Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 17/06/1999
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij het opmaken van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven "
Koninklijk besluit waarbij het opmaken van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven Koninklijk besluit waarbij het opmaken van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven
MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN
17 JUNI 1999. - Koninklijk besluit waarbij het opmaken van een 17 JUNI 1999. - Koninklijk besluit waarbij het opmaken van een
jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, Gelet op de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek,
inzonderheid op de artikelen 1, 4 en 16, gewijzigd bij de wet van 1 inzonderheid op de artikelen 1, 4 en 16, gewijzigd bij de wet van 1
augustus 1985 en 24bis, ingevoegd bij de wet van 1 augustus 1985; augustus 1985 en 24bis, ingevoegd bij de wet van 1 augustus 1985;
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Statistiek gegeven op 21 Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Statistiek gegeven op 21
oktober 1997; oktober 1997;
Gelet op het advies van de Raad van State; Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Economie en van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Economie en van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse
Zaken, Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het Nationaal instituut voor de Statistiek maakt een

Artikel 1.Het Nationaal instituut voor de Statistiek maakt een

jaarlijkse statistiek op van de overlijdensoorzaken. jaarlijkse statistiek op van de overlijdensoorzaken.

Art. 2.Deze statistiek wordt opgemaakt aan de hand van inlichtingen,

Art. 2.Deze statistiek wordt opgemaakt aan de hand van inlichtingen,

verzameld door middel van de bij dit besluit gevoegde formulieren verzameld door middel van de bij dit besluit gevoegde formulieren
model IIIC (bijlage 1) van overlijden van een persoon van één jaar of model IIIC (bijlage 1) van overlijden van een persoon van één jaar of
ouder, en model IIID (bijlage 2) van overlijden van een kind jonger ouder, en model IIID (bijlage 2) van overlijden van een kind jonger
dan één jaar of van een doodgeboorte. dan één jaar of van een doodgeboorte.
Onder doodgeboorte verstaat men elke foetale sterfte indien het Onder doodgeboorte verstaat men elke foetale sterfte indien het
gewicht bij de geboorte gelijk of hoger is dan 500 g (of indien het gewicht bij de geboorte gelijk of hoger is dan 500 g (of indien het
gewicht bij de geboorte niet gekend is, die de overeenstemmende gewicht bij de geboorte niet gekend is, die de overeenstemmende
zwangerschapsduur (22 volle weken) of de overeenstemmende zwangerschapsduur (22 volle weken) of de overeenstemmende
lichaamslengte (25 cm van kruin tot hiel)) heeft bereikt. lichaamslengte (25 cm van kruin tot hiel)) heeft bereikt.

Art. 3.De gemeentebesturen zijn ertoe gehouden aan elke persoon die

Art. 3.De gemeentebesturen zijn ertoe gehouden aan elke persoon die

zich aanmeldt om aangifte te doen van een overlijden dat zich op hun zich aanmeldt om aangifte te doen van een overlijden dat zich op hun
grondgebied heeft voorgedaan, het bij artikel 2 voorgeschreven grondgebied heeft voorgedaan, het bij artikel 2 voorgeschreven
formulier model IIIC of IIID te overhandigen. formulier model IIIC of IIID te overhandigen.

Art. 4.De arts dient strook A, B en C van het formulier in te vullen,

Art. 4.De arts dient strook A, B en C van het formulier in te vullen,

te ondertekenen en strook C onder gesloten omslag te steken. te ondertekenen en strook C onder gesloten omslag te steken.

Art. 5.De aangever is ertoe gehouden het door de arts ingevulde

Art. 5.De aangever is ertoe gehouden het door de arts ingevulde

formulier zonder uitstel af te geven aan het gemeentebestuur van de formulier zonder uitstel af te geven aan het gemeentebestuur van de
plaats van overlijden. plaats van overlijden.

Art. 6.Het gemeentebestuur vult strook D in, ziet strook B na en

Art. 6.Het gemeentebestuur vult strook D in, ziet strook B na en

bewaart strook A. Het zendt de stroken B, C en D van de formulieren bewaart strook A. Het zendt de stroken B, C en D van de formulieren
naar de verantwoordelijke artsen-ambtenaren van de gemeenschappen en naar de verantwoordelijke artsen-ambtenaren van de gemeenschappen en
de formulieren uit de gemeenten gelegen in het tweetalige gebied de formulieren uit de gemeenten gelegen in het tweetalige gebied
Brussel-Hoofdstad naar de verantwoordelijke arts-ambtenaar van de Brussel-Hoofdstad naar de verantwoordelijke arts-ambtenaar van de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de 20ste van de maand Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de 20ste van de maand
volgend op deze waarop de overlijdend betrekking hebben. volgend op deze waarop de overlijdend betrekking hebben.

Art. 7.Enkel de verantwoordelijke arts-ambtenaar van de gemeenschap

Art. 7.Enkel de verantwoordelijke arts-ambtenaar van de gemeenschap

is gemachtigd strook C te openen en te verwerken. is gemachtigd strook C te openen en te verwerken.
De verantwoordelijke artsen-ambtenaren van de gemeenschappen en van de De verantwoordelijke artsen-ambtenaren van de gemeenschappen en van de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zenden de gecontroleerde Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zenden de gecontroleerde
gegevens van de stroken B en D en de individuele gegevens (zonder naam gegevens van de stroken B en D en de individuele gegevens (zonder naam
en adres) van strook C van de formulieren naar het Nationaal Instituut en adres) van strook C van de formulieren naar het Nationaal Instituut
voor de Statistiek. voor de Statistiek.
Deze overzending gebeurt uiterlijk op 31 juli van het jaar dat volgt Deze overzending gebeurt uiterlijk op 31 juli van het jaar dat volgt
op datgene waar de gegevens betrekking op hebben. op datgene waar de gegevens betrekking op hebben.

Art. 8.De inlichtingen kunnen worden overgemaakt door middel van een

Art. 8.De inlichtingen kunnen worden overgemaakt door middel van een

electronische drager of onder om het even welke andere vorm, op electronische drager of onder om het even welke andere vorm, op
voorwaarde dat zij er alle gegevens van de formulieren op dezelfde voorwaarde dat zij er alle gegevens van de formulieren op dezelfde
manier op weergeven. Over technische details van de gegevensdrager is manier op weergeven. Over technische details van de gegevensdrager is
een voorafgaande overeenkomst vereist met het Nationaal Instituut voor een voorafgaande overeenkomst vereist met het Nationaal Instituut voor
de Statistiek. de Statistiek.

Art. 9.De informatie die krachtens dit besluit wordt verzameld, mag

Art. 9.De informatie die krachtens dit besluit wordt verzameld, mag

later voor andere vormen van statistische en wetenschappelijke later voor andere vormen van statistische en wetenschappelijke
verwerking worden gebruikt, overeenkomstig de doelstellingen van de verwerking worden gebruikt, overeenkomstig de doelstellingen van de
enquête. enquête.

Art. 10.De bijlagen bij dit besluit kunnen worden gewijzigd door de

Art. 10.De bijlagen bij dit besluit kunnen worden gewijzigd door de

Minister die de Statistiek onder zijn bevoegdheid heeft. Minister die de Statistiek onder zijn bevoegdheid heeft.

Art. 11.Het koninklijk besluit van 6 oktober 1966 waarbij het opmaken

Art. 11.Het koninklijk besluit van 6 oktober 1966 waarbij het opmaken

van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt
voorgeschreven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 maart voorgeschreven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 maart
1977 en 20 oktober 1983, wordt opgeheven. 1977 en 20 oktober 1983, wordt opgeheven.

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

Art. 13.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Onze

Art. 13.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Onze

Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder
wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 juni 1999. Gegeven te Brussel, 17 juni 1999.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
E. DI RUPO E. DI RUPO
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
Bijlagen Bijlagen
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 juni 1999. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 juni 1999.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
E. DI RUPO E. DI RUPO
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
^