 gewijzigd bij de wet van 3 december 1997, gewijzigd bij de wet van 22
maart 1999, inzonderheid op artikel 12 § 3; maart 1999, inzonderheid op artikel 12 § 3;
Gelet op de wet van 12 augustus 2000, houdende sociale, budgettaire en Gelet op de wet van 12 augustus 2000, houdende sociale, budgettaire en
andere bepalingen, inzonderheid op de artikels 7, 8 en 9; andere bepalingen, inzonderheid op de artikels 7, 8 en 9;
Gelet op de beraadslaging van de raad van bestuur van DE POST van 8 Gelet op de beraadslaging van de raad van bestuur van DE POST van 8
december 2000; december 2000;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Sociale Zaken en Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Sociale Zaken en
Pensioenen van 2 februari 2001; Pensioenen van 2 februari 2001;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24
januari 2001; januari 2001;
Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996, en § 2, vervangen 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996, en § 2, vervangen
bij de wet van 9 augustus 1980 en gewijzigd bij de wetten van 16 juni bij de wet van 9 augustus 1980 en gewijzigd bij de wetten van 16 juni
1989 en 6 april 1995; 1989 en 6 april 1995;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat een vertraging in de uitvoering van de maatregelen de Overwegende dat een vertraging in de uitvoering van de maatregelen de
nuttige gevolgen van het ontwerp in gevaar zouden brengen, vermits nuttige gevolgen van het ontwerp in gevaar zouden brengen, vermits
deze maatregelen onmiddellijk dienen aan te sluiten bij de bestaande deze maatregelen onmiddellijk dienen aan te sluiten bij de bestaande
regeling die op 31 december 2000 eindigt; regeling die op 31 december 2000 eindigt;
Op de voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en Op de voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en
Overheidsbedrijven en Participaties en op advies van Onze in Raad Overheidsbedrijven en Participaties en op advies van Onze in Raad
vergaderde Ministers, vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De bij dit besluit gevoegde overeenkomst tot regeling van

Artikel 1.De bij dit besluit gevoegde overeenkomst tot regeling van

de voorwaarden van het verlof voorafgaand aan de pensionering bij De de voorwaarden van het verlof voorafgaand aan de pensionering bij De
Post wordt goedgekeurd. Post wordt goedgekeurd.

Art. 2.Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en

Art. 2.Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en

Participaties is belast met de uitvoering van dit besluit. Participaties is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de Grasse, 19 april 2001. Gegeven te Châteauneuf-de Grasse, 19 april 2001.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en
Participaties, Participaties,
R. DAEMS R. DAEMS
Overeenkomst tot regeling van de voorwaarden van het verlof Overeenkomst tot regeling van de voorwaarden van het verlof
voorafgaand aan de pensionering bij DE POST voorafgaand aan de pensionering bij DE POST
1. De vastbenoemde personeelsleden van DE POST die minimum 57 jaar oud 1. De vastbenoemde personeelsleden van DE POST die minimum 57 jaar oud
zijn en 30 dienstjaren tellen, die voor de toekenning van een zijn en 30 dienstjaren tellen, die voor de toekenning van een
rustpensioen in het stelsel van de openbare sector kunnen in rustpensioen in het stelsel van de openbare sector kunnen in
aanmerking genomen worden, kunnen op hun verzoek een verlof aanmerking genomen worden, kunnen op hun verzoek een verlof
voorafgaand aan de pensionering (terbeschikkingstelling wegens voorafgaand aan de pensionering (terbeschikkingstelling wegens
persoonlijke aangelegenheid voorafgaand aan de pensionering) bekomen persoonlijke aangelegenheid voorafgaand aan de pensionering) bekomen
ten vroegste vanaf 1 juni 2001 en ten laatste op de 1e dag van de 6de ten vroegste vanaf 1 juni 2001 en ten laatste op de 1e dag van de 6de
maand volgend op hun 59e verjaardag. maand volgend op hun 59e verjaardag.
2. § 1. Het wachtgeld verbonden aan een verlof voorafgaand aan de 2. § 1. Het wachtgeld verbonden aan een verlof voorafgaand aan de
pensionering wordt op de ingangsdatum ervan eenmalig berekend zoals pensionering wordt op de ingangsdatum ervan eenmalig berekend zoals
een rustpensioen in het stelsel van de openbare sector, evenwel wordt een rustpensioen in het stelsel van de openbare sector, evenwel wordt
hier de laatste wedde voor volledige prestaties in aanmerking genomen hier de laatste wedde voor volledige prestaties in aanmerking genomen
en er wordt geen rekening gehouden met de eventuele tijdsbonificaties en er wordt geen rekening gehouden met de eventuele tijdsbonificaties
voor behaalde diploma's. voor behaalde diploma's.
§ 2. Voor personeelsleden met volledige prestaties, wordt evenwel een § 2. Voor personeelsleden met volledige prestaties, wordt evenwel een
wachtgeld gegarandeerd van 70 % van de laatste bruto maandwedde voor wachtgeld gegarandeerd van 70 % van de laatste bruto maandwedde voor
volledige prestaties, zonder dat evenwel de 75 % mag overschreden volledige prestaties, zonder dat evenwel de 75 % mag overschreden
worden. worden.
§ 3. Voor personeelsleden met onvolledige prestaties, die voor de § 3. Voor personeelsleden met onvolledige prestaties, die voor de
berekening van het rustpensioen minstens 30 volledige dienstjaren berekening van het rustpensioen minstens 30 volledige dienstjaren
bereiken zoals bepaald in punt 1 - wordt ook een wachtgeld bereiken zoals bepaald in punt 1 - wordt ook een wachtgeld
gegarandeerd van 70 % van de laatste bruto maandwedde voor volledige gegarandeerd van 70 % van de laatste bruto maandwedde voor volledige
prestaties. prestaties.
Indien voor de berekening van het rustpensioen geen 30 volledige Indien voor de berekening van het rustpensioen geen 30 volledige
dienstjaren bereikt worden, wordt het gegarandeerd wachtgeld evenredig dienstjaren bereikt worden, wordt het gegarandeerd wachtgeld evenredig
verminderd volgens de verhouding : tijdsduur werkelijk gepresteerde verminderd volgens de verhouding : tijdsduur werkelijk gepresteerde
diensten/tijdsduur van dezelfde dienstperiode met volledige diensten/tijdsduur van dezelfde dienstperiode met volledige
prestaties. prestaties.
Eenzelfde evenredige vermindering van het wachtgeld wordt toegepast Eenzelfde evenredige vermindering van het wachtgeld wordt toegepast
voor de periodes van : voor de periodes van :
- loopbaanonderbreking, welke niet in aanmerking komen voor de - loopbaanonderbreking, welke niet in aanmerking komen voor de
pensioenberekening; pensioenberekening;
- verlof wegens persoonlijke aangelegenheid; - verlof wegens persoonlijke aangelegenheid;
- disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheid; - disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheid;
- non-activiteit of verlof voor verminderde prestaties wegens - non-activiteit of verlof voor verminderde prestaties wegens
persoonlijke aangelegenheid. persoonlijke aangelegenheid.
3. Tijdens de periode van verlof voorafgaand aan de pensionering moet 3. Tijdens de periode van verlof voorafgaand aan de pensionering moet
het eventuele uitoefenen van een winstgevende activiteit of een het eventuele uitoefenen van een winstgevende activiteit of een
politiek mandaat onmiddellijk aan De Post gesignaleerd worden zoals politiek mandaat onmiddellijk aan De Post gesignaleerd worden zoals
voorzien in het Boekdeel 1 van de Statuten (Administratief statuut, voorzien in het Boekdeel 1 van de Statuten (Administratief statuut,
hoofdstuk XI en Reglement betreffende de verloven, titels 9 en 10). hoofdstuk XI en Reglement betreffende de verloven, titels 9 en 10).
Dit is onontbeerlijk voor De Post om tegemoet te komen aan haar Dit is onontbeerlijk voor De Post om tegemoet te komen aan haar
wettelijke verplichtingen terzake vermits het postpersoneel dat een wettelijke verplichtingen terzake vermits het postpersoneel dat een
wachtgeld ontvangt slechts een beroepsactiviteit mag uitoefenen binnen wachtgeld ontvangt slechts een beroepsactiviteit mag uitoefenen binnen
de grenzen van de artikelen 4 en 9 van de wet van 5 april 1994 de grenzen van de artikelen 4 en 9 van de wet van 5 april 1994
houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare
sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een
beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen. De vermindering of de beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen. De vermindering of de
opschorting van het wachtgeld wordt daarbij op dezelfde wijze door De opschorting van het wachtgeld wordt daarbij op dezelfde wijze door De
Post berekend als voor de cumulatie bij de uitbetaling van een Post berekend als voor de cumulatie bij de uitbetaling van een
rustpensioen. rustpensioen.
4. Vóór de aanvang van het verlof voorafgaand aan de pensionering, dat 4. Vóór de aanvang van het verlof voorafgaand aan de pensionering, dat
steeds op de 1e dag van de maand ingaat, dient het tegoed aan steeds op de 1e dag van de maand ingaat, dient het tegoed aan
jaarlijks verlof en inhaalrust aangezuiverd te zijn. Indien dit niet jaarlijks verlof en inhaalrust aangezuiverd te zijn. Indien dit niet
het geval is, dient het personeelslid er uitdrukkelijk aan te het geval is, dient het personeelslid er uitdrukkelijk aan te
verzaken. verzaken.
5. De aanvragen voor verlof voorafgaand aan de pensionering zijn 5. De aanvragen voor verlof voorafgaand aan de pensionering zijn
onherroepelijk en moeten binnen de voorgeschreven termijnen ingediend onherroepelijk en moeten binnen de voorgeschreven termijnen ingediend
worden. worden.
6. Tijdens de periode van verlof voorafgaand aan de pensionering 6. Tijdens de periode van verlof voorafgaand aan de pensionering
ontvangen de rechthebbenden een wachtgeld en eindejaarstoelage, maar ontvangen de rechthebbenden een wachtgeld en eindejaarstoelage, maar
niet het vakantiegeld. De haard of standplaatstoelage wordt niet niet het vakantiegeld. De haard of standplaatstoelage wordt niet
toegekend. toegekend.
Zij behouden hun recht op weddeverhoging. Zij worden beschouwd als Zij behouden hun recht op weddeverhoging. Zij worden beschouwd als
gepensioneerden inzake kosteloze reisbiljetten en tussenkomsten van de gepensioneerden inzake kosteloze reisbiljetten en tussenkomsten van de
Sociale dienst van De Post. Sociale dienst van De Post.
7. Elk personeelslid, met verlof voorafgaand aan de pensionering, 7. Elk personeelslid, met verlof voorafgaand aan de pensionering,
wordt van ambtswege gepensioneerd tijdens de maand die volgt op de wordt van ambtswege gepensioneerd tijdens de maand die volgt op de
datum op dewelke het in aanmerking komt voor het wettelijk vervroegd datum op dewelke het in aanmerking komt voor het wettelijk vervroegd
pensioen. pensioen.
Daardoor wordt ingevolge de huidige wetgeving het personeelslid met Daardoor wordt ingevolge de huidige wetgeving het personeelslid met
verlof voorafgaand aan de pensionering definitief vroegtijdig verlof voorafgaand aan de pensionering definitief vroegtijdig
gepensioneerd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de 60e gepensioneerd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de 60e
verjaardag. verjaardag.
8. Er kan vanaf 1 januari 2005 geen gebruik meer gemaakt worden van 8. Er kan vanaf 1 januari 2005 geen gebruik meer gemaakt worden van
het recht met verlof voorafgaand aan de pensionering te vertrekken. het recht met verlof voorafgaand aan de pensionering te vertrekken.
^