Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 14/12/2006
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
14 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 14 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006,
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds (1) wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, gesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds. wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 14 december 2006. Gegeven te Brussel, 14 december 2006.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het garagebedrijf Paritair Comité voor het garagebedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006 Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006
Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
(Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2006 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2006 onder het nummer
80329/CO/112) 80329/CO/112)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt
onder "werklieden" verstaan : de werklieden en werksters. onder "werklieden" verstaan : de werklieden en werksters.

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"

zijn bijgevoegd in bijlage. zijn bijgevoegd in bijlage.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 juli 2005 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd. ingang van 1 juli 2005 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd.
De collectieve arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd door één van de De collectieve arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd door één van de
ondertekenende partijen mits een opzegging van 6 maanden, betekend bij ondertekenende partijen mits een opzegging van 6 maanden, betekend bij
een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het
Paritair Comité voor het garagebedrijf. Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 januari 2007. Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 januari 2007.

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005,

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005,

betreffende het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", geregistreerd betreffende het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", geregistreerd
op 2 augustus 2005 onder het nummer 75929/CO/112 (gepubliceerd in het op 2 augustus 2005 onder het nummer 75929/CO/112 (gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad op 30 augustus 2005) wordt opgeheven. Belgisch Staatsblad op 30 augustus 2005) wordt opgeheven.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006, Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 mei 2006,
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
STATUTEN VAN HET FONDS STATUTEN VAN HET FONDS
HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur
1. Benaming 1. Benaming

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij de

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij de

collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967, algemeen verbindend collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 5 augustus 1967 (Belgisch verklaard bij koninklijk besluit van 5 augustus 1967 (Belgisch
Staatsblad van 12 augustus 1967), genaamd "Sociaal Fonds voor het Staatsblad van 12 augustus 1967), genaamd "Sociaal Fonds voor het
garagebedrijf". garagebedrijf".
Met "fonds" wordt verder in deze statuten "Sociaal fonds voor het Met "fonds" wordt verder in deze statuten "Sociaal fonds voor het
garagebedrijf" bedoeld. garagebedrijf" bedoeld.
2. Zetel 2. Zetel

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te

Brussel. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Comité voor het Brussel. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Comité voor het
garagebedrijf, naar elke andere plaats in België worden overgebracht. garagebedrijf, naar elke andere plaats in België worden overgebracht.
3. Opdrachten 3. Opdrachten

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in 3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in
artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren;
3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te 3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te
regelen en te verzekeren; regelen en te verzekeren;
3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen; 3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen;
3.4. de vorming en informatie van de werkgevers te stimuleren; 3.4. de vorming en informatie van de werkgevers te stimuleren;
3.5. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden 3.5. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden
van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor
het garagebedrijf; het garagebedrijf;
3.6. een deel van de werking en sommige initiatieven van de v.z.w. 3.6. een deel van de werking en sommige initiatieven van de v.z.w.
"Educam" te financieren; "Educam" te financieren;
3.7. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen; 3.7. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen;
3.8. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en 3.8. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en
inrichting van een sectoraal pensioenstelsel. inrichting van een sectoraal pensioenstelsel.
4. Duur 4. Duur

Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht.

Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht.

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en de

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en de

werklieden van de ondernemingen, die ressorteren onder het Paritair werklieden van de ondernemingen, die ressorteren onder het Paritair
Comité voor het garagebedrijf. Comité voor het garagebedrijf.
Onder "werklieden" wordt verstaan : werklieden en werksters. Onder "werklieden" wordt verstaan : werklieden en werksters.
HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds
1. Inning en invordering van de bijdragen 1. Inning en invordering van de bijdragen

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen
en te verzekeren. en te verzekeren.
2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen 2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen

Art. 7.Vanaf 1 juli 2005 worden alle aanvullende vergoedingen

Art. 7.Vanaf 1 juli 2005 worden alle aanvullende vergoedingen

geïndexeerd op basis van de reële loonindexeringen op 1 februari 2005 geïndexeerd op basis van de reële loonindexeringen op 1 februari 2005
en de herberekende loonindexering van 1 februari 2004 (de sociale en de herberekende loonindexering van 1 februari 2004 (de sociale
index van de maand januari van het kalenderjaar wordt vergeleken met index van de maand januari van het kalenderjaar wordt vergeleken met
de sociale index van de maand januari van het voorgaande de sociale index van de maand januari van het voorgaande
kalenderjaar). kalenderjaar).
Door deze berekening, met name 1,61 pct. op 1 februari 2004 en 1,87 Door deze berekening, met name 1,61 pct. op 1 februari 2004 en 1,87
pct. op 1 februari 2005 worden de aanvullende vergoedingen met 3,51 pct. op 1 februari 2005 worden de aanvullende vergoedingen met 3,51
pct. geïndexeerd. pct. geïndexeerd.
2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid 2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid

Art. 8.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

Art. 8.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve
werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 28, § 1, of artikel 51 van Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 28, § 1, of artikel 51 van
de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
(tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de onderneming (tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de onderneming
wegens jaarlijks verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van wegens jaarlijks verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van
economische redenen) op de vergoeding voorzien in artikel 8, § 2, van economische redenen) op de vergoeding voorzien in artikel 8, § 2, van
de statuten, voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : de statuten, voor zover zij volgende voorwaarden vervullen :
- werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de - werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering; reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn. - op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn.
§ 2. Vanaf 1 juli 2005 wordt het bedrag van de aanvullende § 2. Vanaf 1 juli 2005 wordt het bedrag van de aanvullende
werkloosheidsvergoeding vastgesteld op : werkloosheidsvergoeding vastgesteld op :
- 7,76 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de - 7,76 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering; reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 3,88 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 3,88 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.

Art. 9.Vanaf 1 juli 2005 hebben de schoolverlaters, die nog geen

Art. 9.Vanaf 1 juli 2005 hebben de schoolverlaters, die nog geen

recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun
wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,76 wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,76
EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de
onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid
omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1° en artikel 51 omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1° en artikel 51
van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid 2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste

van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij
artikel 10, § 2, voorziene vergoeding, met een maximum van artikel 10, § 2, voorziene vergoeding, met een maximum van
respectievelijk 200 dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op respectievelijk 200 dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op
de eerste dag van de werkloosheid minder dan 45 jaar oud zijn of 45 de eerste dag van de werkloosheid minder dan 45 jaar oud zijn of 45
jaar en ouder zijn, en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : jaar en ouder zijn, en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen :
1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op 1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op
de werkloosheidsverzekering; de werkloosheidsverzekering;
2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn; 2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn;
3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld 3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld
zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende
paritaire comités ressorteren : paritaire comités ressorteren :
- voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104); - voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104);
- voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105); - voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105);
- voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); - voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111);
- voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische - voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische
bouw (Paritaire Sub-comités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04); bouw (Paritaire Sub-comités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04);
- voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); - voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112);
- voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); - voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01);
- voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147); - voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147);
4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld. 4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld.
Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en
ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld. ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld.
§ 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf
1 juli 2005 vastgesteld op : 1 juli 2005 vastgesteld op :
- 5,18 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing - 5,18 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; van de reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 2,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 2,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.
2.3. Aanvullende ziektevergoeding 2.3. Aanvullende ziektevergoeding

Art. 11.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

Art. 11.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge
van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid
ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht, ten laste van ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht, ten laste van
het fonds, op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en het fonds, op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de werklieden volgende invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de werklieden volgende
voorwaarden vervullen : voorwaarden vervullen :
- uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij - uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij
toepassing van de wetgeving ter zake genieten; toepassing van de wetgeving ter zake genieten;
- op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een - op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een
in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. in artikel 5 bedoelde werkgever zijn.
§ 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 11, § 1, bedoelde § 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 11, § 1, bedoelde
vergoeding wordt vanaf 1 juli 2005 als volgt vastgesteld : vergoeding wordt vanaf 1 juli 2005 als volgt vastgesteld :
77,11 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 77,11 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
77,11 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 77,11 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid; 100,40 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid;
100,40 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 100,40 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
§ 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts § 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts
aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen; aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen;
het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel
uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet
binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode
van arbeidsongeschiktheid. van arbeidsongeschiktheid.
§ 4. Een werkman die tijdens de ziekteperiode het werk deeltijds § 4. Een werkman die tijdens de ziekteperiode het werk deeltijds
hervat en nog uitkeringen ontvangt van de ziekte- en hervat en nog uitkeringen ontvangt van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering, heeft recht op een pro rata aanvullende invaliditeitsverzekering, heeft recht op een pro rata aanvullende
ziektevergoeding. ziektevergoeding.
2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen 2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen

Art. 12.§ 1. De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig

Art. 12.§ 1. De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig

werkloos worden gesteld, hebben voor elke werkloosheidsdag recht op de werkloos worden gesteld, hebben voor elke werkloosheidsdag recht op de
bij artikel 12, § 2, voorziene vergoeding tot het nemen van het bij artikel 12, § 2, voorziene vergoeding tot het nemen van het
wettelijk pensioen, onder de volgende voorwaarden : wettelijk pensioen, onder de volgende voorwaarden :
- ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid; - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid;
- uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten; - uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten;
- 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector - 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector
garages (PC 112). garages (PC 112).
§ 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf
1 juli 2005 vastgesteld op : 1 juli 2005 vastgesteld op :
- 5,18 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing - 5,18 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; van de reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 2,89 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 2,89 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.
2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken 2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken

Art. 13.§ 1. De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

Art. 13.§ 1. De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval,
met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of
arbeidsongeval, hebben voor elke ziekteuitkering recht op de bij arbeidsongeval, hebben voor elke ziekteuitkering recht op de bij
artikel 13, § 2 voorziene vergoeding tot het nemen van het wettelijk artikel 13, § 2 voorziene vergoeding tot het nemen van het wettelijk
pensioen, onder de volgende voorwaarden : pensioen, onder de volgende voorwaarden :
- ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de
arbeidsongeschiktheid; arbeidsongeschiktheid;
- uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten; - uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten;
- een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op - een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op
de eerste dag van de ongeschiktheid; de eerste dag van de ongeschiktheid;
- 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector - 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector
garages (PC 112). garages (PC 112).
§ 2. Het bedrag van de aanvullende ziektevergoeding wordt vanaf 1 juli § 2. Het bedrag van de aanvullende ziektevergoeding wordt vanaf 1 juli
2005 vastgesteld op : 2005 vastgesteld op :
- 5,18 EUR per volledige ziekteuitkering betaald in toepassing van de - 5,18 EUR per volledige ziekteuitkering betaald in toepassing van de
reglementering op de ziekteverzekering; reglementering op de ziekteverzekering;
- 2,89 EUR per halve ziekteuitkering betaald in toepassing van de - 2,89 EUR per halve ziekteuitkering betaald in toepassing van de
reglementering op de ziekteverzekering. reglementering op de ziekteverzekering.
§ 3. Een werkman die tijdens de ziekteperiode het werk deeltijds § 3. Een werkman die tijdens de ziekteperiode het werk deeltijds
hervat en nog uitkeringen ontvangt van de ziekte- en hervat en nog uitkeringen ontvangt van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering, heeft recht op een pro rata aanvullende invaliditeitsverzekering, heeft recht op een pro rata aanvullende
ziektevergoeding. ziektevergoeding.

Art. 14.De werklieden die de bij artikel 12 en 13 bedoelde vergoeding

Art. 14.De werklieden die de bij artikel 12 en 13 bedoelde vergoeding

genieten, hebben geen recht op de bij artikelen 10, 11 en 16 voorziene genieten, hebben geen recht op de bij artikelen 10, 11 en 16 voorziene
vergoedingen. vergoedingen.
2.6. Aanvullende vergoeding bij sluiting van de onderneming 2.6. Aanvullende vergoeding bij sluiting van de onderneming

Art. 15.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht op een

Art. 15.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht op een

aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming onder de aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming onder de
hierna gestelde voorwaarden : hierna gestelde voorwaarden :
1. op het ogenblik van de sluiting van onderneming, ten minste 45 jaar 1. op het ogenblik van de sluiting van onderneming, ten minste 45 jaar
oud zijn; oud zijn;
2. op het ogenblik van de sluiting van onderneming, een anciënniteit 2. op het ogenblik van de sluiting van onderneming, een anciënniteit
hebben in de firma van ten minste vijf jaar; hebben in de firma van ten minste vijf jaar;
3. het bewijs leveren niet opnieuw in dienst genomen te zijn krachtens 3. het bewijs leveren niet opnieuw in dienst genomen te zijn krachtens
een arbeidsovereenkomst binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf een arbeidsovereenkomst binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf
de dag van het ontslag. de dag van het ontslag.
Onder "sluiting van onderneming" zoals bedoeld bij het eerste lid van Onder "sluiting van onderneming" zoals bedoeld bij het eerste lid van
dit artikel, wordt verstaan : de volledige en definitieve stopzetting dit artikel, wordt verstaan : de volledige en definitieve stopzetting
van de werkzaamheden van de onderneming. van de werkzaamheden van de onderneming.
Het bedrag van de aanvullende vergoeding is vanaf 1 juli 2005 Het bedrag van de aanvullende vergoeding is vanaf 1 juli 2005
vastgesteld op 256,70 EUR. vastgesteld op 256,70 EUR.
Dit bedrag wordt met 12,94 EUR verhoogd per jaar anciënniteit met een Dit bedrag wordt met 12,94 EUR verhoogd per jaar anciënniteit met een
maximum van 846,71 EUR. maximum van 846,71 EUR.
2.7. Aanvullende vergoeding bij brugpensioen na ontslag. 2.7. Aanvullende vergoeding bij brugpensioen na ontslag.

Art. 16.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

Art. 16.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december
1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling voor 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling voor
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31
januari 1975); januari 1975);
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het - de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het
brugpensioen na ontslag tussen 1 juli 2005 en 30 juni 2007, afgesloten brugpensioen na ontslag tussen 1 juli 2005 en 30 juni 2007, afgesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het - de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het
brugpensioen vanaf 58 jaar met een looptijd van 1 juli 2005 tot 30 brugpensioen vanaf 58 jaar met een looptijd van 1 juli 2005 tot 30
juni 2007, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; juni 2007, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het - de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het
brugpensioen na ploegenarbeid tussen 1 januari 2005 en 31 december brugpensioen na ploegenarbeid tussen 1 januari 2005 en 31 december
2006, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; 2006, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de - de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de
berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen, berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen,
afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf,
- neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto - neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto
referteloon en de werkloosheidsuitkering ten laste. referteloon en de werkloosheidsuitkering ten laste.
Deze aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op Deze aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij
gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de
werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971. augustus 1971.
Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op
1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de 1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de
conventionele evolutie van de lonen. conventionele evolutie van de lonen.
§ 2. § 2. De aanvullende werkloosheidsvergoeding voorzien in artikel § 2. § 2. De aanvullende werkloosheidsvergoeding voorzien in artikel
10 van de statuten wordt in aanmerking genomen voor de berekening van 10 van de statuten wordt in aanmerking genomen voor de berekening van
de aanvullende uitkering voorzien in artikel 16, § 1. de aanvullende uitkering voorzien in artikel 16, § 1.
§ 3. De betrokken werklieden moeten bewijzen dat zij ten minste 5 jaar § 3. De betrokken werklieden moeten bewijzen dat zij ten minste 5 jaar
hebben gewerkt als arbeiders in een of meerdere ondernemingen hebben gewerkt als arbeiders in een of meerdere ondernemingen
ressorterend onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. ressorterend onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Indien een arbeider een anciënniteit heeft opgebouwd in eenzelfde Indien een arbeider een anciënniteit heeft opgebouwd in eenzelfde
onderneming, die een bepaalde periode niet tot het Paritair Comité onderneming, die een bepaalde periode niet tot het Paritair Comité
voor het garagebedrijf behoorde of die opgedeeld is in verschillende voor het garagebedrijf behoorde of die opgedeeld is in verschillende
technische entiteiten behorende tot verschillende paritaire comités, technische entiteiten behorende tot verschillende paritaire comités,
dan wordt deze anciënniteit als een geheel beschouwd. dan wordt deze anciënniteit als een geheel beschouwd.
§ 4. De ondernemingen die bij overeenkomst op eigen vlak de leeftijd § 4. De ondernemingen die bij overeenkomst op eigen vlak de leeftijd
voor het brugpensioen bepalen tussen 50 en 58 jaar kunnen ten laatste voor het brugpensioen bepalen tussen 50 en 58 jaar kunnen ten laatste
op het ogenblik waarop de bedoelde overeenkomst tot stand komt, een op het ogenblik waarop de bedoelde overeenkomst tot stand komt, een
aanvraag indienen bij het dagelijks bestuur van het fonds, omtrent de aanvraag indienen bij het dagelijks bestuur van het fonds, omtrent de
overname door het fonds van de betaalplicht van deze aanvullende overname door het fonds van de betaalplicht van deze aanvullende
vergoeding met ingang van de leeftijd van 58 jaar. vergoeding met ingang van de leeftijd van 58 jaar.
De werkgever dient een kopie van de ondernemingsovereenkomst over te De werkgever dient een kopie van de ondernemingsovereenkomst over te
maken aan het sociaal fonds en dient de bijdrage, zoals voorzien in maken aan het sociaal fonds en dient de bijdrage, zoals voorzien in
artikel 36, te vereffenen. artikel 36, te vereffenen.
Deze aanvragen worden beantwoord uiterlijk binnen de zestig werkdagen Deze aanvragen worden beantwoord uiterlijk binnen de zestig werkdagen
na ontvangst van voormelde aanvraag. na ontvangst van voormelde aanvraag.
§ 5. In uitvoering van artikel 15 en 16 van de wet van 1 april 2003 § 5. In uitvoering van artikel 15 en 16 van de wet van 1 april 2003
houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode
2003-2004 (Belgisch Staatsblad van 16 mei 2003), aangevuld door 2003-2004 (Belgisch Staatsblad van 16 mei 2003), aangevuld door
artikel 75 en 76 van de programmawet van 8 april 2003 (Belgisch artikel 75 en 76 van de programmawet van 8 april 2003 (Belgisch
Staatsblad van 17 april 2003) wordt de aanvullende vergoeding Staatsblad van 17 april 2003) wordt de aanvullende vergoeding
brugpensioen verder uitbetaald in geval van werkhervatting door de brugpensioen verder uitbetaald in geval van werkhervatting door de
werkman. werkman.
§ 6. In toepassing van en overeenkomstig : § 6. In toepassing van en overeenkomstig :
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993 - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993
in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van
aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van
halvering van de arbeidsprestaties; halvering van de arbeidsprestaties;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005, betreffende het - de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005, betreffende het
halftijds brugpensioen tussen 1 januari 2005 en 31 december 2006, halftijds brugpensioen tussen 1 januari 2005 en 31 december 2006,
afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf,
neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende
vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijdse vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijdse
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij
gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de
werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding wordt augustus 1971. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding wordt
berekend volgens de formule zoals omschreven in de collectieve berekend volgens de formule zoals omschreven in de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 55. arbeidsovereenkomst nr. 55.
Voormelde bepalingen zijn van toepassing op de werklieden en werksters Voormelde bepalingen zijn van toepassing op de werklieden en werksters
vanaf de leeftijd van 55 jaar. vanaf de leeftijd van 55 jaar.
2.7. Aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties 2.7. Aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties
tot een halftijdse betrekking tot een halftijdse betrekking

Art. 17.Vanaf 1 juli 2005 betaalt het fonds een aanvullende

Art. 17.Vanaf 1 juli 2005 betaalt het fonds een aanvullende

vergoeding van 64,18 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden vergoeding van 64,18 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden
van 53 jaar en meer die hun arbeidsprestaties verminderen tot een van 53 jaar en meer die hun arbeidsprestaties verminderen tot een
halftijdse betrekking conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr. halftijdse betrekking conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
77bis van 19 december 2001 en de hieraan aangebrachte wijzigingen in 77bis van 19 december 2001 en de hieraan aangebrachte wijzigingen in
dit kader, en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering dit kader, en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering
ontvangen. ontvangen.
2.8. Aanvullende sociale vergoeding 2.8. Aanvullende sociale vergoeding

Art. 18.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

Art. 18.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

laste van het fonds, op een aanvullende sociale vergoeding, voor zover laste van het fonds, op een aanvullende sociale vergoeding, voor zover
zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één van de zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één van de
interprofessionele organisaties van werknemers die voor het hele land interprofessionele organisaties van werknemers die voor het hele land
zijn opgericht. zijn opgericht.
§ 2. Het bedrag van de bij artikel 18, § 1, bedoelde uitkering wordt § 2. Het bedrag van de bij artikel 18, § 1, bedoelde uitkering wordt
jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur. jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur.
2.9. Betalingsmodaliteiten van bovengenoemde aanvullende vergoedingen 2.9. Betalingsmodaliteiten van bovengenoemde aanvullende vergoedingen

Art. 19.§ 1. De in de artikelen 8 en 9 (aanvullende

Art. 19.§ 1. De in de artikelen 8 en 9 (aanvullende

werkloosheidsvergoeding in geval van tijdelijke werkloosheid), 10 werkloosheidsvergoeding in geval van tijdelijke werkloosheid), 10
(aanvullende werkloosheidsvergoeding in geval van volledige (aanvullende werkloosheidsvergoeding in geval van volledige
werkloosheid), 11 (aanvullende vergoeding in geval van werkloosheid), 11 (aanvullende vergoeding in geval van
arbeidsongeschiktheid), 12 (aanvullende vergoeding voor oudere arbeidsongeschiktheid), 12 (aanvullende vergoeding voor oudere
werkloze), 13 (aanvullende vergoeding voor oudere zieken), werkloze), 13 (aanvullende vergoeding voor oudere zieken),
15(vergoeding voor sluiting van onderneming), 16 (aanvullende 15(vergoeding voor sluiting van onderneming), 16 (aanvullende
vergoeding voor brugpensioen na ontslag en voor halftijds vergoeding voor brugpensioen na ontslag en voor halftijds
brugpensioen) en artikel 17 (aanvullende vergoeding bij vermindering brugpensioen) en artikel 17 (aanvullende vergoeding bij vermindering
van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking) bedoelde van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking) bedoelde
vergoedingen worden rechtstreeks door het fonds aan de betrokken vergoedingen worden rechtstreeks door het fonds aan de betrokken
werklieden uitbetaald, voor zover zij het bewijs leveren van hun recht werklieden uitbetaald, voor zover zij het bewijs leveren van hun recht
op de vergoedingen voorzien door voormelde artikelen en volgens de op de vergoedingen voorzien door voormelde artikelen en volgens de
modaliteiten bepaald door de raad van bestuur. modaliteiten bepaald door de raad van bestuur.
§ 2. De in artikel 18 bedoelde vergoeding wordt uitbetaald door de § 2. De in artikel 18 bedoelde vergoeding wordt uitbetaald door de
interprofessionele werknemersorganisaties die op nationaal vlak interprofessionele werknemersorganisaties die op nationaal vlak
verbonden zijn. verbonden zijn.

Art. 20.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

Art. 20.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen. In geen de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen. In geen
geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de
storting van de bijdragen die door de aan het fonds onderworpen storting van de bijdragen die door de aan het fonds onderworpen
werkgevers verschuldigd zijn. werkgevers verschuldigd zijn.
3. Bevorderen van de vakbondsvorming 3. Bevorderen van de vakbondsvorming

Art. 21.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

Art. 21.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de
patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren in toepassing patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren in toepassing
van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 1991, gesloten in van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 1991, gesloten in
het Paritair Comité voor het garagebedrijf betreffende de het Paritair Comité voor het garagebedrijf betreffende de
vakbondsvorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit vakbondsvorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit
van 27 mei 1992 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1992). van 27 mei 1992 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1992).

Art. 22.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

Art. 22.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur
van het fonds. van het fonds.
4. Vorming en informatie van de werkgevers stimuleren 4. Vorming en informatie van de werkgevers stimuleren

Art. 23.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

Art. 23.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, een vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, een
tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de
werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door
de raad van bestuur de raad van bestuur
5. Afleveren van tewerkstellingsattesten 5. Afleveren van tewerkstellingsattesten

Art. 24.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

Art. 24.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze
tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij
artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur
wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit
artikel vast te stellen. artikel vast te stellen.
6. Financiering van de werking en de initiatieven van de VZW "Educam" 6. Financiering van de werking en de initiatieven van de VZW "Educam"

Art. 25.In uitvoering van artikel 2 en 5 van de collectieve

Art. 25.In uitvoering van artikel 2 en 5 van de collectieve

arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 inzake vorming en opleiding, arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 inzake vorming en opleiding,
financiert het fonds een deel van de werking en sommige van de financiert het fonds een deel van de werking en sommige van de
initiatieven van de VZW Educam. initiatieven van de VZW Educam.
De VZW Educam organiseert voor de sector van het garagebedrijf de De VZW Educam organiseert voor de sector van het garagebedrijf de
beroepsopleiding en vorming voor de werklieden zoals omschreven in de beroepsopleiding en vorming voor de werklieden zoals omschreven in de
statuten van de VZW Educam. statuten van de VZW Educam.
7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen 7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen

Art. 26.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

Art. 26.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

het conventioneel brugpensioen en ingevoerd enerzijds door de het conventioneel brugpensioen en ingevoerd enerzijds door de
programmawet van 22 december 1989 en anderzijds door de programmawet programmawet van 22 december 1989 en anderzijds door de programmawet
van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst
voor Werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor Werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
worden door het fonds ten laste genomen. worden door het fonds ten laste genomen.
§ 2. De bedoelde bijzondere bijdragen worden ten laste genomen voor de § 2. De bedoelde bijzondere bijdragen worden ten laste genomen voor de
werklieden die een aanvullende vergoeding betaald krijgen in werklieden die een aanvullende vergoeding betaald krijgen in
toepassing van artikel 16, §§ 1 en 4 van deze overeenkomst, en voor toepassing van artikel 16, §§ 1 en 4 van deze overeenkomst, en voor
zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1 januari 1991 zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1 januari 1991
en 30 juni 2007. en 30 juni 2007.
Ingeval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere Ingeval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere
bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december
2006 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen. 2006 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen.
De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder bovenvermelde De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder bovenvermelde
voorwaarden en tot de oppensioenstelling van de werklieden. voorwaarden en tot de oppensioenstelling van de werklieden.

Art. 27.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

Art. 27.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

uitvoeringsmodaliteiten van artikel 26 van deze statuten. uitvoeringsmodaliteiten van artikel 26 van deze statuten.

Art. 28.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen die door

Art. 28.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen die door

het fonds worden verleend, evenals het bedrag kunnen gewijzigd worden het fonds worden verleend, evenals het bedrag kunnen gewijzigd worden
op voorstel van de raad van bestuur bij beslissing van het Paritair op voorstel van de raad van bestuur bij beslissing van het Paritair
Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit. koninklijk besluit.
HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds

Art. 29.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair

Art. 29.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair

samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers-
en werknemersorganisaties. en werknemersorganisaties.
De raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht De raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht
vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de
werknemers. werknemers.
De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Comité voor De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Comité voor
het garagebedrijf benoemd. het garagebedrijf benoemd.

Art. 30.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

Art. 30.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

voorzitter en drie ondervoorzitters aan. voorzitter en drie ondervoorzitters aan.
§ 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt § 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt
beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden
waargenomen. waargenomen.
De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt voor de eerste maal De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt voor de eerste maal
door loting aangeduid. door loting aangeduid.
De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde
tot de werkgeversgroep. tot de werkgeversgroep.

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad ten minste bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad ten minste
eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer tenminste eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer tenminste
twee leden van de raad erom verzoeken. twee leden van de raad erom verzoeken.
§ 2. De uitnodiging vermeldt de agenda. § 2. De uitnodiging vermeldt de agenda.
§ 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide § 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide
directeur opgesteld. directeur opgesteld.
De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee
bestuurders ondertekend. bestuurders ondertekend.
§ 4. Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk § 4. Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk
aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is
het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de
jongste leden). jongste leden).
§ 5. De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda § 5. De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda
gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft van de gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft van de
leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de
leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren. De beslissingen leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren. De beslissingen
worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden
genomen. genomen.

Art. 32.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

Art. 32.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn
vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het
beheer en de leiding van het fonds. beheer en de leiding van het fonds.
§ 2. De raad van bestuur, keurt de rekeningen en de begroting goed en § 2. De raad van bestuur, keurt de rekeningen en de begroting goed en
treedt in rechte op in naam van het fonds, op vervolging en ten treedt in rechte op in naam van het fonds, op vervolging en ten
verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel afgevaardigde verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel afgevaardigde
bestuurder. bestuurder.
§ 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan § 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan
één of meer van zijn leden of zelfs aan derden. één of meer van zijn leden of zelfs aan derden.
Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale
volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van
twee bestuurders (een van werknemerszijde en een van werkgeverszijde). twee bestuurders (een van werknemerszijde en een van werkgeverszijde).
§ 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de § 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de
uitvoering van hun mandaat en gaan geen enkele persoonlijke uitvoering van hun mandaat en gaan geen enkele persoonlijke
verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de
verplichtingen van het fonds. verplichtingen van het fonds.
HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds

Art. 33.Om de financiering van de in artikel 8 tot artikel 24

Art. 33.Om de financiering van de in artikel 8 tot artikel 24

bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren
beschikt het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5 beschikt het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5
bedoelde werkgevers verschuldigd zijn. bedoelde werkgevers verschuldigd zijn.

Art. 34.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

Art. 34.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die
algemeen verbindend zal verklaard worden bij koninklijk besluit. algemeen verbindend zal verklaard worden bij koninklijk besluit.
§ 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het § 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het
fonds worden vastgesteld met bepaling van de innings- en fonds worden vastgesteld met bepaling van de innings- en
verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp
uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst
bekrachtigd bij koninklijk besluit. bekrachtigd bij koninklijk besluit.

Art. 35.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de

Art. 35.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid. bestaanszekerheid.
§ 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de § 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de
bijdragen voorzien in de artikelen 8 tot en met 26. bijdragen voorzien in de artikelen 8 tot en met 26.
HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds

Art. 36.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

Art. 36.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

december. december.
Art 37. De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december Art 37. De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december
afgesloten. afgesloten.
De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Comité voor het De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Comité voor het
garagebedrijf aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk garagebedrijf aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk
een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht
gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven
bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de
maand juli aan het Paritair Comité voor het garagebedrijf ter maand juli aan het Paritair Comité voor het garagebedrijf ter
goedkeuring worden voorgelegd. goedkeuring worden voorgelegd.
HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds

Art. 38.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Art. 38.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Paritair Comité voor het garagebedrijf worden ontbonden. Dit laatste Paritair Comité voor het garagebedrijf worden ontbonden. Dit laatste
dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en
hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto activa hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto activa
te bepalen. te bepalen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
^