Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 15/09/2020
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten "
Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
15 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge 15 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge
de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige
arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben Uwe Majesteit ter Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben Uwe Majesteit ter
ondertekening voor te leggen, heeft tot doel om tijdelijk een ondertekening voor te leggen, heeft tot doel om tijdelijk een
aanvullende crisisuitkering toe te kennen aan bepaalde aanvullende crisisuitkering toe te kennen aan bepaalde
arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten als arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten als
gevolg van de COVID-19-pandemie. gevolg van de COVID-19-pandemie.
In het licht van het advies nr. 67.911/1/V van 21 augustus 2020 van de In het licht van het advies nr. 67.911/1/V van 21 augustus 2020 van de
Raad van State en gelet op de gemaakte opmerkingen, wordt hierna enige Raad van State en gelet op de gemaakte opmerkingen, wordt hierna enige
toelichting gegeven. toelichting gegeven.
Deze tijdelijke maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking Deze tijdelijke maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking
op 1 maart 2020, hetgeen overeenstemt met de datum van op 1 maart 2020, hetgeen overeenstemt met de datum van
inwerkingtreding van het 'crisisoverbruggingsrecht' dat door de inwerkingtreding van het 'crisisoverbruggingsrecht' dat door de
wetgever wegens de COVID-19-pandemie in het sociaal statuut van de wetgever wegens de COVID-19-pandemie in het sociaal statuut van de
zelfstandigen is ingevoerd. zelfstandigen is ingevoerd.
Deze weerhouden datum is bepaald binnen het strikte kader van de Deze weerhouden datum is bepaald binnen het strikte kader van de
COVID-19-pandemie en stemt overeen met de periode waarin de WHO het COVID-19-pandemie en stemt overeen met de periode waarin de WHO het
bedreigingsniveau verbonden met dit virus tot zijn maximale graad bedreigingsniveau verbonden met dit virus tot zijn maximale graad
heeft verhoogd en waarin we tegelijkertijd in België een exponentiële heeft verhoogd en waarin we tegelijkertijd in België een exponentiële
evolutie van het aantal besmettingen vaststelden met ernstige gevolgen evolutie van het aantal besmettingen vaststelden met ernstige gevolgen
op gezondheidsvlak die het aantal arbeidsongeschikte erkende personen op gezondheidsvlak die het aantal arbeidsongeschikte erkende personen
verhoogden die met een belangrijk financieel verlies werden verhoogden die met een belangrijk financieel verlies werden
geconfronteerd. geconfronteerd.
Bovendien konden vele zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die Bovendien konden vele zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die
tijdens de arbeidsongeschiktheid een beroepsactiviteit met de tijdens de arbeidsongeschiktheid een beroepsactiviteit met de
toelating van de adviserend arts verrichtten, deze activiteit niet toelating van de adviserend arts verrichtten, deze activiteit niet
langer uitoefenen wegens, in voorkomend geval, een verergering van de langer uitoefenen wegens, in voorkomend geval, een verergering van de
gezondheidstoestand of de beperkende maatregelen die als gevolg van de gezondheidstoestand of de beperkende maatregelen die als gevolg van de
pandemie door de Nationale Veiligheidsraad zijn aangenomen. In deze pandemie door de Nationale Veiligheidsraad zijn aangenomen. In deze
laatste situatie is bovendien een beroep op het laatste situatie is bovendien een beroep op het
'crisisoverbruggingsrecht' niet mogelijk. 'crisisoverbruggingsrecht' niet mogelijk.
Het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de Het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de
samenwonende gerechtigde zonder gezinslast kan aanspraak maken, blijkt samenwonende gerechtigde zonder gezinslast kan aanspraak maken, blijkt
echter lager te zijn dan het maandelijkse bedrag van de financiële echter lager te zijn dan het maandelijkse bedrag van de financiële
uitkering toegekend in het kader van het 'crisisoverbruggingsrecht' uitkering toegekend in het kader van het 'crisisoverbruggingsrecht'
voor een gerechtigde zonder persoon ten laste. voor een gerechtigde zonder persoon ten laste.
Deze maatregel beoogt dan ook (vanaf de datum waarop dit koninklijk Deze maatregel beoogt dan ook (vanaf de datum waarop dit koninklijk
besluit in werking treedt) een aanvullende crisisuitkering toe te besluit in werking treedt) een aanvullende crisisuitkering toe te
kennen aan de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die de kennen aan de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die de
hoedanigheid van samenwonende gerechtigde zonder gezinslast hebben hoedanigheid van samenwonende gerechtigde zonder gezinslast hebben
zodat het totale dagbedrag van het vervangingsinkomen wegens hun zodat het totale dagbedrag van het vervangingsinkomen wegens hun
arbeidsongeschiktheid gelijk is aan het, in werkdagen uitgedrukte, arbeidsongeschiktheid gelijk is aan het, in werkdagen uitgedrukte,
maandelijkse bedrag van de financiële uitkering bepaald in de wet tot maandelijkse bedrag van de financiële uitkering bepaald in de wet tot
invoering van het 'crisisoverbruggingsrecht'. invoering van het 'crisisoverbruggingsrecht'.
Deze maatregel die uitdrukkelijk is verbonden met de Deze maatregel die uitdrukkelijk is verbonden met de
COVID-19-pandemie, is dus binnen de uitkeringsverzekering verenigbaar COVID-19-pandemie, is dus binnen de uitkeringsverzekering verenigbaar
met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel gezien de omvang, de ernst met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel gezien de omvang, de ernst
en het uitzonderlijk karakter van deze COVID-19-pandemie waardoor en het uitzonderlijk karakter van deze COVID-19-pandemie waardoor
talrijke zelfstandigen en meewerkende echtgenoten vanaf 1 maart 2020 talrijke zelfstandigen en meewerkende echtgenoten vanaf 1 maart 2020
niet langer hun beroepsactiviteit hebben kunnen uitoefenen en enkel niet langer hun beroepsactiviteit hebben kunnen uitoefenen en enkel
aanspraak konden maken op prestaties van deze uitkeringsverzekering. aanspraak konden maken op prestaties van deze uitkeringsverzekering.
Ik heb de eer te zijn, Ik heb de eer te zijn,
Sire, Sire,
Van Uwe Majesteit, Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK M. DE BLOCK
De Minister van Zelfstandigen, De Minister van Zelfstandigen,
D. DUCARME D. DUCARME
RAAD VAN STATE RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving afdeling Wetgeving
Advies 67.911/1/V van 21 augustus 2020 over een ontwerp van koninklijk Advies 67.911/1/V van 21 augustus 2020 over een ontwerp van koninklijk
besluit 'houdende toekenning, ingevolge de COVID 19 pandemie, van een besluit 'houdende toekenning, ingevolge de COVID 19 pandemie, van een
aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende
zelfstandigen en meewerkende echtgenoten' zelfstandigen en meewerkende echtgenoten'
Op 31 juli 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Op 31 juli 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de
Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig
dagen, van rechtswege verlengd tot 1 september 2020,(*) een advies te dagen, van rechtswege verlengd tot 1 september 2020,(*) een advies te
verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende
toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende
crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en
meewerkende echtgenoten'. meewerkende echtgenoten'.
Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 18 augustus Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 18 augustus
2020. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, 2020. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter,
Carlo ADAMS en Kaat LEUS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Carlo ADAMS en Kaat LEUS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en
Annemie GOOSSENS, griffier. Annemie GOOSSENS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Jonas RIEMSLAGH, auditeur. Het verslag is uitgebracht door Jonas RIEMSLAGH, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het
advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME,
kamervoorzitter. kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 21 augustus Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 21 augustus
2020. 2020.
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling
Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de
steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of
aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt
ertoe een tijdelijke, aanvullende crisisuitkering in te voeren ten ertoe een tijdelijke, aanvullende crisisuitkering in te voeren ten
gunste van bepaalde categorieën als arbeidsongeschikt erkende gunste van bepaalde categorieën als arbeidsongeschikt erkende
zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.
De personen die in aanmerking komen voor de aanvullende De personen die in aanmerking komen voor de aanvullende
crisisuitkering worden vermeld in artikel 2 van het ontwerp. De crisisuitkering worden vermeld in artikel 2 van het ontwerp. De
aanvullende crisisuitkering wordt overeenkomstig artikel 3 van het aanvullende crisisuitkering wordt overeenkomstig artikel 3 van het
ontwerp toegekend per dag. In het laatstgenoemde artikel wordt tevens ontwerp toegekend per dag. In het laatstgenoemde artikel wordt tevens
bepaald welke dagen daarbij in aanmerking worden genomen. Artikel 4 bepaald welke dagen daarbij in aanmerking worden genomen. Artikel 4
van het ontwerp heeft betrekking op de hoogte van het dagbedrag van de van het ontwerp heeft betrekking op de hoogte van het dagbedrag van de
aanvullende crisisuitkering. Dit is gelijk aan het verschil tussen aanvullende crisisuitkering. Dit is gelijk aan het verschil tussen
49,68 euro en het bedrag van de uitkering bedoeld in hetzij artikel 9, 49,68 euro en het bedrag van de uitkering bedoeld in hetzij artikel 9,
hetzij artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 hetzij artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971
'houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een 'houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een
moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de
meewerkende echtgenoten' waarop de gerechtigde, al naargelang het meewerkende echtgenoten' waarop de gerechtigde, al naargelang het
geval, aanspraak kan maken. De aanvullende crisisuitkering strekt er geval, aanspraak kan maken. De aanvullende crisisuitkering strekt er
bijgevolg toe het dagbedrag op minstens 49,68 euro te brengen. Daarbij bijgevolg toe het dagbedrag op minstens 49,68 euro te brengen. Daarbij
wordt in de toepassing van een indexeringsmechanisme voorzien. wordt in de toepassing van een indexeringsmechanisme voorzien.
Artikel 5 van het ontwerp bepaalt dat, voor zover er in het te nemen Artikel 5 van het ontwerp bepaalt dat, voor zover er in het te nemen
besluit niet van wordt afgeweken, de bepalingen van titel I van het besluit niet van wordt afgeweken, de bepalingen van titel I van het
voornoemde koninklijk besluit van 20 juli 1971 die betrekking hebben voornoemde koninklijk besluit van 20 juli 1971 die betrekking hebben
op de uitkeringsverzekering van toepassing zijn op de toekenning van op de uitkeringsverzekering van toepassing zijn op de toekenning van
de aanvullende crisisuitkering. de aanvullende crisisuitkering.
Aan de ontworpen regeling wordt uitwerking gegeven met ingang van 1 Aan de ontworpen regeling wordt uitwerking gegeven met ingang van 1
maart 2020 en de aanvullende crisisuitkering wordt niet langer maart 2020 en de aanvullende crisisuitkering wordt niet langer
toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid "die zich bevindt toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid "die zich bevindt
na het tijdvak waarin de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet na het tijdvak waarin de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet
van 23 maart 2020 ['tot wijziging van de wet van 22 december 2016 van 23 maart 2020 ['tot wijziging van de wet van 22 december 2016
houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van
zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader
van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen'] van toepassing zijn". De van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen'] van toepassing zijn". De
verzekeringsinstellingen moeten uiterlijk drie maanden te rekenen verzekeringsinstellingen moeten uiterlijk drie maanden te rekenen
vanaf de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking van het te vanaf de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking van het te
nemen besluit in het Belgisch Staatsblad de aanvullende nemen besluit in het Belgisch Staatsblad de aanvullende
crisisuitkering betalen voor de periode van arbeidsongeschiktheid die crisisuitkering betalen voor de periode van arbeidsongeschiktheid die
deze betaaldatum voorafgaat (artikel 6). deze betaaldatum voorafgaat (artikel 6).
3. De ontworpen regeling vindt rechtsgrond in artikel 86, § 3, van de 3. De ontworpen regeling vindt rechtsgrond in artikel 86, § 3, van de
wet 'betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige wet 'betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994' waaraan verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994' waaraan
wordt gerefereerd in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp. wordt gerefereerd in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp.
VORMVEREISTEN VORMVEREISTEN
4. In het derde en het vierde lid van de aanhef van het ontwerp wordt 4. In het derde en het vierde lid van de aanhef van het ontwerp wordt
respectievelijk verwezen naar artikel 15, eerste lid, van de wet van respectievelijk verwezen naar artikel 15, eerste lid, van de wet van
25 april 1963 'betreffende het beheer van de instellingen van openbaar 25 april 1963 'betreffende het beheer van de instellingen van openbaar
nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg' en naar de dringende nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg' en naar de dringende
noodzakelijkheid. noodzakelijkheid.
Overeenkomstig artikel 15, eerste lid, van de wet van 25 april 1963, Overeenkomstig artikel 15, eerste lid, van de wet van 25 april 1963,
onderwerpt de Minister van Tewerkstelling en Arbeid of de Minister van onderwerpt de Minister van Tewerkstelling en Arbeid of de Minister van
Sociale Voorzorg behoudens in spoedeisende gevallen aan het advies, Sociale Voorzorg behoudens in spoedeisende gevallen aan het advies,
hetzij van de Nationale Arbeidsraad, hetzij van het beheerscomité, elk hetzij van de Nationale Arbeidsraad, hetzij van het beheerscomité, elk
voorontwerp van wet of ontwerp van organiek besluit of verordening tot voorontwerp van wet of ontwerp van organiek besluit of verordening tot
wijziging van de wetten of verordeningen, met de toepassing waarvan de wijziging van de wetten of verordeningen, met de toepassing waarvan de
instelling belast is of betreffende het personeelskader en de instelling belast is of betreffende het personeelskader en de
structuur van de instelling. structuur van de instelling.
Ondervraagd of aan dit vormvoorschrift is voldaan, verklaarde de Ondervraagd of aan dit vormvoorschrift is voldaan, verklaarde de
gemachtigde het volgende: gemachtigde het volgende:
"Het ontwerp van koninklijk besluit is (...) aan het Beheerscomité van "Het ontwerp van koninklijk besluit is (...) aan het Beheerscomité van
de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen voorgelegd tijdens de de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen voorgelegd tijdens de
zitting van 15 juli 2020. zitting van 15 juli 2020.
Gedurende deze zitting is het uitgebreid toegelicht en hebben de leden Gedurende deze zitting is het uitgebreid toegelicht en hebben de leden
de nodige vragen kunnen stellen en opmerkingen kunnen formuleren. In de nodige vragen kunnen stellen en opmerkingen kunnen formuleren. In
dit kader kan er worden verwezen naar de nota die aan de leden is dit kader kan er worden verwezen naar de nota die aan de leden is
bezorgd en de opgestelde ontwerpnotulen die de verschillende bezorgd en de opgestelde ontwerpnotulen die de verschillende
tussenkomsten bevatten (...). Het Beheerscomité heeft dus wel al tussenkomsten bevatten (...). Het Beheerscomité heeft dus wel al
kennis genomen van de meegedeelde informatie." kennis genomen van de meegedeelde informatie."
Uit de door de gemachtigde verstrekte toelichting blijkt, enerzijds, Uit de door de gemachtigde verstrekte toelichting blijkt, enerzijds,
dat het niet de bedoeling van de stellers van het ontwerp lijkt om dat het niet de bedoeling van de stellers van het ontwerp lijkt om
zich met betrekking tot het door artikel 15 van de wet van 25 april zich met betrekking tot het door artikel 15 van de wet van 25 april
1963 voorgeschreven vormvereiste op de hoogdringendheid te beroepen1 1963 voorgeschreven vormvereiste op de hoogdringendheid te beroepen1
en dat, anderzijds, er in de schoot van het Beheerscomité van de en dat, anderzijds, er in de schoot van het Beheerscomité van de
uitkeringsverzekering voor zelfstandigen al een gedachtewisseling uitkeringsverzekering voor zelfstandigen al een gedachtewisseling
heeft plaatsgevonden over het ontworpen besluit. Er kan aan worden heeft plaatsgevonden over het ontworpen besluit. Er kan aan worden
getwijfeld of met deze gedachtewisseling effectief wordt beantwoord getwijfeld of met deze gedachtewisseling effectief wordt beantwoord
aan de adviesverplichting waarin artikel 15 van de wet van 25 april aan de adviesverplichting waarin artikel 15 van de wet van 25 april
1963 voorziet. Aan de andere kant kan de vraag rijzen of nog een 1963 voorziet. Aan de andere kant kan de vraag rijzen of nog een
beroep kan worden gedaan op de dringende noodzakelijkheid om het beroep kan worden gedaan op de dringende noodzakelijkheid om het
betrokken advies niet in te winnen ermee rekening houdend dat de Raad betrokken advies niet in te winnen ermee rekening houdend dat de Raad
van State, afdeling Wetgeving, zelf om een advies over het ontwerp van van State, afdeling Wetgeving, zelf om een advies over het ontwerp van
koninklijk besluit is verzocht "binnen een termijn van dertig dagen" koninklijk besluit is verzocht "binnen een termijn van dertig dagen"
en het Beheerscomité met toepassing van artikel 15, tweede lid, van de en het Beheerscomité met toepassing van artikel 15, tweede lid, van de
wet van 25 april 1963, nog steeds om een advies kan worden verzocht wet van 25 april 1963, nog steeds om een advies kan worden verzocht
binnen een termijn van "tien vrije dagen". binnen een termijn van "tien vrije dagen".
Uit wat voorafgaat volgt dat de stellers van het ontwerp er Uit wat voorafgaat volgt dat de stellers van het ontwerp er
zekerheidshalve goed aan doen om het voornoemde beheerscomité alsnog zekerheidshalve goed aan doen om het voornoemde beheerscomité alsnog
om het advies te verzoeken dat wordt voorgeschreven door artikel 15 om het advies te verzoeken dat wordt voorgeschreven door artikel 15
van de wet van 25 april 1963. van de wet van 25 april 1963.
ALGEMENE OPMERKING ALGEMENE OPMERKING
5. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt 5. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt
ertoe een tijdelijke, aanvullende crisisuitkering in te voeren ten ertoe een tijdelijke, aanvullende crisisuitkering in te voeren ten
gunste van bepaalde categorieën als arbeidsongeschikt erkende gunste van bepaalde categorieën als arbeidsongeschikt erkende
zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. Op die wijze wordt een zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. Op die wijze wordt een
verschil in behandeling gecreëerd tussen categorieën zelfstandigen en verschil in behandeling gecreëerd tussen categorieën zelfstandigen en
meewerkende echtgenoten al naargelang zij wel of niet voor de meewerkende echtgenoten al naargelang zij wel of niet voor de
aanvullende crisisuitkering in aanmerking komen. aanvullende crisisuitkering in aanmerking komen.
Een verschil in behandeling is slechts verenigbaar met de Een verschil in behandeling is slechts verenigbaar met de
grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie
wanneer dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk wanneer dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk
verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet
worden beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de worden beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de
betrokken maatregel en met de aard van de ter zake geldende betrokken maatregel en met de aard van de ter zake geldende
beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer er geen beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer er geen
redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel.2 middelen en het beoogde doel.2
Omgekeerd verzetten, volgens de vaste rechtspraak van het Omgekeerd verzetten, volgens de vaste rechtspraak van het
Grondwettelijk Hof, de grondwettelijke regels van de gelijkheid en de Grondwettelijk Hof, de grondwettelijke regels van de gelijkheid en de
niet-discriminatie zich er tegen dat categorieën van personen die zich niet-discriminatie zich er tegen dat categorieën van personen die zich
ten aanzien van een maatregel in wezenlijk verschillende situaties ten aanzien van een maatregel in wezenlijk verschillende situaties
bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een
redelijke verantwoording bestaat.3 redelijke verantwoording bestaat.3
De ontworpen regeling zal aan deze beginselen moeten worden getoetst. De ontworpen regeling zal aan deze beginselen moeten worden getoetst.
Nu al kan in dat verband worden opgemerkt dat de ontworpen regeling Nu al kan in dat verband worden opgemerkt dat de ontworpen regeling
enkel geldt ten aanzien van bepaalde personen die hun activiteit enkel geldt ten aanzien van bepaalde personen die hun activiteit
hebben stopgezet vanaf ten vroegste 1 maart 2020. Gedurende de hebben stopgezet vanaf ten vroegste 1 maart 2020. Gedurende de
geldigheidsduur van de ontworpen regeling ontvangen zij een hogere geldigheidsduur van de ontworpen regeling ontvangen zij een hogere
uitkering dan personen die zich in een zelfde toestand bevinden, maar uitkering dan personen die zich in een zelfde toestand bevinden, maar
waarvan die toestand reeds vóór 1 maart 2020 aanvatte. Uit de door de waarvan die toestand reeds vóór 1 maart 2020 aanvatte. Uit de door de
gemachtigde verstrekte toelichting valt af te leiden dat voor de gemachtigde verstrekte toelichting valt af te leiden dat voor de
voornoemde scharnierdatum is geopteerd omwille van de inwerkingtreding voornoemde scharnierdatum is geopteerd omwille van de inwerkingtreding
van het zogenaamde crisisoverbruggingsrecht, waarmee de uitkering van het zogenaamde crisisoverbruggingsrecht, waarmee de uitkering
wordt gelijkgeschakeld door de toekenning van de aanvullende wordt gelijkgeschakeld door de toekenning van de aanvullende
crisisuitkering. De begunstigden van deze aanvullende crisisuitkering crisisuitkering. De begunstigden van deze aanvullende crisisuitkering
lijken derhalve veeleer te moeten worden vergeleken met personen die lijken derhalve veeleer te moeten worden vergeleken met personen die
zich in dezelfde toestand van arbeidsongeschiktheid bevinden dan met zich in dezelfde toestand van arbeidsongeschiktheid bevinden dan met
personen die van het crisisoverbruggingsrecht genieten. personen die van het crisisoverbruggingsrecht genieten.
Door het feit dat de aanvullende crisisuitkering enkel toekomt aan een Door het feit dat de aanvullende crisisuitkering enkel toekomt aan een
bepaalde categorie van gerechtigden, namelijk de gerechtigden zonder bepaalde categorie van gerechtigden, namelijk de gerechtigden zonder
gezinslast, worden bovendien bestaande verschillen op grond van het gezinslast, worden bovendien bestaande verschillen op grond van het
reeds genoemde koninklijk besluit van 20 juli 1971 uitgevlakt of reeds genoemde koninklijk besluit van 20 juli 1971 uitgevlakt of
tenietgedaan. Bijgevolg lijken wezenlijk verschillende situaties op tenietgedaan. Bijgevolg lijken wezenlijk verschillende situaties op
een (meer) gelijke wijze te worden behandeld. Zoals de gemachtigde een (meer) gelijke wijze te worden behandeld. Zoals de gemachtigde
opmerkt wordt daarmee weliswaar een tijdelijke gelijkstelling met het opmerkt wordt daarmee weliswaar een tijdelijke gelijkstelling met het
crisisoverbruggingsrecht nagestreefd, maar opnieuw lijkt de toets aan crisisoverbruggingsrecht nagestreefd, maar opnieuw lijkt de toets aan
het gelijkheidsbeginsel in de eerste plaats te moeten gebeuren binnen het gelijkheidsbeginsel in de eerste plaats te moeten gebeuren binnen
het stelsel dat geldt voor de als arbeidsongeschikt erkende het stelsel dat geldt voor de als arbeidsongeschikt erkende
zelfstandigen (en meewerkende echtgenoten). zelfstandigen (en meewerkende echtgenoten).
Uit wat voorafgaat volgt dat diverse onderdelen van de ontworpen Uit wat voorafgaat volgt dat diverse onderdelen van de ontworpen
regeling van aard kunnen zijn om vragen te doen rijzen met betrekking regeling van aard kunnen zijn om vragen te doen rijzen met betrekking
tot de verenigbaarheid ervan met het grondwettelijk gewaarborgde tot de verenigbaarheid ervan met het grondwettelijk gewaarborgde
gelijkheidsbeginsel. Teneinde elke onduidelijkheid of speculatie gelijkheidsbeginsel. Teneinde elke onduidelijkheid of speculatie
daaromtrent te voorkomen doen de stellers van het ontwerp er goed aan daaromtrent te voorkomen doen de stellers van het ontwerp er goed aan
om de door hen ontworpen regeling te voorzien van een afdoende om de door hen ontworpen regeling te voorzien van een afdoende
verantwoording ervan in het licht van het gelijkheidsbeginsel en om verantwoording ervan in het licht van het gelijkheidsbeginsel en om
deze verantwoording in een verslag aan de Koning bij het tot stand te deze verantwoording in een verslag aan de Koning bij het tot stand te
brengen koninklijk besluit op te nemen. brengen koninklijk besluit op te nemen.
ONDERZOEK VAN DE TEKST ONDERZOEK VAN DE TEKST
Aanhef Aanhef
6. Aan het einde van het eerste lid van de aanhef van het ontwerp moet 6. Aan het einde van het eerste lid van de aanhef van het ontwerp moet
worden geschreven "..., artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wetten van worden geschreven "..., artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wetten van
22 augustus 2002, 29 maart 2012 en 7 mei 2019;". 22 augustus 2002, 29 maart 2012 en 7 mei 2019;".
7. In het tweede lid van de aanhef wordt verwezen naar het koninklijk 7. In het tweede lid van de aanhef wordt verwezen naar het koninklijk
besluit van 20 juli 1971. Het betrokken koninklijk besluit strekt de besluit van 20 juli 1971. Het betrokken koninklijk besluit strekt de
ontworpen regeling niet tot rechtsgrond en wordt er evenmin door ontworpen regeling niet tot rechtsgrond en wordt er evenmin door
gewijzigd. Een verwijzing naar dat koninklijk besluit in de aanhef van gewijzigd. Een verwijzing naar dat koninklijk besluit in de aanhef van
het ontwerp is evenmin noodzakelijk of nuttig voor een goed begrip van het ontwerp is evenmin noodzakelijk of nuttig voor een goed begrip van
de ontworpen regeling. Er wordt trouwens in diverse bepalingen van het de ontworpen regeling. Er wordt trouwens in diverse bepalingen van het
ontwerp meermaals uitdrukkelijk gerefereerd aan het koninklijk besluit ontwerp meermaals uitdrukkelijk gerefereerd aan het koninklijk besluit
van 20 juli 1971. De verwijzing naar het laatstgenoemde koninklijk van 20 juli 1971. De verwijzing naar het laatstgenoemde koninklijk
besluit in het tweede lid van de aanhef is bijgevolg overbodig en besluit in het tweede lid van de aanhef is bijgevolg overbodig en
dient uit de aanhef te worden weggelaten. dient uit de aanhef te worden weggelaten.
8. Wat betreft het derde en het vierde lid van de aanhef van het 8. Wat betreft het derde en het vierde lid van de aanhef van het
ontwerp zoals het om advies is voorgelegd, wordt volstaan met een ontwerp zoals het om advies is voorgelegd, wordt volstaan met een
verwijzing naar de opmerking sub 4 onder "Vormvereisten". verwijzing naar de opmerking sub 4 onder "Vormvereisten".
Artikel 6 Artikel 6
9. In artikel 6, derde lid, van het ontwerp wordt bepaald dat de 9. In artikel 6, derde lid, van het ontwerp wordt bepaald dat de
"aanvullende crisisuitkering bedoeld in artikel 3 (...) niet langer "aanvullende crisisuitkering bedoeld in artikel 3 (...) niet langer
[wordt] toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid die zich [wordt] toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid die zich
bevindt na het tijdvak waarin de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 3 bevindt na het tijdvak waarin de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 3
van de wet van 23 maart 2020 van toepassing zijn". van de wet van 23 maart 2020 van toepassing zijn".
Hoofdstuk 3 ("Tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19") van Hoofdstuk 3 ("Tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19") van
de reeds genoemde wet van 23 maart 2020 bevat uiteenlopende de reeds genoemde wet van 23 maart 2020 bevat uiteenlopende
maatregelen die evenwel niet alle op dezelfde datum ophouden maatregelen die evenwel niet alle op dezelfde datum ophouden
uitwerking te hebben. Aan de gemachtigde werd daarom gevraagd of de uitwerking te hebben. Aan de gemachtigde werd daarom gevraagd of de
ontworpen bepaling geen aanleiding dreigt te geven tot ontworpen bepaling geen aanleiding dreigt te geven tot
rechtsonzekerheid omtrent het temporele toepassingsgebied van de rechtsonzekerheid omtrent het temporele toepassingsgebied van de
ontworpen regeling. De gemachtigde deelde in dat verband mee wat ontworpen regeling. De gemachtigde deelde in dat verband mee wat
volgt: volgt:
"We zijn het met u eens dat het veiliger is en meer rechtszekerheid "We zijn het met u eens dat het veiliger is en meer rechtszekerheid
geeft om een vaste datum te hanteren. geeft om een vaste datum te hanteren.
Gelet op de coherentie met andere maatregelen, die met het huidige Gelet op de coherentie met andere maatregelen, die met het huidige
ontwerp samenhangen, kan de datum van 31 december 2020 voorgesteld ontwerp samenhangen, kan de datum van 31 december 2020 voorgesteld
worden." worden."
Het verdient zeker aanbeveling om een vaste datum te hanteren. Wat dat Het verdient zeker aanbeveling om een vaste datum te hanteren. Wat dat
betreft, stemt de datum van 31 december 2020 overeen met de datum betreft, stemt de datum van 31 december 2020 overeen met de datum
waarop een gedeelte van de bepalingen van hoofdstuk 3 van de wet van waarop een gedeelte van de bepalingen van hoofdstuk 3 van de wet van
23 maart 2020 ophouden uitwerking te hebben, althans indien het 23 maart 2020 ophouden uitwerking te hebben, althans indien het
koninklijk besluit tot stand komt dat in ontwerpvorm het voorwerp koninklijk besluit tot stand komt dat in ontwerpvorm het voorwerp
heeft uitgemaakt van advies 67.916/1/V van 7 augustus 2020 van de Raad heeft uitgemaakt van advies 67.916/1/V van 7 augustus 2020 van de Raad
van State, afdeling Wetgeving. van State, afdeling Wetgeving.
DE GRIFFIER, DE GRIFFIER,
Annemie GOOSSENS Annemie GOOSSENS
DE VOORZITER, DE VOORZITER,
Marnix VAN DAMME Marnix VAN DAMME
_______ _______
Nota Nota
(*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°,
in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege
verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen
15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15
augustus. augustus.
1 De aangehaalde verwijzing naar "de dringende noodzakelijkheid", in 1 De aangehaalde verwijzing naar "de dringende noodzakelijkheid", in
de aanhef van het ontwerp, is wat dat betreft misleidend. de aanhef van het ontwerp, is wat dat betreft misleidend.
2 Vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (zie bv. GwH 28 2 Vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (zie bv. GwH 28
februari 2013, nr. 24/2013, B.3.2.). februari 2013, nr. 24/2013, B.3.2.).
3 Zie bv. GwH 14 mei 2003, nr. 63/2003, B.5; GwH 21 december 2005, nr. 3 Zie bv. GwH 14 mei 2003, nr. 63/2003, B.5; GwH 21 december 2005, nr.
194/2005, B.3; GwH 17 mei 2006, nr. 78/2006, B.4; GwH 28 juli 2006, 194/2005, B.3; GwH 17 mei 2006, nr. 78/2006, B.4; GwH 28 juli 2006,
nr. 125/2006, B.5; GwH 11 december 2008, nr. 179/2008, B.6; GwH 6 nr. 125/2006, B.5; GwH 11 december 2008, nr. 179/2008, B.6; GwH 6
februari 2014, nr. 24/2014, B.4. februari 2014, nr. 24/2014, B.4.
4 Adv.RvS 67.916/1/V van 7 augustus 2020 over een ontwerp van 4 Adv.RvS 67.916/1/V van 7 augustus 2020 over een ontwerp van
koninklijk besluit 'tot wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot koninklijk besluit 'tot wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot
wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een
overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van
tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van
zelfstandigen'. In verband met de verenigbaarheid van de in dat zelfstandigen'. In verband met de verenigbaarheid van de in dat
ontwerp opgenomen regeling met de artikelen 10, 11 en 23 van de ontwerp opgenomen regeling met de artikelen 10, 11 en 23 van de
Grondwet, zie de opmerkingen sub 5.1 tot 5.4 in dat advies. Grondwet, zie de opmerkingen sub 5.1 tot 5.4 in dat advies.
15 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge 15 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit houdende toekenning, ingevolge
de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige
arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wetten van 22 augustus 2002, 1994, artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wetten van 22 augustus 2002,
29 maart 2012 en 7 mei 2019; 29 maart 2012 en 7 mei 2019;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering
voor zelfstandigen, gegeven op 9 september 2020; voor zelfstandigen, gegeven op 9 september 2020;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24
juni 2020; juni 2020;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 13 Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 13
juli 2020; juli 2020;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd overeenkomstig Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd overeenkomstig
artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies nr. 67.911/1/V van de Raad van State, gegeven op Gelet op het advies nr. 67.911/1/V van de Raad van State, gegeven op
21 augustus 2020 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, 21 augustus 2020 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°,
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van
Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ: HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1° "wet van 2 augustus 1971": de wet van 2 augustus 1971 houdende 1° "wet van 2 augustus 1971": de wet van 2 augustus 1971 houdende
inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen,
toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist,
sommige uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient sommige uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient
gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale
zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied
opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen worden gekoppeld; consumptieprijzen worden gekoppeld;
2° "wet van 23 maart 2020": de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van 2° "wet van 23 maart 2020": de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van
de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een
overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van
tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van
zelfstandigen; zelfstandigen;
3° "koninklijk besluit van 20 juli 1971": het koninklijk besluit van 3° "koninklijk besluit van 20 juli 1971": het koninklijk besluit van
20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een
moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de
meewerkende echtgenoten; meewerkende echtgenoten;
4° "koninklijk besluit van 25 november 1991": het koninklijk besluit 4° "koninklijk besluit van 25 november 1991": het koninklijk besluit
van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering; van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
5° "koninklijk besluit van 3 juli 1996": het koninklijk besluit van 3 5° "koninklijk besluit van 3 juli 1996": het koninklijk besluit van 3
juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994. gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 2.Zijn gerechtigd op een aanvullende crisisuitkering

Art. 2.Zijn gerechtigd op een aanvullende crisisuitkering

overeenkomstig de bepalingen van dit besluit: overeenkomstig de bepalingen van dit besluit:
a) de gerechtigden bedoeld in artikel 3, 1° en 4°, van het koninklijk a) de gerechtigden bedoeld in artikel 3, 1° en 4°, van het koninklijk
besluit van 20 juli 1971, op voorwaarde dat hun arbeidsongeschiktheid besluit van 20 juli 1971, op voorwaarde dat hun arbeidsongeschiktheid
aanvat ten vroegste vanaf 1 maart 2020 en zij niet voldoen aan de aanvat ten vroegste vanaf 1 maart 2020 en zij niet voldoen aan de
voorwaarden bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 225, artikel voorwaarden bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 225, artikel
226 of artikel 226bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996; 226 of artikel 226bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996;
b) de niet onder a) bedoelde gerechtigden die de activiteit verricht b) de niet onder a) bedoelde gerechtigden die de activiteit verricht
overeenkomstig artikel 23 of artikel 23bis van het koninklijk besluit overeenkomstig artikel 23 of artikel 23bis van het koninklijk besluit
van 20 juli 1971 ten vroegste vanaf 1 maart 2020 gedurende minstens van 20 juli 1971 ten vroegste vanaf 1 maart 2020 gedurende minstens
zeven opeenvolgende kalenderdagen stopzetten en niet voldoen aan de zeven opeenvolgende kalenderdagen stopzetten en niet voldoen aan de
voorwaarden bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 225, artikel voorwaarden bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 225, artikel
226 of artikel 226bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996. 226 of artikel 226bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.

Art. 3.De aanvullende crisisuitkering wordt toegekend:

Art. 3.De aanvullende crisisuitkering wordt toegekend:

a) voor elke dag waarvoor de gerechtigde bedoeld in artikel 2, a) a) voor elke dag waarvoor de gerechtigde bedoeld in artikel 2, a)
recht heeft op de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel recht heeft op de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel
9 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971; 9 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971;
b) voor elke dag van stopzetting van de activiteit waarvoor de b) voor elke dag van stopzetting van de activiteit waarvoor de
gerechtigde bedoeld in artikel 2, b) recht heeft op, al naargelang het gerechtigde bedoeld in artikel 2, b) recht heeft op, al naargelang het
geval, de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel 9 van geval, de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel 9 van
het koninklijk besluit van 20 juli 1971 of de invaliditeitsuitkering het koninklijk besluit van 20 juli 1971 of de invaliditeitsuitkering
bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971. De bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971. De
toekenning van de aanvullende crisisuitkering wordt echter geweigerd toekenning van de aanvullende crisisuitkering wordt echter geweigerd
als de gerechtigde met toepassing van artikel 61, § 1, tweede lid van als de gerechtigde met toepassing van artikel 61, § 1, tweede lid van
het koninklijk besluit van 25 november 1991 uitkeringen als tijdelijk het koninklijk besluit van 25 november 1991 uitkeringen als tijdelijk
werkloze geniet. werkloze geniet.

Art. 4.Het dagbedrag van de aanvullende crisisuitkering bedoeld in

Art. 4.Het dagbedrag van de aanvullende crisisuitkering bedoeld in

artikel 3 is gelijk aan het verschil van 49,68 euro en het bedrag van artikel 3 is gelijk aan het verschil van 49,68 euro en het bedrag van
de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel 9 van het de primaire ongeschiktheidsuitkering bedoeld in artikel 9 van het
koninklijk besluit van 20 juli 1971 of het bedrag van de koninklijk besluit van 20 juli 1971 of het bedrag van de
invaliditeitsuitkering bedoeld in artikel 10 van het koninklijk invaliditeitsuitkering bedoeld in artikel 10 van het koninklijk
besluit van 20 juli 1971 waarop de gerechtigde, al naargelang het besluit van 20 juli 1971 waarop de gerechtigde, al naargelang het
geval, aanspraak kan maken. geval, aanspraak kan maken.
Het voormelde bedrag van 49,68 euro is gekoppeld aan de spilindex Het voormelde bedrag van 49,68 euro is gekoppeld aan de spilindex
geldend op 1 maart 2020. Het wordt verhoogd of verminderd geldend op 1 maart 2020. Het wordt verhoogd of verminderd
overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971. De verhoging overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971. De verhoging
of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6, of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6,
3°, van voornoemde wet. 3°, van voornoemde wet.

Art. 5.Voor zover er niet van wordt afgeweken door de bepalingen van

Art. 5.Voor zover er niet van wordt afgeweken door de bepalingen van

dit besluit, zijn de bepalingen van titel I van het koninklijk besluit dit besluit, zijn de bepalingen van titel I van het koninklijk besluit
van 20 juli 1971 die betrekking hebben op de uitkeringsverzekering, van 20 juli 1971 die betrekking hebben op de uitkeringsverzekering,
van toepassing op de toekenning van de aanvullende crisisuitkering van toepassing op de toekenning van de aanvullende crisisuitkering
bedoeld in artikel 3. bedoeld in artikel 3.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.

Uiterlijk drie maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand na Uiterlijk drie maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand na
die waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, die waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad,
betalen de verzekeringsinstellingen de aanvullende crisisuitkering betalen de verzekeringsinstellingen de aanvullende crisisuitkering
bedoeld in artikel 3 uit voor de periode van arbeidsongeschiktheid die bedoeld in artikel 3 uit voor de periode van arbeidsongeschiktheid die
deze betaaldatum voorafgaat. deze betaaldatum voorafgaat.
De aanvullende crisisuitkering bedoeld in artikel 3 wordt niet langer De aanvullende crisisuitkering bedoeld in artikel 3 wordt niet langer
toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid die zich bevindt toegekend voor de periode van arbeidsongeschiktheid die zich bevindt
na 31 december 2020. na 31 december 2020.

Art. 7.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd

Art. 7.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd

voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 september 2020. Gegeven te Brussel, 15 september 2020.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK M. DE BLOCK
De Minister van Zelfstandigen, De Minister van Zelfstandigen,
D. DUCARME D. DUCARME
^