Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het brugpensioen ploegenarbeid | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het brugpensioen ploegenarbeid |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
18 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 18 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, |
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende |
het brugpensioen ploegenarbeid (1) | het brugpensioen ploegenarbeid (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten |
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het | in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het |
brugpensioen ploegenarbeid. | brugpensioen ploegenarbeid. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 18 november 2011. | Gegeven te Brussel, 18 november 2011. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het garagebedrijf | Paritair Comité voor het garagebedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 |
Brugpensioen ploegenarbeid (Overeenkomst geregistreerd op 18 juli 2011 | Brugpensioen ploegenarbeid (Overeenkomst geregistreerd op 18 juli 2011 |
onder het nummer 104826/CO/112) | onder het nummer 104826/CO/112) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die | de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. | ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten | HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten conform : |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten conform : |
- artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit tot regeling van het | - artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit tot regeling van het |
conventioneel brugpensioen in het kader van het Generatiepact van 3 | conventioneel brugpensioen in het kader van het Generatiepact van 3 |
mei 2007 (Belgisch Staatsblad van 8 juni 2007); | mei 2007 (Belgisch Staatsblad van 8 juni 2007); |
- hoofdstuk VII, afdeling 3 van de wet van 12 april 2011 houdende | - hoofdstuk VII, afdeling 3 van de wet van 12 april 2011 houdende |
aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de | aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de |
crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en | crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en |
tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot | tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot |
het ontwerp van interprofessioneel akkoord (Belgisch Staatsblad van 28 | het ontwerp van interprofessioneel akkoord (Belgisch Staatsblad van 28 |
april 2011). | april 2011). |
Art. 3.In de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012 wordt de |
Art. 3.In de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012 wordt de |
brugpensioenleeftijd op 56 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een | brugpensioenleeftijd op 56 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een |
beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen. | beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen. |
Bovendien moeten deze arbeiders kunnen aantonen dat zij op het | Bovendien moeten deze arbeiders kunnen aantonen dat zij op het |
ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst minimaal 20 | ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst minimaal 20 |
jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 | jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart |
1990 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 | 1990 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 |
mei 1990 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 1990). | mei 1990 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 1990). |
Art. 4.De leeftijd bedoeld bij artikel 3 van deze collectieve |
Art. 4.De leeftijd bedoeld bij artikel 3 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst moet bereikt zijn tijdens de looptijd van deze | arbeidsovereenkomst moet bereikt zijn tijdens de looptijd van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de beëindiging | collectieve arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de beëindiging |
van de arbeidsovereenkomst. | van de arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK III. - Betaling van de aanvullende vergoeding en van de | HOOFDSTUK III. - Betaling van de aanvullende vergoeding en van de |
bijzondere werkgeversbijdrage | bijzondere werkgeversbijdrage |
Art. 5.Het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf" neemt de betaling |
Art. 5.Het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf" neemt de betaling |
op zich van de aanvullende vergoeding, alsmede van de bijzondere | op zich van de aanvullende vergoeding, alsmede van de bijzondere |
werkgeversbijdragen, zoals opgenomen in artikel 25, § 1, van de | werkgeversbijdragen, zoals opgenomen in artikel 25, § 1, van de |
collectieve arbeidsovereenkomst inzake statuten sociaal fonds van 16 | collectieve arbeidsovereenkomst inzake statuten sociaal fonds van 16 |
juni 2011. | juni 2011. |
Het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf" zal hiertoe de nodige | Het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf" zal hiertoe de nodige |
modaliteiten uitwerken. | modaliteiten uitwerken. |
HOOFDSTUK IV. - Geldigheid | HOOFDSTUK IV. - Geldigheid |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 2011 en treedt buiten werking op 31 december | ingang van 1 januari 2011 en treedt buiten werking op 31 december |
2012. | 2012. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november |
2011. | 2011. |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |