← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling voor het jaar 2009 van het bedrag dat toegewezen wordt aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging in het kader van de vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling van 2009 "
Koninklijk besluit tot vaststelling voor het jaar 2009 van het bedrag dat toegewezen wordt aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging in het kader van de vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling van 2009 | Koninklijk besluit tot vaststelling voor het jaar 2009 van het bedrag dat toegewezen wordt aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging in het kader van de vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling van 2009 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
16 MAART 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor het jaar | 16 MAART 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor het jaar |
2009 van het bedrag dat toegewezen wordt aan het Fonds voor de | 2009 van het bedrag dat toegewezen wordt aan het Fonds voor de |
toekomst van de geneeskundige verzorging in het kader van de | toekomst van de geneeskundige verzorging in het kader van de |
vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling van 2009 | vaststelling van de globale begrotingsdoelstelling van 2009 |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de programmawet (1) van 27 december 2006, artikel 111, | Gelet op de programmawet (1) van 27 december 2006, artikel 111, |
gewijzigd bij de wet van 22 december 2008 en bij de wet van 23 | gewijzigd bij de wet van 22 december 2008 en bij de wet van 23 |
december 2009; | december 2009; |
Gelet op het advies van de Algemene raad van de verzekering voor | Gelet op het advies van de Algemene raad van de verzekering voor |
geneeskundige verzorging, gegeven op 14 december 2009; | geneeskundige verzorging, gegeven op 14 december 2009; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 |
januari 2010; | januari 2010; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting |
van 4 maart 2010; | van 4 maart 2010; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, artikel 3, § 1; | 1973, artikel 3, § 1; |
Gelet op de hoogdringenheid; | Gelet op de hoogdringenheid; |
Overwegende dat dit besluit voor het begrotingsjaar 2009 het bedrag | Overwegende dat dit besluit voor het begrotingsjaar 2009 het bedrag |
vaststelt dat geaffekteerd wordt aan het toekomstfonds; | vaststelt dat geaffekteerd wordt aan het toekomstfonds; |
Dat op basis van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juni 2001 | Dat op basis van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juni 2001 |
tot vaststelling van de regelen inzake begroting, de boekhouding en de | tot vaststelling van de regelen inzake begroting, de boekhouding en de |
rekeningen van de openbare instellingen van sociale zekerheid die zijn | rekeningen van de openbare instellingen van sociale zekerheid die zijn |
onderworpen aan het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende | onderworpen aan het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende |
maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare | maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare |
instellingen van sociale zekerheid bepaald wordt dat in de begroting | instellingen van sociale zekerheid bepaald wordt dat in de begroting |
van een jaar de tijdens dat jaar eisbare rechten slechts verworven | van een jaar de tijdens dat jaar eisbare rechten slechts verworven |
zijn voor zover zij uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgend jaar | zijn voor zover zij uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgend jaar |
nauwkeurig kunnen bepaald worden; | nauwkeurig kunnen bepaald worden; |
Dat het dus noodzakelijk is dat dit besluit zo vlug mogelijk wordt | Dat het dus noodzakelijk is dat dit besluit zo vlug mogelijk wordt |
genomen en bekendgemaakt uiterlijk op 31 maart 2010. | genomen en bekendgemaakt uiterlijk op 31 maart 2010. |
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van |
Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, | Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In het kader van de vaststelling van de globale jaarlijkse |
Artikel 1.In het kader van de vaststelling van de globale jaarlijkse |
begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige | begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige |
verzorging wordt voor 2009 een bedrag van 299.852.000,00 euro | verzorging wordt voor 2009 een bedrag van 299.852.000,00 euro |
toegewezen aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige | toegewezen aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige |
verzorging. De RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, 2°, van de | verzorging. De RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, 2°, van de |
wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december | wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december |
1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en het | 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en het |
globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen | globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen |
bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 | bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 |
strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het | strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het |
sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van | sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van |
titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale | titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale |
zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke | zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke |
pensioenstelsels, storten binnen de dertig dagen na de bekendmaking | pensioenstelsels, storten binnen de dertig dagen na de bekendmaking |
van dit besluit in het Belgisch Staatsblad respectievelijk | van dit besluit in het Belgisch Staatsblad respectievelijk |
269.866.800,00 euro en 29.985.200,00 euro in het Fonds voor de | 269.866.800,00 euro en 29.985.200,00 euro in het Fonds voor de |
toekomst van de geneeskundige verzorging. | toekomst van de geneeskundige verzorging. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd |
voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de | voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 16 maart 2010. | Gegeven te Brussel, 16 maart 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met |
Maatschappelijke Integratie | Maatschappelijke Integratie |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid | De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid |
Mevr. S. LARUELLE | Mevr. S. LARUELLE |