Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële vergoeding verleent aan de verpleegkundigen voor de gevolgde continue opleiding | Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële vergoeding verleent aan de verpleegkundigen voor de gevolgde continue opleiding |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
14 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden | 14 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden |
en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering | en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering |
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële vergoeding | voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële vergoeding |
verleent aan de verpleegkundigen voor de gevolgde continue opleiding | verleent aan de verpleegkundigen voor de gevolgde continue opleiding |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, artikel 59quater, | Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, artikel 59quater, |
ingevoegd bij de wet van 10 december 2009; | ingevoegd bij de wet van 10 december 2009; |
Gelet op het voorstel van de Overeenkomstencommissie | Gelet op het voorstel van de Overeenkomstencommissie |
verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, gegeven op 27 april 2011 en | verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, gegeven op 27 april 2011 en |
op 6 juli 2011; | op 6 juli 2011; |
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven | Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven |
op 13 juli 2011; | op 13 juli 2011; |
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor | Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor |
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en | geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en |
invaliditeitsverzekering, gegeven op 18 juli 2011; | invaliditeitsverzekering, gegeven op 18 juli 2011; |
Gelet op de adviezen van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op de adviezen van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 |
augustus 2011 en 21 september 2012; | augustus 2011 en 21 september 2012; |
Gelet op het akkoord van de Minister van begroting van 4 december | Gelet op het akkoord van de Minister van begroting van 4 december |
2012; | 2012; |
Gelet op de adviezen 50.917/2 en 51.557/2 van de Raad van State, | Gelet op de adviezen 50.917/2 en 51.557/2 van de Raad van State, |
gegeven op 27 februari 2012 en op 11 juli 2012, met toepassing van | gegeven op 27 februari 2012 en op 11 juli 2012, met toepassing van |
artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, | artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, |
gecoördineerd op 12 januari 1973; | gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Gelet op het voorafgaand onderzoek van de noodzaak om een | Gelet op het voorafgaand onderzoek van de noodzaak om een |
effectbeoordeling waarbij werd besloten dat geen effectbeoordeling is | effectbeoordeling waarbij werd besloten dat geen effectbeoordeling is |
vereist; | vereist; |
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, | Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, |
belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, en op het | belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, en op het |
advies van de in Raad vergaderde Ministers, | advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° « Verpleegkundigen » : de personen die worden bedoeld in art. | 1° « Verpleegkundigen » : de personen die worden bedoeld in art. |
21quater van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 | 21quater van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 |
betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en die | betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en die |
ingeschreven zijn als verpleegkundige bij het Rijksinstituut voor | ingeschreven zijn als verpleegkundige bij het Rijksinstituut voor |
ziekte- en invaliditeitsverzekering; | ziekte- en invaliditeitsverzekering; |
2° « Overeenkomstencommissie » : de Overeenkomstencommissie | 2° « Overeenkomstencommissie » : de Overeenkomstencommissie |
verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, zoals bedoeld in artikel 26 | verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, zoals bedoeld in artikel 26 |
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige | van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige |
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; | verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; |
3° « Nomenclatuur » : de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 | 3° « Nomenclatuur » : de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 |
september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de | september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de |
geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor | geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor |
geneeskundige verzorging en uitkeringen. | geneeskundige verzorging en uitkeringen. |
Art. 2.Om deze vergoeding te genieten moet de verpleegkundige |
Art. 2.Om deze vergoeding te genieten moet de verpleegkundige |
beantwoorden aan volgende voorwaarden : | beantwoorden aan volgende voorwaarden : |
1° 5 uren per kalenderjaar bijscholing volgen, waarvan ten minste 2 | 1° 5 uren per kalenderjaar bijscholing volgen, waarvan ten minste 2 |
uren betreffende artikel 8 van de nomenclatuur of andere specifieke | uren betreffende artikel 8 van de nomenclatuur of andere specifieke |
regelgeving van de sector thuisverpleging en de resterende uren | regelgeving van de sector thuisverpleging en de resterende uren |
betreffende de opleiding en/of training over de actualisering of het | betreffende de opleiding en/of training over de actualisering of het |
"evidence based" werken tijdens de uitoefening van het beroep in het | "evidence based" werken tijdens de uitoefening van het beroep in het |
kader van de thuisverpleging. | kader van de thuisverpleging. |
Als de vergoeding voor de eerste maal wordt aangevraagd, worden in het | Als de vergoeding voor de eerste maal wordt aangevraagd, worden in het |
kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft ten minste 4 van de | kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft ten minste 4 van de |
vereiste 5 uren bijscholing gevolgd betreffende artikel 8 van de | vereiste 5 uren bijscholing gevolgd betreffende artikel 8 van de |
nomenclatuur of andere specifieke regelgeving van de sector | nomenclatuur of andere specifieke regelgeving van de sector |
thuisverpleging; | thuisverpleging; |
2° Individueel toegetreden zijn tot de nationale overeenkomst tussen | 2° Individueel toegetreden zijn tot de nationale overeenkomst tussen |
de verpleegkundigen en de verzekeringsinstellingen, die gesloten is in | de verpleegkundigen en de verzekeringsinstellingen, die gesloten is in |
de Overeenkomstencommissie, voor het volledige kalenderjaar waarop | de Overeenkomstencommissie, voor het volledige kalenderjaar waarop |
deze vergoeding betrekking heeft; | deze vergoeding betrekking heeft; |
3° Zijn activiteit in hoofdberoep uitoefenen; | 3° Zijn activiteit in hoofdberoep uitoefenen; |
4° In de loop van het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt | 4° In de loop van het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt |
gevraagd een minimumactiviteit hebben die overeenstemt met een bedrag | gevraagd een minimumactiviteit hebben die overeenstemt met een bedrag |
van 33.000 euro aan tegemoetkomingen in het kader van artikel 8 van de | van 33.000 euro aan tegemoetkomingen in het kader van artikel 8 van de |
nomenclatuur vastgesteld aan de hand van hun profiel voor dat jaar; | nomenclatuur vastgesteld aan de hand van hun profiel voor dat jaar; |
5° In de loop van het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt | 5° In de loop van het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt |
gevraagd, de financiële tegemoetkoming genieten voor het gebruik van | gevraagd, de financiële tegemoetkoming genieten voor het gebruik van |
telematica en het elektronisch beheer van dossiers op grond van het | telematica en het elektronisch beheer van dossiers op grond van het |
koninklijk besluit van 21 april 2007 tot bepaling van de voorwaarden | koninklijk besluit van 21 april 2007 tot bepaling van de voorwaarden |
en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering | en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering |
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële | voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële |
tegemoetkoming verleent aan de verpleegkundigen voor het gebruik van | tegemoetkoming verleent aan de verpleegkundigen voor het gebruik van |
telematica en het elektronisch beheer van dossiers. | telematica en het elektronisch beheer van dossiers. |
Art. 3.§ 1. Om te voldoen aan de vereisten van art. 2 van dit besluit |
Art. 3.§ 1. Om te voldoen aan de vereisten van art. 2 van dit besluit |
wordt enkel de bijscholing in aanmerking genomen die wordt | wordt enkel de bijscholing in aanmerking genomen die wordt |
georganiseerd door : | georganiseerd door : |
1° De diensten van het RIZIV en de FOD Volksgezondheid; | 1° De diensten van het RIZIV en de FOD Volksgezondheid; |
2° De erkende onderwijsinstellingen voor gezondheidszorgberoepen; | 2° De erkende onderwijsinstellingen voor gezondheidszorgberoepen; |
3° De verpleegkundige beroepsorganisaties erkend als individuele | 3° De verpleegkundige beroepsorganisaties erkend als individuele |
representatieve organisatie of als partner van een representatief | representatieve organisatie of als partner van een representatief |
kartel op grond van de wet van 21 april 2007 tot aanwijzing van de | kartel op grond van de wet van 21 april 2007 tot aanwijzing van de |
vertegenwoordigers van de thuisverpleegkundigen in de | vertegenwoordigers van de thuisverpleegkundigen in de |
Overeenkomstencommissie verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen; | Overeenkomstencommissie verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen; |
4° De diensten voor thuisverpleging die gedurende 2 opeenvolgende | 4° De diensten voor thuisverpleging die gedurende 2 opeenvolgende |
trimesters van het jaar waarvoor de vergoeding wordt gevraagd, de | trimesters van het jaar waarvoor de vergoeding wordt gevraagd, de |
forfaitaire vergoeding genieten van specifieke kosten voor diensten | forfaitaire vergoeding genieten van specifieke kosten voor diensten |
voor thuisverpleging, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 | voor thuisverpleging, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 |
april 2002 tot vaststelling van de forfaitaire tegemoetkoming van de | april 2002 tot vaststelling van de forfaitaire tegemoetkoming van de |
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen | verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen |
voor de specifieke kosten van de diensten thuisverpleging en van de | voor de specifieke kosten van de diensten thuisverpleging en van de |
voorwaarden voor het toekennen van die tegemoetkoming, of hun | voorwaarden voor het toekennen van die tegemoetkoming, of hun |
federatie; | federatie; |
5° Zorgverleners die beschikken over een RIZIV-nummer, mits formele | 5° Zorgverleners die beschikken over een RIZIV-nummer, mits formele |
samenwerking hiervoor met een verpleegkundige beroepsorganisatie, | samenwerking hiervoor met een verpleegkundige beroepsorganisatie, |
zoals bepaald in punt 3°, en/of een dienst voor thuisverpleging en/of | zoals bepaald in punt 3°, en/of een dienst voor thuisverpleging en/of |
een federatie, zoals bepaald in punt 4° ; | een federatie, zoals bepaald in punt 4° ; |
6° De verzekeringsinstellingen. | 6° De verzekeringsinstellingen. |
§ 2. Alle in § 1 vermelde organisatoren dienen elk jaar, uiterlijk op | § 2. Alle in § 1 vermelde organisatoren dienen elk jaar, uiterlijk op |
30 juni, een jaarverslag in bij het Secretariaat van de | 30 juni, een jaarverslag in bij het Secretariaat van de |
Overeenkomstencommissie waarin zij de sectorspecifieke | Overeenkomstencommissie waarin zij de sectorspecifieke |
bijscholingsinitiatieven vermelden die zij in het vorige kalenderjaar | bijscholingsinitiatieven vermelden die zij in het vorige kalenderjaar |
hebben georganiseerd. | hebben georganiseerd. |
§ 3. De verpleegkundige bewaart gedurende een periode van vijf jaar, | § 3. De verpleegkundige bewaart gedurende een periode van vijf jaar, |
te rekenen vanaf de datum waarop de bijscholing werd gevolgd, de | te rekenen vanaf de datum waarop de bijscholing werd gevolgd, de |
attesten die het bewijs vormen van ieder uur gevolgde bijscholing met | attesten die het bewijs vormen van ieder uur gevolgde bijscholing met |
het oog op het verwerven van de RIZIV-vergoeding en die bij iedere | het oog op het verwerven van de RIZIV-vergoeding en die bij iedere |
controle op eenvoudig verzoek moeten consulteerbaar zijn. | controle op eenvoudig verzoek moeten consulteerbaar zijn. |
Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, bezorgt de | Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, bezorgt de |
verpleegkundige die attesteert met een groepsnummer derdebetaler en | verpleegkundige die attesteert met een groepsnummer derdebetaler en |
voor wie de aanvraag gegroepeerd gebeurt, een kopie van elk van deze | voor wie de aanvraag gegroepeerd gebeurt, een kopie van elk van deze |
attesten aan de groepering die de aanvraag voor hen indient. De | attesten aan de groepering die de aanvraag voor hen indient. De |
groepering bewaart deze kopieën die bij iedere controle op eenvoudig | groepering bewaart deze kopieën die bij iedere controle op eenvoudig |
verzoek moeten consulteerbaar zijn, gedurende een periode van vijf | verzoek moeten consulteerbaar zijn, gedurende een periode van vijf |
jaar te rekenen vanaf de datum waarop de bijscholing werd gevolgd. | jaar te rekenen vanaf de datum waarop de bijscholing werd gevolgd. |
§ 4. De kenmerken van het in § 2 vermelde jaarverslag en de in § 3 | § 4. De kenmerken van het in § 2 vermelde jaarverslag en de in § 3 |
vermelde attesten worden bepaald door het Rijksinstituut voor ziekte- | vermelde attesten worden bepaald door het Rijksinstituut voor ziekte- |
en invaliditeitsverzekering. Zij worden op de website van dit | en invaliditeitsverzekering. Zij worden op de website van dit |
Instituut gepubliceerd (www.riziv.fgov.be). | Instituut gepubliceerd (www.riziv.fgov.be). |
Art. 4.§ 1. Om ontvankelijk te zijn wordt, uiterlijk op 15 september, |
Art. 4.§ 1. Om ontvankelijk te zijn wordt, uiterlijk op 15 september, |
de aanvraag ingediend voor de RIZIV-vergoeding met betrekking tot de | de aanvraag ingediend voor de RIZIV-vergoeding met betrekking tot de |
tijdens het voorafgaande kalenderjaar gevolgde continue opleiding, | tijdens het voorafgaande kalenderjaar gevolgde continue opleiding, |
volgens de modaliteiten tot communicatie vastgelegd door het | volgens de modaliteiten tot communicatie vastgelegd door het |
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Deze | Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Deze |
modaliteiten worden op de website van dit Instituut gepubliceerd | modaliteiten worden op de website van dit Instituut gepubliceerd |
(www.riziv.fgov.be). | (www.riziv.fgov.be). |
§ 2. De in § 1 vermelde aanvraag bevat minimaal de volgende elementen | § 2. De in § 1 vermelde aanvraag bevat minimaal de volgende elementen |
: | : |
1° Het RIZIV-identificatienummer van de verpleegkundige die de | 1° Het RIZIV-identificatienummer van de verpleegkundige die de |
vergoeding vraagt; | vergoeding vraagt; |
2° Het kalenderjaar waarvoor de vergoeding gevraagd wordt; | 2° Het kalenderjaar waarvoor de vergoeding gevraagd wordt; |
3° De datum, het onderwerp, de duurtijd en de organisator van de | 3° De datum, het onderwerp, de duurtijd en de organisator van de |
gevolgde bijscholing; | gevolgde bijscholing; |
4° Het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming moet gestort worden. | 4° Het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming moet gestort worden. |
De verpleegkundige die niet attesteert met een groepsnummer | De verpleegkundige die niet attesteert met een groepsnummer |
derdebetaler doet de aanvraag individueel. | derdebetaler doet de aanvraag individueel. |
Voor de verpleegkundigen die attesteren met een groepsnummer | Voor de verpleegkundigen die attesteren met een groepsnummer |
derdebetaler gebeurt de aanvraag gegroepeerd, met vermelding van het | derdebetaler gebeurt de aanvraag gegroepeerd, met vermelding van het |
groepsnummer derdebetaler van de groepering en van de identiteit van | groepsnummer derdebetaler van de groepering en van de identiteit van |
alle verpleegkundigen op wie de aanvraag betrekking heeft. Door het | alle verpleegkundigen op wie de aanvraag betrekking heeft. Door het |
indienen van deze aanvraag verklaart de groepering in het bezit te | indienen van deze aanvraag verklaart de groepering in het bezit te |
zijn van de in art. 3, § 3, tweede lid, bedoelde attesten. | zijn van de in art. 3, § 3, tweede lid, bedoelde attesten. |
§ 3. Het versturen van de aanvraag wordt beschouwd als een « | § 3. Het versturen van de aanvraag wordt beschouwd als een « |
verklaring op eer » dat de opgestuurde gegevens waarachtig zijn en | verklaring op eer » dat de opgestuurde gegevens waarachtig zijn en |
conform aan de bepalingen van dit besluit en heeft de waarde van | conform aan de bepalingen van dit besluit en heeft de waarde van |
registratie. | registratie. |
§ 4. Na ontvangst zullen de diensten van het RIZIV aan de afzender een | § 4. Na ontvangst zullen de diensten van het RIZIV aan de afzender een |
ontvangstbewijs terugsturen met een beslissing over de | ontvangstbewijs terugsturen met een beslissing over de |
ontvankelijkheid van de aanvraag en de mededeling dat deze ten gronde | ontvankelijkheid van de aanvraag en de mededeling dat deze ten gronde |
zal worden onderzocht. | zal worden onderzocht. |
Art. 5.De forfaitaire jaarlijkse vergoeding voor de continue |
Art. 5.De forfaitaire jaarlijkse vergoeding voor de continue |
opleiding bedraagt 175 euro per verpleegkundige. | opleiding bedraagt 175 euro per verpleegkundige. |
Art. 6.De verpleegkundige bij wie vastgesteld wordt dat de jaarlijkse |
Art. 6.De verpleegkundige bij wie vastgesteld wordt dat de jaarlijkse |
vergoeding voor continue opleiding op onrechtmatige wijze werd | vergoeding voor continue opleiding op onrechtmatige wijze werd |
verworven zal hiervoor gesanctioneerd worden : | verworven zal hiervoor gesanctioneerd worden : |
1° Door terugvordering van de jaarlijkse vergoeding voor de | 1° Door terugvordering van de jaarlijkse vergoeding voor de |
kalenderjaren waarin geen bewijs kan geleverd worden van de gevolgde | kalenderjaren waarin geen bewijs kan geleverd worden van de gevolgde |
bijscholing en/of waarin niet voldaan is aan de voorwaarden uit art. | bijscholing en/of waarin niet voldaan is aan de voorwaarden uit art. |
2; | 2; |
2° Door het opleggen van een administratieve geldboete door de Dienst | 2° Door het opleggen van een administratieve geldboete door de Dienst |
voor Administratieve controle van het RIZIV op grond van artikel 168 | voor Administratieve controle van het RIZIV op grond van artikel 168 |
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige | van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige |
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. | verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. |
Art. 7.De vergoeding voor de gevolgde continue opleiding kan voor de |
Art. 7.De vergoeding voor de gevolgde continue opleiding kan voor de |
eerste maal aangevraagd worden met betrekking tot de bijscholing | eerste maal aangevraagd worden met betrekking tot de bijscholing |
gevolgd in het jaar 2011. De aanvraag met betrekking tot de tijdens | gevolgd in het jaar 2011. De aanvraag met betrekking tot de tijdens |
dit kalenderjaar gevolgde bijscholing, wordt ingediend overeenkomstig | dit kalenderjaar gevolgde bijscholing, wordt ingediend overeenkomstig |
de bepalingen in artikel 4 van dit besluit, binnen de 90 dagen na de | de bepalingen in artikel 4 van dit besluit, binnen de 90 dagen na de |
bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. | bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. |
Op dezelfde wijze dienen de in § 1 vermelde organisatoren het | Op dezelfde wijze dienen de in § 1 vermelde organisatoren het |
jaarverslag in bij het Secretariaat van de Overeenkomstencommissie | jaarverslag in bij het Secretariaat van de Overeenkomstencommissie |
waarin zij de sectorspecifieke bijscholingsinitiatieven vermelden die | waarin zij de sectorspecifieke bijscholingsinitiatieven vermelden die |
zij tijdens dit kalenderjaar hebben georganiseerd, binnen de 90 dagen | zij tijdens dit kalenderjaar hebben georganiseerd, binnen de 90 dagen |
na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. » | na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. » |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 9.De minister bevoegd voor sociale zaken is belast met de |
Art. 9.De minister bevoegd voor sociale zaken is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 14 januari 2013. | Gegeven te Brussel, 14 januari 2013. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris |
en de Federale Culturele Instellingen, | en de Federale Culturele Instellingen, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |