Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het brugpensioen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het brugpensioen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
17 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 17 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, |
gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de | gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking, betreffende het brugpensioen (1) | houtbewerking, betreffende het brugpensioen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking; | houtbewerking; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009, gesloten |
in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, | in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, |
betreffende het brugpensioen. | betreffende het brugpensioen. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 17 maart 2010. | Gegeven te Brussel, 17 maart 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking | Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009 |
Brugpensioen op 58 jaar | Brugpensioen op 58 jaar |
(Overeenkomst geregistreerd op 26 oktober 2009 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 26 oktober 2009 onder het nummer |
95228/CO/126) | 95228/CO/126) |
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en arbeiders/sters van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en arbeiders/sters van de ondernemingen die ressorteren |
onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de stoffering en de | onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking. | houtbewerking. |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in het |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in het |
raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale | raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale |
Arbeidsraad van 19 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 31 januari | Arbeidsraad van 19 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 31 januari |
1975) en de wet houdende het generatiepact van 23 december 2005 | 1975) en de wet houdende het generatiepact van 23 december 2005 |
(Belgisch Staatsblad van 30 december 2005), met haar | (Belgisch Staatsblad van 30 december 2005), met haar |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Art. 3.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
Art. 3.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
arbeiders/arbeidsters die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, | arbeiders/arbeidsters die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, |
voor zover zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding en | voor zover zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding en |
voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaald in artikelen | voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaald in artikelen |
4 en 5. | 4 en 5. |
HOOFDSTUK 2. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden | HOOFDSTUK 2. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden |
Art. 4.Leeftijdsvoorwaarden en algemene loopbaanvoorwaarden |
Art. 4.Leeftijdsvoorwaarden en algemene loopbaanvoorwaarden |
Kunnen na ontslag aanspraak maken op het brugpensioen, de | Kunnen na ontslag aanspraak maken op het brugpensioen, de |
arbeiders/sters : | arbeiders/sters : |
- die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt; | - die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt; |
- die voldoen aan de loopbaanvoorwaarden zoals gesteld in het | - die voldoen aan de loopbaanvoorwaarden zoals gesteld in het |
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel | koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel |
brugpensioen in uitvoering van de generatiepachtwet. | brugpensioen in uitvoering van de generatiepachtwet. |
Art. 5.Bijkomende loopbaanvoorwaarde |
Art. 5.Bijkomende loopbaanvoorwaarde |
§ 1. Om echter recht te kunnen laten gelden op het brugpensioen, dient | § 1. Om echter recht te kunnen laten gelden op het brugpensioen, dient |
de arbeider/ster niet alleen de door de wetgeving gestelde | de arbeider/ster niet alleen de door de wetgeving gestelde |
loopbaanversie te vervullen, doch dient hij/zij bovendien een loopbaan | loopbaanversie te vervullen, doch dient hij/zij bovendien een loopbaan |
te kunnen bewijzen van tenminste vijftien jaar bij de werkgever die | te kunnen bewijzen van tenminste vijftien jaar bij de werkgever die |
hem/haar ontslaat. Indien de arbeider/ster dit bewijs niet kan | hem/haar ontslaat. Indien de arbeider/ster dit bewijs niet kan |
leveren, dient hij/zij een loopbaan te bewijzen van minimum twintig | leveren, dient hij/zij een loopbaan te bewijzen van minimum twintig |
jaar in de sector waarvan minstens acht jaar bij de werkgever die | jaar in de sector waarvan minstens acht jaar bij de werkgever die |
hem/haar ontslaat. | hem/haar ontslaat. |
De loopbaan dient te worden berekend van datum tot datum. | De loopbaan dient te worden berekend van datum tot datum. |
§ 2. Uitzondering wordt echter gemaakt voor de arbeider/ster die het | § 2. Uitzondering wordt echter gemaakt voor de arbeider/ster die het |
slachtoffer werd van een faillissement, een sluiting of een | slachtoffer werd van een faillissement, een sluiting of een |
herstructurering van een onderneming uit de sector stoffering en | herstructurering van een onderneming uit de sector stoffering en |
houtbewerking, daarna werd aangeworven door een andere werkgever van | houtbewerking, daarna werd aangeworven door een andere werkgever van |
de sector en op het ogenblik van deze aanwerving 50 jaar of ouder was. | de sector en op het ogenblik van deze aanwerving 50 jaar of ouder was. |
Deze arbeider/ster kan om voormelde reden niet voldoen aan de | Deze arbeider/ster kan om voormelde reden niet voldoen aan de |
vereiste, het bewijs te leveren van 8 jaar bij de werkgever die | vereiste, het bewijs te leveren van 8 jaar bij de werkgever die |
ontslaat. Toch zal hij/zij het brugpensioen kunnen genieten indien hij | ontslaat. Toch zal hij/zij het brugpensioen kunnen genieten indien hij |
het bewijs levert van een loopbaan van tenminste twintig jaar in de | het bewijs levert van een loopbaan van tenminste twintig jaar in de |
sector. | sector. |
HOOFDSTUK 3. - Aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK 3. - Aanvullende vergoeding |
Art. 6.De arbeiders/sters omschreven in artikel 3 hebben recht op een |
Art. 6.De arbeiders/sters omschreven in artikel 3 hebben recht op een |
bijkomende vergoeding ten laste van de werkgever op voorwaarde dat zij | bijkomende vergoeding ten laste van de werkgever op voorwaarde dat zij |
aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding voor | aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding voor |
bruggepensioneerden. Deze aanvullende vergoeding wordt maandelijks | bruggepensioneerden. Deze aanvullende vergoeding wordt maandelijks |
uitbetaald. | uitbetaald. |
Art. 7.De aanvullende vergoeding, volgens de berekeningsmethode |
Art. 7.De aanvullende vergoeding, volgens de berekeningsmethode |
bepaald door het Paritair comité, wordt toegekend vanaf het einde van | bepaald door het Paritair comité, wordt toegekend vanaf het einde van |
de normale wettelijke opzeggingstermijn tot de pensioengerechtigde | de normale wettelijke opzeggingstermijn tot de pensioengerechtigde |
leeftijd. | leeftijd. |
De aanvullende vergoeding bestaat uit de helft (50 pct.) van het | De aanvullende vergoeding bestaat uit de helft (50 pct.) van het |
verschil tussen de werkloosheidsvergoeding en het | verschil tussen de werkloosheidsvergoeding en het |
nettorefertemaandloon. De sociale en/of fiscale afhoudingen op de | nettorefertemaandloon. De sociale en/of fiscale afhoudingen op de |
aanvullende vergoeding vallen ten laste van de arbeider/ster. | aanvullende vergoeding vallen ten laste van de arbeider/ster. |
De aanvullende vergoeding voor brugpensioen van de arbeiders/sters die | De aanvullende vergoeding voor brugpensioen van de arbeiders/sters die |
vanaf hun vijftigste verjaardag gebruik maakten van de mogelijkheid om | vanaf hun vijftigste verjaardag gebruik maakten van de mogelijkheid om |
hun loopbaan te verminderen in uitvoering van de collectieve | hun loopbaan te verminderen in uitvoering van de collectieve |
arbeidsovereenkomsten nr. 77 van de Nationale Arbeidsraad, wordt | arbeidsovereenkomsten nr. 77 van de Nationale Arbeidsraad, wordt |
berekend op basis van hun brutorefertemaandloon, omgerekend naar een | berekend op basis van hun brutorefertemaandloon, omgerekend naar een |
voltijdse betrekking. | voltijdse betrekking. |
Het nettorefertemaandloon wordt berekend, rekening houdend met de | Het nettorefertemaandloon wordt berekend, rekening houdend met de |
werkbonus toegekend aan werknemers met een laag loon. | werkbonus toegekend aan werknemers met een laag loon. |
Art. 8.De aanvullende vergoeding, zoals bepaald in artikel 7, is |
Art. 8.De aanvullende vergoeding, zoals bepaald in artikel 7, is |
gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de | gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de |
consumptieprijzen, zoals dat is voorzien in de artikelen 5 tot en met | consumptieprijzen, zoals dat is voorzien in de artikelen 5 tot en met |
10 van hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni | 10 van hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni |
2009 inzake de loon- en arbeidsvoorwaarden, tot vervanging van de | 2009 inzake de loon- en arbeidsvoorwaarden, tot vervanging van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2007, koninklijk besluit | collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2007, koninklijk besluit |
van 19 september 2007, Belgisch Staatsblad van 11 oktober 2007. | van 19 september 2007, Belgisch Staatsblad van 11 oktober 2007. |
Art. 9.De aanvullende vergoeding brugpensioen zal door de werkgever |
Art. 9.De aanvullende vergoeding brugpensioen zal door de werkgever |
worden doorbetaald bij een eventuele werkhervatting van de ontslagen | worden doorbetaald bij een eventuele werkhervatting van de ontslagen |
arbeider/ster, hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige. | arbeider/ster, hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige. |
De ontslagen arbeider/ster zal zijn ex-werkgever vooraf op de hoogte | De ontslagen arbeider/ster zal zijn ex-werkgever vooraf op de hoogte |
brengen van zijn werkhervatting alsook van de stopzetting ervan. | brengen van zijn werkhervatting alsook van de stopzetting ervan. |
Art. 10.De opzegging van de individuele arbeidsovereenkomst van de |
Art. 10.De opzegging van de individuele arbeidsovereenkomst van de |
arbeider/ster zal slechts worden gegeven als blijkt dat de betrokken | arbeider/ster zal slechts worden gegeven als blijkt dat de betrokken |
arbeider in aanmerking komt voor werkloosheidsvergoeding voor | arbeider in aanmerking komt voor werkloosheidsvergoeding voor |
bruggepensioneerden onder meer wat de leeftijds- en loopbaanvereisten | bruggepensioneerden onder meer wat de leeftijds- en loopbaanvereisten |
betreft zoals bepaald in de artikelen 4 en 5. | betreft zoals bepaald in de artikelen 4 en 5. |
Art. 11.De werkgever die met het oog op het brugpensioen zijn |
Art. 11.De werkgever die met het oog op het brugpensioen zijn |
arbeider/ster ontslaat, is verplicht die te vervangen door een | arbeider/ster ontslaat, is verplicht die te vervangen door een |
volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of door een andere persoon, | volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of door een andere persoon, |
zoals voorzien bij koninklijk besluit van 7 december 1992 en binnen de | zoals voorzien bij koninklijk besluit van 7 december 1992 en binnen de |
termijn in dit koninklijk besluit bepaald. | termijn in dit koninklijk besluit bepaald. |
In de vervanging moet worden voorzien gedurende tenminste zesendertig | In de vervanging moet worden voorzien gedurende tenminste zesendertig |
maanden. Bij niet-vervanging worden automatisch de sancties toegepast | maanden. Bij niet-vervanging worden automatisch de sancties toegepast |
voorzien in het koninklijk besluit van 3 mei 2007. | voorzien in het koninklijk besluit van 3 mei 2007. |
HOOFDSTUK 4. - Geldigheid | HOOFDSTUK 4. - Geldigheid |
Art. 12.De collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 12.De collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2009 en ze houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2011. | januari 2009 en ze houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2011. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 maart |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |