Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 14/11/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VOEDSELKETEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VOEDSELKETEN EN
LEEFMILIEU LEEFMILIEU
14 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het 14 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen,
inzonderheid op de artikelen 9, § 1, eerste lid, 1°, gewijzigd door de inzonderheid op de artikelen 9, § 1, eerste lid, 1°, gewijzigd door de
wet van 15 mei 1984, door het koninklijk besluit nr. 416 van 16 juli wet van 15 mei 1984, door het koninklijk besluit nr. 416 van 16 juli
1986 en door het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en 30bis, 1986 en door het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en 30bis,
ingevoegd door de wet van 12 juli 1972 en gewijzigd door de ingevoegd door de wet van 12 juli 1972 en gewijzigd door de
koninklijke besluiten nr. 1 van 26 maart 1981, nr. 34 van 30 maart koninklijke besluiten nr. 1 van 26 maart 1981, nr. 34 van 30 maart
1982, nr. 416 van 16 juli 1986 en van 30 januari 1997, en door de 1982, nr. 416 van 16 juli 1986 en van 30 januari 1997, en door de
wetten van 26 juni 1992 en 7 april 1995; wetten van 26 juni 1992 en 7 april 1995;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen
reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der
zelfstandigen, inzonderheid op artikel 107, vervangen bij het zelfstandigen, inzonderheid op artikel 107, vervangen bij het
koninklijk besluit van 30 oktober 1992; koninklijk besluit van 30 oktober 1992;
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal
statuut der zelfstandigen, gegeven op 21 maart 2002; statuut der zelfstandigen, gegeven op 21 maart 2002;
Gelet op het advies nr. 1408 van de Nationale Arbeidsraad van 12 juni Gelet op het advies nr. 1408 van de Nationale Arbeidsraad van 12 juni
2002; 2002;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 17 juni Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 17 juni
2002; 2002;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27
juni 2002; juni 2002;
Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad
van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;
Gelet op advies 33.878/1 van de Raad van State, gegeven op 3 oktober Gelet op advies 33.878/1 van de Raad van State, gegeven op 3 oktober
2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en
van Onze Minister belast met Middenstand en op het advies van Onze in van Onze Minister belast met Middenstand en op het advies van Onze in
Raad vergaderde Ministers, Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 107 van het koninklijk besluit van 22 december 1967

Artikel 1.Artikel 107 van het koninklijk besluit van 22 december 1967

houdende algemeen reglement betreffende het rust- en houdende algemeen reglement betreffende het rust- en
overlevingspensioen der zelfstandigen, vervangen door het koninklijk overlevingspensioen der zelfstandigen, vervangen door het koninklijk
besluit van 30 oktober 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling besluit van 30 oktober 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling
: :
« Artikel 107, § 1. Voor de toepassing van de artikelen 9, § 1, eerste « Artikel 107, § 1. Voor de toepassing van de artikelen 9, § 1, eerste
lid, 1°, en 30bis van het koninklijk besluit nr. 72, dient onder lid, 1°, en 30bis van het koninklijk besluit nr. 72, dient onder
beroepsbezigheid te worden verstaan iedere bezigheid die, naar gelang beroepsbezigheid te worden verstaan iedere bezigheid die, naar gelang
van het geval, een in artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° of in artikel 228, van het geval, een in artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° of in artikel 228,
§ 2, 3° of 4° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, § 2, 3° of 4° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen,
gecoördineerd door het koninklijk besluit van 10 april 1992 en gecoördineerd door het koninklijk besluit van 10 april 1992 en
bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 beoogd inkomen kan opleveren, bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 beoogd inkomen kan opleveren,
zelfs indien ze door een tussenpersoon wordt uitgeoefend, en iedere zelfs indien ze door een tussenpersoon wordt uitgeoefend, en iedere
gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst
van een internationale of supranationale organisatie. van een internationale of supranationale organisatie.
§ 2. A. De pensioengerechtigde die, naar gelang van het geval, één van § 2. A. De pensioengerechtigde die, naar gelang van het geval, één van
de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari
1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits
voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde
voorwaarden : voorwaarden :
1° een beroepsbezigheid uitoefenen die onder toepassing valt van de 1° een beroepsbezigheid uitoefenen die onder toepassing valt van de
wetgeving op de arbeidsovereenkomsten, of van een soortgelijk wetgeving op de arbeidsovereenkomsten, of van een soortgelijk
wettelijk of reglementair statuut, voor zover het bruto beroepsinkomen wettelijk of reglementair statuut, voor zover het bruto beroepsinkomen
per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt; per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt;
2° een beroepsbezigheid als zelfstandige of als helper uitoefenen die 2° een beroepsbezigheid als zelfstandige of als helper uitoefenen die
de onderwerping aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 de onderwerping aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967
houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen tot houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen tot
gevolg heeft, of die wordt uitgeoefend in de hoedanigheid van gevolg heeft, of die wordt uitgeoefend in de hoedanigheid van
echtgenoot-helper of van echtgenote-helpster, voor zover het echtgenoot-helper of van echtgenote-helpster, voor zover het
beroepsinkomen uit deze bezigheid per kalenderjaar 8.676,27 euro niet beroepsinkomen uit deze bezigheid per kalenderjaar 8.676,27 euro niet
overschrijdt. overschrijdt.
Onder beroepsinkomen van de in het voorgaande lid beoogde activiteiten Onder beroepsinkomen van de in het voorgaande lid beoogde activiteiten
dient te worden verstaan het bruto beroepsinkomen, verminderd met de dient te worden verstaan het bruto beroepsinkomen, verminderd met de
beroepsuitgaven of -lasten en, desgevallend, met het beroepsverlies, beroepsuitgaven of -lasten en, desgevallend, met het beroepsverlies,
dat weerhouden werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de dat weerhouden werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de
vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar. Indien de vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar. Indien de
bezigheid als helper door de echtgenoot of door de echtgenote wordt bezigheid als helper door de echtgenoot of door de echtgenote wordt
uitgeoefend, dient het deel van het inkomen van de echtgenoot-uitbater uitgeoefend, dient het deel van het inkomen van de echtgenoot-uitbater
in aanmerking genomen te worden dat aan de helper toegekend wordt in aanmerking genomen te worden dat aan de helper toegekend wordt
overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Het gedeelte overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Het gedeelte
van de beroepsinkomsten dat overeenkomstig artikel 87 van het Wetboek van de beroepsinkomsten dat overeenkomstig artikel 87 van het Wetboek
van de inkomstenbelastingen gecoördineerd door het koninklijk besluit van de inkomstenbelastingen gecoördineerd door het koninklijk besluit
van 10 april 1992 en bekrachtigd bij de wet van 12 juni 1992 aan de van 10 april 1992 en bekrachtigd bij de wet van 12 juni 1992 aan de
echtgenoot wordt toegekend, wordt bij de inkomsten van de exploitant echtgenoot wordt toegekend, wordt bij de inkomsten van de exploitant
gevoegd. gevoegd.
In het onder het voorgaande lid beoogde beroepsinkomen worden evenwel In het onder het voorgaande lid beoogde beroepsinkomen worden evenwel
niet begrepen het bedrag van de bijdragen betaald in toepassing van niet begrepen het bedrag van de bijdragen betaald in toepassing van
het koninklijk besluit nr. 38 of van de koninklijk besluiten houdende het koninklijk besluit nr. 38 of van de koninklijk besluiten houdende
maatregelen betreffende de inkomensmatiging opgelegd aan de maatregelen betreffende de inkomensmatiging opgelegd aan de
zelfstandigen krachtens de wetten van 6 juli 1983 en 27 maart 1986 tot zelfstandigen krachtens de wetten van 6 juli 1983 en 27 maart 1986 tot
toekenning van bijzondere machten aan de Koning, vóór de effectieve toekenning van bijzondere machten aan de Koning, vóór de effectieve
ingangsdatum van het pensioen en terugbetaald aan de gerechtigde na ingangsdatum van het pensioen en terugbetaald aan de gerechtigde na
voornoemde datum, noch het bedrag van de verwijlintresten toegekend voornoemde datum, noch het bedrag van de verwijlintresten toegekend
aan de gerechtigde. aan de gerechtigde.
Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper in het buitenland Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper in het buitenland
wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het belastbaar wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het belastbaar
beroepsinkomen uit deze bezigheid. beroepsinkomen uit deze bezigheid.
Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper, omwille van de Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper, omwille van de
aard ervan of van bijzondere omstandigheden, gedurende één of meerdere aard ervan of van bijzondere omstandigheden, gedurende één of meerdere
periodes van een bepaald jaar wordt onderbroken, wordt ze periodes van een bepaald jaar wordt onderbroken, wordt ze
verondersteld gedurende het beoogde jaar zonder onderbreking te zijn verondersteld gedurende het beoogde jaar zonder onderbreking te zijn
uitgeoefend. uitgeoefend.
Het beroepsinkomen van een kalenderjaar wordt steeds geacht eenvormig Het beroepsinkomen van een kalenderjaar wordt steeds geacht eenvormig
verdeeld te zijn over de maanden van werkelijke of vermoede bezigheid verdeeld te zijn over de maanden van werkelijke of vermoede bezigheid
tijdens het betrokken jaar; tijdens het betrokken jaar;
3° iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post uitoefenen, voor 3° iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post uitoefenen, voor
zover het bruto-inkomen dat eruit voortvloeit, ongeacht de benaming zover het bruto-inkomen dat eruit voortvloeit, ongeacht de benaming
ervan, per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt. ervan, per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt.
B. In afwijking van deze paragraaf, A, mag de pensioengerechtigde die, B. In afwijking van deze paragraaf, A, mag de pensioengerechtigde die,
naar gelang van het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het naar gelang van het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het
koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde
leeftijden, nog niet heeft bereikt, mits voorafgaande verklaring en leeftijden, nog niet heeft bereikt, mits voorafgaande verklaring en
onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een beroepsbezigheid onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een beroepsbezigheid
uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per kalenderjaar niet meer uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per kalenderjaar niet meer
bedraagt dan : bedraagt dan :
1° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; 1° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°;
2° 5.937,26 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; 2° 5.937,26 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°;
3° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. 3° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°.
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de
pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand
die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de
ingangsdatum van het rustpensioen of van het pensioen van uit de echt ingangsdatum van het rustpensioen of van het pensioen van uit de echt
gescheiden echtgenoot. gescheiden echtgenoot.
C. In afwijking van deze paragraaf, A en B, mag de betrokkene die C. In afwijking van deze paragraaf, A en B, mag de betrokkene die
uitsluitend gerechtigd is op één of meer overlevingspensioenen en die uitsluitend gerechtigd is op één of meer overlevingspensioenen en die
de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, mits voorafgaande de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, mits voorafgaande
verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een
beroepsbezigheid uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per beroepsbezigheid uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per
kalenderjaar niet meer bedraagt dan : kalenderjaar niet meer bedraagt dan :
1° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; 1° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°;
2° 11.874,50 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; 2° 11.874,50 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°;
3° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. 3° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°.
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de
pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand
die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de
ingangsdatum van het overlevingspensioen. ingangsdatum van het overlevingspensioen.
D. In afwijking van deze paragraaf, A, B, en C, mag het beroepsinkomen D. In afwijking van deze paragraaf, A, B, en C, mag het beroepsinkomen
tijdens het jaar waarin de gerechtigde één van de in de artikelen 3 en tijdens het jaar waarin de gerechtigde één van de in de artikelen 3 en
16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92
bedoelde leeftijden bereikt of, voor de pensioengerechtigden bedoeld bedoelde leeftijden bereikt of, voor de pensioengerechtigden bedoeld
in paragraaf C, de leeftijd van 65 jaar bereikt per kalenderjaar niet in paragraaf C, de leeftijd van 65 jaar bereikt per kalenderjaar niet
hoger zijn dan de som van, naar gelang van het geval, een pro rata van hoger zijn dan de som van, naar gelang van het geval, een pro rata van
de in deze paragraaf, B of C bedoelde bedragen en een pro rata van de de in deze paragraaf, B of C bedoelde bedragen en een pro rata van de
in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen. in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen.
Het pro rata van de in deze paragraaf, B en C bedoelde bedragen, naar Het pro rata van de in deze paragraaf, B en C bedoelde bedragen, naar
gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt
uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de
teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen 31 december van teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen 31 december van
het voorafgaand kalenderjaar of de laatste dag van de maand het voorafgaand kalenderjaar of de laatste dag van de maand
voorafgaand aan deze waarin de beroepsbezigheid een aanvang nam, naar voorafgaand aan deze waarin de beroepsbezigheid een aanvang nam, naar
gelang van het geval, en de eerste van de maand die volgt op de gelang van het geval, en de eerste van de maand die volgt op de
geboortemaand van de gerechtigde. geboortemaand van de gerechtigde.
Het pro rata van de in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen, naar Het pro rata van de in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen, naar
gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt
uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de
teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen de laatste dag van teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen de laatste dag van
de geboortemaand en, naar gelang van het geval, 1 januari van het de geboortemaand en, naar gelang van het geval, 1 januari van het
daarop volgend kalenderjaar of de eerste dag van de maand die volgt op daarop volgend kalenderjaar of de eerste dag van de maand die volgt op
de maand van de stopzetting van de beroepsbezigheid. de maand van de stopzetting van de beroepsbezigheid.
E. De pensioengerechtigde mag mits voorafgaande verklaring een E. De pensioengerechtigde mag mits voorafgaande verklaring een
beroepsbezigheid uitoefenen die bestaat in het scheppen van beroepsbezigheid uitoefenen die bestaat in het scheppen van
wetenschappelijke werken of het tot stand brengen van een artistieke wetenschappelijke werken of het tot stand brengen van een artistieke
schepping en die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt, voorzover hij schepping en die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt, voorzover hij
geen handelaar is in de zin van het Wetboek van Koophandel. geen handelaar is in de zin van het Wetboek van Koophandel.
§ 3. A. De gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van § 3. A. De gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van
verscheidene hierboven beoogde beroepsbezigheden is toegelaten voor verscheidene hierboven beoogde beroepsbezigheden is toegelaten voor
zover het totaal van het inkomen beoogd in § 2, A, 2°, en van 80 pct. zover het totaal van het inkomen beoogd in § 2, A, 2°, en van 80 pct.
van het inkomen beoogd in de § 2, A, 1° en 3°, respectievelijk niet van het inkomen beoogd in de § 2, A, 1° en 3°, respectievelijk niet
meer bedraagt dan 8.676,27 euro, 5.937,26 euro of 11.874,50 euro naar meer bedraagt dan 8.676,27 euro, 5.937,26 euro of 11.874,50 euro naar
gelang het gaat om een pensioengerechtigde beoogd in § 2, A, beoogd in gelang het gaat om een pensioengerechtigde beoogd in § 2, A, beoogd in
§ 2, B, of beoogd in § 2, C. § 2, B, of beoogd in § 2, C.
Voor de in § 2, D, beoogde pensioen- gerechtigden mag het inkomen, Voor de in § 2, D, beoogde pensioen- gerechtigden mag het inkomen,
naar gelang van het geval, niet hoger zijn dan de som van 5.937,26 naar gelang van het geval, niet hoger zijn dan de som van 5.937,26
euro of 11.874,50 euro, vermenigvuldigd met het in § 2, D, tweede lid euro of 11.874,50 euro, vermenigvuldigd met het in § 2, D, tweede lid
bedoelde pro rata, en van 8.676,27 euro, vermenigvuldigd met het in § bedoelde pro rata, en van 8.676,27 euro, vermenigvuldigd met het in §
2, D, derde lid bedoelde pro rata. 2, D, derde lid bedoelde pro rata.
B. De in § 2 beoogde bedragen worden met 3.710,80 euro verhoogd B. De in § 2 beoogde bedragen worden met 3.710,80 euro verhoogd
wanneer de gerechtigde, die een in de § 2, A, 1° of 3° beoogde wanneer de gerechtigde, die een in de § 2, A, 1° of 3° beoogde
bezigheid uitoefent, de hoofdzakelijke last heeft van ten minste één bezigheid uitoefent, de hoofdzakelijke last heeft van ten minste één
kind in de voorwaarden die, overeenkomstig artikel 8, vereist zijn kind in de voorwaarden die, overeenkomstig artikel 8, vereist zijn
voor de langstlevende echtgenoten die uit dien hoofde de toekenning voor de langstlevende echtgenoten die uit dien hoofde de toekenning
van een overlevingspensioen aanvragen alvorens de leeftijd van 45 jaar van een overlevingspensioen aanvragen alvorens de leeftijd van 45 jaar
te hebben bereikt. te hebben bereikt.
Wanneer die gerechtigde een in § 2, A, 2° of een in deze paragraaf, A, Wanneer die gerechtigde een in § 2, A, 2° of een in deze paragraaf, A,
beoogde bezigheid uitoefent, worden de in § 2, A, 2°, § 2, B, eerste beoogde bezigheid uitoefent, worden de in § 2, A, 2°, § 2, B, eerste
lid, 2°, en de in deze paragraaf, A, beoogde bedragen verhoogd met lid, 2°, en de in deze paragraaf, A, beoogde bedragen verhoogd met
2.968,63 euro. 2.968,63 euro.
Voor de toepassing van het vorige lid moet op 1 januari van het Voor de toepassing van het vorige lid moet op 1 januari van het
beschouwde jaar aan de vermelde voorwaarde worden voldaan. beschouwde jaar aan de vermelde voorwaarde worden voldaan.
C. Wanneer het pensioen niet voor een volledig kalenderjaar is C. Wanneer het pensioen niet voor een volledig kalenderjaar is
toegekend, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde bedragen toegekend, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde bedragen
vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller
gelijk is aan het aantal maanden die door het recht op het pensioen gelijk is aan het aantal maanden die door het recht op het pensioen
zijn gedekt. zijn gedekt.
Wanneer de beroepsbezigheid in de loop van een kalenderjaar aanvangt Wanneer de beroepsbezigheid in de loop van een kalenderjaar aanvangt
of wordt stopgezet, of in de loop van een kalenderjaar aanvangt en of wordt stopgezet, of in de loop van een kalenderjaar aanvangt en
wordt stopgezet, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde wordt stopgezet, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde
bedragen vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de bedragen vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de
teller gelijk is aan het aantal maanden van beroepsbezigheid die door teller gelijk is aan het aantal maanden van beroepsbezigheid die door
het recht op het pensioen zijn gedekt. het recht op het pensioen zijn gedekt.
D. De echtgenoot van de in § 2, A, B en D, beoogde gerechtigde die een D. De echtgenoot van de in § 2, A, B en D, beoogde gerechtigde die een
rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit
dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden
vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van
datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de
artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997
bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, onverminderd de toepassing van bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, onverminderd de toepassing van
het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als de gerechtigde het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als de gerechtigde
zelf, een in § 2, A, 1°, 2° of 3° of een in deze paragraaf beoogde zelf, een in § 2, A, 1°, 2° of 3° of een in deze paragraaf beoogde
beroepsbezigheid uitoefenen. beroepsbezigheid uitoefenen.
De echtgenoot van de in § 2, A, B en D beoogde gerechtigde die een De echtgenoot van de in § 2, A, B en D beoogde gerechtigde die een
rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit
dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden
vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van
datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de
artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997
bedoelde leeftijden nog niet heeft bereikt, mag, onverminderd de bedoelde leeftijden nog niet heeft bereikt, mag, onverminderd de
toepassing van het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als toepassing van het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als
de gerechtigde zelf, een in § 2, B, 1°, 2° of 3° of een in deze de gerechtigde zelf, een in § 2, B, 1°, 2° of 3° of een in deze
paragraaf beoogde beroepsbezigheid uitoefenen. paragraaf beoogde beroepsbezigheid uitoefenen.
§ 4. Indien het beroepsinkomen, naar gelang van het geval, de in §§ 2 § 4. Indien het beroepsinkomen, naar gelang van het geval, de in §§ 2
en 3 vastgestelde bedragen overschrijdt : en 3 vastgestelde bedragen overschrijdt :
1° wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar 1° wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar
volledig geschorst indien die bedragen met ten minste 15 pct. worden volledig geschorst indien die bedragen met ten minste 15 pct. worden
overschreden; overschreden;
2° wordt de betaling van het pensioen, indien die bedragen met minder 2° wordt de betaling van het pensioen, indien die bedragen met minder
dan 15 pct. worden overschreden, voor het betrokken kalenderjaar dan 15 pct. worden overschreden, voor het betrokken kalenderjaar
geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat
gelijk is aan het percentage waarmee de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen gelijk is aan het percentage waarmee de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen
worden overschreden. worden overschreden.
Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de
overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste. overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste.
Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag
van de pensioenvermindering tot de naast hogere eenheid afgerond van de pensioenvermindering tot de naast hogere eenheid afgerond
wanneer de eerste decimaal ten minste vijf is; in het wanneer de eerste decimaal ten minste vijf is; in het
tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd. tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd.
Wanneer het rustpensioen van de gerechtigde vastgesteld werd rekening Wanneer het rustpensioen van de gerechtigde vastgesteld werd rekening
houdend met het feit dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan houdend met het feit dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan
de voorwaarden vastgesteld door artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk de voorwaarden vastgesteld door artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid, van besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid, van
datzelfde besluit, wordt dit pensioen herberekend wanneer de datzelfde besluit, wordt dit pensioen herberekend wanneer de
echtgenoot een beroepsbezigheid uitoefent waarvan het inkomen, naar echtgenoot een beroepsbezigheid uitoefent waarvan het inkomen, naar
gelang van het geval, de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen overschrijdt. gelang van het geval, de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen overschrijdt.
§ 5. Op initiatief van de Minister die de pensioenen onder zijn § 5. Op initiatief van de Minister die de pensioenen onder zijn
bevoegdheid heeft, kunnen, bij een in Ministerraad overlegd besluit en bevoegdheid heeft, kunnen, bij een in Ministerraad overlegd besluit en
na advies van de Nationale Arbeidsraad, de in dit artikel beoogde na advies van de Nationale Arbeidsraad, de in dit artikel beoogde
jaarbedragen worden aangepast. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt jaarbedragen worden aangepast. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt
in het Belgisch Staatsblad . » in het Belgisch Staatsblad . »

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Onze Minister

Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Onze Minister

belast met Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de belast met Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 14 november 2002. Gegeven te Brussel, 14 november 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
De Minister belast met Middenstand, De Minister belast met Middenstand,
R. DAEMS R. DAEMS
^