← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij de onmiddellijke inbezitneming van sommige percelen, gelegen op het grondgebied van de stad Leuven en de gemeente Holsbeek van algemeen nut wordt verklaard "
Koninklijk besluit waarbij de onmiddellijke inbezitneming van sommige percelen, gelegen op het grondgebied van de stad Leuven en de gemeente Holsbeek van algemeen nut wordt verklaard | Koninklijk besluit waarbij de onmiddellijke inbezitneming van sommige percelen, gelegen op het grondgebied van de stad Leuven en de gemeente Holsbeek van algemeen nut wordt verklaard |
---|---|
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR | MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR |
15 JULI 2002. - Koninklijk besluit waarbij de onmiddellijke | 15 JULI 2002. - Koninklijk besluit waarbij de onmiddellijke |
inbezitneming van sommige percelen, gelegen op het grondgebied van de | inbezitneming van sommige percelen, gelegen op het grondgebied van de |
stad Leuven en de gemeente Holsbeek van algemeen nut wordt verklaard | stad Leuven en de gemeente Holsbeek van algemeen nut wordt verklaard |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 23 juli 1926 houdende oprichting van de Nationale | Gelet op de wet van 23 juli 1926 houdende oprichting van de Nationale |
Maatschappij der Belgische Spoorwegen, inzonderheid op artikel 1bis , | Maatschappij der Belgische Spoorwegen, inzonderheid op artikel 1bis , |
vervangen door de wet van 21 maart 1991; | vervangen door de wet van 21 maart 1991; |
Gelet op de wet van 26 juli 1962 gewijzigd bij de wet van 7 juli 1978 | Gelet op de wet van 26 juli 1962 gewijzigd bij de wet van 7 juli 1978 |
betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor | betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor |
de bouw van de autosnelwegen, inzonderheid op artikel 5; | de bouw van de autosnelwegen, inzonderheid op artikel 5; |
Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van | Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van |
sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 10, § | sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 10, § |
2, 2°; | 2, 2°; |
Gelet op het meerjarig investeringsplan 2001-2012 van de NMBS gehecht | Gelet op het meerjarig investeringsplan 2001-2012 van de NMBS gehecht |
aan de wet van 22 maart 2002 houdende instemming met het | aan de wet van 22 maart 2002 houdende instemming met het |
samenwerkingsakkoord van 11 oktober 2001 tussen de Federale Staat, het | samenwerkingsakkoord van 11 oktober 2001 tussen de Federale Staat, het |
Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
Overwegende dat de aanleg van een verbindingsbocht tussen de spoorlijn | Overwegende dat de aanleg van een verbindingsbocht tussen de spoorlijn |
35 en de spoorlijn 36 ten noordoosten van Leuven nodig is teneinde een | 35 en de spoorlijn 36 ten noordoosten van Leuven nodig is teneinde een |
rechtstreekse spoorverbinding te bekomen tussen Brussel en Hasselt; | rechtstreekse spoorverbinding te bekomen tussen Brussel en Hasselt; |
Overwegende dat een rechtstreekse spoorverbinding een gunstig gevolg | Overwegende dat een rechtstreekse spoorverbinding een gunstig gevolg |
heeft voor de reistijd tussen de stations op de lijn 35 en Brussel; | heeft voor de reistijd tussen de stations op de lijn 35 en Brussel; |
Overwegende dat een snelle IC-verbinding over de verbindingsbocht te | Overwegende dat een snelle IC-verbinding over de verbindingsbocht te |
Leuven de bediening van de Luchthaven Brussel-Nationaal ten goede | Leuven de bediening van de Luchthaven Brussel-Nationaal ten goede |
komt; | komt; |
Overwegende dat de inbezitneming van de op de plannen nrs. L35/2-104.8 | Overwegende dat de inbezitneming van de op de plannen nrs. L35/2-104.8 |
en L35/2-105.8 aangeduide percelen, gelegen op het grondgebied van de | en L35/2-105.8 aangeduide percelen, gelegen op het grondgebied van de |
stad Leuven (Wilsele en Kessel-Lo) en de gemeente Holsbeek nodig is | stad Leuven (Wilsele en Kessel-Lo) en de gemeente Holsbeek nodig is |
voor de aanleg van bewuste verbindingsbocht; | voor de aanleg van bewuste verbindingsbocht; |
Overwegende dat het technisch aangewezen is deze verbindingsbocht te | Overwegende dat het technisch aangewezen is deze verbindingsbocht te |
realiseren tegelijkertijd met de werken op de spoorlijn 36 waar voor | realiseren tegelijkertijd met de werken op de spoorlijn 36 waar voor |
het ogenblik de verbinding tussen Brussel en Leuven op vier sporen | het ogenblik de verbinding tussen Brussel en Leuven op vier sporen |
wordt gebracht; | wordt gebracht; |
Overwegende dat wegens de vooropstaande duurtijd van de vereiste | Overwegende dat wegens de vooropstaande duurtijd van de vereiste |
werkzaamheden derhalve de onmiddellijke inbezitneming van de bedoelde | werkzaamheden derhalve de onmiddellijke inbezitneming van de bedoelde |
percelen ten algemene nutte onontbeerlijk is; | percelen ten algemene nutte onontbeerlijk is; |
Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer, | Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Het algemeen nut vordert voor de aanleg van een |
Artikel 1.Het algemeen nut vordert voor de aanleg van een |
verbindingsbocht tussen de spoorlijn 35 en de spoorlijn 36, de | verbindingsbocht tussen de spoorlijn 35 en de spoorlijn 36, de |
onmiddellijke inbezitneming van de percelen gelegen op het grondgebied | onmiddellijke inbezitneming van de percelen gelegen op het grondgebied |
van de stad Leuven en de gemeente Holsbeek en opgenomen in de plannen | van de stad Leuven en de gemeente Holsbeek en opgenomen in de plannen |
nrs. L35/2-104.8 en L35/2-105.8, gevoegd bij dit besluit. | nrs. L35/2-104.8 en L35/2-105.8, gevoegd bij dit besluit. |
Art. 2.Bij gebrek aan afstand in der minne, worden de voor de werken |
Art. 2.Bij gebrek aan afstand in der minne, worden de voor de werken |
benodigde en op voormelde plannen aangewezen percelen ingenomen en | benodigde en op voormelde plannen aangewezen percelen ingenomen en |
bezet overeenkomstig de wet van 26 juli 1962 betreffende de | bezet overeenkomstig de wet van 26 juli 1962 betreffende de |
onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de | onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de |
autosnelwegen, inzonderheid artikel 5. | autosnelwegen, inzonderheid artikel 5. |
Art. 3.Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer is belast met de |
Art. 3.Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel 15 juli 2002. | Gegeven te Brussel 15 juli 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Mobiliteit en Vervoer, | De Minister van Mobiliteit en Vervoer, |
Mevr. I. DURANT | Mevr. I. DURANT |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |