Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 17/03/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming en opleiding "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming en opleiding Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming en opleiding
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
17 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 17 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009,
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
vorming en opleiding (1) vorming en opleiding (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming
en opleiding. en opleiding.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 maart 2010. Gegeven te Brussel, 17 maart 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het garagebedrijf Paritair Comité voor het garagebedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009 Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009
Vorming en opleiding Vorming en opleiding
(Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer
94298/CO/112) 94298/CO/112)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder
de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst akkoord Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst akkoord
wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke
werklieden. werklieden.
HOOFDSTUK II. - Risicogroepen HOOFDSTUK II. - Risicogroepen

Art. 2.Bijdragen voor risicogroepen

Art. 2.Bijdragen voor risicogroepen

Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van
27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar uitvoeringsbesluit Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar uitvoeringsbesluit
van 26 april 2009 ter activering van de inspanning ten voordele van van 26 april 2009 ter activering van de inspanning ten voordele van
personen die tot de risicogroepen behoren en van de inspanning ten personen die tot de risicogroepen behoren en van de inspanning ten
bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen voor de bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen voor de
periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei
2009, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders 2009, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders
aan 108 pct., voorzien voor onbepaalde duur bevestigd. aan 108 pct., voorzien voor onbepaalde duur bevestigd.
Gezien deze inspanning, vragen partijen dat de Minister van Werk de Gezien deze inspanning, vragen partijen dat de Minister van Werk de
sector zou vrijstellen van de stortingen van 0,10 pct. in 2009 en 2010 sector zou vrijstellen van de stortingen van 0,10 pct. in 2009 en 2010
bestemd voor het tewerkstellingsfonds. bestemd voor het tewerkstellingsfonds.

Art. 3.Definitie van risicogroepen

Art. 3.Definitie van risicogroepen

Rekening houdende met de bepalingen van hoger genoemd koninklijk Rekening houdende met de bepalingen van hoger genoemd koninklijk
besluit, wordt deze inning aangewend tot ondersteuning van vormings- besluit, wordt deze inning aangewend tot ondersteuning van vormings-
en opleidingsinitiatieven van personen uit risicogroepen, met name en opleidingsinitiatieven van personen uit risicogroepen, met name
langdurig werkzoekenden, kortgeschoolde werkzoekenden, werkzoekenden langdurig werkzoekenden, kortgeschoolde werkzoekenden, werkzoekenden
van 45 jaar en ouder, herintreders en herintreedsters, leefloners, van 45 jaar en ouder, herintreders en herintreedsters, leefloners,
personen met een arbeidshandicap, allochtonen, werkzoekenden in een personen met een arbeidshandicap, allochtonen, werkzoekenden in een
herinschakelingsstatuut, (deeltijds) lerende jongeren, kortgeschoolde herinschakelingsstatuut, (deeltijds) lerende jongeren, kortgeschoolde
arbeiders, arbeiders die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag, arbeiders, arbeiders die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag,
herstructurering of de introductie van nieuwe technologie en arbeiders herstructurering of de introductie van nieuwe technologie en arbeiders
van 45 jaar en ouder. van 45 jaar en ouder.
Voor deze laatste categorie wordt daarenboven aanbevolen om vooraleer Voor deze laatste categorie wordt daarenboven aanbevolen om vooraleer
over te gaan tot de afdanking van een arbeider van 45 jaar of meer, over te gaan tot de afdanking van een arbeider van 45 jaar of meer,
contact op te nemen met de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis contact op te nemen met de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis
hiervan, met één van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het hiervan, met één van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het
paritair comité, teneinde alternatieve mogelijkheden inzake paritair comité, teneinde alternatieve mogelijkheden inzake
beroepsopleiding of herscholing te onderzoeken (conform de afspraken beroepsopleiding of herscholing te onderzoeken (conform de afspraken
omtrent de sectorale tewerkstellingscel en artikel 2 van de omtrent de sectorale tewerkstellingscel en artikel 2 van de
collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003 inzake werkzekerheid, collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003 inzake werkzekerheid,
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 maart 2006 algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 maart 2006
en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2006). en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2006).
Individuele gevallen kunnen overgemaakt worden aan het sociaal fonds Individuele gevallen kunnen overgemaakt worden aan het sociaal fonds
dat in overleg met de sectorale tewerkstellingscel binnen Educam dat in overleg met de sectorale tewerkstellingscel binnen Educam
begeleidingsmaatregelen zal voorstellen. begeleidingsmaatregelen zal voorstellen.

Art. 4.Tewerkstellingscel

Art. 4.Tewerkstellingscel

In het kader van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001 werd In het kader van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001 werd
binnen de bestaande Educamwerking een sectorale tewerkstellingscel binnen de bestaande Educamwerking een sectorale tewerkstellingscel
ingevoerd. ingevoerd.
Deze tewerkstellingscel heeft zich sinds 1 juli 2007 meer specifiek Deze tewerkstellingscel heeft zich sinds 1 juli 2007 meer specifiek
ingeschreven in de afspraken gemaakt in het generatiepact en in de ingeschreven in de afspraken gemaakt in het generatiepact en in de
regelgeving op nationaal en regionaal vlak. regelgeving op nationaal en regionaal vlak.
De sociale partners bepalen binnen de instanties van Educam op welke De sociale partners bepalen binnen de instanties van Educam op welke
manier Educam een zo groot mogelijk meerwaarde kan bieden aan de manier Educam een zo groot mogelijk meerwaarde kan bieden aan de
bedrijfseigen en overkoepelende tewerkstellingscellen zoals voorzien bedrijfseigen en overkoepelende tewerkstellingscellen zoals voorzien
in de nationale en regionale regelgeving, rekening houdend met de in de nationale en regionale regelgeving, rekening houdend met de
beschikbare middelen. Het uiteindelijk doel is de arbeiders zo beschikbare middelen. Het uiteindelijk doel is de arbeiders zo
efficiënt mogelijk, en gebruik makend van reeds bestaande instrumenten efficiënt mogelijk, en gebruik makend van reeds bestaande instrumenten
zoals vorming en opleiding, outplacement en loopbaanbegeleiding, te zoals vorming en opleiding, outplacement en loopbaanbegeleiding, te
begeleiden naar een wedertewerkstelling, indien mogelijk in de eigen begeleiden naar een wedertewerkstelling, indien mogelijk in de eigen
sector. sector.
Daarenboven zal Educam zich specifiek richten op de volledig werklozen Daarenboven zal Educam zich specifiek richten op de volledig werklozen
binnen het sociaal fonds voor het garagebedrijf, die geen beroep binnen het sociaal fonds voor het garagebedrijf, die geen beroep
kunnen doen op de tewerkstellingscel. kunnen doen op de tewerkstellingscel.
Daarenboven dient de wedertewerkstellings-begeleiding van met ontslag Daarenboven dient de wedertewerkstellings-begeleiding van met ontslag
geconfronteerde en van ontslagen arbeiders - met inbegrip van geconfronteerde en van ontslagen arbeiders - met inbegrip van
aanvullende opleidingen en begeleiding in het sollicitatietraject - aanvullende opleidingen en begeleiding in het sollicitatietraject -
het behoud van tewerkstelling binnen de sector mogelijk te maken. het behoud van tewerkstelling binnen de sector mogelijk te maken.
De sociale partners engageren zich dat binnen de instanties van Educam De sociale partners engageren zich dat binnen de instanties van Educam
de mogelijkheid zal onderzocht worden een database met gegevens over de mogelijkheid zal onderzocht worden een database met gegevens over
werkgevers van de sector op te stellen, rekening houdend met de werkgevers van de sector op te stellen, rekening houdend met de
beschikbare middelen. beschikbare middelen.

Art. 5.Alternerend opleidingssysteem

Art. 5.Alternerend opleidingssysteem

In het kader van de opleiding van de deeltijds leerplichtigen In het kader van de opleiding van de deeltijds leerplichtigen
engageren de ondertekenende partijen zich tot het verder uitbouwen van engageren de ondertekenende partijen zich tot het verder uitbouwen van
een kwalitatief en paritair beheerd alternerend opleidingssysteem. een kwalitatief en paritair beheerd alternerend opleidingssysteem.
Daartoe zullen de in dit kader reeds opgestarte pilootprojecten Daartoe zullen de in dit kader reeds opgestarte pilootprojecten
geëvalueerd worden (samenwerkings overeenkomsten met deeltijds geëvalueerd worden (samenwerkings overeenkomsten met deeltijds
onderwijs en middenstandsleerlingwezen). In functie van de evaluatie onderwijs en middenstandsleerlingwezen). In functie van de evaluatie
zal een landelijke verspreiding van deze aanpak gebeuren. zal een landelijke verspreiding van deze aanpak gebeuren.

Art. 6.Voltijds onderwijs

Art. 6.Voltijds onderwijs

In het kader van een verbetering van de aansluiting onderwijs In het kader van een verbetering van de aansluiting onderwijs
arbeidsmarkt, finaliseren de ondertekenende partijen de platformtekst arbeidsmarkt, finaliseren de ondertekenende partijen de platformtekst
onderwijs binnen Educam, en zullen zij nagaan welke elementen uit dit onderwijs binnen Educam, en zullen zij nagaan welke elementen uit dit
onderzoek zij in praktijk kunnen omzetten. onderzoek zij in praktijk kunnen omzetten.
De Raad van Bestuur van Educam bepaalt eventuele projecten met De Raad van Bestuur van Educam bepaalt eventuele projecten met
voltijds onderwijs en werkt de verdere modaliteiten met betrekking tot voltijds onderwijs en werkt de verdere modaliteiten met betrekking tot
deze opdracht van Educam uit. deze opdracht van Educam uit.
HOOFDSTUK III. - Recht op permanente vorming HOOFDSTUK III. - Recht op permanente vorming

Art. 7.Bijdragen voor permanente vorming

Art. 7.Bijdragen voor permanente vorming

De inspanningen op het gebied van de voortdurende vorming van De inspanningen op het gebied van de voortdurende vorming van
werknemers en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van werknemers en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van
0,55 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien 0,55 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien
voor onbepaalde duur. voor onbepaalde duur.

Art. 8.Opdrachten aan Educam

Art. 8.Opdrachten aan Educam

De basisopdracht van Educam omvat het ondersteunen van een sectoraal De basisopdracht van Educam omvat het ondersteunen van een sectoraal
opleidingsbeleid, met name : opleidingsbeleid, met name :
- Het onderzoeken van kwalificatie- en opleidingsnoden; - Het onderzoeken van kwalificatie- en opleidingsnoden;
- Het ontwikkelen van opleidingstrajecten in functie van de instroom - Het ontwikkelen van opleidingstrajecten in functie van de instroom
en de permanente vorming; en de permanente vorming;
- De kwaliteitsbewaking en certificering van de opleidingsinspanningen - De kwaliteitsbewaking en certificering van de opleidingsinspanningen
ten behoeve van de sector; ten behoeve van de sector;
- Het voeren van een promotiebeleid rond de Educam -producten en - Het voeren van een promotiebeleid rond de Educam -producten en
dienstverlening, in de eerste plaats ten aanzien van de bedrijven die dienstverlening, in de eerste plaats ten aanzien van de bedrijven die
ressorteren onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor ressorteren onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor
het garagebedrijf, alsook ten aanzien van de opleidingsactoren. Dit het garagebedrijf, alsook ten aanzien van de opleidingsactoren. Dit
promotiebeleid moet bijdragen tot een betere bekendheid van Educam als promotiebeleid moet bijdragen tot een betere bekendheid van Educam als
dusdanig en haar rol in de realisatie van een paritair dusdanig en haar rol in de realisatie van een paritair
opleidingsbeleid, alsook tot het imago van de sector in het algemeen; opleidingsbeleid, alsook tot het imago van de sector in het algemeen;
- De samenwerking tussen Educam en de bediendesector (via Cevora), zal - De samenwerking tussen Educam en de bediendesector (via Cevora), zal
verder worden uitgebouwd, teneinde de opleidingsinitiatieven op verder worden uitgebouwd, teneinde de opleidingsinitiatieven op
bedrijfsvlak voor arbeiders en bedienden optimaal te ondersteunen; bedrijfsvlak voor arbeiders en bedienden optimaal te ondersteunen;
- Het ijveren voor een toename van de bedrijfsopleidingsplannen (zie - Het ijveren voor een toename van de bedrijfsopleidingsplannen (zie
ook artikel 10 van deze overeenkomst); ook artikel 10 van deze overeenkomst);
- Het bijstaan van bedrijfsleiders en vakbondsafgevaardigden bij de - Het bijstaan van bedrijfsleiders en vakbondsafgevaardigden bij de
uitwerking van het opleidingsplan en het competentiebeheer in de uitwerking van het opleidingsplan en het competentiebeheer in de
ondernemingen; ondernemingen;
- Het bijstaan en adviseren van werkgevers en arbeiders indien er zich - Het bijstaan en adviseren van werkgevers en arbeiders indien er zich
op ondernemingsvlak problemen zouden voordoen bij het opmaken en op ondernemingsvlak problemen zouden voordoen bij het opmaken en
uitwerken van opleidingsplannen voor arbeiders die van hun recht op uitwerken van opleidingsplannen voor arbeiders die van hun recht op
permanente vorming geen gebruik kunnen of willen maken; permanente vorming geen gebruik kunnen of willen maken;
- Andere door de sector te bepalen opleidingsinitiatieven. - Andere door de sector te bepalen opleidingsinitiatieven.

Art. 9.Vormingskrediet

Art. 9.Vormingskrediet

Sinds 1 januari 2004 wordt per onderneming een collectief recht op Sinds 1 januari 2004 wordt per onderneming een collectief recht op
vorming en opleiding opgebouwd à rato van vier uur per kwartaal per vorming en opleiding opgebouwd à rato van vier uur per kwartaal per
arbeider : het vormingskrediet. arbeider : het vormingskrediet.
Dit vormingskrediet is voor de onderneming het bij collectieve Dit vormingskrediet is voor de onderneming het bij collectieve
arbeidsovereenkomst gestelde objectief om de permanente vorming van de arbeidsovereenkomst gestelde objectief om de permanente vorming van de
arbeiders te verzekeren. Onder "permanente vorming" wordt verstaan : arbeiders te verzekeren. Onder "permanente vorming" wordt verstaan :
de vorming die het vakmanschap van de arbeider bevordert, zijn de vorming die het vakmanschap van de arbeider bevordert, zijn
arbeidsmarktpositie versterkt en beantwoordt aan de noden van de arbeidsmarktpositie versterkt en beantwoordt aan de noden van de
ondernemingen en de sector. ondernemingen en de sector.
Het aantal arbeiders per onderneming wordt berekend op basis van de Het aantal arbeiders per onderneming wordt berekend op basis van de
meest recent beschikbare gegevens bij de Kruispuntbank van de Sociale meest recent beschikbare gegevens bij de Kruispuntbank van de Sociale
Zekerheid, verder KSZ genaamd, per 30 juni. Zekerheid, verder KSZ genaamd, per 30 juni.
Bijvoorbeeld : voor een bedrijf waarvoor deze KSZ-gegevens 10 Bijvoorbeeld : voor een bedrijf waarvoor deze KSZ-gegevens 10
arbeiders opgeven, bedraagt het vormingskrediet voor een volledig jaar arbeiders opgeven, bedraagt het vormingskrediet voor een volledig jaar
4 uur x 4 (kwartalen) x 0 (arbeiders) = 160 uur. 4 uur x 4 (kwartalen) x 0 (arbeiders) = 160 uur.
Ieder jaar in de loop van het vierde kwartaal, meldt Educam aan de Ieder jaar in de loop van het vierde kwartaal, meldt Educam aan de
bedrijven die ressorteren onder het paritair comité hun bedrijven die ressorteren onder het paritair comité hun
vormingskrediet. Dit vormingskrediet bepaalt dan voor de onderneming vormingskrediet. Dit vormingskrediet bepaalt dan voor de onderneming
het objectief voor het komende jaar van het aantal te realiseren het objectief voor het komende jaar van het aantal te realiseren
opleidingsuren voor de arbeiders. Dit vormingskrediet is niet opleidingsuren voor de arbeiders. Dit vormingskrediet is niet
overdraagbaar van het ene jaar naar het andere. overdraagbaar van het ene jaar naar het andere.
Het vormingskrediet wordt verminderd a rato van het aantal door de Het vormingskrediet wordt verminderd a rato van het aantal door de
arbeider of arbeiders gevolgde opleidingsuren. Hiervoor komen arbeider of arbeiders gevolgde opleidingsuren. Hiervoor komen
uitsluitend door Educam erkende opleidingen in aanmerking. Educam uitsluitend door Educam erkende opleidingen in aanmerking. Educam
beheert het vormingskrediet. beheert het vormingskrediet.
De afbouw van het vormingskrediet is gekoppeld aan het De afbouw van het vormingskrediet is gekoppeld aan het
bedrijfsopleidingsplan waarvan sprake in artikel 10 en wordt in bedrijfsopleidingsplan waarvan sprake in artikel 10 en wordt in
overleg met de vakbondsafvaardiging, bij ontstentenis in overleg met overleg met de vakbondsafvaardiging, bij ontstentenis in overleg met
de arbeiders, maximaal gespreid over alle categorieën arbeiders van de de arbeiders, maximaal gespreid over alle categorieën arbeiders van de
onderneming. onderneming.
De opleidingssteun voor erkende opleidingen wordt gekoppeld aan het De opleidingssteun voor erkende opleidingen wordt gekoppeld aan het
naleven van de verplichtingen zoals bepaald binnen deze overeenkomst naleven van de verplichtingen zoals bepaald binnen deze overeenkomst
omtrent vorming en opleiding. omtrent vorming en opleiding.

Art. 10.Bedrijfsopleidingsplannen

Art. 10.Bedrijfsopleidingsplannen

Elke onderneming vanaf 15 werknemers (arbeiders en bedienden samen), Elke onderneming vanaf 15 werknemers (arbeiders en bedienden samen),
stelt jaarlijks een bedrijfsopleidingsplan op. Dergelijk stelt jaarlijks een bedrijfsopleidingsplan op. Dergelijk
bedrijfsopleidingsplan wordt ter goedkeuring aan de ondernemingsraad, bedrijfsopleidingsplan wordt ter goedkeuring aan de ondernemingsraad,
bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel, bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel,
voorgelegd. voorgelegd.
Ondernemingen van minder dan 15 werknemers kunnen in het kader van de Ondernemingen van minder dan 15 werknemers kunnen in het kader van de
collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001 betreffende de
representatieve functie, hun bedrijfsopleidingsplan opmaken. representatieve functie, hun bedrijfsopleidingsplan opmaken.
Het jaarlijkse bedrijfsopleidingsplan wordt telkens vóór 15 februari Het jaarlijkse bedrijfsopleidingsplan wordt telkens vóór 15 februari
van het betreffende jaar aan Educam overgemaakt. van het betreffende jaar aan Educam overgemaakt.
Dit plan houdt rekening met de bestaande opleidingsnoden van de Dit plan houdt rekening met de bestaande opleidingsnoden van de
werknemers en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In werknemers en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In
functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het
vormingskrediet en van de Wet op het Betaald educatief verlof, vormingskrediet en van de Wet op het Betaald educatief verlof,
verloopt de uitvoering van dit plan in overleg met Educam. verloopt de uitvoering van dit plan in overleg met Educam.
De uitvoering van dit plan wordt eveneens paritair opgevolgd en De uitvoering van dit plan wordt eveneens paritair opgevolgd en
jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de
ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de
vakbondsafvaardiging of door het paritair comité. vakbondsafvaardiging of door het paritair comité.
Educam heeft als taak een instrument te ontwikkelen dat bedrijven moet Educam heeft als taak een instrument te ontwikkelen dat bedrijven moet
helpen een opleidingsplan op te stellen en zodoende de kwaliteit van helpen een opleidingsplan op te stellen en zodoende de kwaliteit van
die plannen te verhogen. die plannen te verhogen.
Naast het erkennen van opleidingen dient Educam ook een systeem en een Naast het erkennen van opleidingen dient Educam ook een systeem en een
procedure van certificering van werknemers uit te werken. Indien het procedure van certificering van werknemers uit te werken. Indien het
opleidingsplan in door Educam erkende opleidingen voorziet en indien opleidingsplan in door Educam erkende opleidingen voorziet en indien
ze gevolgd worden door een competentietest in het kader van ze gevolgd worden door een competentietest in het kader van
certificering, dan dient daarover voorafgaand en/of in het kader van certificering, dan dient daarover voorafgaand en/of in het kader van
het opleidingsplan een akkoord te bestaan tussen de werkgever en de het opleidingsplan een akkoord te bestaan tussen de werkgever en de
vakbondsafvaardiging (indien aanwezig). In geval van negatieve vakbondsafvaardiging (indien aanwezig). In geval van negatieve
testresultaten wordt een principe recht op remediëring voorzien, testresultaten wordt een principe recht op remediëring voorzien,
waarin de werkgever er zich toe verbindt om een niet-geslaagde cursist waarin de werkgever er zich toe verbindt om een niet-geslaagde cursist
een éénmalig recht op een remediëring aan te bieden. een éénmalig recht op een remediëring aan te bieden.

Art. 11.Individueel recht op vorming

Art. 11.Individueel recht op vorming

De ondertekenende partijen bevelen de ondernemingen aan om een De ondertekenende partijen bevelen de ondernemingen aan om een
individueel recht op permanente vorming van één dag per arbeider per individueel recht op permanente vorming van één dag per arbeider per
twee jaar in te voeren en dit binnen het kader van haar collectief twee jaar in te voeren en dit binnen het kader van haar collectief
recht op vorming en opleiding. recht op vorming en opleiding.

Art. 12.Verplaatsingskosten

Art. 12.Verplaatsingskosten

De ondertekenende partijen engageren zich om een sectorale regeling De ondertekenende partijen engageren zich om een sectorale regeling
uit te werken voor verplaatsingskosten voor die arbeiders die zich uit te werken voor verplaatsingskosten voor die arbeiders die zich
verplaatsen naar een vormingscursus. verplaatsen naar een vormingscursus.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheid HOOFDSTUK IV. - Geldigheid

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 21

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 21

juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf,
betreffende vorming en opleiding, algemeen verbindend verklaard bij betreffende vorming en opleiding, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 10 maart 2008 (Belgisch Staatsblad van 21 april koninklijk besluit van 10 maart 2008 (Belgisch Staatsblad van 21 april
2008). 2008).

Art. 14.Duur

Art. 14.Duur

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2009 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2009
en wordt gesloten voor onbepaalde duur, met uitzondering van artikel en wordt gesloten voor onbepaalde duur, met uitzondering van artikel
11 dat slechts voor bepaalde duur gesloten is, en buiten werking 11 dat slechts voor bepaalde duur gesloten is, en buiten werking
treedt op 30 juni 2011. treedt op 30 juni 2011.
Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd,
mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post
aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité
voor het garagebedrijf en aan de in dat paritair comité voor het garagebedrijf en aan de in dat paritair comité
vertegenwoordigde organisaties. vertegenwoordigde organisaties.
Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 juli 2009. Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 juli 2009.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 maart Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 maart
2010. 2010.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^