← Terug naar "Koninklijk besluit houdende invoering van een overgangsbepaling voor de landmeters-expert van financiën en de eerstaanwezend verificateurs en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën "
Koninklijk besluit houdende invoering van een overgangsbepaling voor de landmeters-expert van financiën en de eerstaanwezend verificateurs en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën | Koninklijk besluit houdende invoering van een overgangsbepaling voor de landmeters-expert van financiën en de eerstaanwezend verificateurs en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
17 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende invoering van een | 17 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende invoering van een |
overgangsbepaling voor de landmeters-expert van financiën en de | overgangsbepaling voor de landmeters-expert van financiën en de |
eerstaanwezend verificateurs en tot wijziging van het koninklijk | eerstaanwezend verificateurs en tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling | besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling |
van het personeel van het Ministerie van Financiën | van het personeel van het Ministerie van Financiën |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwwet; | Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwwet; |
Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende |
bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries, gewijzigd bij | bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries, gewijzigd bij |
de koninklijke besluiten van 4 januari 1974, 2 juni 1975, 5 december | de koninklijke besluiten van 4 januari 1974, 2 juni 1975, 5 december |
1978, 27 juli 1981, 30 maart 1983, 30 maart 1984, 4 november 1987, 3 | 1978, 27 juli 1981, 30 maart 1983, 30 maart 1984, 4 november 1987, 3 |
december 1987, 16 augustus 1988, 27 juli 1989, 13 december 1989, 21 | december 1987, 16 augustus 1988, 27 juli 1989, 13 december 1989, 21 |
maart 1990, 7 augustus 1991, 6 november 1991, 18 november 1991, 20 | maart 1990, 7 augustus 1991, 6 november 1991, 18 november 1991, 20 |
oktober 1992, 4 maart 1993, 9 juli 1993, bij de wet van 22 juli 1993, | oktober 1992, 4 maart 1993, 9 juli 1993, bij de wet van 22 juli 1993, |
14 september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 3 juni | 14 september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 3 juni |
1996, 10 september 1996, 4 oktober 1996, 6 februari 1997, 20 juli | 1996, 10 september 1996, 4 oktober 1996, 6 februari 1997, 20 juli |
1998, 19 april 1999, 7 mei 1999, 20 juli 2000 en 27 maart 2001; | 1998, 19 april 1999, 7 mei 1999, 20 juli 2000 en 27 maart 2001; |
Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1996 houdende diverse | Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1996 houdende diverse |
geldelijke bepalingen ten gunste van sommige ambtenaren van het | geldelijke bepalingen ten gunste van sommige ambtenaren van het |
Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 2+, 2, 3 en 4, | Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 2+, 2, 3 en 4, |
gewijzigd en opgeheven bij koninklijk besluit van 6 juli 1997; | gewijzigd en opgeheven bij koninklijk besluit van 6 juli 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van |
de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van | de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van |
Financiën, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de koninklijke | Financiën, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 25 maart 1999, 17 juni 1999 en 8 juli 1999; | besluiten van 25 maart 1999, 17 juni 1999 en 8 juli 1999; |
Overwegende dat bij de oprichting van het niveau 2+ er enkele | Overwegende dat bij de oprichting van het niveau 2+ er enkele |
anomalieën werden vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen met | anomalieën werden vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen met |
betrekking tot sommige bijzondere graden en dat deze onregelmatigheden | betrekking tot sommige bijzondere graden en dat deze onregelmatigheden |
dienen gecorrigeerd; | dienen gecorrigeerd; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 |
april 2001; | april 2001; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van |
7 augustus 2001; | 7 augustus 2001; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 24 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 24 |
oktober 2001; | oktober 2001; |
Gelet op het onderhandelingsprotocol van 17 april 2002 van het | Gelet op het onderhandelingsprotocol van 17 april 2002 van het |
Sectorcomité II - Financiën; | Sectorcomité II - Financiën; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de anomalieën ontstaan bij de implementatie van | Overwegende dat de anomalieën ontstaan bij de implementatie van |
sommige loopbanen in niveau 2+ dienen gecorrigeerd voor de invoering | sommige loopbanen in niveau 2+ dienen gecorrigeerd voor de invoering |
van de nieuwe loopbanen in het raam van de Copernicushervorming, zodat | van de nieuwe loopbanen in het raam van de Copernicushervorming, zodat |
het derhalve leent dit besluit zonder uitstel te nemen; | het derhalve leent dit besluit zonder uitstel te nemen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Begroting, Onze Minister van | Op de voordracht van Onze Minister van Begroting, Onze Minister van |
Pensioenen en Onze Minister van Financiën, | Pensioenen en Onze Minister van Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In afwijking van artikel 3 van het koninklijk besluit van |
Artikel 1.In afwijking van artikel 3 van het koninklijk besluit van |
10 juli 1996 houdende diverse geldelijke bepalingen ten voordele van | 10 juli 1996 houdende diverse geldelijke bepalingen ten voordele van |
sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de | sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de |
niveaus 2+, 2, 3 en 4, opgeheven bij koninklijk besluit van 6 juli | niveaus 2+, 2, 3 en 4, opgeheven bij koninklijk besluit van 6 juli |
1997, bekomen de titularissen van de graad van landmeter-expert van | 1997, bekomen de titularissen van de graad van landmeter-expert van |
financiën of eerstaanwezend verificateur, die hun aanspraken op | financiën of eerstaanwezend verificateur, die hun aanspraken op |
bevordering kunnen doen gelden en 9 jaar graadanciënniteit of 15 jaar | bevordering kunnen doen gelden en 9 jaar graadanciënniteit of 15 jaar |
niveauanciënniteit tellen, de weddenschaal 28S2 bij wege van | niveauanciënniteit tellen, de weddenschaal 28S2 bij wege van |
bevordering door verhoging in weddenschaal zonder de vereiste van een | bevordering door verhoging in weddenschaal zonder de vereiste van een |
vacante betrekking. | vacante betrekking. |
Art. 2.In artikel 2, sub A, van het koninklijk besluit van 6 juli |
Art. 2.In artikel 2, sub A, van het koninklijk besluit van 6 juli |
1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel | 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel |
van het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij de koninklijke | van het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 25 maart 1999, 17 juni 1999 en 8 juli 1999, worden de | besluiten van 25 maart 1999, 17 juni 1999 en 8 juli 1999, worden de |
volgende wijzigingen aangebracht : | volgende wijzigingen aangebracht : |
a) in de bepaling onder 27° vervallen de woorden « en binnen de perken | a) in de bepaling onder 27° vervallen de woorden « en binnen de perken |
van de openstaande betrekkingen »; | van de openstaande betrekkingen »; |
b) in de bepaling onder 28° vervallen de woorden « en binnen de perken | b) in de bepaling onder 28° vervallen de woorden « en binnen de perken |
van de openstaande betrekkingen »; | van de openstaande betrekkingen »; |
c) in de bepalingen onder 29° vervallen de woorden « en binnen de | c) in de bepalingen onder 29° vervallen de woorden « en binnen de |
perken van de openstaande betrekkingen ». | perken van de openstaande betrekkingen ». |
Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1997, met |
Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1997, met |
uitzondering van artikel 1 dat uitwerking heeft van 1 juli 1995 tot 30 | uitzondering van artikel 1 dat uitwerking heeft van 1 juli 1995 tot 30 |
juni 1997 en artikel 2, c , dat uitwerking heeft met ingang van 1 | juni 1997 en artikel 2, c , dat uitwerking heeft met ingang van 1 |
augustus 1999. | augustus 1999. |
Art. 4.Onze Minister bevoegd voor de Begroting, Onze Minister bevoegd |
Art. 4.Onze Minister bevoegd voor de Begroting, Onze Minister bevoegd |
voor de Pensioenen en Onze Minister bevoegd voor de Financiën zijn, | voor de Pensioenen en Onze Minister bevoegd voor de Financiën zijn, |
ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 17 december 2002. | Gegeven te Brussel, 17 december 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Pensioenen, | De Minister van Pensioenen, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |