Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
14 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 14 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de |
invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 | invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 |
jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen | jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen |
(1) | (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de |
invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 | invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 |
jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen. | jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 14 februari 2014. | Gegeven te Brussel, 14 februari 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf | Paritair Comité voor het tabaksbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2013 |
Invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 | Invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 |
jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen | jaar in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen |
(Overeenkomst geregistreerd op 22 mei 2013 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 22 mei 2013 onder het nummer |
114974/CO/133) | 114974/CO/133) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die | op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die |
hoofdzakelijk rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen en onder het | hoofdzakelijk rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen en onder het |
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf ressorteren. | Paritair Comité voor het tabaksbedrijf ressorteren. |
§ 2. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de arbeiders en de | § 2. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de arbeiders en de |
arbeidsters. | arbeidsters. |
HOOFDSTUK II. - Ontslag | HOOFDSTUK II. - Ontslag |
Art. 2.§ 1. De aanvullende vergoeding, ingesteld in het raam van de |
Art. 2.§ 1. De aanvullende vergoeding, ingesteld in het raam van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, wordt | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, wordt |
toegekend aan de arbeiders die worden ontslagen om een andere reden | toegekend aan de arbeiders die worden ontslagen om een andere reden |
dan om dringende redenen en die voldoen aan de hier verder vermelde | dan om dringende redenen en die voldoen aan de hier verder vermelde |
voorwaarden. | voorwaarden. |
§ 2. Het ontslag met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf | § 2. Het ontslag met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf |
56 jaar voorzien in artikel 3, § 1, moet plaats hebben tussen 1 | 56 jaar voorzien in artikel 3, § 1, moet plaats hebben tussen 1 |
januari 2013 en 31 december 2015. | januari 2013 en 31 december 2015. |
Het ontslag met oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 56 jaar | Het ontslag met oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 56 jaar |
voorzien in artikel 3, § 2, moet plaats hebben tussen 1 januari 2013 | voorzien in artikel 3, § 2, moet plaats hebben tussen 1 januari 2013 |
en 31 december 2014. | en 31 december 2014. |
HOOFDSTUK III. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden | HOOFDSTUK III. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden |
Art. 3.§ 1. De leeftijdsvoorwaarde van de collectieve |
Art. 3.§ 1. De leeftijdsvoorwaarde van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 56 | arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 56 |
jaar mits een loopbaan van 40 jaar als loontrekkende en voor zover de | jaar mits een loopbaan van 40 jaar als loontrekkende en voor zover de |
betrokkene voldoet aan de wettelijke verplichtingen opgelegd door de | betrokkene voldoet aan de wettelijke verplichtingen opgelegd door de |
werkloosheidsreglementering voor werkloze met bedrijfstoeslag. | werkloosheidsreglementering voor werkloze met bedrijfstoeslag. |
De leeftijdsvoorwaarde van 56 jaar moet vervuld zijn in de periode | De leeftijdsvoorwaarde van 56 jaar moet vervuld zijn in de periode |
tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015 en op het ogenblik van de | tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015 en op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst. | beëindiging van de arbeidsovereenkomst. |
§ 2. De leeftijdsvoorwaarde van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. | § 2. De leeftijdsvoorwaarde van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 56 jaar voor zover de | 17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 56 jaar voor zover de |
betrokkene voldoet aan de voorwaarde van 33 dienstjaren als | betrokkene voldoet aan de voorwaarde van 33 dienstjaren als |
loontrekkende waarvan : | loontrekkende waarvan : |
- minstens 20 jaar in een arbeidsregeling zoals bedoeld in artikel 1 | - minstens 20 jaar in een arbeidsregeling zoals bedoeld in artikel 1 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 |
betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met | betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met |
nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met | nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met |
nachtprestaties. | nachtprestaties. |
De leeftijdsvoorwaarde van 56 jaar moet vervuld zijn in de periode | De leeftijdsvoorwaarde van 56 jaar moet vervuld zijn in de periode |
tussen 1 januari 2013 en 31 december 2014 en op het ogenblik van de | tussen 1 januari 2013 en 31 december 2014 en op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst. | beëindiging van de arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK IV. - Aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IV. - Aanvullende vergoeding |
Art. 4.§ 1. De aftrek van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen |
Art. 4.§ 1. De aftrek van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen |
voor de berekening van de aanvullende vergoeding van de werkloosheid | voor de berekening van de aanvullende vergoeding van de werkloosheid |
met bedrijfstoeslag wordt berekend op 100 pct. van het brutoloon. | met bedrijfstoeslag wordt berekend op 100 pct. van het brutoloon. |
§ 2. Voor de arbeiders die gebruik maken van het recht op landingsbaan | § 2. Voor de arbeiders die gebruik maken van het recht op landingsbaan |
zoals bepaald in de artikelen 8 en 22 van de collectieve | zoals bepaald in de artikelen 8 en 22 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 103 en overstappen van een landingsbaan naar | arbeidsovereenkomst nr. 103 en overstappen van een landingsbaan naar |
werkloosheid met bedrijfstoeslag, zal de aanvullende vergoeding van de | werkloosheid met bedrijfstoeslag, zal de aanvullende vergoeding van de |
werkloosheid met bedrijfstoeslag berekend worden op basis van een | werkloosheid met bedrijfstoeslag berekend worden op basis van een |
voltijdse arbeidsprestatie. | voltijdse arbeidsprestatie. |
De werknemers van 50 jaar of ouder die gebruik hebben gemaakt van een | De werknemers van 50 jaar of ouder die gebruik hebben gemaakt van een |
recht op vermindering van prestaties zoals voorzien in artikel 9, § 1 | recht op vermindering van prestaties zoals voorzien in artikel 9, § 1 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis blijven verder | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis blijven verder |
genieten van de toepassing van deze paragraaf. | genieten van de toepassing van deze paragraaf. |
§ 3. Bij werkhervatting gelden de bepalingen van artikel 4bis, 4ter en | § 3. Bij werkhervatting gelden de bepalingen van artikel 4bis, 4ter en |
4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17. | 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17. |
HOOFDSTUK V | HOOFDSTUK V |
Collectieve arbeidsovereenkomsten op ondernemingsvlak | Collectieve arbeidsovereenkomsten op ondernemingsvlak |
Art. 5.Collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten op |
Art. 5.Collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten op |
ondernemingsniveau waarin gunstigere voorwaarden bepaald zijn dan de | ondernemingsniveau waarin gunstigere voorwaarden bepaald zijn dan de |
voorwaarden bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven | voorwaarden bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven |
van kracht. | van kracht. |
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere bepaling | HOOFDSTUK VI. - Bijzondere bepaling |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de |
bestaande sectorale overeenkomsten inzake werkloosheid met | bestaande sectorale overeenkomsten inzake werkloosheid met |
bedrijfstoeslag conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17. | bedrijfstoeslag conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17. |
HOOFDSTUK VII. - Geldigheid - Duurtijd | HOOFDSTUK VII. - Geldigheid - Duurtijd |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2013 en treedt buiten werking op 31 december 2015, met | januari 2013 en treedt buiten werking op 31 december 2015, met |
uitzondering van de werkloosheid met bedrijfstoeslag bepaald in | uitzondering van de werkloosheid met bedrijfstoeslag bepaald in |
artikel 3, § 2, dat ophoudt van kracht te zijn op 31 december 2014. | artikel 3, § 2, dat ophoudt van kracht te zijn op 31 december 2014. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 februari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 februari |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |