Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten | Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten |
---|---|
MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW | MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW |
15 MEI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de administratieve | 15 MEI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de administratieve |
geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 | geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 |
betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten | betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, | Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, |
tuinbouw- en zeevisserijprodukten inzonderheid op artikel 8 vervangen | tuinbouw- en zeevisserijprodukten inzonderheid op artikel 8 vervangen |
bij de wet van 5 februari 1999; | bij de wet van 5 februari 1999; |
Gelet op het advies van de Raad van State nummer 30.471/3 van 13 | Gelet op het advies van de Raad van State nummer 30.471/3 van 13 |
februari 2001; | februari 2001; |
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Middenstand, | Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Middenstand, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Als ambtenaar bevoegd voor het verrichten van de |
Artikel 1.Als ambtenaar bevoegd voor het verrichten van de |
handelingen en het nemen van de beslissingen met betrekking tot de | handelingen en het nemen van de beslissingen met betrekking tot de |
administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 8 van de wet van 28 | administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 8 van de wet van 28 |
maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en | maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en |
zeevisserijproducten, wordt aangewezen de adviseur-generaal van het | zeevisserijproducten, wordt aangewezen de adviseur-generaal van het |
secretariaat-generaal van het Ministerie van Middenstand en Landbouw | secretariaat-generaal van het Ministerie van Middenstand en Landbouw |
en, wanneer deze verhinderd is de ambtenaar, titularis van een graad | en, wanneer deze verhinderd is de ambtenaar, titularis van een graad |
van rang 13, die hem vervangt. | van rang 13, die hem vervangt. |
Art. 2.In het geval bedoeld in artikel 8, § 3, tweede lid, van de |
Art. 2.In het geval bedoeld in artikel 8, § 3, tweede lid, van de |
voornoemde wet van 28 maart 1975, geeft de in artikel 1 bedoelde | voornoemde wet van 28 maart 1975, geeft de in artikel 1 bedoelde |
ambtenaar bij aangetekende brief kennis aan de betrokkene van een | ambtenaar bij aangetekende brief kennis aan de betrokkene van een |
afschrift van het proces-verbaal, en, in voorkomend geval, van een | afschrift van het proces-verbaal, en, in voorkomend geval, van een |
afschrift van de kennisgeving van de procureur des Konings. | afschrift van de kennisgeving van de procureur des Konings. |
In deze brief verzoekt hij de betrokkene zijn verweermiddelen bij | In deze brief verzoekt hij de betrokkene zijn verweermiddelen bij |
aangetekende brief in te dienen op het erin vermeld adres binnen een | aangetekende brief in te dienen op het erin vermeld adres binnen een |
termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van de verzending | termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van de verzending |
van deze brief. | van deze brief. |
Indien het administratief dossier dat naar aanleiding van de inbreuk | Indien het administratief dossier dat naar aanleiding van de inbreuk |
werd samengesteld, nog andere stukken bevat dan het proces-verbaal en | werd samengesteld, nog andere stukken bevat dan het proces-verbaal en |
de eventuele kennisgeving van de procureur des Konings, vermeldt de in | de eventuele kennisgeving van de procureur des Konings, vermeldt de in |
het eerste lid bedoelde brief eveneens dat de betrokkene het dossier | het eerste lid bedoelde brief eveneens dat de betrokkene het dossier |
mag komen raadplegen. | mag komen raadplegen. |
Art. 3.Na onderzoek van de verweermiddelen van de betrokkene, kan de |
Art. 3.Na onderzoek van de verweermiddelen van de betrokkene, kan de |
in artikel 1 bedoelde ambtenaar de betrokkene oproepen bij | in artikel 1 bedoelde ambtenaar de betrokkene oproepen bij |
aangetekende brief opdat deze laatste bijkomende inlichtingen zou | aangetekende brief opdat deze laatste bijkomende inlichtingen zou |
kunnen verstrekken of bijkomende bewijsstukken overhandigen. | kunnen verstrekken of bijkomende bewijsstukken overhandigen. |
In dat geval wordt een bondig verslag van het onderhoud onmiddellijk | In dat geval wordt een bondig verslag van het onderhoud onmiddellijk |
opgemaakt en ondertekend door de ambtenaar die het voor | opgemaakt en ondertekend door de ambtenaar die het voor |
medeondertekening voorlegt aan de betrokkene. | medeondertekening voorlegt aan de betrokkene. |
Andere ambtenaren of andere personen kunnen eveneens uitgenodigd | Andere ambtenaren of andere personen kunnen eveneens uitgenodigd |
worden om bij het onderhoud aanwezig te zijn of om nadien te worden | worden om bij het onderhoud aanwezig te zijn of om nadien te worden |
gehoord. Het eventuele latere verhoor moet plaatshebben in het bijzijn | gehoord. Het eventuele latere verhoor moet plaatshebben in het bijzijn |
van de betrokkene of op zijn minst nadat deze behoorlijk werd | van de betrokkene of op zijn minst nadat deze behoorlijk werd |
opgeroepen. | opgeroepen. |
Art. 4.Na onderzoek van de verweermiddelen en in voorkomend geval na |
Art. 4.Na onderzoek van de verweermiddelen en in voorkomend geval na |
de betrokkene te hebben gehoord, neemt de in artikel 1 bedoelde | de betrokkene te hebben gehoord, neemt de in artikel 1 bedoelde |
ambtenaar een met redenen omklede beslissing. | ambtenaar een met redenen omklede beslissing. |
Afschrift van deze beslissing wordt gezonden naar de verbaliserende | Afschrift van deze beslissing wordt gezonden naar de verbaliserende |
ambtenaar en naar de procureur des Konings. | ambtenaar en naar de procureur des Konings. |
Art. 5.Indien een administratieve geldboete,eventueel vermeerderd met |
Art. 5.Indien een administratieve geldboete,eventueel vermeerderd met |
de expertisekosten en met het bedrag dat overeenkomt met het | de expertisekosten en met het bedrag dat overeenkomt met het |
economisch voordeel van de overtreding, wordt opgelegd, geeft de in | economisch voordeel van de overtreding, wordt opgelegd, geeft de in |
artikel 1 bedoelde ambtenaar bij aangetekende brief aan de betrokkene | artikel 1 bedoelde ambtenaar bij aangetekende brief aan de betrokkene |
kennis van de beslissing samen met een verzoek tot betaling binnen de | kennis van de beslissing samen met een verzoek tot betaling binnen de |
termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van de verzending | termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van de verzending |
van deze brief. | van deze brief. |
De brief vermeldt eveneens dat een bewijs van betaling bij | De brief vermeldt eveneens dat een bewijs van betaling bij |
aangetekende brief door de betrokkene moet gestuurd worden naar de in | aangetekende brief door de betrokkene moet gestuurd worden naar de in |
artikel 1 bedoelde ambtenaar binnen de vijftien dagen na de betaling. | artikel 1 bedoelde ambtenaar binnen de vijftien dagen na de betaling. |
Art. 6.De datum van het postmerk heeft bewijskracht voor de |
Art. 6.De datum van het postmerk heeft bewijskracht voor de |
verzending van de aangetekende brieven. | verzending van de aangetekende brieven. |
Art. 7.Onze Minister van Landbouw en Middenstand is belast met de |
Art. 7.Onze Minister van Landbouw en Middenstand is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 15 mei 2001. | Gegeven te Brussel, 15 mei 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Landbouw en Middenstand, | De Minister van Landbouw en Middenstand, |
J. GABRIELS | J. GABRIELS |