← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VOEDSELKETEN EN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VOEDSELKETEN EN |
LEEFMILIEU | LEEFMILIEU |
14 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 14 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement | koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement |
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen | betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 | Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 |
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, | betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, |
inzonderheid op de artikelen 9, § 1, eerste lid, 1°, gewijzigd door de | inzonderheid op de artikelen 9, § 1, eerste lid, 1°, gewijzigd door de |
wet van 15 mei 1984, door het koninklijk besluit nr. 416 van 16 juli | wet van 15 mei 1984, door het koninklijk besluit nr. 416 van 16 juli |
1986 en door het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en 30bis, | 1986 en door het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en 30bis, |
ingevoegd door de wet van 12 juli 1972 en gewijzigd door de | ingevoegd door de wet van 12 juli 1972 en gewijzigd door de |
koninklijke besluiten nr. 1 van 26 maart 1981, nr. 34 van 30 maart | koninklijke besluiten nr. 1 van 26 maart 1981, nr. 34 van 30 maart |
1982, nr. 416 van 16 juli 1986 en van 30 januari 1997, en door de | 1982, nr. 416 van 16 juli 1986 en van 30 januari 1997, en door de |
wetten van 26 juni 1992 en 7 april 1995; | wetten van 26 juni 1992 en 7 april 1995; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen | Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen |
reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der | reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der |
zelfstandigen, inzonderheid op artikel 107, vervangen bij het | zelfstandigen, inzonderheid op artikel 107, vervangen bij het |
koninklijk besluit van 30 oktober 1992; | koninklijk besluit van 30 oktober 1992; |
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal | Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité van het sociaal |
statuut der zelfstandigen, gegeven op 21 maart 2002; | statuut der zelfstandigen, gegeven op 21 maart 2002; |
Gelet op het advies nr. 1408 van de Nationale Arbeidsraad van 12 juni | Gelet op het advies nr. 1408 van de Nationale Arbeidsraad van 12 juni |
2002; | 2002; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 17 juni | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 17 juni |
2002; | 2002; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 |
juni 2002; | juni 2002; |
Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad | Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad |
van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; | van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; |
Gelet op advies 33.878/1 van de Raad van State, gegeven op 3 oktober | Gelet op advies 33.878/1 van de Raad van State, gegeven op 3 oktober |
2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de | 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en | Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en |
van Onze Minister belast met Middenstand en op het advies van Onze in | van Onze Minister belast met Middenstand en op het advies van Onze in |
Raad vergaderde Ministers, | Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 107 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 |
Artikel 1.Artikel 107 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 |
houdende algemeen reglement betreffende het rust- en | houdende algemeen reglement betreffende het rust- en |
overlevingspensioen der zelfstandigen, vervangen door het koninklijk | overlevingspensioen der zelfstandigen, vervangen door het koninklijk |
besluit van 30 oktober 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling | besluit van 30 oktober 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling |
: | : |
« Artikel 107, § 1. Voor de toepassing van de artikelen 9, § 1, eerste | « Artikel 107, § 1. Voor de toepassing van de artikelen 9, § 1, eerste |
lid, 1°, en 30bis van het koninklijk besluit nr. 72, dient onder | lid, 1°, en 30bis van het koninklijk besluit nr. 72, dient onder |
beroepsbezigheid te worden verstaan iedere bezigheid die, naar gelang | beroepsbezigheid te worden verstaan iedere bezigheid die, naar gelang |
van het geval, een in artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° of in artikel 228, | van het geval, een in artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° of in artikel 228, |
§ 2, 3° of 4° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, | § 2, 3° of 4° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, |
gecoördineerd door het koninklijk besluit van 10 april 1992 en | gecoördineerd door het koninklijk besluit van 10 april 1992 en |
bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 beoogd inkomen kan opleveren, | bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 beoogd inkomen kan opleveren, |
zelfs indien ze door een tussenpersoon wordt uitgeoefend, en iedere | zelfs indien ze door een tussenpersoon wordt uitgeoefend, en iedere |
gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst | gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst |
van een internationale of supranationale organisatie. | van een internationale of supranationale organisatie. |
§ 2. A. De pensioengerechtigde die, naar gelang van het geval, één van | § 2. A. De pensioengerechtigde die, naar gelang van het geval, één van |
de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari | de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari |
1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits | 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits |
voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde | voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde |
voorwaarden : | voorwaarden : |
1° een beroepsbezigheid uitoefenen die onder toepassing valt van de | 1° een beroepsbezigheid uitoefenen die onder toepassing valt van de |
wetgeving op de arbeidsovereenkomsten, of van een soortgelijk | wetgeving op de arbeidsovereenkomsten, of van een soortgelijk |
wettelijk of reglementair statuut, voor zover het bruto beroepsinkomen | wettelijk of reglementair statuut, voor zover het bruto beroepsinkomen |
per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt; | per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt; |
2° een beroepsbezigheid als zelfstandige of als helper uitoefenen die | 2° een beroepsbezigheid als zelfstandige of als helper uitoefenen die |
de onderwerping aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 | de onderwerping aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 |
houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen tot | houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen tot |
gevolg heeft, of die wordt uitgeoefend in de hoedanigheid van | gevolg heeft, of die wordt uitgeoefend in de hoedanigheid van |
echtgenoot-helper of van echtgenote-helpster, voor zover het | echtgenoot-helper of van echtgenote-helpster, voor zover het |
beroepsinkomen uit deze bezigheid per kalenderjaar 8.676,27 euro niet | beroepsinkomen uit deze bezigheid per kalenderjaar 8.676,27 euro niet |
overschrijdt. | overschrijdt. |
Onder beroepsinkomen van de in het voorgaande lid beoogde activiteiten | Onder beroepsinkomen van de in het voorgaande lid beoogde activiteiten |
dient te worden verstaan het bruto beroepsinkomen, verminderd met de | dient te worden verstaan het bruto beroepsinkomen, verminderd met de |
beroepsuitgaven of -lasten en, desgevallend, met het beroepsverlies, | beroepsuitgaven of -lasten en, desgevallend, met het beroepsverlies, |
dat weerhouden werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de | dat weerhouden werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de |
vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar. Indien de | vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar. Indien de |
bezigheid als helper door de echtgenoot of door de echtgenote wordt | bezigheid als helper door de echtgenoot of door de echtgenote wordt |
uitgeoefend, dient het deel van het inkomen van de echtgenoot-uitbater | uitgeoefend, dient het deel van het inkomen van de echtgenoot-uitbater |
in aanmerking genomen te worden dat aan de helper toegekend wordt | in aanmerking genomen te worden dat aan de helper toegekend wordt |
overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Het gedeelte | overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Het gedeelte |
van de beroepsinkomsten dat overeenkomstig artikel 87 van het Wetboek | van de beroepsinkomsten dat overeenkomstig artikel 87 van het Wetboek |
van de inkomstenbelastingen gecoördineerd door het koninklijk besluit | van de inkomstenbelastingen gecoördineerd door het koninklijk besluit |
van 10 april 1992 en bekrachtigd bij de wet van 12 juni 1992 aan de | van 10 april 1992 en bekrachtigd bij de wet van 12 juni 1992 aan de |
echtgenoot wordt toegekend, wordt bij de inkomsten van de exploitant | echtgenoot wordt toegekend, wordt bij de inkomsten van de exploitant |
gevoegd. | gevoegd. |
In het onder het voorgaande lid beoogde beroepsinkomen worden evenwel | In het onder het voorgaande lid beoogde beroepsinkomen worden evenwel |
niet begrepen het bedrag van de bijdragen betaald in toepassing van | niet begrepen het bedrag van de bijdragen betaald in toepassing van |
het koninklijk besluit nr. 38 of van de koninklijk besluiten houdende | het koninklijk besluit nr. 38 of van de koninklijk besluiten houdende |
maatregelen betreffende de inkomensmatiging opgelegd aan de | maatregelen betreffende de inkomensmatiging opgelegd aan de |
zelfstandigen krachtens de wetten van 6 juli 1983 en 27 maart 1986 tot | zelfstandigen krachtens de wetten van 6 juli 1983 en 27 maart 1986 tot |
toekenning van bijzondere machten aan de Koning, vóór de effectieve | toekenning van bijzondere machten aan de Koning, vóór de effectieve |
ingangsdatum van het pensioen en terugbetaald aan de gerechtigde na | ingangsdatum van het pensioen en terugbetaald aan de gerechtigde na |
voornoemde datum, noch het bedrag van de verwijlintresten toegekend | voornoemde datum, noch het bedrag van de verwijlintresten toegekend |
aan de gerechtigde. | aan de gerechtigde. |
Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper in het buitenland | Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper in het buitenland |
wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het belastbaar | wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het belastbaar |
beroepsinkomen uit deze bezigheid. | beroepsinkomen uit deze bezigheid. |
Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper, omwille van de | Indien de bezigheid als zelfstandige of als helper, omwille van de |
aard ervan of van bijzondere omstandigheden, gedurende één of meerdere | aard ervan of van bijzondere omstandigheden, gedurende één of meerdere |
periodes van een bepaald jaar wordt onderbroken, wordt ze | periodes van een bepaald jaar wordt onderbroken, wordt ze |
verondersteld gedurende het beoogde jaar zonder onderbreking te zijn | verondersteld gedurende het beoogde jaar zonder onderbreking te zijn |
uitgeoefend. | uitgeoefend. |
Het beroepsinkomen van een kalenderjaar wordt steeds geacht eenvormig | Het beroepsinkomen van een kalenderjaar wordt steeds geacht eenvormig |
verdeeld te zijn over de maanden van werkelijke of vermoede bezigheid | verdeeld te zijn over de maanden van werkelijke of vermoede bezigheid |
tijdens het betrokken jaar; | tijdens het betrokken jaar; |
3° iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post uitoefenen, voor | 3° iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post uitoefenen, voor |
zover het bruto-inkomen dat eruit voortvloeit, ongeacht de benaming | zover het bruto-inkomen dat eruit voortvloeit, ongeacht de benaming |
ervan, per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt. | ervan, per kalenderjaar 10.845,34 euro niet overschrijdt. |
B. In afwijking van deze paragraaf, A, mag de pensioengerechtigde die, | B. In afwijking van deze paragraaf, A, mag de pensioengerechtigde die, |
naar gelang van het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het | naar gelang van het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het |
koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde | koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde |
leeftijden, nog niet heeft bereikt, mits voorafgaande verklaring en | leeftijden, nog niet heeft bereikt, mits voorafgaande verklaring en |
onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een beroepsbezigheid | onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een beroepsbezigheid |
uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per kalenderjaar niet meer | uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per kalenderjaar niet meer |
bedraagt dan : | bedraagt dan : |
1° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; | 1° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; |
2° 5.937,26 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; | 2° 5.937,26 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; |
3° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. | 3° 7.421,57 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. |
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de | Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de |
pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand | pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand |
die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de | die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de |
ingangsdatum van het rustpensioen of van het pensioen van uit de echt | ingangsdatum van het rustpensioen of van het pensioen van uit de echt |
gescheiden echtgenoot. | gescheiden echtgenoot. |
C. In afwijking van deze paragraaf, A en B, mag de betrokkene die | C. In afwijking van deze paragraaf, A en B, mag de betrokkene die |
uitsluitend gerechtigd is op één of meer overlevingspensioenen en die | uitsluitend gerechtigd is op één of meer overlevingspensioenen en die |
de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, mits voorafgaande | de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt, mits voorafgaande |
verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een | verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een |
beroepsbezigheid uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per | beroepsbezigheid uitoefenen voorzover het beroepsinkomen per |
kalenderjaar niet meer bedraagt dan : | kalenderjaar niet meer bedraagt dan : |
1° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; | 1° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 1°; |
2° 11.874,50 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; | 2° 11.874,50 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 2°; |
3° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. | 3° 14.843,13 euro voor een bezigheid beoogd in deze paragraaf, A, 3°. |
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de | Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de leeftijd en de |
pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand | pensioenrechten van de gerechtigde in aanmerking genomen in de maand |
die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de | die volgt op zijn geboortemaand of, in voorkomend geval, op de |
ingangsdatum van het overlevingspensioen. | ingangsdatum van het overlevingspensioen. |
D. In afwijking van deze paragraaf, A, B, en C, mag het beroepsinkomen | D. In afwijking van deze paragraaf, A, B, en C, mag het beroepsinkomen |
tijdens het jaar waarin de gerechtigde één van de in de artikelen 3 en | tijdens het jaar waarin de gerechtigde één van de in de artikelen 3 en |
16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 | 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 |
bedoelde leeftijden bereikt of, voor de pensioengerechtigden bedoeld | bedoelde leeftijden bereikt of, voor de pensioengerechtigden bedoeld |
in paragraaf C, de leeftijd van 65 jaar bereikt per kalenderjaar niet | in paragraaf C, de leeftijd van 65 jaar bereikt per kalenderjaar niet |
hoger zijn dan de som van, naar gelang van het geval, een pro rata van | hoger zijn dan de som van, naar gelang van het geval, een pro rata van |
de in deze paragraaf, B of C bedoelde bedragen en een pro rata van de | de in deze paragraaf, B of C bedoelde bedragen en een pro rata van de |
in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen. | in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen. |
Het pro rata van de in deze paragraaf, B en C bedoelde bedragen, naar | Het pro rata van de in deze paragraaf, B en C bedoelde bedragen, naar |
gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt | gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt |
uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de | uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de |
teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen 31 december van | teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen 31 december van |
het voorafgaand kalenderjaar of de laatste dag van de maand | het voorafgaand kalenderjaar of de laatste dag van de maand |
voorafgaand aan deze waarin de beroepsbezigheid een aanvang nam, naar | voorafgaand aan deze waarin de beroepsbezigheid een aanvang nam, naar |
gelang van het geval, en de eerste van de maand die volgt op de | gelang van het geval, en de eerste van de maand die volgt op de |
geboortemaand van de gerechtigde. | geboortemaand van de gerechtigde. |
Het pro rata van de in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen, naar | Het pro rata van de in deze paragraaf, A, bedoelde bedragen, naar |
gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt | gelang van het geval verhoogd in toepassing van § 3, B, wordt |
uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de | uitgedrukt in een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de |
teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen de laatste dag van | teller gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen de laatste dag van |
de geboortemaand en, naar gelang van het geval, 1 januari van het | de geboortemaand en, naar gelang van het geval, 1 januari van het |
daarop volgend kalenderjaar of de eerste dag van de maand die volgt op | daarop volgend kalenderjaar of de eerste dag van de maand die volgt op |
de maand van de stopzetting van de beroepsbezigheid. | de maand van de stopzetting van de beroepsbezigheid. |
E. De pensioengerechtigde mag mits voorafgaande verklaring een | E. De pensioengerechtigde mag mits voorafgaande verklaring een |
beroepsbezigheid uitoefenen die bestaat in het scheppen van | beroepsbezigheid uitoefenen die bestaat in het scheppen van |
wetenschappelijke werken of het tot stand brengen van een artistieke | wetenschappelijke werken of het tot stand brengen van een artistieke |
schepping en die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt, voorzover hij | schepping en die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt, voorzover hij |
geen handelaar is in de zin van het Wetboek van Koophandel. | geen handelaar is in de zin van het Wetboek van Koophandel. |
§ 3. A. De gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van | § 3. A. De gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van |
verscheidene hierboven beoogde beroepsbezigheden is toegelaten voor | verscheidene hierboven beoogde beroepsbezigheden is toegelaten voor |
zover het totaal van het inkomen beoogd in § 2, A, 2°, en van 80 pct. | zover het totaal van het inkomen beoogd in § 2, A, 2°, en van 80 pct. |
van het inkomen beoogd in de § 2, A, 1° en 3°, respectievelijk niet | van het inkomen beoogd in de § 2, A, 1° en 3°, respectievelijk niet |
meer bedraagt dan 8.676,27 euro, 5.937,26 euro of 11.874,50 euro naar | meer bedraagt dan 8.676,27 euro, 5.937,26 euro of 11.874,50 euro naar |
gelang het gaat om een pensioengerechtigde beoogd in § 2, A, beoogd in | gelang het gaat om een pensioengerechtigde beoogd in § 2, A, beoogd in |
§ 2, B, of beoogd in § 2, C. | § 2, B, of beoogd in § 2, C. |
Voor de in § 2, D, beoogde pensioen- gerechtigden mag het inkomen, | Voor de in § 2, D, beoogde pensioen- gerechtigden mag het inkomen, |
naar gelang van het geval, niet hoger zijn dan de som van 5.937,26 | naar gelang van het geval, niet hoger zijn dan de som van 5.937,26 |
euro of 11.874,50 euro, vermenigvuldigd met het in § 2, D, tweede lid | euro of 11.874,50 euro, vermenigvuldigd met het in § 2, D, tweede lid |
bedoelde pro rata, en van 8.676,27 euro, vermenigvuldigd met het in § | bedoelde pro rata, en van 8.676,27 euro, vermenigvuldigd met het in § |
2, D, derde lid bedoelde pro rata. | 2, D, derde lid bedoelde pro rata. |
B. De in § 2 beoogde bedragen worden met 3.710,80 euro verhoogd | B. De in § 2 beoogde bedragen worden met 3.710,80 euro verhoogd |
wanneer de gerechtigde, die een in de § 2, A, 1° of 3° beoogde | wanneer de gerechtigde, die een in de § 2, A, 1° of 3° beoogde |
bezigheid uitoefent, de hoofdzakelijke last heeft van ten minste één | bezigheid uitoefent, de hoofdzakelijke last heeft van ten minste één |
kind in de voorwaarden die, overeenkomstig artikel 8, vereist zijn | kind in de voorwaarden die, overeenkomstig artikel 8, vereist zijn |
voor de langstlevende echtgenoten die uit dien hoofde de toekenning | voor de langstlevende echtgenoten die uit dien hoofde de toekenning |
van een overlevingspensioen aanvragen alvorens de leeftijd van 45 jaar | van een overlevingspensioen aanvragen alvorens de leeftijd van 45 jaar |
te hebben bereikt. | te hebben bereikt. |
Wanneer die gerechtigde een in § 2, A, 2° of een in deze paragraaf, A, | Wanneer die gerechtigde een in § 2, A, 2° of een in deze paragraaf, A, |
beoogde bezigheid uitoefent, worden de in § 2, A, 2°, § 2, B, eerste | beoogde bezigheid uitoefent, worden de in § 2, A, 2°, § 2, B, eerste |
lid, 2°, en de in deze paragraaf, A, beoogde bedragen verhoogd met | lid, 2°, en de in deze paragraaf, A, beoogde bedragen verhoogd met |
2.968,63 euro. | 2.968,63 euro. |
Voor de toepassing van het vorige lid moet op 1 januari van het | Voor de toepassing van het vorige lid moet op 1 januari van het |
beschouwde jaar aan de vermelde voorwaarde worden voldaan. | beschouwde jaar aan de vermelde voorwaarde worden voldaan. |
C. Wanneer het pensioen niet voor een volledig kalenderjaar is | C. Wanneer het pensioen niet voor een volledig kalenderjaar is |
toegekend, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde bedragen | toegekend, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde bedragen |
vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller | vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller |
gelijk is aan het aantal maanden die door het recht op het pensioen | gelijk is aan het aantal maanden die door het recht op het pensioen |
zijn gedekt. | zijn gedekt. |
Wanneer de beroepsbezigheid in de loop van een kalenderjaar aanvangt | Wanneer de beroepsbezigheid in de loop van een kalenderjaar aanvangt |
of wordt stopgezet, of in de loop van een kalenderjaar aanvangt en | of wordt stopgezet, of in de loop van een kalenderjaar aanvangt en |
wordt stopgezet, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde | wordt stopgezet, worden de in § 2 en de in deze paragraaf beoogde |
bedragen vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de | bedragen vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de |
teller gelijk is aan het aantal maanden van beroepsbezigheid die door | teller gelijk is aan het aantal maanden van beroepsbezigheid die door |
het recht op het pensioen zijn gedekt. | het recht op het pensioen zijn gedekt. |
D. De echtgenoot van de in § 2, A, B en D, beoogde gerechtigde die een | D. De echtgenoot van de in § 2, A, B en D, beoogde gerechtigde die een |
rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit | rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit |
dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden | dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden |
vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk | vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk |
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van | besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van |
datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de | datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de |
artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 | artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 |
bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, onverminderd de toepassing van | bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, onverminderd de toepassing van |
het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als de gerechtigde | het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als de gerechtigde |
zelf, een in § 2, A, 1°, 2° of 3° of een in deze paragraaf beoogde | zelf, een in § 2, A, 1°, 2° of 3° of een in deze paragraaf beoogde |
beroepsbezigheid uitoefenen. | beroepsbezigheid uitoefenen. |
De echtgenoot van de in § 2, A, B en D beoogde gerechtigde die een | De echtgenoot van de in § 2, A, B en D beoogde gerechtigde die een |
rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit | rustpensioen geniet dat vastgesteld werd rekening houdend met het feit |
dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden | dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan de voorwaarden |
vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk | vastgesteld door artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk |
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van | besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid van |
datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de | datzelfde besluit en die, naar gelang het geval, één van de in de |
artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 | artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 |
bedoelde leeftijden nog niet heeft bereikt, mag, onverminderd de | bedoelde leeftijden nog niet heeft bereikt, mag, onverminderd de |
toepassing van het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als | toepassing van het laatste lid van § 4, onder dezelfde voorwaarden als |
de gerechtigde zelf, een in § 2, B, 1°, 2° of 3° of een in deze | de gerechtigde zelf, een in § 2, B, 1°, 2° of 3° of een in deze |
paragraaf beoogde beroepsbezigheid uitoefenen. | paragraaf beoogde beroepsbezigheid uitoefenen. |
§ 4. Indien het beroepsinkomen, naar gelang van het geval, de in §§ 2 | § 4. Indien het beroepsinkomen, naar gelang van het geval, de in §§ 2 |
en 3 vastgestelde bedragen overschrijdt : | en 3 vastgestelde bedragen overschrijdt : |
1° wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar | 1° wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar |
volledig geschorst indien die bedragen met ten minste 15 pct. worden | volledig geschorst indien die bedragen met ten minste 15 pct. worden |
overschreden; | overschreden; |
2° wordt de betaling van het pensioen, indien die bedragen met minder | 2° wordt de betaling van het pensioen, indien die bedragen met minder |
dan 15 pct. worden overschreden, voor het betrokken kalenderjaar | dan 15 pct. worden overschreden, voor het betrokken kalenderjaar |
geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat | geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat |
gelijk is aan het percentage waarmee de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen | gelijk is aan het percentage waarmee de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen |
worden overschreden. | worden overschreden. |
Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de | Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de |
overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste. | overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste. |
Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag | Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag |
van de pensioenvermindering tot de naast hogere eenheid afgerond | van de pensioenvermindering tot de naast hogere eenheid afgerond |
wanneer de eerste decimaal ten minste vijf is; in het | wanneer de eerste decimaal ten minste vijf is; in het |
tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd. | tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd. |
Wanneer het rustpensioen van de gerechtigde vastgesteld werd rekening | Wanneer het rustpensioen van de gerechtigde vastgesteld werd rekening |
houdend met het feit dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan | houdend met het feit dat in hoofde van de echtgenoot voldaan was aan |
de voorwaarden vastgesteld door artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk | de voorwaarden vastgesteld door artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk |
besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid, van | besluit nr. 72 of overeenkomstig artikel 9, § 1, laatste lid, van |
datzelfde besluit, wordt dit pensioen herberekend wanneer de | datzelfde besluit, wordt dit pensioen herberekend wanneer de |
echtgenoot een beroepsbezigheid uitoefent waarvan het inkomen, naar | echtgenoot een beroepsbezigheid uitoefent waarvan het inkomen, naar |
gelang van het geval, de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen overschrijdt. | gelang van het geval, de in §§ 2 en 3 beoogde bedragen overschrijdt. |
§ 5. Op initiatief van de Minister die de pensioenen onder zijn | § 5. Op initiatief van de Minister die de pensioenen onder zijn |
bevoegdheid heeft, kunnen, bij een in Ministerraad overlegd besluit en | bevoegdheid heeft, kunnen, bij een in Ministerraad overlegd besluit en |
na advies van de Nationale Arbeidsraad, de in dit artikel beoogde | na advies van de Nationale Arbeidsraad, de in dit artikel beoogde |
jaarbedragen worden aangepast. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt | jaarbedragen worden aangepast. De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt |
in het Belgisch Staatsblad . » | in het Belgisch Staatsblad . » |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. |
Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Onze Minister |
Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Onze Minister |
belast met Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de | belast met Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 14 november 2002. | Gegeven te Brussel, 14 november 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, | De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
De Minister belast met Middenstand, | De Minister belast met Middenstand, |
R. DAEMS | R. DAEMS |