Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de flexibiliteit | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de flexibiliteit |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
18 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 18 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel | gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel |
in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de | in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de |
flexibiliteit (1) | flexibiliteit (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervaardigen van | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervaardigen van |
en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; | en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel | gesloten in het Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel |
in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de | in zakken in jute of in vervangingsmaterialen, betreffende de |
flexibiliteit. | flexibiliteit. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 18 november 1999. | Gegeven te Brussel, 18 november 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in | Paritair Comité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in |
jute of in vervangingsmaterialen | jute of in vervangingsmaterialen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1999 |
Flexibiliteit | Flexibiliteit |
(Overeenkomst geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer |
51103/CO/138) | 51103/CO/138) |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
ondernemingen en op alle erin tewerkgestelde arbeiders en arbeidsters | ondernemingen en op alle erin tewerkgestelde arbeiders en arbeidsters |
die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het | die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het |
vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in | vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in |
vervangingsmaterialen. | vervangingsmaterialen. |
Art. 4.Ingevolge toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet |
Art. 4.Ingevolge toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet |
worden flexibele uurroosters ingevoerd, die beperkt zijn tot : | worden flexibele uurroosters ingevoerd, die beperkt zijn tot : |
1. 2 uur onder of boven de dagelijkse grens vastgesteld in het | 1. 2 uur onder of boven de dagelijkse grens vastgesteld in het |
uurrooster zonder dat de daggrens de 9 uur overschrijdt. | uurrooster zonder dat de daggrens de 9 uur overschrijdt. |
2. 5 uur onder of boven de weekgrens vastgesteld in het uurrooster | 2. 5 uur onder of boven de weekgrens vastgesteld in het uurrooster |
zonder dat de weekgrens de 43 uur mag overschrijden. | zonder dat de weekgrens de 43 uur mag overschrijden. |
Art. 5.De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is bepaald op 36.30 uur |
Art. 5.De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is bepaald op 36.30 uur |
en wordt gerealiseerd met prestaties van 38 uur per week en door | en wordt gerealiseerd met prestaties van 38 uur per week en door |
toekenning van 7,2 inhaalrustdagen op jaarbasis en bezoldigd door de | toekenning van 7,2 inhaalrustdagen op jaarbasis en bezoldigd door de |
werkgever. | werkgever. |
Art. 6.De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zal nageleefd worden over |
Art. 6.De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zal nageleefd worden over |
de referteperiode van 12 maanden, welke een aanvang neemt op 1 | de referteperiode van 12 maanden, welke een aanvang neemt op 1 |
augustus van huidig jaar om te eindigen 31 juli van volgend jaar. | augustus van huidig jaar om te eindigen 31 juli van volgend jaar. |
Art. 7.Wanneer de werkgever wil overgaan tot dal- of piekrooster, zal |
Art. 7.Wanneer de werkgever wil overgaan tot dal- of piekrooster, zal |
hij, na overleg met de regionale vakbondssecretarissen, dit ter kennis | hij, na overleg met de regionale vakbondssecretarissen, dit ter kennis |
brengen aan de werknemers, door uithangen van een bericht tenminste 7 | brengen aan de werknemers, door uithangen van een bericht tenminste 7 |
kalenderdagen vooraf, met vermelding van de alternatieve uurroosters | kalenderdagen vooraf, met vermelding van de alternatieve uurroosters |
van toepassing, en wordt als bijlage aan het arbeidsreglement | van toepassing, en wordt als bijlage aan het arbeidsreglement |
beschouwd. Het bericht zal aangeplakt blijven zolang de alternatieve | beschouwd. Het bericht zal aangeplakt blijven zolang de alternatieve |
uurregeling van toepassing is en bewaard worden tot zes maanden na het | uurregeling van toepassing is en bewaard worden tot zes maanden na het |
einde van de periode gedurende welke de wekelijkse arbeidsduur moet | einde van de periode gedurende welke de wekelijkse arbeidsduur moet |
worden nageleefd. | worden nageleefd. |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 1999 en is gesloten voor de periode van 1 januari 1999 tot en | januari 1999 en is gesloten voor de periode van 1 januari 1999 tot en |
met 31 december 2000. | met 31 december 2000. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november |
1999 | 1999 |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |